Uko Vegter over planten als vertellers van het landschap

“Waarom komt de dotterbloem niet voor in een heideterrein en zie je struikheide nooit in een vochtig grasland?” Als je een antwoord op deze vraagt zoekt, kijk dan naar de milieuomstandigheden van de plant. Een plant heeft een duidelijke relatie met het water en de bodem. Deze twee factoren zijn erg bepalend voor het voorkomen van een plantensoort. Als je van planten weet welke eisen ze stellen, herken je meteen de eigenschappen van de groeiplaats: het is er nat of droog,  de bodem is zuur of rijk aan mineralen, de plek is voedselrijk of voedselarm. Planten geven op deze manier informatie over hun groeiplaats. Kijk naar de planten en je leert het landschap lezen”

Ecoloog

Aan het woord is Uko Vegter. De lezing die hij geeft is voor leden van de natuurwerkgroep de Reest. Uko is als ecoloog werkzaam bij Het Drentse Landschap. Als kind  bezocht hij het Reestdal al met zijn ouders. “Ik ben al 45 jaar betrokken bij het Reestdal. De laatste 20 jaar ook beroepsmatig”  Uko Vegter is een specialist op terrein van landschapsecologie. Voor het Drents Landschap schreef hij talloze artikelen over de vegetatie in beekdallandschappen. Uko vertelt:

De planten van de beekdalen

Een beekdal kent verschillende terreinen, waarin je kenmerkende plantensoorten kunt vinden:

-       de planten van de natte schrale hooilanden (dotterbloemhooiland)

-       de flora van de vochtige tot droge graslanden (witbolhooilanden)

-       moerasvegetatie (kleine zeggenmoeras)

-       het broekbos (wilgen en elzen, gele lis, waterviolier))

-       de aan de beek gebonden begroeiing ( moerasspirea, valeriaan)

Deze vijf deelgebieden kun je in elke beekdal terug vinden. Toch zijn er grote verschillen tussen de Drentse beekdalen. Gedacht moet worden aan de bodem en de waterhuishouding, de ontwikkelingsgeschiedenis, het gebruik en beheer van het landschap, de plantengeografische ligging. (Waardoor komt een plant wel in het ene en niet in het andere beekdal voor) In het Reestdal bestaan er zelfs (kleine) verschillen in beheer tussen Het Drentse Landschap en Landschap Overijssel. Beide natuurorganisaties weten elkaar steeds beter te vinden, samenwerking op alle niveaus is hier essentieel.

Reestdal

Het Reestdal kun je omschrijven als een kleinschalig agrarisch cultuurlandschap. Het landschap is vroeger ingericht door de boeren en nog mooi bewaard gebleven. Dat de Reest nog meandert kun je van de meeste beken in ons land niet zeggen. Vrijwel allemaal

gekanaliseerd met het doel het water zo snel mogelijk af te voeren. Het aangrenzende oude landschap werd in ruilverkavelingen functioneel ingedeeld. Dit alles in dienst van de landbouw. Dat de Reest haar karakter behield en het beekdallandschap niet aan verkavelingen ten onder ging heeft alles te maken met de functie van de Reest als grens tussen Drenthe en Overijssel.

Na de laatste ijstijd bestonden de beekdalen, zoals we die nu kennen, nog niet. Het landschap bestond uit moerassen, venen en broekbossen. Deze situatie heeft erg lang geduurd. Pas in de middeleeuwen werd het beekdallandschap langs de Reest door mensen ingericht. De venen werden ontwaterd en ontwikkeld tot natte hooilanden. Langzaam maar zeker zetten de boeren hun stempel op het landschap. Bossen werden gekapt, kleine essen werden in gebruik genomen. De manier van boeren bleef kleinschalig, het boerenland werd extensief gebruikt. Zo ontstond het kleinschalige agrarische cultuurlandschap.

Verdroging en verzuring

In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw maakten ruilverkavelingen veel kapot. Hooilanden werden landbouwgronden. Beeklopen werden rechtgetrokken. Natuurwaarden gingen hard achteruit door verdroging en verzuring. Steeds minder kwelwater bereikte de hooilanden. De aanleg van de Reestvervangende Leiding  eind jaren ’60 zorgde in het Reestdal voor nog meer verdroging.

De Reest kronkelde nog steeds door het landschap, er was nog veel bewaard gebleven, maar als je wat beter keek zag je de karakteristieke beekdalflora hollend achteruit gaan. Er moest wat gebeuren.

Onderzoek Reestdal beginjaren ‘90

Om de problemen van verdroging van het Reestdal goed in kaart te brengen werd gestart met het systeemonderzoek Reestdal. In het onderzoek werd o.a. gekeken naar de link die plantensoorten hebben met bodemsamenstelling, regenwater en grondwater. Het ontbreken van kwel en de daling van de grondwaterstand bleek funest te zijn voor een aantal plantensoorten in het Reestdal.

 

Herstel

Een drempel in de Reest bij de Wildenberg en de uitbreiding van het heideveld (natuurontwikkeling Takkenhoogte ) bleken een positieve uitwerking te hebben op de verdroogde hooilanden van De Wildenberg. Vanaf 1997 ging de grondwaterstand daar omhoog.  Pitrus en rietgras verdwenen en maakten plaats voor dotterbloem en noordse zegge, beide plantensoorten van natte biotopen. Tijdens een interessant experiment langs de Reest bij het kerkvonder van Oud-Avereest (2000-2004) bleek dat het bevloeien van hooiland door beekwater van de Reest de achteruitgang van bepaalde plantensoorten stopte. Mooie resultaten en conclusies, maar uiteindelijk ging de verdroging van het Reestdal door.

Water op maat project

In de afgelopen maanden heeft het waterschap Reest en Wieden hard gewerkt aan het herstelproject Reestdal “Water op maat”. Het doel van het project is tweeledig: het

Reestdal mag natter worden en in extreem natte periodes moet het water op meerdere plekken worden vastgehouden. In de middenloop van de Reest gaat het herstel van de waterhuishouding de goede kant op, in de boven- en benedenloop moet er nog veel gebeuren.

Dit bericht is geplaatst in Bescherming, Flora en getagd , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>