50 dagen vogels tellen op Groot Oever

 

Maarten ‘t Hart is een bekend en begenadigd beeldend kunstenaar. Maarten schildert en tekent vooral schuren, boerderijen, woonhuizen, stationsgebouwen, kastelen en kerken. Architectuur is dus een belangrijk thema in zijn werk. Hierbij wordt hij in eerste instantie geïnspireerd door zijn eigen woonomgeving: Drenthe en Overijssel. Maarten woont in het Reestdal, precies op de grens tussen deze twee provincies. Behalve een groot plantenkenner kijkt en luister hij ook graag naar vogels. De vogels in zijn omgeving ( Groot Oever) hadden al lang zijn aandacht, maar om welke soorten gaat het eigenlijk? En welke vogels zie je vaak en welke bijna nooit? En zijn er soorten die steeds minder voorkomen ?  Om deze vragen te beantwoorden startte Maarten een vogeltelling het hele jaar 2015 door. Zo ontstond een boeiend onderzoek, dat Maarten in een verslag vastlegde.

Vijftig  dagen vogels tellen

Hoe werd geteld ?

Je bent vogelliefhebber en je wilt weten hoeveel soorten je in je nabije omgeving op één dag kunt waarnemen. Je zoekt een dag uit met niet teveel wind, maakt “s morgens rond zonsopgang een wandeling en noteert de soorten die je ziet of hoort. ‘s Middags en ‘s avonds leg je nog eens 1 à 2 kilometer af. Daarnaast schrijf je op wat je buiten hoort roepen of zingen. Hetzelfde doe je met soorten die je voorbij ziet vliegen als je tussen de bedrijven door even opkijkt, al of niet geactiveerd door het geluid dat ze maken. Begin 2015 deed ik dit. Ik telde op deze manier 25 soorten. Maar hoe zou het aantal zijn als ik dit op een andere dag nog eens herhaalde? Het idee voor een uitgebreid onderzoek was geboren. In een gebied van ± 1½  x 2 km met als centrum het boom- en struweelrijke terrein rond ons huis plande ik 50 teldagen waarbij steeds dezelfde trajecten in de gaten zouden worden gehouden.

Reest ter hoogte van Groot Oever

Het telgebied

Het gebied waar het omgaat, het buurtschap Groot Oever, tussen IJhorst en Balkbrug, is een voorbeeld van wat je meer in Drenthe en omgeving tegen komt. Voor de (voormalige) boerderijen loopt een strook zompige graslanden, waar doorheen de Reest stroomt. Op de hogere ruggen staat wat hakhoutbos of vindt akkerbouw(rogge) plaats. Deze terreinen worden beheerd door de provinciale landschappen. Aan de andere kant van de extensief bebouwde weg liggen de weilanden, graan en maisakkers van de paar boeren die over gebleven zijn.

De tellijst van Maarten

Tellen op de stille zondagochtend

Vijftig dagen verdeeld over het jaar gaf ik mijn ogen en oren goed de kost en noteerde ik alle soorten die ik zag of hoorde, zowel overvliegend als binnen het onderzoeksgebied verblijvend. Daarbij was het belangrijk dat er niet teveel wind stond. Teveel ruis in de bomen overstemt de geluiden die vogels produceren. Een overmaat aan verkeer geeft hetzelfde probleem. Zondagochtenden leveren duidelijk meer gehoorwaarnemingen op dan ochtenden op werkdagen. De resultaten bevestigen niet alleen wat ik al vermoedde, maar lieten ook verrassingen zien, zowel negatief als positief.

De trefkansvogels 

Een aantal soorten die ik als dagelijks waarneembaar ervoer lieten zich ook iedere teldag

Houtwal Groot Oever

zien of horen. Het zijn de 100% trefkansvogels; zwarte kraai, merel, ringmus, koolmees, pimpelmees en winterkoning. Houtduif, spreeuw, vink en boomkruiper horen hier eigenlijk ook bij. Ze lieten één of een paar keer verstek gaan, maar waren 9 van de 10 keer of vaker present. Met elkaar vormen ze de top 10 van de in totaal 82 waargenomen soorten.

De verrassingen, de verdwijners en de nieuwkomers  

Daar tegenover staan 23 soorten die op minder dan één van de tien teldagen opgemerkt werden. Het kan dan om verrassingen gaan zoals de zwarte ooievaar die hier een weekje logeerde. Ook zitten er vogelsoorten tussen waarvoor de biotoop hier minder geschikt is. Ze vliegen alleen maar over, landen gebeurt slechts sporadisch. Voorbeelden hiervan zijn aalscholver, smient, knobbelzwaan, gierzwaluw en goudhaan. Veel vaker is er sprake van achteruitgang en lijken de weinige waarnemingen de inleiding voor volledige verdwijning. Bij steenuil, kwartel, watersnip en vooral de grutto is dit het geval. Ook bij de 15 tieners(10%-20%) is de lage trefkans soms onderdeel van een voortgaande achteruitgang zoals bij de veldleeuwerik, maar er zijn ook nieuwkomers bij, met de grote zilverreiger als opvallende verschijning.

Wordt de grutto een verdwijner of is ie dat al?

De middengroep 

Dan de soorten van het middensegment in 20% tot 50% van de tellingen opgemerkt. Hierbinnen vallen de groepen zomer- en wintergasten. Ze zijn zomers respectievelijk “s winters vaak waar te nemen, maar zitten de rest van de tijd in andere oorden. Voorbeelden hiervan zin in het zomerhalfjaar: Tjiftjaf, fitis, tuinfluiter, gekraagde roodstaart en boerenzwaluw. “s Winters gaat het vooral om kramsvogels, kolganzen en rietganzen. Daarnaast omvat deze groep vogels die tegen het broedseizoen hun aanwezigheid nogal luidruchtig kenbaar maken maar zich verder een groot deel van het jaar gedeisd houden. Wulp en zanglijster zijn hier mooie voorbeelden van.

Resteert de groep van 14 soorten die 50% tot 90% van de teldagen present was. Het gaat om de gevederde bewoners die er meestal wel zijn, maar op sommige dagen gewoon hun snavel houden of zich niet laten zien. Tijdens sombere dagen is dit vaker het geval dan met zonnig weer. Een greep uit dit gezelschap: Groene specht, grote bonte specht, ekster, gaai, goudvink en heggenmus. De alom luidruchtige nijlganzen zijn soms een tijdje weg. Waar deze blaaskaken zitten zijn ze ook bijna altijd te horen.

De grote bonte specht liet zich regelmatig zien

De gemiddelden

Nu kom ik weer terug op de februaridag, die de aanleiding was voor de hele reeks van 50 teldagen. Ik noteerde zoals geschreven toen 25 soorten. Dat was ook aardig het gemiddelde van de perioden januari t/m maart en augustus t/m december. De maandgemiddelden schommelden tussen de 24 en 27 soorten, In juli telde ik er gemiddeld 28,  april 37, mei 35 en juni 38. De trefkans in deze 3 maanden is dan ook het hoogst. De magerste dag was 18 oktober(18 soorten), 28 juni waren het er meer dan 2 keer zoveel nl. 44. Van de 82 vogelsoorten die ik deze 50 dagen signaleerde lieten zich er 58 minder dan één op de twee dagen zien. 38 hiervan zelfs minder dan één op de vijf teldagen. Slechts 24 soorten scoorden meer dan de helft van deze dagen.

Wat levert het onderzoek op ?

Wat zal eenzelfde onderzoek over een x aantal jaren opleveren? Waarschijnlijk helaas een verdere verschraling maar wellicht ook een paar verrassingen. Het is in ieder geval boeiend om te doen en aan te bevelen aan ieder met voldoende soortenkennis en vooral het vermogen de diverse geluiden thuis te brengen.

Maarten “t Hart, Groot Oever 14, 7707 PW Balkbrug

 

 

 

Meer info over Maarten ‘t Hart:

- interview uit 2013

- eigen website 

 

 

Dit bericht is geplaatst in Fauna en getagd , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>