“Kloosterlingen van Dickninge zijn belangrijk voor het Reestdal geweest”

Albert Dragt uit Meppel vertelt:

Vooral in de benedenloop van het Reestdal is er in het verleden meer sprake geweest van welvaart dan in de bovenloop. De boerderijen tussen IJhorst en Meppel zijn er indrukwekkender, er liggen een paar prachtige landgoederen en in 12de eeuw werd vlak bij De Wijk een klooster gesticht. In dit interview vertelt Albert Dragt over de invloed  van het klooster van Dickninge op het Reestdal  en over het landgoed de Havixhorst, dat jarenlang eigendom was van de familie de Vos van Steenwijk. En het kerkje van IJhorst komt ter sprake.


“Het Reestdal is nogal laat bewoond. Pas rond 1100 is er sprake van bewoning. Er zijn wel voorwerpen gevonden uit de tijd van ongeveer 3000 tot 500 jaar voor Christus, maar het gaat hier niet om vaste bewoning. Op Nolde zijn nog grafheuvels, daar zijn ook veel vuurstenen bijltjes in het land gevonden, net als op de Pieperij. Men denkt toch dat het trekkende jagers geweest zijn. De vondsten uit die tijd zijn nog te zien in het Drents Museum in Assen.

Dickninge
Rond 1140 schijnt er op Dickninge al een klooster gestaan te hebben .De kloosterlingen zijn heel belangrijk voor de ontwikkeling van het Reestdal geweest. Het klooster van Dickninge heeft veel mee gemaakt. Het is vaak geplunderd. De kloosterlingen vluchtten dan naar Hasselt of Zwolle. Dickninge was een dubbelklooster, het was eigenlijk gelegen in Ruinen. Maar Ruinen werd te druk, de kloosterlingen hadden behoefte aan rust en ruimte en daarom vroegen ze aan de bisschop van Utrecht of ze konden worden overgeplaatst Officieel gebeurde dit in 1325. De mannen en vrouwen in het klooster leefden streng gescheiden. Het klooster had op veel plaatsen langs de Reest bezittingen. Het Reestdal was in die tijd een moerassig gebied.
Het was nogal ontoegankelijk. Dat is ook de reden waarom het zo laat bewoond werd. Men beweert dat de Reest in de vroege Middeleeuwen geen stromende rivier geweest is. Er was sprake van een groot moerasgebied van Hardenberg tot Zwartsluis aan toe. Het water verplaatste zich via dat moeras. Achter de Havixhorst, op de Schiphorst, liggen dekzandruggen door het Reestdal heen. Het water werd door die zandruggen opgestuwd.

Men beweert dat de monniken van Dickninge die zandwallen doorgestoken hebben. Ze hadden wel al bouwland op die dekzandruggen, maar ze wilden ook weiland hebben. Hiervoor hadden ze vochtig land nodig. Er was geen overgang tussen het moeras en de essen op de zandruggen.
Door het doorsteken van de dekzandruggen ging het water sneller stromen. Er ontstonden oeverlanden. Een soort uiterwaarden, die ‘s winters onder water liepen.
 
 Het klooster Dickninge heeft jaren bestaan. Het heeft ook mooie dingen achtergelaten. Een kloostertuin met een hele mooie flora. Deze flora wordt ook wel stinzenflora genoemd. Stins betekent stenen huis. Mensen die vroeger een stenen huis hadden waren rijk. Ze wilden vaak andere planten in de tuin hebben dan de doorsneeburger. Men haalde dan planten uit Zuid-Europa, het waren vaak bolgewassen die dan in de tuin werden geplant. De kloosterlingen deden dat ook, alleen ging het ze niet om de bloemen, maar om de medicijnen die ze er van wilden maken.

Zo wordt de holwortel ook wel kloosterkruid genoemd. Als je het in De Wijk hebt over kloosterkruid, dan weten ze wel waar je het over hebt, maar de naam holwortel kennen ze minder goed. De holwortel is een plant waar Dickninge bekend van is. Hier staat de grootste populatie holwortels van het hele land, maar er staat ook adderwortel, daslook, aronskelk,muskuskruid en nog veel meer planten waar je zo aan voorbij loopt als je ze niet kent. De holwortel wil niet overal groeien. Hij heeft speciale grond nodig. De grond op Dickninge is een beetje lemig, wat kleiachtig. De Havixhorst ligt er vlak naast en daar heb je die flora niet.
 
 
Het klooster heeft tot in de 18de eeuw zijn stempel op het Reestdal gedrukt. In 1783 stond de toren van Dickninge er nog. Die is door de bliksem getroffen. De kapel raakte steeds meer in verval en de laatste kloosterlingen vertrokken richting Hasselt. In 1796 werden restanten van het klooster verkocht aan de baron de Vos van Steenwijk. Die heeft alles opgeruimd en in 1813 het gebouw neergezet, dat er nu nog staat. Het enige dat er nog van het klooster is overgebleven is de ijskelder. Die is nu helemaal gerestaureerd en  zit nu vol met vleermuizen.
Nu is het landgoed van mevrouw Roëll. Zij woont in het tolhuisje aan de rand van het landgoed. Het huis Dickninge is verbouwd en er zijn vier appartementen in gemaakt. De gemeente De Wijk heeft ooit plannen gehad om er een gemeentehuis van te maken, maar dat is niet doorgegaan. Het was er wel een mooie plek voor geweest. Vroeger had het landgoed ook veel boerderijen in bezit. Die zijn allemaal verkocht.

Op het landgoed, vlak bij het huis, staat ook nog een hele grote boerderij met twee hele grote baanders erin. Het gebouw valt niet  op. Landgoed Dickninge heeft tussen het landhuis en het tolhuis een hele mooie  grote es. En aan één van de lanen staat nog een prachtige monumentale boerderij. Een paar jaar geleden is op het landgoed vreselijk gekapt. Veel kapitale historische bomen zijn toen weggehaald. Dat was jammer en ook onnodig.
Tot 1960 is er op het landgoed nog tol geheven. Jan Stapel was er toen tolgaarder. De weg die over Dickninge loopt was een particuliere weg. Als je van Halfweg kwam kon je voor het tolhuis linksaf, de oude Staphorsterweg op, maar je kon ook over het landgoed. Je moest dan wel tol betalen. Achter het ziekenhuis van Meppel aan de Reggersweg was ook een tolhuis.
Aan de gevel is het tolbord nog te zien. De weg over Dickninge was een deel van de route naar Ruinen. De postkoets ging er ook langs. Halfweg lag tussen Zwolle en Ruinen en dat was dus halfweg de route. Bij het Vergulde Ros werden de paarden gewisseld of ze hielden er even rust.
De Havixhorst
Van landgoed Dickninge is het niet ver naar de Havixhorst. Zo rond 1435 werd de Havixhorst al ergens genoemd. De familie van den Clooster woonde daar. Rond 1685 werd het landgoed verkocht aan de familie de Vos van Steenwijk. In De Wijk woont nog steeds een de Vos van Steenwijk. De leden van de familie de Vos van Steenwijk liggen begraven op het kerkhof van IJhorst. In 1743 is een  jonge de Vos van Steenwijk getrouwd met een barones, dat was Geertruida Agnes van Isselmuden tot Rollecate. Men beweert, dat de Havixhorst in die tijd in verval is geraakt en toen is afgebroken.
 
 Het is toen opnieuw opgebouwd en in 1753 stond er een nieuw gebouw, dat er nog steeds staat. Waarschijnlijk is het gebouw toen iets naar voren geplaatst, eerder had het gebouw een andere vorm, het was een grote boerderij met een trapgevel. Er werd ook een baroktuin aangelegd. Boven de hoofdingang hangt nog steeds het alliantiewapen van de geslachten de Vos van Steenwijk en van Isselmuden.

Er staan twee vossen in en een gans. De betekenis ervan ken ik niet. Er is ook niemand die me dat kan vertellen. De familie heeft er tot 1937 gewoond. De laatste baron de Vos van Steenwijk die er woonde, had geen kinderen, dat was jonkheer Reint. Hij heeft heel veel gedaan voor De Wijk, hij reed altijd met paard en wagen door het dorp. Men noemde hem hier de jonker. Het was een echte paardenman. Ik heb ook wel eens gehoord, dat hij in het circus heeft gewerkt.
 
 
Uiteindelijk werd het landgoed verkocht aan de familie Daniëls uit Wageningen. Na de oorlog hebben er vluchtelingen in gezeten, er hebben demente bejaarden ingewoond .De familie Daniëls heeft het in 1981 verkocht aan Het Drents Landschap. Het Landschap heeft het gebouw gerestaureerd en er is een hotel-restaurant ingekomen. In 1999 is het koetshuis opgeknapt. Ze hebben de oude fundamenten nog weer kunnen traceren en die hebben ze weer gebruikt. Het landgoed is nog mooi bewaard gebleven, er zitten bijvoorbeeld nog hele mooie houtwallen in. Het landschap vind ik interessanter dan dat van Dickninge. Tussen Dickninge en de Havixhorst zijn veel  houtwallen verdwenen.
IJhorst

Over het kerkje van IJhorst bestaat nog steeds een soort tweestrijd. Het gaat dan om twee jaartallen; 1236 en 1292. Men zegt dat het kerkje op Oud-Avereest in 1290 is gesticht en die van IJhorst in 1236. Anderen beweren dat het andersom is. Ik weet het ook niet en ik vind het ook niet zo belangrijk.Ik zeg altijd dat het kerkje van IJhorst gesticht is in 1290. Zeker is wel dat er pas een kerkje gebouwd mocht worden als er al sprake van bewoning was, dus IJhorst en Oud-Avereest zijn veel ouder dan de twee jaartallen aangeven. De bisschop van Utrecht gaf dan toestemming om een kerkje te mogen bouwen. IJhorst is van oorsprong een esgehucht.
Er staat ook een huis met de naam IJhorst. IJhorst is afgeleid van Ive (IJ), dat is een taxus en hoogte(horst), het betekent dus taxus op een hoogte. Ivenhorst of IJhorst. De kerk van IJhorst heeft geen toren, maar wel een klokkenstoel. Klokkenstoelen kom je in deze regio niet veel tegen. In Wanneperveen staat er ook één en in de provincie Friesland veel meer, maar hier in de buurt niet. Het was vroeger een gebrek aan geld. De toren was dan te duur, dus bouwde men een klokkenstoel. De kerk van IJhorst is een heel mooi oud kerkje. In het middenpad voor de preekstoel liggen de abten van klooster Dickninge begraven. En buiten een speciale plek voor de familie de Vos van Steenwijk.

Dit bericht is geplaatst in Interviews en getagd , , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>