Meanders

Talloze meanders heeft het grensbeekje de Reest nog. Dat is heel bijzonder want in de 19e en 20st eeuw zijn in ons land talloze prachtige beken en rivieren (denk aan Regge en Vecht), genormaliseerd. Alleen het woord al….. Normaliseren betekende in de wereld van de waterschappen en de landbouw recht trekken. Door al die bochten voerde een beek veel te langzaam het water af. Dus al die bochten er uit, van een kronkelende beek naar een rechte afwateringssloot, een paar stuwen erin en klaar was Kees. Het was niet alleen de beek die naar de gallemiezen ging, ook het aangrenzende beekdal moest er aan geloven. Houtwallen, heggen, hakhoutbosjes weg er mee. Leve het efficiënte landschap !

De Reest heeft ze nog 

Dat de Reest haar prachtige kronkels nog heeft is een verhaal op zich. Maar liefst zes keer is in het verleden geprobeerd om ook dit beekje te normaliseren. Steeds kwam het er niet van. Meer weten lees dan deze twee artikelen:

Zes keer stroomde de Reest door het oog van de naald deel 1

Zes keer stroomde de Reest door het oog van de naald deel 2

Vijf panoramafoto’s van meanders in de Reest:

Locatie : bruggetje over de Reest tussen het Overijsselse Den Westerhuis en het Drentse De Wildenberg. Het graspad door de hooilanden is onderdeel van een populaire wandelroute.

 

Er zijn maar weinig plekken waar je langs de Reest kunt wandelen. In de tuin van Dickninge heb je zo’n plek.

 

De Reest meandert richting Meppel tussen de buurtschappen Rabbinge en Den Kaat door.

 

Avondsfeer in het Reestdal. Hier ter hoogte van de heide van De Wildenberg kabbelt het beekje tussen de hooilandjes door.

Tussen Den Oosterhuis en Schrapveen loopt een zandpad dat bij veel mensen niet bekend is.

Posted in De Reest | Tagged , , | Leave a comment

Boekweit is bijna uitgebloeid: in het Reestdal wordt niet geoogst.

Vroeger werd er veel boekweit in ons land verbouwd. Bijvoorbeeld aan de randen van beekdalen. Nu zie je het niet vaak meer, al wordt dit gewas steeds populairder. In het Reestdal, op de es van Den Westerhuis, worden door de natuurwerkgroep de Reest ieder jaar stroken boekweit ingezaaid.  Het gewas is nu zo goed als uitgebloeid. De schoonheid van boekweit zit niet alleen in de bloei en de zaden, maar zeker ook in de stengels. Die zijn fel rood en die kleur houden ze tot ver in de winter. Maar dan moet je het gewas natuurlijk niet oogsten. Op de es van den Westerhuis blijven de gewassen tot na de winter staan. Tot grote vreugde van alle zaadeters onder de vogels.

Uitgebloeide strook boekweit naast kiemende winterrogge in het najaar.

Boekweit bijna aan het einde van de bloei

Boekweitkorrels zijn vruchtjes van die plant. De vruchtjes hebben een driehoekige vorm met een roodbruine dop, die eruitziet als dat van een beukennootje. Ze hangen nu op de plek waar de bloei heeft plaatsgevonden. De bloemen zijn bestoven door insecten.

Geen graan

Het dopje wordt er voor gebruik afgehaald. De zaden blijven over. Van deze glutenvrij boekweitgrutten wordt meel gemalen dat erg geschikt is voor het maken van pannenkoeken. Boekweit is geen graan. Voor boeren is het een lastig gewas. Erg gevoelig voor weersomstandigheden en de opbrengst is ook niet hoog. En het heeft nog een nadeel: De planten zijn nooit tegelijk klaar voor de oogst. Op een boekweitakker zie je tot laat in de zomer uitgebloeide en nog bloeiende planten. Heel anders dan bij graan.

Boekweit in de nazomer. Hier en daar nog bloei, veel vruchten zijn rijp.

 Herontdekt 

Zoals al eerder opgemerkt, boekweit wint aan populariteit. Jammer, dat de meeste boekweit die wij in ons land consumeren afkomstig is uit het buitenland, bijvoorbeeld uit Frankrijk, China en Polen. Je vraagt je dan af, waarom we in ons eigen land dit mooie gewas bijna helemaal kwijt zijn. Vroeger werd boekweit hier toch ook verbouwd ? Bovendien heeft het helemaal geen (zwaar) bemeste grond nodig. Het is gewoon een makkelijk gewas, is een verrijking voor  het landschap, trekt erg veel insecten en is niet gevoelig voor ziekten en plagen. Dus….? Gelukkig zijn er mooie ontwikkelingen. Drie voorbeelden:

 

De Boekweit coöperatie 

In oktober 2024 hebben boekweittelers, natuurorganisaties en met steun van de provincie Drenthe de Boekweit coöperatie opgericht. Doel: mogelijkheden verkennen voor boekweitteelt op  gronden van de provincie en/of van de natuurorganisaties en natuurlijk om de Nederlandse boekweit te promoten en in de winkels te krijgen. Als telers boekweit weer op grotere schaal in Nederland verbouwen, is het makkelijker om deze te verwerken én voor een goede prijs aan te bieden aan winkels. Misschien een proces van lange adem, maar een goede begin.

Land van Ons 

Weer een coöperatie. Weer een burgerinitiatief. Meer dan 30.000 burgers ondersteunen deze organisatie en dat aantal gaat in een rap tempo omhoog. Land van Ons koopt met het geld boerenland. Nergens gaat de biodiversiteit zo hard achteruit als op agrarische grond. Op de website lees je “We verpachten onze gronden aan biologische boeren. Gifvrije teelt en variatie in gewassen brengt de bodem weer tot leven. Vrijwilligers planten heggen en bomen, graven poelen en verflauwen slootkanten.  We zien bloemen, bijen en vogels terugkomen” Een van de meer dan dertig percelen is de Holtesch bij Beilen. Daar speelt boekweit een belangrijke rol.

Een Odin-boerderij in Brabant 

Op landgoed Baest, tussen de bossen bij Oostelbeers (NB), begon biologische coöperatie Odin in 2016 aan een uniek initiatief: een eigen biodynamische boerderij die nieuwe groentevarianten ontwikkelt, het zaad daarvan in de handel brengt en nu groenten levert aan de 41 biologische winkels van Odin. De boerderij beslaat 26 hectare, waarvan er 6 bestaan uit natuurbuffer. Een van de gewassen die wordt geteeld is boekweit. De boerderij wil  de boekweitteelt in Brabant terug brengen en dat met name de bijna verloren gegane Brabantse Grijze Zandboekweit.

Ingezaaide strook boekweit op Den Westerhuis

Overheid faalt 

Drie voorbeelden van een coöperatie, een organisatie door burgers opgericht, die niet langer meer willen wachten op een overheid die het nalaat om biologische landbouw te promoten. Allerlei subsidies naar de gangbare landbouw, in verhouding te weinig steun voor boeren die bijvoorbeeld van gangbaar over willen stappen naar biologisch of natuur inclusief. In 2030 zou op 15% van het Nederlandse landbouw areaal biologisch geteeld moeten worden. Dat gaan we in dit tempo niet halen.

 

Posted in Akkerbouw, Landbouwgewassen in het Reestdal | Tagged , , , | Leave a comment

Rode heidelibellen lijken allemaal op elkaar: wie is wie ?

Bloedrode heidelibel heeft zwarte poten

Heidelibellen zijn er in soorten en maten. Om wat voorbeelden te noemen: zwarte heidelibel, steenrode heidelibel, de bandheidelibel en de zwervende heidelibel. De drie soorten die je het meest ziet zijn de bloedrode heidelibel, de steenrode heidelibel en de bruinrode heidelibel. Het zijn vliegvlugge libellen die niet alleen op de heide voorkomen.

Bruinrode heidelibel laat zich goed fotograferen

Op plekken waar je libellen zou mogen verwachten zie je met zekerheid heidelibellen, zoals bij oevers langs stilstaand of langzaam stromend water. Het fotograferen van deze libellensoort is niet moeilijk, ze werken graag mee om een mooie foto te maken. Na een korte vlucht gaan ze namelijk vaak op hetzelfde takje of blaadje zitten en echt schuw zijn ze ook niet. Vaak kun je met je camera of telefoon heel dichtbij komen. Met een beetje geluk en geduld maak je misschien een macrofoto! Heidelibellen zijn libellen die je vooral in de maanden juli tot en met september overal kunt aantreffen.

Libellenkenmerk: vier vleugels gespreid en achtervleugels iets groter dan de voorste vleugels

Wat is een libel ?

Libellen ( Nederland telt 70 soorten) kun je verdelen in twee groepen: de juffers en de echte libellen. Een belangrijk verschil ontdek je als je naar de vleugels kijkt. Bij de juffers

Grote roodoogjuffer- ogen aan de zijkant en de vleugel gevouwen langs het lichaam

zijn de vier vleugels gelijk van vorm. In rust worden de vleugels langs het lijf gevouwen. De echte libellen houden de vier vleugels altijd gespreid als ze ergens gaan zitten. Bovendien zijn de achtervleugels wat groter dan de voorvleugels. Er is echter nog een verschil, maar dan moet je even op de ogen letten. Bij de juffers staan de ogen aan de zijkant van de kop. Bij de echte libellen zijn de ogen opvallend groot en raken ze elkaar. Verder zijn juffers kleiner en hebben ze een lang en erg smal lichaam.

Rood

De mannetjes heidelibellen zijn pas als ze zijn “uitgekleurd” rood, de vrouwtje zijn geel tot bruin. De bloedrode heidelibel herken je aan de zwarte poten. De bruinrode en steenrode heidelibel hebben een gele streep over hun donkere poten. In het veld lukt het niet altijd om dit kenmerk goed te zien, dan heb je een foto nodig. Gelukkig geven de heidelibellen je vaak genoeg tijd om een goede scherpe foto te maken.

De steenrode heidelibel heeft een hangsnor

Steenrode heidelibel met "hangsnor"

De eerste schifting hebben we dus gehad: kijk naar de poten. Lastiger wordt het om de twee soorten met hun donkere geel gestreepte poten uit elkaar te houden: wat is nu een bruinrode heidelibel en wat is een steenrode heidelibel? Nu moet je letten op de beide grote bolle facetogen van het insect. Bij de ogen zie je een zwart (dwars) streepje dat wel of niet langs de ogen naar beneden loopt. De steenrode heidelibel heeft zo’n “hangende” streep. Libellenkenners spreken van de “snor”. De bruinrode heidelibel heeft een zwart streepje dat horizontaal tussen de ogen loopt. Geen “snor”dus. Er zijn meer verschillen, maar dan moet je toch al wat meer ervaring met libellenherkenning hebben.

Op veel plekken 

In het Reestdal komen deze drie rode heidelibellen veelvuldig voor. Op de kleine heideveldjes in De Haardennen bijvoorbeeld, of langs de oevers van de vennetjes op Takkenhoogte, het Zwarte Veen bij IJhorst en natuurlijk in de vegetatie langs de Reest. Het zijn wel heidelibellen, maar specifiek aan de heide gebonden zijn ze niet.

Geschikt libellenbiotoop

Meer info over de drie rode heidelibellen :

https://vlinderstichting.nl/vijftig-tinten-rood-heidelibellen/

In 2020 verscheen dit prachtig uitgegeven boek over de libellen die in de provincie Overijssel voorkomen. Met schitterende foto’s en heldere teksten.

Posted in Fauna | Tagged , | Leave a comment

Grote pimpernel of bloeiend bloedkruid

De rode bloeiende bolletjes van de grote pimpernel

Nou ja, bloedkruid….. De meeste plantenliefhebbers kennen deze plant als grote pimpernel. Als het volop zomert in ons land kun je deze mooie plant vinden in de midden- en benedenloop van de Reest. Je kunt hem ook bijna niet missen. Het is een hoge plant met talloze bloeiende rode bolletjes. Men dicht de grote pimpernel geneeskrachtige eigenschappen toe. In de bladeren zitten stoffen die het stelpen van bloed zouden kunnen bevorderen. Krijg je een bloedneus in het open veld en staat er heel toevallig grote pimpernel in de buurt? Een paar blaadjes in de neus en het bloeden stopt, zegt men…

Er zijn overigens wel meer planten die de bijnaam ‘bloedkruid’ dragen. Om er een paar te noemen:  varkensgras, duizendknoop en zuring. Een propje watten in de neus helpt ook….

Verspreiding grote pimpernel in Nederland

In hooilanden, bermen en ruige randen 

Het Reestdal is de enige plek in Drenthe waar de grote pimpernel is redelijke aantallen voorkomt. Ik heb de plant ook wel eens aangetroffen in het Hunzedal, maar zo massaal bloeiend  als in de bermen en oevers tussen Meppel en De Wijk, ik zag het daar bij die Hunze nog niet. Inmiddels ontwikkelt de natuur in het Hunzedal zich spectaculair, dus ruim baan voor deze plant.

De beide provinciale landschappen, Landschap Overijssel en Het Drentse Landschap maaien hun hooilanden pas na 15 juni, maar een aantal hectares wordt heel laat gemaaid. Voor de biodiversiteit van het Reestdal is dat een goede zaak. En niet alleen voor de grote pimpernel. Moerassprinkhanen bijvoorbeeld  houden van natte niet gemaaide hooilandjes en het zeldzame pimpernelblauwtje heeft de Grote Pimpernel nodig als waardplant , maar die moet er dan nog wel staan.

Biotoop Grote pimpernel : berm langs de Hoogeveensche vaart bij Meppel

Rijk aan mineralen 

De Grote Pimpernel heeft voorkeur voor landjes die redelijk voedselrijk zijn.  Het liefst staat de plant op plekken met kwel. De bodem  in de benedenloop van het beekdal is rijker aan mineralen dan in de midden-en bovenloop van de Reest. Dat is altijd zo geweest. Vroeger woonden de rijkste Reestlandboeren tussen De Wijk en Meppel. Dat had alles te maken met inundaties van de Reest waarbij vruchtbare slibdeeltjes op de landerijen achter bleven.

De bloemen in de aar bloeien van boven naar beneden

Bloemen 

De bloemen staan in groepjes en bestaan uit aren.  Ze hebben 4 donkerrode tot bruinrode kelkbladen; kroonbladen ontbreken. Ze leveren veel nectar en lokken daarmee verschillende insecten en vlinders. Onderaan het hoofdje worden de nieuwe bloemen gevormd; de bovenste bloemen zijn het verst uitgebloeid. Pas geopende bloemen hebben nog witte kelkbladen.

Onderzoek 

Tijdens een onderzoek naar de aanwezigheid van de grote pimpernel  bij Meppel werd de plant in acht biotoopgroepen aangetroffen. Nauwelijks verrassend was dat de grote pimpernel bijna niet te vinden was in agrarisch en stedelijk gebied en juist erg veel in halfnatuurlijke graslanden en rond infrastructuur als

Ecologisch maaien: overhoekjes laten staan

wegbermen en dijkjes. Half natuurlijke graslanden zijn gras-en hooilanden, meestal aan de Reest gelegen, die op een extensieve manier worden beheerd. Het gaat dan bijvoorbeeld om blauwgraslanden of dotterbloemhooiland, vaak in beheer bij de twee provinciale landschappen. Ze worden laat en vaak maar eenmaal gemaaid. Of er wordt lichte begrazing op toegepast. Voor de grote pimpernel zijn deze graslanden van groot belang. Het onderzoek vermeldt : “Samen met planten op de oever van de Reest groeit ruim 80% van de populatie in dit km-hok dus in terreinen van natuurbeheerders. In de bermen en taluds binnen dit km-hok groeien ook wel een paar honderd exemplaren, maar het aandeel daarvan op het totaal is bescheiden.” 

Met dank aan natuurbeheer

We zijn nu een flink aantal jaren verder en nog steeds blijkt de grote pimpernel in het Reestdal sterk afhankelijk is van de aanwezigheid van natuurorganisaties als Het Drentse Landschap en Landschap Overijssel.

Relatie tussen plant en vlinder

De relatie tussen twee organismen waarbij ze beide voordeel hebben wordt in de biologie mutualisme genoemd. De grote pimpernel is voor twee soorten pimpernelblauwtjes  een belangrijke plant.  Het erg zeldzame donker pimpernelblauwtje en het ‘gewone’ ook al zeldzame pimpernelblauwtje gebruiken de plant om er eitjes af te zetten en natuurlijk om van de nectar te snoepen. Zonder het te weten zullen ze stuifmeel meenemen en verderop andere bloemen bestuiven. Je moet naar het zuiden van ons land en dan heel lang zoeken om een pimpernelblauwtje te vinden. Wij moeten het hier in onze regio met de planten doen. Ook leuk.

Meer informatie over de grote pimpernel:

Floron Nederland  laat zien op welke plaatsen de grote pimpernel voorkomt.

Planten van hier is een prachtige website over de flora van ons land.

Waarneming.nl vermeld alle waarnemingen van de grote pimpernel

 

 

Posted in Flora | Tagged , | Leave a comment

Bronst in reeënland : over drijvende en flehmende bokken

Reebok drijft de reegeit op

De periode dat dieren zich voortplanten wordt bronsttijd genoemd. Een ”t” minder en we hebben het over bronstijd, die duurde wel iets langer dan een paar weken, namelijk meer dan 1200 jaar. Bronsttijd dus. Voor de reeën in ons land ( het aantal wordt geschat op ca.100.000) is juli, hartje zomer dus, de tijd om voor nageslacht te zorgen. Even voor de duidelijkheid: het mannetje heet (ree)bok, het vrouwtje (ree)geit. Een jonge ree wordt (ree)kalf genoemd.

Reeën voelen zich thuis in het Reestdal

Voedsel en dekking genoeg in het beekdal van de Reest

Het beekdallandschap rondom het beekje de Reest is voor reewild een ideaal biotoop. Reeën zijn sowieso niet erg kritisch, ze hebben een geweldig aanpassingsvermogen, maar denk niet dat ze geen eisen stellen aan hun leefmilieu. Dat doen ze namelijk wel. Drie factoren zijn van belang: het gebied met voldoende voedsel opleveren, er moeten schuilmogelijkheden zijn en in de terreinen waar ze leven moet weinig verstoring zijn. In het Reestdal met kleine graslandjes, hakhoutbosjes, houtsingels, bossen, heideveldjes en akkers is voedsel ( bladeren,knoppen, kruiden, grassen e.d.) genoeg. Gauw dekking zoeken is in dit coulisselandschap ook geen probleem. Verstoring is wel een dingetje. In het mooie Reestdal wordt het steeds drukker. Een gevolg hiervan is dat reeën zich minder vaak laten zien. Ze zijn er wel.

Zomer: hormonen beginnen te werken

Over laten zien gesproken. In juli wordt het onrustig in het reeënvolkje. Laten we het eerst over de man hebben, de bok dus. Zo rond begin juli begint een reebok in een bepaald

Reebok in juli: toppunt van schoonheid en kracht.

gebied ( zijn territorium) te inspecteren, plaatst zijn geurtekens. Op zijn dagelijkse rondes ( vaak ’s avonds en ’s nachts) kan ie behoorlijk agressief zijn. Wel eens een blaffende reebok gehoord ? Daar schrik je behoorlijk van als je dit geluid niet kent. Andere reebokken worden met veel gedoe uit het territorium verwijderd. De hormonen beginnen te werken. Zijn belangstelling voor geiten wordt steeds sterker. Met de neus langs de grond en helemaal gefocust op een geurspoor van een geit loopt ie zonder op andere dingen te letten dwars door alles heen. Dan weer stoppen of teruglopen, dit is de tijd waarop je een grote kans hebt op een ontmoeting met een reebok. Met zijn tong maakt hij zijn neusgaten natter om zodoende meer geurmoleculen op te vangen.

Reebok heeft de reegeit geroken en benadert haar.

Boeiend schouwspel: drijven en flehmen

Als hij de geit heeft gevonden, dan ontwikkelt zich een boeiend schouwspel, waarvan je met een beetje geluk op afstand getuige van kunt zijn. De reebok loopt op de geit af en begint haar te achtervolgen. Zij lijkt er een spel van te maken, ze holt voortdurend weg, hij er achteraan. Ze vliegen soms van hot naar her, maken rondjes in het terrein, verdwijnen

Met de tong de neus nat maken

en komen even later weer tevoorschijn. Heel dichtbij komen mag de bok eerst nog niet. De reegeit begint tijdens het achtervolgen te urineren. Het maakt de bok onrustiger. Hij ruikt de urinevlaggen en begint te “flehmen”. Dit is een typisch Duits begrip ( uit het jargon van de jacht ?) over een soort gedrag waarbij de bok de bovenlip optrekt, de lucht opsnuift en de kop in alle richtingen draait. Men denkt dat de bok hier kan ruiken hoe bronstig de geit is. Flehmen komt bij meer diersoorten voor.

Speel achter elkaar aan rennen hoort er ook bij

 

Schuwheid is weg

Prachtige reegeit in zomerkleed

De reegeit is pas bereid tot een paring als de eisprong heeft plaats gevonden. Eerder laat ze de bok niet toe. Hoe ze dit weet is niet duidelijk. Ze lopen dan vlak achter elkaar aan. Door te ruiken controleert hij haar geslachtsopening, maar zij bepaalt het tijdstip waarop ze gedekt wordt. Het paar blijft een paar dagen bij elkaar, de geit wordt meerdere keren door dezelfde bok gedekt. Dit alles kost erg veel energie, het is nog gevaarlijk ook. De schuwheid is soms helemaal weg, ieder jaar weer verongelukken hitsige reeën in het verkeer. Tussen het bedrijven van de liefde is er ook tijd voor laveien ( eten) en rusten. De kalveren die in mei geboren zijn trekken zich terug en laten zich even niet zien. Nog maar drie maanden oud en dan al getuige van de lusten van ma en (misschien) pa.

Mooi stel

Geduldige embryo’s

 De reegeit wordt in juli bevrucht. Tien maanden later in mei worden vaak twee kalfjes geboren. Dat lijkt een lange draagtijd voor een niet al te groot dier. Het zit echter een beetje anders in elkaar.  De bevruchte eicellen beginnen zich wel te delen. Het klompje

Reekalfjes worden geboren na vertraagde innesteling

cellen vestigt zich als een soort kiem in de baarmoeder. Om zich te nestelen in het baarmoederslijmvlies en verder te gaan met de groei van het embryo, zijn bepaalde hormonen nodig, maar die maakt het lichaam van de geit nog niet aan. Dus gaat de kiem in rust. Het duurt tot december voordat de aanmaak van het hormoon begint. Dan start de draagtijd en wordt het kalf in een gunstige periode van het jaar geboren. Deze vertraagde implantatie komt ook bij dassen en zeehonden voor. ( en bij veel andere diersoorten).

Posted in Fauna | Tagged , , , , | Leave a comment

Jacobskruiskruid, taboe voor vee, maar insectenplant bij uitstek

Mooi zijn ze, de planten van het geel bloeiende Jacobskruiskruid, maar niet iedereen is er blij mee. Van de plant is bekend, dat het giftige stoffen bevat en dat die stoffen ( alkaloïden) leverbeschadigingen bij koeien en paarden kunnen veroorzaken. Vee eet onder normale omstandigheden dan ook geen kruiskruiden, maar het kan natuurlijk voorkomen dat giftige planten in het hooi terecht komen. Dat wil je als paardenliefhebber en veehouder niet.

Massale bloei Jacobskruiskruid in de middenberm

Aannames

In Nederland hebben we helaas  een samenleving gekregen ( vooral na de Corona-periode) waarin veel geschreeuw in combinatie met onwetendheid en wantrouwen de boventoon voert. Ook het imago van het Jacobskruiskruid lijdt onder veel aannames en vooroordelen. Daarom is verdieping in de materie goed voordat een mening al dan niet op sociale media wordt geventileerd. Een website die hierbij kan helpen is jacobkruiskruid.com. Veel achtergrondinformatie over het gevaar van de plant met veel fabels en feiten. Voorkomt een hoop zinloos gezeur.

Bruin zandoogje op Jacobskruiskruid

Populair bij insecten

Jacobskruiskruid heeft een belangrijke (positieve) eigenschap: de plant trekt erg veel insecten. Neem eens de moeite om bij zonnig en warm weer een poosje bij een groepje planten te gaan staan en geniet dan van het gefladder en gezoem van allerlei soorten zweefvliegen, bijen en vlinders. Ik fotografeer veel insecten en net als engelwortel, gulden roede en akkerdistel is Jacobskruiskruid een enorme bron van stuifmeel en nectar. Met een macrolens ( op je telefoon bijvoorbeeld) krijg je de mooiste soorten in beeld. Vaak zijn

Voor rups van de Sint Jacobsvlinder is het Jacobskruiskruid een waardplant

insecten zo druk in de weer met het zoeken naar nectar, dat ze zich niets van je aantrekken. De Vlinderstichting deed onderzoek naar het aantal soorten dat bloemen van Jacobkruiskruid bezoekt en komt met een indrukwekkende lijst van liefst 150 soorten dagvlinders, nachtvlinders, kevers, vliesvleugelen, bijen, vliegen en zweefvliegen. Voor veel (nacht)vlinders is Jacobskruiskruid een waardplant. Al met al een goede reden om Jacobskruiskruid te laten staan op plaatsen waar de plant geen kwaad kan !

 

Pionier

De bloemen van Jacobskruiskruid bestaan uit buisbloemen in het midden en lintbloemen aan de buitenkant

De zaden van het Jacobskruiskruid worden door de wind verspreid, maar komen vrijwel nooit ver. Op plekken met een dichte vegetatie hebben ze geen schijn van kans. Wel op locaties waar de grond is bewerkt en open gewoeld, op verstoorde plekken dus, zoals in bermen als de vegetatie geklepeld en beschadigd wordt, of op braakliggende grond bij bedrijventerreinen, of in graslanden die overbeweid zijn en een open structuur hebben. O0k de aanwezigheid van dassen kan een rol spelen. Op plekken waar ze op zoek gaan naar wormen en andere bodemdieren scheppen ze ideale omstandigheden voor de zaadbank van het Jacobskruiskruid. In een brede akkerrand op de es van Den Westerhuis is dat goed te zien. Kortom, Jacobskruiskruid groeit op plekken waar nog geen andere planten groeien. In korte tijd staan ze er en je krijgt ze niet gauw meer weg. Droge zomers zijn voor de plant gunstig. Als de grasmat uitdroogt en afsterft ontstaat er ruimte voor het ontkiemen van zaden. Jacobskruiskruid is dus een pionier. Kieskeurig is ie ook al niet, want of de bodem veel zon krijgt of minder, het maakt de plant niet uit. Wel moet de bodem droog en matig voedselrijk zijn.

Over Jacobskruiskruid is veel informatie te vinden.

Voor de liefhebber:

Jacobskruiskruid en grote pimpernel in berm in Reestdal bij Meppel

 

Over de plant : floravannederland 

Zo schadelijk is ie nu ook weer niet: Nature today

Erg veel informatieve links via Nature today

Posted in Flora | Tagged , , | Leave a comment

Moerassprinkhaan : op de vlucht voor de maaibalk

moerassprinkhaan voelt zich thuis in de beekdalen

Een sprinkhaan van de Rode Lijst, maar omdat het de laatste jaren steeds beter met deze bewoner van de hooilanden gaat, heeft ie nu al weer een poosje het etiket niet bedreigd. De moerassprinkhaan voelt zich in het beekdal van de Reest erg goed thuis. Met dank aan de provinciale landschappen Het Drentse Landschap en Landschap Overijssel. Deze natuurorganisatie beheren langs de Reest honderden hectares aan natte schrale hooilanden. Deze graslanden met hun eigen karakteristieke flora worden laat of soms helemaal niet gemaaid. Als je in juli of augustus op een mooie zomerse dag of avond door een hooilandje loopt, springen de moerassprinkhanen soms voor je uit. En met een beetje geluk en geduld zijn ze zo nieuwsgierig dat ze bij een grasstengel omhoog kruipen om je eens goed te bekijken. Een mooie kans om ze te fotograferen.

Rode billen 

De moerassprinkhaan is een grote veldsprinkhaan. Hij is vrij makkelijk te herkennen. De kleur van het beestje is geelgroen soms met rode vlekjes. De dijen zijn rood gekleurd. Het is de sprinkhaan met “de rode billen”.

 

Schrikdraad

Het mannetje van de moerassprinkhaan maakt een kenmerkend knappend geluid. Vaak wordt gezegd, dat het lijkt op het geluid van tikkend schrikdraad. Alleen bij zonnig weer kun je dit getik horen. Helaas laat het gehoor je behoorlijk in de steek als je ouder wordt ( eigen ervaring) en wordt het in de hooilanden voor je dan  steeds stiller. Een boswachter in Drenthe, zelf kampend met een gehoorgrens die steeds verder opschuift , heeft  een praktische oplossing: de batdetector.

Het geluid  wordt gemaakt met de poten en de vleugels. Door tegen de vleugels te schoppen ontstaat het tikkende geluid. De maanden juli en augustus zijn de meest geschikte maanden om volwassen moerassprinkhanen te zoeken te bewonderen.

Voortplanting 

Sprinkhanen doen aan onvolledige metamorfose. Ze kennen geen popstadium. De eitjes in worden in de zomer  gelegd op hele vochtige plekken, zoals in natte hooilanden. Uit een eitje kruipt het jaar er op in mei een nimf, dat is een kleine sprinkhaan, die in vijf vervellingen uitgroeit tot een sprinkhaan met alles er  op en er aan.

Eitjes hebben natte omstandigheden nodig om zich te ontwikkelen

Vochtig terrein

De moerassprinkhaan komt voor in vochtig terrein. Dat mag je met zo’n naam ook wel verwachten, De soort komt vooral voor in beekbegeleidende schrale natte hooilanden, vochtige heideterreintjes en op oevers van kleine plasjes. In de zomermaanden juli en augustus zijn ze het meest actief. Het zijn typische planteneters, ze knabbelen aan allerlei grassen, zoals pijpenstrootje en pitrussen, maar ook lusten ze delen van riet.

biotoop moerassprinkhaan

In het Reestdal komen lokaal grote populaties voor. Ze verstoppen zich graag  in de hoge grassen van de hooilanden langs de Reest.  Ook op de heide van De Wildenberg zijn vaak moerassprinkhanen te vinden. Hoewel dit terrein wat aan de droge kant is, lijkt het vooral in de nazomer tijdelijk veel dieren aan te trekken als ze op de vlucht zijn voor de maaimachines in nabijgelegen hooilanden langs de Reest.

Niet gemaaide randen gunstig voor de insecten

Maaien 

Wat niet gunstig voor de moerassprinkhaan is, is de “heilige datum” 15 juni. Dan gaan alle lichten op groen en mag er in veel graslanden eindelijk gemaaid worden. Dat gebeurt dan op zo’n grote schaal dat van de ene week op de andere een groot deel van het sprinkhaan biotoop wordt aangetast. Maaien in juni en juli is nadelig voor de aanwezige nimfen en kan zeer schadelijk zijn voor de populatie. Om deze rode lijst een beter biotoop te geven is het beter het maaibeleid aan te passen. Meer hooilanden helemaal niet maaien (ook gunstig voor de kwartelkoning), pas na half juli maaien of veel meer randen en hoekjes laten staan.

Ooievaars op zoek naar vluchtende of kapot gemaaide sprinkhanen

De wespspin is een van de vijanden van de moerassprinkhaan

Vijanden

Het leven van een moerassprinkhaan duurt maar kort. En het staat ook nog bol van gevaren. Niet alleen de maaimachines, maar ook ooievaars zijn dodelijk voor de moerassprinkhaan. Je ziet ze vaak door de hooilanden struinen. Veel sprinkhanen verdwijnen in rode hongerige snavels .Ook spinnen vangen sprinkhanen. Het hoge gras is als een gevaarlijk jungle. Voordat je het weet zit je vast in een groot web. De grootste vijand van de sprinkhaan en niet alleen van deze soort is de mens, de biotoopvernietiger bij uitstek. Verdroging, vermesting, verzuring, allemaal direct of indirect veroorzaakt door de mens. Moerssprinkhanen tref je vooral aan in beschermde natuurreservaten.

 

 

Meer lezen ? Er is veel informatie op het web:

moerassprinkhaan in soortenregister 

oud artikel, maar wel erg informatief 

info op een leuke Belgische site: Natuurpunt 

De zomer is sprinkhanentijd

 

 

 

 

 

Posted in Fauna | Tagged | Leave a comment

Over de klaproos valt veel te vertellen….

Klaprozen in de graanakker

Klaprozen of papavers hebben vaak grote bloemen die afzonderlijk op lange stelen staan. Voordat ze uit de kelk komen knikken ze. De bloemen hebben geen honingklieren, maar wel erg veel meeldraden. In de stengel zit wit melksap.

De klaproos heeft vier kroonbladen

Klaprozen komen oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied. Via de graanteelt hebben ze zich over Europa verspreid. In Nederland komen drie soorten klaprozen voor: de gewone klaproos of grote klaproos, de ruige klaproos en de kleine klaproos. In tuinen vind je vaak nog een stevige soort uit de familie: de slaapbol.

 

Klaproos: ik heb geduld…..

De grote of gewone klaproos grijpt haar kans als andere planten deze laat liggen. Dat gebeurt bijvoorbeeld in perioden van droogte. Valt er over een lange periode geen drup regen, dan ontstaan er gaten in de vegetatie. Planten die wat langzamer groeien laten het

Klaprozen grijpen hun kans op verstoorde bodems

afweten en dat is juist gunstig voor de gewone klaproos. Er ontstaat ruimte. Vlak onder het maaiveld liggen op heel veel plekken de kleine zaadjes van de klaproos te wachten op hun kans. De zaadjes houden tientallen jaren hun kiemkracht. Komt er na een droge periode een weersomslag met eindelijk weer wat  regen, dan pakken ze hun kans. De zaadjes hebben maar een klein beetje licht en water nodig om te ontkiemen. En dan gaat het snel, vooral in het voorjaar. Groeien, bloeien en zaaien. De cyclus is maar kort. En vaak massaal en explosief.

 

In de graanakkers

Klaprozen horen thuis in graanakkers. Helaas, je ziet ze op het boerenland nauwelijks meer. Granen worden bespoten met pesticiden tegen schimmels, onkruiden en insecten en

Geen akkerkruiden in graanakkers intensieve landbouw

bemest. Maar liefst 36% van het landbouwoppervlak in ons land wordt gebruikt voor graanteelt, verreweg het grootste deel wordt verwerkt tot veevoer. Geen plaats meer voor klaprozen, ook niet voor korenbloem, bolderik, akkerviooltje, gele ganzenbloem en nog veel meer. Wil je nog klaprozen in een akker zien bloeien, dan moet je gaan wandelen of fietsen in beschermde natuurreservaten. In het Reestdal bijvoorbeeld zaaien Landschap Overijssel en Het Drentse Landschap ieder najaar wintergranen in. Kunstmest en gewasbescherming zijn not done. De oogst kan natuurlijk niet tippen aan die van de intensieve veeteelt. In de periode mei tot en met juli zien sommige essen (akkers) blauw van de korenbloemen en rood van de klaprozen. Hier alles in dienst van de flora en fauna. De akkers trekken veel insecten aan.

Akkerkruiden in het graan in het Reestdal: korenbloem, margriet, teunisbloem, slangenkruid en klaproos.

Fotogeniek

De klaproos valt natuurlijk al van verre op door die prachtige felrode kleur. Variaties van licht naar donker zijn ook mogelijk, maar de meeste fotografen vallen voor rood. De bloem is erg fotogeniek, vooral vlak voordat deze uit de knop komt. De knop scheurt als het ware doormidden en je ziet de verfrommelde en opgevouwen blaadjes zitten, wachtend op het grote moment. Insecten (vooral hommels) komen af op het stuifmeel. Nectar produceert de klaproos niet. Haast is geboden in de insectenwereld, want klaprozen bloeien maar kort. Geschikt voor de vaas zijn ze ook al niet. De bloemen staan op stijf behaarde stengels, daar kun je met tegenlicht en op macro niveau hele leuke foto’s van maken

Herdenken

Op plekken met een bodem die al heel lang met rust is gelaten vind je niet of nauwelijks klaprozen. Het zijn planten van de verstoorde grond, net als Jacobskruiskruid. Onder verstoorde of geroerde grond verstaan we een bodem waar is geploegd, geschoven, gegraven, of die omgewoeld is door dierlijke activiteiten, denk aan mollen, dassen en wilde zwijnen. Daar, op die open plekken, pakken de zaadjes van de papaver hun kans. Heb je klaprozen in je groentetuin (gehad) , dan zal het spitten de bodem verstoren en is de kans op klaprozen dus weer groot. Klaprozen ( poppy’s) staan ( vooral in Groot Brittannië) symbool voor de herinnering aan de soldaten die in de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) zijn omgekomen. Het verhaal gaat dat in het gebombardeerde en omgewoelde landschap klaprozen massaal op de graven van de duizenden gesneuvelden in bloei kwamen.  De Canadese majoor John McCrae zag het en  maakte er een gedicht over, dat later wereldberoemd werd. Landen in het Gemenebest vieren nog steeds op 11 november Rememberance Day. Deelnemers dragen dan een klaproos en herdenken de mensen die in de Eerste Wereldoorlog hebben gevochten.

wit melksap in de stengel van de slaapbol

Gebruik

Vroeger werden papavers gebruikt om er een hoestdrankje van te maken. Dat weet bijna niemand. Veel bekender is het gebruik van de slaapbol. Een grotere en steviger klaproos ook met wit melksap in de stengels. Uit dit sap, dat een verdovende werking heeft, wordt opium en morfine gewonnen. De bladeren van de gewone klaproos kun je plukken in april en mei. Je kunt ze toevoegen aan salades of  wokken als spinazie. De bloemen zijn de hele zomer te plukken en worden vaak gebruikt als garnering.

Eenzame klaproos tussen de korenbloemen

Posted in Flora | Tagged , , | Leave a comment

Meer waardering voor het zevenblad

Zevenblad bloeit vooral in mei en juni

Google “Zevenblad” en je komt pagina’s lang een heleboel negatief geklaag tegen.  Wat moet ik met zevenblad in mijn tuin? Hoe kun je zevenblad verwijderen? Hoe kan ik de baas worden over zevenblad ? Is zevenblad giftig ? Ga zo maar door. Dat de plant bij  bezitters van plantenborders en groentetuinen niet populair is mag duidelijk zijn. Als tuinder met 300 m2 groentetuin weet ik uit ervaring dat je deze Tuinmansverdriet ( Hanenpoot wordt ie ook wel genoemd)  bijna niet meer kwijt raakt. Ondergrondse wortelstokken zijn de boosdoeners. Denk je dat je je tuin helemaal schoon hebt, komen na een paar dagen de eerste blaadjes al weer boven de grond. Zevenblad moet opboksen tegen een enorme hoeveelheid antipathie. En dat is niet terecht. Het is het goed om dit “onkruid” ook eens van een positieve kant te bekijken. Meer waardering voor het zevenblad? Ja, om meerdere redenen.

Eetbaar en gezond 

Men beweert dat de Romeinen het plantje op hun zegetochten meenamen, omdat het zo goed eetbaar was en ziektes buiten de deur hield. Een rondje langs een aantal websites over kruiden en tuinieren en wat blijkt? Zevenblad is onder veel mensen toch nog erg populair. Blaadjes worden gebruikt voor de soep, in salades, er wordt pesto mee gemaakt, enz. Het plantje zit boordevol mineralen en vitamine C.

Bloei lijkt op fluitenkruid, dus is het een mooie plant

Deze website wil toch een lans breken voor het zevenblad. Vooral in juni  staat de plant in bloei. Prachtige witte schermen, het lijkt erg op fluitenkruid. Kijk naar de bladeren en je weet dat het zevenblad is. Het blad van fluitenkruid is sterk geveerd en ingesneden, dat van zevenblad niet Aan de bladsteel tel je zeven deelblaadjes. Zevenblad voelt zich heel erg thuis op de overgang in de halfschaduw tussen akkers en bosranden, vooral als de bodem voedselrijk is. Waarom waardering voor bloeiend fluitenkruid en een aversie tegen zevenblad? Omdat zevenblad ons vaak de baas is? Kunnen we daar niet tegen ?

Zwartpootsoldaatje op zevenblad

Insectenplant

Bloeiend zevenblad trekt enorm veel insecten. Blijf op een zonnige dag een poosje kijken op een plek met bloeiend zevenblad. Je zult je verbazen over het aantal soorten dat stuifmeel en nectar komt scoren. Ik zag in een halfuurtje blinde bijen, twee soorten boktorren, parende pyjamawantsen, honingbij, groene vleesvliegen, zuringrandwantsen en nog meer. De witte bloemschermen bestaan uit heel veel kleine bloempjes. Nectar en stuifmeel zijn makkelijk te bereiken, zeker voor insecten met een korte tong.

 

Meer weten over zevenblad :

Over de plant zelf 

Over waarnemingen van zevenblad

Over de duurzame aanpak van zevenblad 

Op safari naar zevenblad ( Klokhuis)

 

Posted in Flora | Tagged , , | Leave a comment

De groeiende populariteit van boekweit

Ook zo begaan met de achteruitgang van de biodiversiteit in ons land ? Of met het verdwijnen van talloze insectensoorten ?  Heb je zin om hier iets aan te doen, ook al is je bijdrage erg klein? Heb je een tuin ? Misschien een groentetuin? Of nog mooier:  een heleboel ruimte om je huis ? Dan ligt hier je kans !  Zaai  dan in de periode mei tot juli/begin augustus boekweit op een plekje waar je toch niet zoveel mee doet.  Je  doet de insectenwereld een groot plezier door dit rijk bloeiende gewas te zaaien. Boekweit is (nog) niet overal te koop, maar een beetje online rondkijken en je kunt het zo bestellen. 

Waar kun je tijdens een wandeling door het Reestdal boekweit zien ? 

Tegenwoordig op steeds meer plekken, maar vooral rondom Oud-Avereest.  Samen met Landschap Overijssel zaait natuurwerkgroep de Reest (Dedemsvaart/Balkbrug)  ieder voorjaar stroken met granen, boekweit, akkerranden en natuurakkers in. Op een mooie bolvormige es (  langs het graspad dat van de begraafplaats richting Den Westerhuis loopt) kom je dit tijdloos paradijsje tegen. Infopaneeltje vertellen je o.a, over spelt, huttentut, zomertarwe, natuurakkers en natuurlijk boekweit. Let op warme  zonnige dagen eens op het insectenleven dat door de nectar en het stuifmeel van het wit bloeiend gewas en andere bloeiende planten wordt aangetrokken.

Strook boekweit in bloei (rechts) naast bloemrijke akkerrand op Den Westerhuis

Boekweit wint aan populariteit 

Als je fietsend en/of wandelend goed om je heen kijkt zie je een positieve kentering in het beheer van bermen en akkerranden: ze worden kleurrijker. Hadden nog niet zo lang geleden veel bermen een grasmat die de vergelijking met die van stadion De Kuip kon doorstaan, nu zie je steeds vaker bonte niet (of laat) gemaaide bermen met klaproos, margriet, kamille, slangenkruid en nog veel meer. Vaak vind je tussen die rijkbloeiende kruiden ook boekweit. Nog beter: veel gemeenten gaan over tot ecologische bermbeheer. Niet zaaien, maar door verschraling ( maaisel afvoeren)  bloemrijke bermen ontwikkelen. In de biologische landbouw neemt boekweit vaak een belangrijke positie in.  Van de oogst van  boekweitgrutten (zaadjes) maak je prima pannenkoekmeel, bloeiende boekweit trekt enorm veel insecten. Zie reportage op RTVDrenthe.

boekweit zaadjes op de hand

Boekweit werd vroeger veel verbouwd 

 De wetenschappelijke naam is Fagopyrum, letterlijk vertaald: beuktarwe. In het Nederlands wordt tarwe ook wel weit genoemd. Dan is de naam boekweit snel verklaard.

In het midden van de 19e eeuw besloeg boekweit 8% van het landbouwareaal in ons land. In een reisverslag uit 1842 wordt een beschrijving van het landschap in de omgeving van Hardenberg en Uelsen gegeven:

”Afwisseling van allerlei kleuren, golvende korenakkers, sneeuwwitte boekweitvelden, weidelanden, bosschen…………..”  Boekweit heeft in het verleden dus een grote populariteit gekend. Tijd voor een update !

Akker met boekweit bij molen Balkbrug

Boekweithoning 

Voor de “gewone” boeren was boekweit een uitkomst. Het gewas was makkelijk te verbouwen, als alles meezat. Het leverde meel op, dat geschikt was om er pap en pannenkoeken van te maken. Bovendien waren de bloemen erg rijk aan nectar en dat leverde boekweithoning op. Na de tweede wereldoorlog verdween het gewas snel van het toneel. Doordat de opbrengst van graangewassen als tarwe en rogge snel steeg, ging het met de boekweitteelt in ons snel bergafwaarts.

Boekweit heeft prachtige rode stengels

De plant

Boekweit is geen graan. De plant hoort bij de familie van de duizendknoopfamilie, net als perzikkruid en varkensgras. Het is een eenjarig gewas met een holle recht opgaande rode stengel,  die zich sterk kan vertakken. De bladeren zijn hartvormig. De wortel is een penwortel. De bloemen zijn wit tot roze en zitten in groepjes bijeen. Ze bevatten veel nectar en trekken daardoor veel insecten aan.

Boekweit in bloei in het Reestdal

Boekweit wordt gezaaid als de kans op nachtvorst voorbij is. De bloei kan al zes weken na het zaaien beginnen. De eetbare zaadjes zitten aan dunne steeltjes, die als ze rijp zijn, gauw loslaten. De vorm van de zaadjes lijkt erg op beukennootjes. Producten, gemaakt van boekweitzaden bevatten geen gluten. De plant voelt zich erg goed thuis op niet of matig bemeste losse grond. Omdat de plant een penwortel vormt moet de bouwvoor goed losgemaakt worden. Dat gaat tegenwoordig natuurlijk machinaal en heel makkelijk,  vroeger moest er op de akker flink diep geploegd worden. “Boekweit wordt verbouwd op paardenzweet” schijnt een veelgehoord spreuk te zijn geweest. Boekweit heeft een groeiperiode van ongeveer 3 maanden en is erg kwetsbaar. De plant is gevoelig voor nachtvorst, harde wind en slagregens of hagel. Er gingen in de vorige eeuw dan ook veel oogsten verloren. Boekweit werd toen ook wel “Jammerkoren” genoemd.

Boekweit zaai je in vanaf half mei met weinig kans op nachtvorst

 Teelt

Grote delen van noordoost Overijssel bestonden ooit uit zandgrond en hoogveen. Niet erg geschikt om er te wonen, want zandgrond was niet vruchtbaar en op het hoogveen kon je niets verbouwen. Het enige gewas, dat nog wat mogelijkheden had was boekweit. In het hoogveen werden greppels gegraven om het veen te ontwateren. Het materiaal uit de slootjes werd dan op de tussenliggende stroken gegooid en op een gunstig moment in de brand gestoken. Dit gebeurde na de winter in de periode van maart tot mei als de bovenlaag genoeg was ingedroogd. Er zijn historische bronnen, die melding maken van enorme veenbranden met rookwolken, die zo heftig waren, dat ze in de omgeving de zon verduisterden. Als de bovenste laag van het veen was verbrand en afgekoeld werd er boekweit in de vruchtbare as gezaaid. Toen het hoogveen in ons land verdween, bleef er van de boekweitteelt niet veel meer over, hoewel er ook op de hogere zandgronden nog wel boekweit werd verbouwd.

Toepassing in de keuken

Boekweitproducten werden vooral in de armere streken van ons land gebruikt bij het bereiden van gerechten. Van de gepelde zaadjes (de grutten) kon je pap maken. De grutten werden geweekt, gekookt en gecombineerd met karnemelk. Boekweitmeel was niet geschikt om er brood van te bakken, maar je kon het wel toevoegen aan tarwemeel. Het meel werd vaak gebruikt om er lekkere pannenkoeken van te bakken, maar dan ook weer in combinatie met rogge- of tarwemeel. Het werd ook gebruikt om balkenbrij en andere vleeswaren mee aan te vullen. Dan ging het vaak om kwalitatief minder vlees, zoals de kop of andere organen. Tegenwoordig zijn er nog steeds boekweitproducten te koop, op het internet is hier veel informatie over te vinden. Zo zijn er bedrijven die glutenvrije boekweitproducten leveren onder het SKAL keurmerk. (zemelen, grutten, meel,e.d.)Boekweitzaden worden ook in vogelvoer verwerkt.

Zaailingen van boekweit

Gezond

Eiwitten in onze voeding leveren belangrijke bouwstoffen voor het menselijk lichaam. Een eiwit is opgebouwd uit een groot aantal aminozuren, waarvan speciaal het aminozuur lysine de groei en instandhouding van het lichaam bevordert.  Bij granen bestaat een uitgesproken tekort aan lysine, boekweit daarentegen bezit een hoog gehalte aan lysine, terwijl de verdere aminozuur-samenstelling zo gunstig is dat het boekweit-eiwit een waarde heeft die bijna net zo groot is als die van de beste dierlijke eiwitten, zoals melk- en vleeseiwit. Het eiwitrendement van boekweit is veel hoger dan dat van granen.  Boekweit heeft ook als voordeel dat het glutenvrij en daardoor geschikt is voor mensen met glutenallergie. Boekweit is daarnaast  rijk aan belangrijke mineralen en andere gezonde stoffen zoals rutine. Van rutine is bekend, dat deze stof een versterkende werking heeft op de wanden van bloedvaten. Boekweit dus als belangrijk ingrediënt om je lijf gezond te houden. Natuurlijk is er veel blablabla en allerlei onzin te vinden op talloze gezondheidssites, maar de gezonde eigenschappen van boekweit worden zo vaak door geloofwaardige instituten genoemd, je kunt er van uit gaan dat het allemaal klopt

De kneu houdt van boekweitzaadjes

Eerst de bijen, dan de vogels 

Sinds de alarmerende berichten over de achteruitgang van de insecten is het inzaaien van bloemrijke akkerranden en natuurakkertjes populair. Zoals eerder vermeld, ook op het gebied van bermbeheer gaan we in ons land de goede kant op. Het is niet zeker of dit alles direct effect heeft, maar stilzitten is ook geen optie. Van boekweit is bekend dat het veel nectar en stuifmeel produceert. De plant trekt veel bijen, vlinders en zweefvliegen. Als boekweit uitgebloeid is moet je het laten staan. De zaadjes vallen op de grond en de plant vergaat. In de herfst en winter zal de boekweit veel zaad etende vogels trekken: putter, vink, kneu, groenling ,enz, je doet ze er een groot plezier mee ! En  vergeet de kleine zoogdieren ( muizen bijvoorbeeld) niet.

Ook in de groentetuin 

Heb je een groentetuin, zaai daar dan in het voorjaar/de vroege zomer een paar m2 meter boekweit. Goed voor de biodiversiteit in de tuin. Zweefvliegen en bijen die op de bloeiende boekweit afkomen helpen je ook bij de bestuiving van tomaten, bonen, courgette, komkommer en nog veel meer.

Boekweit in de groentetuin

Meer weten over boekweit ?

 

Kleine vuurvlinder op boekweit

Als je biologische zaden wilt kopen.

Informatie over de plant 

Recepten uit de keuken van Pauline 

Over de relatie tussen boekweit en bijen

 

 

 

Posted in Akkerbouw | Tagged , , , , , , | 2 Comments