Spinnen lusten er wel soep van

In ( niet gemaaide)graslanden, bermen, struikheide en ruige akkerranden kan het wemelen van de spinnen. In de nazomer en herfst, als de ochtendnevels al die prachtig geweven draden en webben van duizenden dauwdruppeltjes hebben voorzien, wordt de spinnenmaatschappij voor ons goed zichtbaar. Dan pas besef je hoeveel spinnetjes in een heideveld zitten ! Het moeten er duizenden zijn.

Gelede poten bestaan uit segmenten, zoals bij deze hoornaar

Geleedpotig

Spinnen zijn net als insecten, kreeften en duizendpoten geleedpotig. Deze vier groepen lijken niet op elkaar, maar een paar eigenschappen hebben ze gemeen: een uitwendig skelet, poten die uit segmenten (leden) zijn opgebouwd en ze zijn allemaal tweezijdig symmetrisch. De verschillen zijn echter groot. Ook in populariteit. Vooral bij de spinachtigen is de aaibaarheidsfactor erg klein. Sterker nog: veel mensen vinden ze eng en gaan al op de loop voor een klein spinnetje. Dat is jammer, bovendien doe je deze nuttige achtpoters geen recht.

Om wat vooroordelen en aannames weg te halen stel ik in dit artikel drie veel voorkomende spinnen voor. Maar eerst wat info over spinnen in het algemeen.

Arachnida 

De Latijnse benaming voor spinnen is Arachnida. Arachnida komt van de naam Arachne. Ieder die een beetje thuis is in de verhalen uit de Griekse mythologie kent het persoonlijke drama van de eigenwijze weefster Arachne, die zo dom was om de godin Pallas Athene uit te dagen. Dat liep niet goed af………  Arachnofobie is een overmatige angst voor spinnen, zo erg zelfs dat je soms therapie nodig hebt om er van af te komen. De vaak overspannen reagerende media konden deze zomer hun lusten botvieren op de vondst van giftige valse wolfsspinnen in ons land. Grote paniek onder het volk brak nog net niet uit…… Bevorderlijk voor het imago van onze 700 spinnensoorten was het allemaal niet.

Verlamd en ingesponnen. Klaar voor consumptie.

Geen vast voedsel

Spinnen zitten wat eten betreft een beetje apart in elkaar. Ze kunnen geen gevangen prooi kapot scheuren en in stukjes naar binnen werken. Dat onderscheidt ze van de andere drie groepen geleedpotigen. Komt een prooi in een web terecht ( niet alle spinnen maken een web, je hebt ook jagende exemplaren), dan wordt het slachtoffer volgespoten met een gif dat verlammend werkt. De beet bevat ook enzymen ( eiwitten die moleculen afbreken) die de inwendige organen van de prooi veranderen in een vloeibare materie die naar binnen wordt geslurpt. Je wordt als honingbij, zweefvlieg, vlinder of wesp eerst als pakketje verpakt en daarna als soep of papje opgediend. Als je bezig bent met macrofotografie kom je dit soort drama’s vaak tegen.

Even voorstellen

De spinnen in ons land kunnen nog wel wat pr gebruiken. Bij de grote zwarte huisspin wordt dat wat lastig ( zo’n grote joekel op een witte muur doet de meeste mensen schrikken), maar gelukkig zijn er veel  prachtige spinnen die het verdienen om in het zonnetje gezet te worden. Hier komen ze:

wespspin

Wespspin

Om deze prachtige spin te ontdekken moet je zoeken in hoge vegetatie. Ruige niet gemaaide akkerranden bijvoorbeeld. Gelukkig hebben we die in het Reestdal nog. Ook in de (hoge) struikheide voelt de wespspin zich thuis. Het dier heeft zijn naam te danken aan de geel-zwarte strepen op het achterlijf en wordt daardoor ook wel tijgerspin genoemd. Het strepenpatroon zorgt ervoor dat de spin er gevaarlijker ( wesp!) uitziet dan hij is. Dat verschijnsel heet mimicry en komt in de natuur veel voor. Het is een vrij grote spin, die zich heel goed laat bewonderen, altijd hangend met de kop naar beneden. Het menu bestaat vooral uit sprinkhaan. Het web is heel herkenbaar, er zit altijd een zigzagmatje in. Het nut hiervan is niet helemaal duidelijk, op Wikipedia worden wel een paar theorieën genoemd. Als je een tijgerspin ziet is het vrijwel altijd een vrouwtje. De mannetjes leven kort, na de paring worden ze door mevrouw opgegeten…..

Meer info ? Kijk op Boswachtersblog 

viervlekwielwebspin

Viervlekwielwebspin

Lastige naam om uit te spreken of te onthouden, maar de benaming is wel uit te leggen. Alle spinnen die een rond web maken worden wielwebspinnen genoemd. ( de kruisspin bijvoorbeeld) Viervlekwielwebspinnen kunnen alle kleuren van de regenboog hebben, dus kleur is geen determinatiekenmerk. Dat zijn namelijk de vier vlekken op het achterlijf, twee dicht bij elkaar, de andere twee niet. Net als de wespspin bestaat het biotoop uit heide, niet gemaaide bermen en graslanden. Dus ook in ruige akkerranden zul je ze tegenkomen. De vrouwtjes hebben een groot bolvormig achterlijf. Het web is behoorlijk stevig. Dat moet ook wel, want een gevangen sprinkhaan of libelle mag niet meer ontsnappen. Even een verlammende beet, het nog traag bewegende slachtoffer inspinnen en de maaltijd kan bijna beginnen.

Prachtige foto’s op deze website

herfsthangmatspin

Herfsthangmatspin

Graslanden en heidevelden hangen vol met duizenden hangmatwebjes zonder dat we ze waarnemen. Pas als ochtendnevels en mistflarden ze zichtbaar maken ontdekken we het bestaan van al die hangmatspinnetjes, de architecten van het sprookjesachtige tafereel. De herfsthangmatspin vind je overal in open terreinen. Ook in tuinen. Vaak moet je goed zoeken, ze worden niet voor niets dwergspinnetjes genoemd. Het horizontale web dat ze maken bestaat uit talloze kleine draadjes. De bouwer hangt ondersteboven aan een verticale draad om snel toe te slaan als een vlieg of mug in het web terecht komt. In tegenstelling tot veel andere spinnen mag het mannetje niet mopperen. Na de paring wordt hij niet door vrouwlief opgepeuzeld, maar mag hij nog een poosje blijven leven om haar te beschermen tegen andere concurrenten. Jonge spinnetjes komen de winter door in coconnetjes om in de navolgende herfst precies hetzelfde te doen als hun ouders.

Was ooit in 2014 spin van het jaar.

Wielwebben en hangmatjes in de struikheide

 

 

Posted in Fauna | Tagged , , , , , | Leave a comment

De takken zijn zwaar van de eikels

Opvallend veel eikels dit jaar. Op veel plekken buigen eikentakken onder het gewicht van al die harde en zware vruchten. Op de Veluwe gaan zwijnen komende winter weinig honger krijgen, net als op veel andere plekken muizen, eekhoorns, gaaien, dassen, noem maar op. Dat was vorig jaar wel anders. Eikels zitten boordevol voedingsstoffen, zoals koolhydraten, onverzadigde vetten, water, kalium, calcium, ijzer en vitamine.  Puur biologisch product en ook voor de mens eetbaar. Alleen….bijna niemand begint eraan. Ga je je in de geschiedenis van de eikel als voedsel verdiepen, dan kom je verrassende feiten tegen.

Mast 

Er is geen verband tussen een mastjaar en een koude winter

Mast is een vroeger veel gebruikte term voor varkensvoer, dat dan vooral uit eikels bestond. Nu heeft mast een ruimere betekenis. Hangen de bomen in de nazomer vol met eikels, beukennootjes en kastanjes, dan spreken we van een mastjaar.  Zo’n jaar van overvloed komt met enige regelmaat voor, vaak lees je één keer in de vier jaar, maar de vraag is of dat klopt. Die regelmaat is er niet. We krijgen ook niet om de vier jaar een strenge winter, dus vergeet de boerenwijsheid dat een overvloed aan eikels de voorbode van een strenge winter is. (“Brengt de zomer veel eikels en beukennootjes, het zal een strenge winter worden” of “Veel noten op het harde hout, maakt de winter hard en koud’) Tegenwoordig gaat die weersvoorspelling natuurlijk al lang niet meer op. Mocht er een strenge winter komen en dat kan best, want het klimaat is grillig en vaak extreem, dan heeft dat niets met de vele eikels aan de bomen te maken. De vraag die natuurlijk opkomt is dan ook: hoe kan het, dat er het ene jaar zoveel eikels zijn en het andere jaar weer niet ?

Mooi voorjaar betekent veel eikels

Een hele grote oogst aan eikels. Abnormaal doorbuigende takken, die het gewicht aan vruchten nauwelijks kunnen torsen, op de bodem een tapijt van gevallen groene en bruine eikels, als je dat ziet, dan ga je je toch afvragen wat het nut van die overvloed is ? Een artikel uit dagblad Trouw van 16 september 2022 geeft het antwoord. Drie

Uit de bestoven vrouwelijke bloemen groeien de eikels

ecologen/onderzoekers komen met de volgende verklaring: De hoeveelheid eikels wordt bepaald in het voorjaar. Dan staan de eiken in bloei. Eiken zijn tweeslachtig, ze hebben mannelijke en vrouwelijke bloemen en bestuiven zichzelf. Als het voorjaar droog is met een beetje wind is de bestuiving en bevruchting optimaal. Het voorjaar van 2022 was voor onze eiken ideaal. Veel vrouwelijke bloemen werden bevrucht en konden zich ontwikkelen tot een vrucht met daarin een zaadje. ( de eikel dus) In het artikel wordt ook opgemerkt, dat er delen van ons land zijn, waar helemaal geen sprake is van een overvloedige eikelproductie. Dat geldt zeker niet voor de Veluwe, want daar gaan de zwijnen een luilekkerland tegemoet. Als ze niet worden afgeschoten…….

Dagblad Trouw 16 september 2022

 

Posted in Flora | Tagged , | Leave a comment

Wat doen atalanta’s op die berk ?

Ergens op het Rabbingerveld staat een berk. Nu staan er wel meer berken op dit mooie stukje heide, maar met deze boom is iets bijzonders aan de hand, De schors van de berk is in trek bij atalanta’s. Af en aan vliegen ze. Vaak blijven ze een poosje zitten fladderen weg, maar komen snel weer terug. Onder aan de stam gebeurt ook van alles  Daar zit een gat in de grond en wemelt het van de hoornaars. Die hebben daar een nest. Zoeken ze misschien hetzelfde als al die vlinders? Wat is hier aan de hand ?

Hoornaar

Suikerwater

Even googlen en je vindt het antwoord. Zowel de hoornaars en de atlanta’s voeden zich met sap uit de berk. Een boom heeft een stijgende en een dalende sapstroom. De stijgende vervoert water en mineralen naar de bladeren. Onder invloed van licht en met behulp van CO2 uit de lucht maken bladeren dan glucose aan. Een deel van die suiker wordt door de bastvaten naar de wortels vervoerd. Wortels hebben veel energie nodig en suiker kunnen ze zelf niet aanmaken.( geen licht) De dalende sapstroom ligt vlak onder de schors. Als de schors beschadigingen of openingen vertoont ontstaat er lekkage met heerlijk energierijk suikerwater. Op Vroege Vogels staat een leuk  filmpje.

Rijpe en rottende pruimen zitten ook vol met suiker

Minder voedselaanbod

In de nazomer komt dat goed van pas, want het aantal nectarbloemen neemt af ( vooral in een droge zomer gaat dat snel) Voor vlinders is dit een makkelijke manier om aan suiker te komen. Hoornaars zijn rovers. Ze vangen insecten en kauwen ze fijn. Het papje wordt gevoerd aan de larven. Maar ook deze reuzenwespen krijgen het in de nazomer moeilijker. Het voedselaanbod neemt af. Het zijn dus niet alleen vlinders die van het berkensap profiteren.

Verwar dit sap niet met het berkensap, dat je in het voorjaar gemakkelijk  kunt aftappen om er berkenwijn van te maken.  Dat is de stijgende sapstroom.

Hoornaars en atalanta’s vlak bij elkaar op een berkenstam is niet erg logisch. Hoornaars vallen namelijk vaak vlinders aan. Soms moet een atalanta ook echt even op de vlucht. Maar een atalanta in de gulzige bek van een hoornaar zag ik niet.

Posted in Fauna | Tagged , | 1 Comment

Help ! Insecten verdwijnen.

 

Deel 1:  Waarom insecten belangrijk zijn

In dit drieluik staat de insectenwereld centraal. Belangrijkste bron van de artikelen is het boek “Stille aarde” van de Britse schrijver en bioloog Dave Goulson. Het eerste artikel vertelt waarom we niet zonder insecten kunnen ( terwijl we vaak denken van wel), het tweede gaat in op de oorzaken van de sterke achteruitgang van insecten. In het derde verhaal lees je wat we met z’n allen kunnen doen om de biodiversiteit onder de insecten weer een boost te geven.

Niet alleen lastig vooral waardevol en onmisbaar 

Voor veel mensen heeft het woord insect een negatieve lading. Insecten zijn vreselijke beestjes. Ze steken (muggen) , kriebelen (vliegen), verspreiden ziektes (teken) , bederven

Wespen zijn niet in mensen geïnteresseerd. Laat ze vooral hun gang gaan.

een bezoekje aan een terras ( wespen), enz. Berichten in de media over de enorme achteruitgang van insecten zal deze groep van insectenhaters misschien met volle tevredenheid hebben gelezen. Hoe minder insecten, des te beter. Je hebt er alleen maar last van. Gelukkig zijn er genoeg mensen die niet lijden onder deze vorm van kortzichtigheid en onwetendheid. Die beseffen dat insecten erg waardevol zijn voor het leven op onze planeet. De volgende voorbeelden maken dat duidelijk.

 

Onmisbaar in de voedselketen

Zonder insecten storten vrijwel alle ecosystemen op aarde als een kaartenhuis in elkaar. In heel veel voedselketens spelen ze een belangrijke rol. Een voedselketen begint altijd met

Het voedsel van grauwe klauwieren bestaat o.a uit grote insecten

een groene plant. Veel insecten zijn plantenters en zetten de plantaardige eiwitten om in dierlijke eiwitten. Op hun beurt worden ze gegeten door grotere insecten. Deze zijn vanwege hun grootte makkelijker te vangen door allerlei vogels, zoogdieren, spinnen, vleermuizen, reptielen, amfibieën en vissen. Aan de top van de voedselketen zouden de predatoren ( grauwe klauwier, sperwer, ringslang, enz) door gebrek aan insecten verhongeren. Veel mensen realiseren zich niet wat dat voor ons voor gevolgen kan hebben.

Honingbij verzamelt stuifmeel en doet ongemerkt aan bestuiving

Bestuiving

Zonder insecten geen tomaten, komkommers, kersen, aardbeien, appels, bramen, boontjes, koffie, pompoenen, enz, enz. Zonder insecten gaan we dood van de honger. Zonder insecten geen bloemen in de tuin of op de vaas. Bij bestuiving vliegt een insect ( bijvoorbeeld een zweefvlieg) van bloem naar bloem op zoek naar nectar. Hierbij raken ze de meeldraden in de bloemen. Ze komen onder het stuifmeel te zitten. Zonder het te weten verplaatsen ze het stuifmeel naar de stampers van andere bloemen ( moeten dan wel van dezelfde soort zijn). De stuifmeelkorrels groeien bij de stampers naar binnen en bevruchten de bloem. Uit het vruchtbeginsel van de stamper ontstaat een vrucht. In een vrucht zitten de zaden. Volgend jaar zaaien en we hebben weer een mooie oogst van tomaten, kersen, peren, enz.

Met lieveheersbeestjes bestrijd je luizenplagen

Bestrijden van plaagdieren

Insecten kunnen schadelijk zijn en plagen veroorzaken. Meestal worden ze bestreden met insecticiden. Dat is een mooi woord voor landbouwgif. Gewasbescherming klinkt nog mooier, maar dat woord dekt deels de lading. Dat het gewas beschermd wordt klopt, maar dat het grondwater vervuilt, het bodemleven verdwijnt en de biodiversiteit in het boerenlandschap achteruit holt vertelt het woord niet. In de land- en tuinbouw wordt (nog steeds) veel aan chemische gewasbescherming gedaan. Vaak wordt de indruk gewekt, dat er steeds minder gespoten wordt, maar dat is nog maar de vraag. Aardbeien worden jaarlijks gecontroleerd op gifstoffen. In 2022  werden in 15 bakjes aardbeien van vijf verschillende supermarkten maar liefst 19 verschillende bestrijdingsmiddelen aangetroffen. Eén meer dan vorig jaar. Steeds meer bouwboeren willen verduurzamen en af van

Steeds vaker worden randen ingezaaid met akkerkruiden

gewasbescherming of zijn al bezig het gebruik drastisch te verminderen. Deze agrariërs kiezen voor de aanleg van bloemrijke akkerranden of strokenteelt, vaak gecombineerd met een keverbank. In akkerranden en keverbanken komen veel roofinsecten, zoals kevers, lieveheersbeestjes, wespen, zweefvliegen en oorwormen voor. Vanuit de ingezaaide randen foerageren deze rovers tussen de gewassen en bestrijden op die manier veel plaaginsecten. Het gebruik van gewasbescherming kan verminderd, misschien op den duur wel gestopt. Het werkt echt !

Groen vleesvliegen leggen eitjes in dood vlees

Afbraak van organische stoffen

Een beetje tuinder heeft een compostbak. En dus een kringloop van stoffen. Je verbaast je over hoe snel de natuur in staat is om stoffen af te breken. Een grote hoop dode bladeren, takjes, tuinafval, keukenafval, enz slinkt in korte tijd tot een klein bultje .Natuurlijk komt dat voor een groot deel door het verdampen van het water ( planten bestaan voor meer dan 90 % uit water), maar de stoffen die overblijven, zijn veelal organisch  en moeten worden afgebroken om uiteindelijk als anorganisch stoffen ( stikstof, ijzer, fosfor  e.d.) weer in de bodem terecht te komen. Het zijn niet alleen bacteriën, schimmels , regenwormen en de pissebedden die zorgen voor de afbraak. Bepaalde insecten spelen ook een rol. Denk aan mieren, fruitvliegen en mijten. Ook duizendpoten tref je vaak in compostbakken aan. Springstaarten komen bij miljoenen

compostbult

voor in compost, maar worden niet bij de insecten ingedeeld, al hebben ze wel veel insectenkenmerken. In een kadaver tref je vaak aaskevers en aasvliegen aan, Een hele mooie vlieg is de groene vleesvlieg die eitjes in dood vlees legt. De maden die heel snel uitkomen helpen bij de afbraak van het dode dier.

Insecten als voedsel

In Europa is het consumeren van insecten niet populair. We eten ze wel, maar niet rechtstreeks. ( voedselketen) Dat is in andere werelddelen wel anders. In Zuid-Amerika, Afrika en Azië eet 80% van de bevolking geregeld insecten. Het aantal soorten insecten dat gegeten wordt wordt ligt rond de 2000. Denk hierbij aan rupsen, mieren, sprinkhanen, krekels en nachtvlinderpoppen. Dave Goulson noemt in zijn boek  mooie voorbeelden: “In Botswana worden bepaalde rupsen gedroogd om ze als knapperige snacks te eten. In Japan worden blikken inago ( soort sprinkhaan) als

Straks sprinkhaan op het menu ?

luxevoedsel verkocht.”. Als Europeanen meer insecten gaan eten, zijn we voor een deel van het stikstofprobleem af. Nu moet een koe 25 kilo plantaardig materiaal eten om 1 kilo eetbaar vlees te maken. Krekels leveren 1 kilo eetbare massa per 2,1 kilo  plantaardig voedsel. Dat is 12 keer efficiënter. Maar ja, een blikje krekels in ruilen voor een lekker hamburger of een mals biefstukje……………..

Conclusie :

Als we horen dat het in de wereld slecht gaat met insecten, is het dan niet de hoogste tijd om ons daar heel veel zorgen over te maken ? Met het inzaaien van akkerranden redden we het niet. We hebben naast alle andere crises, dus ook nog een insectencrisis. In een tweede artikel aandacht voor de oorzaken van de achteruitgang van insecten. Het derde artikel is er weer één om wat vrolijker van te worden. Dat gaat over de ( soms eenvoudige) stappen die we met zijn allen kunnen doen om de vernietiging van insecten tegen te gaan. Vaak dicht bij huis.

Gehakkelde aurelia op rode zonnehoed

Posted in Flora | Tagged , , , , , , | Leave a comment

Hopbellen als de zomer bijna voorbij is

Hopbellen in de houtwal

Midden augustus en later in september realiseer je dat de zomer op zijn eind loopt en dat we langzamerhand de winter weer induiken. Het wordt eerder donker, het klimaat wordt vochtiger en vaak ruik je de herfst al. Daar worden we meestal niet vrolijker van. Bermen en graslanden liggen er geel en verdroogd bij, weinig planten bloeien nog, de vogelwereld laat zich niet horen, de eerste blaadjes vallen van de bomen, in de groentetuin wordt de oogst steeds kleiner, wat valt er nog te beleven buiten ? Het antwoord op deze vraag is kort: genoeg !  Kijk goed om je heen, er groeit en bloeit meer dan je denkt. Bomen en struiken hangen bijvoorbeeld vol met vruchten en zaden. Een mooi voorbeeld is de hop.

Hop valt op in de nazomer 

De hop is een plant van de nazomer. Deze klimmer en woekeraar kun je in het voorjaar en in de zomer ook wel zien, maar in de maanden augustus en september valt de hop op door de geelgroene hopbellen die je in houtwallen en houtsingels aantreft. Een

Hopbellen in de houtwal

prachtig gezicht ! Van al die slierten hopbellen word je niet depri. Wel slaperig. Neem een sliert hopbellen mee naar huis en doe ze in je kussen. Je wordt er rustig en loom van. De juiste stemming om in slaap te vallen. Wel steeds verversen, want de olie die in de hopbellen zit is nogal vluchtig. Een poos geleden, toen de tuinen van A.Vogel nog in Elburg lagen, vertelde een medewerkster tijdens een rondleiding, dat het personeel na het plukken van hopbellen niet direct in de auto mocht stappen. De bedwelmende werking van de hop liet dat niet toe. Surfend op het internet kom je op veel sites tegen wat hier de oorzaak van is : in hopbellen zitten erg veel werkzame stoffen o.a. tegen slapeloosheid. De hop maakt in de hopbellen lupuline aan en dat is de leverancier van al die stoffen.

Gele korreltjes tussen de schubben van de hop

Mannelijke en vrouwelijk hoppen

In een artikel op deze website ´hopman en hopvrouw bloeien apart´kun je lezen dat de hopbellen aan de vrouwelijke hoppen zitten. In een houtwal komen mannetjes en

mannetjeshop

vrouwtjes voor.  De mannetjes hebben onopvallende stuifmeelbloemen die via de wind de vrouwelijke katjes bevruchten. De bellen die zich hieruit ontwikkelen zijn vaak bevrucht en leveren niet alleen lupuline, maar ook zaden. De bierbrouwer wil geen hopbellen met zaden. Het bier wordt er niet lekker van en schuimt niet. Dus in de hopteelt zie je alleen vrouwelijke hoppen.

Kleine gele bolletjes 

Peuter voorzichtig een hopbel open en je vindt aan de voet van de schubben kleine gele bolletjes. Dat is lupuline. Voor de bereiding van bier en andere  producten worden de hopbellen gedroogd. Er zijn ook bierbrouwers die gebruik maken van verse hop. De zuren in de lupuline zorgen voor de bittere smaak en het aroma van het bier. Maar niet tegelijk. De hopteelt kent bittere hoppen en aroma hoppen. Het ene lupuline is het andere niet. Voor het bereiden van bier worden dus meerdere soorten hop gebruikt.  Vierhonderd gram hopbellen volstaan om 100 liter bier maken. Vooral kleine brouwerijen van lokale speciaalbieren gebruiken veel hop. Doordat de variatie aan bieren toeneemt, wordt de vraag naar hop groter. In België bijvoorbeeld is de vraag veel groter dan het aanbod.

Hopteelt in Nederland 

Wil je zien hoe hop massaal wordt geteeld, dan moet je naar Duitsland. Langs de autobanen in Zuid/Duitsland bijvoorbeeld, zie je naast enorme velden met zonnepanelen ook veel hopplantages. In ons eigen land neemt de populariteit van hop toe. De Limburgse brouwer Gulpener bijvoorbeeld haalt biologische hop uit de regio en organiseert een groot hopfeest als de hop in september wordt geplukt.

Vroeger werd er veel hop in ons land verbouwd, meestal kleinschalig. De Nederlandse hop had echter  geen goede naam.

hopteelt in Dedemsvaart

Meer info:

De geneeskracht van hop 

Hop is hot 

 

 

 

Posted in Flora | Tagged , , | Leave a comment

Jacobskruiskruid, taboe voor vee, maar insectenplant bij uitstek

Mooi zijn ze, de planten van het geel bloeiende Jacobskruiskruid, maar niet iedereen is er blij mee. Van de plant is bekend, dat het giftige stoffen bevat en dat die stoffen ( alkaloïden) leverbeschadigingen bij koeien en paarden kunnen veroorzaken. Vee eet onder normale omstandigheden dan ook geen kruiskruiden, maar het kan natuurlijk voorkomen dat giftige planten in het hooi terecht komen. Dat wil je als paardenliefhebber en veehouder niet.

Jacobskruiskruid komt veel in bermen voor

Aannames

In Nederland hebben we nu een samenleving waarin veel geschreeuw in combinatie met onwetendheid de boventoon voert. Ook het imago van het Jacobskruiskruid lijdt onder veel aannames en vooroordelen. Daarom is verdieping in de materie goed voordat een mening al dan niet op sociale media wordt geventileerd. Een website die hierbij kan helpen is jacobkruiskruid.com. Veel achtergrondinformatie over het gevaar van de plant met veel fabels en feiten. Voorkomt een hoop zinloos gezeur.

Bruin zandoogje op Jacobskruiskruid

Populair bij insecten

Jacobskruiskruid heeft een belangrijke (positieve) eigenschap: de plant trekt erg veel insecten. Neem eens de moeite om bij zonnig en warm weer een poosje bij een groepje planten te gaan staan en geniet dan van het gefladder en gezoem van allerlei soorten zweefvliegen, bijen en vlinders. Ik fotografeer veel insecten en net als engelwortel, gulden roede en akkerdistel is Jacobskruiskruid een enorme bron van stuifmeel en nectar. Met een macrolens ( op je telefoon bijvoorbeeld) krijg je de mooiste soorten in beeld. Vaak zijn

Voor de Sint Jacobsvlinder is het Jacobskruiskruid een waardplant

insecten zo druk in de weer met het zoeken naar nectar, dat ze zich niets van je aantrekken. De Vlinderstichting heeft onderzoek gedaan naar het aantal soorten dat bloemen van Jacobkruiskruid bezoekt en komt met een indrukwekkende lijst van liefst 150 soorten dagvlinders, nachtvlinders, kevers, vliesvleugelen, bijen, vliegen en zweefvliegen. Voor veel (nacht)vlinders is Jacobskruiskruid een waardplant. Al met al een goede reden om Jacobskruiskruid te laten staan op plaatsen waar de plant geen kwaad kan !

Pionier

De bloemen van Jacobskruiskruid bestaan uit buisbloemen in het midden en lintbloemen aan de buitenkant

De zaden van het Jacobskruiskruid worden door de wind verspreid, maar komen vrijwel nooit ver. Op plekken met een dichte vegetatie hebben ze geen schijn van kans. Wel op locaties waar de grond is bewerkt en open gewoeld, op verstoorde plekken dus, zoals in bermen als de vegetatie geklepeld en beschadigd wordt, of op braakliggende grond bij bedrijventerreinen, of in graslanden die overbeweid zijn en een open structuur hebben, Kortom, Jacobskruiskruid groeit op plekken waar nog geen andere planten groeien. In korte tijd staan ze er en je krijgt ze niet meer weg. Droge zomers zijn voor de plant gunstig. Als de grasmat uitdroogt en afsterft ontstaat er ruimte voor het ontkiemen van zaden. Jacobskruiskruid is dus een pionier. Kieskeurig is ie ook al niet, want of de bodem veel zon krijgt of minder, het maakt de plant niet uit. Wel moet de bodem droog en matig voedselrijk zijn.

Over Jacobskruiskruid is veel informatie te vinden.

Voor de liefhebber:

 

Jacobskruiskruid en grote pimpernel in berm in Reestdal bij Meppel

 

Over de plant : floravannederland 

Zo schadelijk is ie nu ook weer niet: Nature today

Erg veel informatieve links via Nature today

Posted in Flora | Tagged | Leave a comment

De haas heeft een beetje hulp nodig.

De haas. Of is het toch het haas ? In het normale taalgebruik zeggen we de haas. In kringen van de jacht wordt het lidwoord het gebruikt. Een fragment uit een tekst van de website jagersvereniging.nl : “Het haas is overwegend in de nacht en vooravond actief; in het voorjaar en zomer ook in de schemering en overdag. Hij leeft solitair en is sterk plaatsgebonden. Overdag verblijven hazen vaak in een leger, een vaste ondiepe verblijfplek in de vegetatie of beschutting” Voor de hazen in ons land zou het gunstig zijn als zij die zo graag spreken van het haas een andere hobby kozen, want het gaat met de haas niet goed. In november 2020 werd het dier op de Rode Lijst met bedreigde diersoorten geplaatst en van de bejaagde soorten afgehaald. Dat de haas sinds de jaren ’50 met meer dan 50% in aantal is afgenomen, ligt niet alleen aan de jacht. Er zijn meer oorzaken. Maar dat er wat aan de hand is, is duidelijk. In april 2022 werd door de overheid bekend gemaakt dat er niet gejaagd mag worden op konijnen en dat in de provincies Groningen, Limburg en Utrecht niet op hazen mag worden gejaagd. In de overige delen van het land is beperkte jacht op hazen wel toegestaan. De hazenpopulatie is overigens wel wat aan het stabiliseren.

In de rammelperiode is het knap onrustig in de hazenwereld.

Stress is funest

In deze maand, juni 2022, verscheen Het boek van de kleine dieren (en de wat grotere) van Kirsten Dorrestijn. Als voorpublicatie van dit boek schreef ze in Dagblad Trouw ( 10 juni 2022) het artikel ”Als is de haas nog zo snel, de vijand achterhaalt hem wel”. Het stuk bevat opmerkelijke feiten en verhalen. Zo is de komst van kunstmest en de daarop volgende aftakeling van het kleinschalige boerenlandschap de grote oorzaak van de achteruitgang van de populatie. Hazen zijn kruideneters en voelen zich niet thuis is grote monoculturen met alleen maar raaigras. Bovendien verdwenen allerlei rommelhoekjes, bosjes en houtsingels en kwamen er steeds minder plekken waar je je als haas goed kon verstoppen. Gelukkig kan een haas heel erg hard lopen, een plaats in de top tien van de snelst rennende dieren ter wereld zegt genoeg. Ziektes, jacht en stress spelen ook een rol. Martijn Wetering promoveerde in 2018 ( PDF kun je downloaden) aan de Wageningen Universiteit op hazen. Hij deed o.a. onderzoek naar stress bij hazen veroorzaakt door predatoren en jacht. Een Canadees onderzoek vermeldde dat foetussen van een haas weer in het lichaam werden opgenomen na het zien van een hond. Honden hebben bij andere zoogdieren een groot verstoringseffect. Realiseert de hondeneigenaar die in de natuur de hond (en) altijd los laat lopen dit ? ( Ook van dassen is bekend dat stress afbraak van foetussen kan veroorzaken)

Hazen voelen zich in heideterreinen thuis. Een schutkleur is dan ook wel weer lekker.

Wat kun jij doen om het de hazen wat aangenamer te maken?

Meer dan je denkt. Begin bijvoorbeeld eens met het kopen van biologische zuivel. Alle supermarkten bieden dit aan. Prijsverschillen met de “gewone” zuivel zijn niet groot en

biologische zuivel

worden alleen maar kleiner als meer consumenten voor biologische producten kiezen. Biologische boeren bieden op hun land meer ruimte voor biodiversiteit, in graslanden staan kruiden, bestrijdingsmiddelen en kunstmest worden niet gebruikt. Nog iets. Bermen of stroken met kruiden en grassen niet te vaak maaien. Twee keer per jaar is genoeg en het maaisel weg halen. Het aantal kruiden zal toenemen. De hazen zullen er van profiteren.

Het zoogritueel

In het artikel wordt verteld dat zoogdieronderzoeker Sim Broekhuizen over een periode van 13 jaar onderzoek deed naar de relatie tussen jonge hazen en de moederhaas. Tijdens dagenlange observaties kwam hele bijzondere dingen aan het licht. Hier volgt een deel van de tekst uit het artikel in Dagblad Trouw van 10 juni 2022:  “Op een dag tipte een jachtopzichter me dat een boer in de uiterwaarden van Brummen jonge haasjes op zijn land had gevonden. Hij had het hele land gemaaid, behalve de pol gras waarin de jonge haasjes lagen. Ik ging met mijn medewerker kijken en we besloten te blijven. We hebben ze de hele zoogperiode geobserveerd, een maand lang, 24 uur per dag. In een caravan aan de rand van het weiland sloegen we apparatuur op, zoals warmtecamera’s.

De haas herken je aan zijn lange oren (lepels) met zwarte punten

Ze ontdekten dat de jonge haasjes eenmaal in het etmaal worden gevoed, op de plaats waar ze geboren zijn. ’s Avonds kwam de moederhaas eraan en werden de jongen gezoogd. Dat gebeurde een uur na zonsondergang. De jongen verspreidden zich naarmate ze ouder werden na het zogen steeds meer, ze trokken naar de randen van het weiland, maar drie kwartier na zonsondergang verlieten ze hun schuilplek om terug te keren naar de plek waar ze waren geboren – ook toen de graspol eenmaal gemaaid was. “Een kwartier later kwam dan steevast de moeder aangehuppeld. Dat zogen duurde gemiddeld een minuut of drie. Dan keken de jongen nog even van: ‘Is het echt afgelopen?’ en daarna verdwenen ze weer.

Om te achterhalen of het zoogritueel uniek was voor dit nest of algemeen bij hazen, volgden Broekhuizen en collega’s nog zo’n 25 andere nestjes. Steeds bleek de moederhaas een uur na zonsondergang de jongen te zogen. “De jonge haasjes gingen voor die tijd al bij elkaar zitten. Als ze wat ouder waren, hadden ze soms de neiging om naar de moeder toe te hippen zodra ze haar zagen aankomen, maar dat werd niet geaccepteerd. De moeder ging precies terug naar de plaats waar ze de jongen had geworpen. Het is belangrijk dat zo’n jong haasje daar op tijd is, want anders moet hij vierentwintig uur wachten voordat hij weer melk krijgt.”

Hazen in het Reestdal

De kans dat je hazen tegenkomt in de natte hooilanden grenzend aan de Reest is niet zo groot. Ze zitten meer op de wat hogere flanken van het beekdal. In heideterreinen , zoals het Rabbingerveld en Takkenhoogte voelen hazen zich erg goed thuis. Net als in de graslandjes en akkertjes van het kleinschalige beekdallandschap. Als er maar snel dekking te vinden is en genoeg te eten. De foto’s zijn allemaal in het Reestdal gemaakt.

 

 

Posted in Fauna | Tagged | Leave a comment

(Half) parasieten in het schrale hooiland: ratelaar en moeraskartelblad

Grote ratelaars in vochtig hooiland op Katingerveld

Een belangrijk kenmerk van een laaglandbeek als de Reest is de aanwezigheid van (natte) hooilanden vlak grenzend aan de beek. Voor beweiding niet geschikt ( veel te drassig ), wel ideaal om er ’s zomers lekker geurend hooi af te halen. Website Webringreestdal.nl vertelt:  “ De kwaliteit van het hooi uit het Reestdal werd alom geprezen. Er waren dierenartsen die hun klanten voorschreven om juist dit hooi aan het vee te voeren, omdat het door de vele speciale kruiden een geneeskrachtige werking had.” Kruiden ? In grasland ? Fietsend tussen de groene ecologische raaigraswoestijnen van het huidige agrarische landschap lijkt het alsof de boeren van nu helemaal niet meer weten hoe belangrijk kruiden in grasland zijn. In de hooilanden van vroeger stonden ze er wel. Dotterbloemen ,paardenbloemen, boterbloemen, zuring, pinksterbloemen en nog veel meer.

De bloemen van de ratelaar zijn voor een deel bedekt door de grote kelken

Niet populair

De boeren waren niet blij met álle kruiden. Zo groeide er eentje die ze liever helemaal niet tussen het gras hadden. Dat was de ratelaar. Sterker nog, boeren hadden een gloeiende hekel aan deze plant. Soms kleurden de hooilanden geel van de ratelaars en werd je er als boer gestoord van!  Vanwaar deze wanhoop ? Het heeft te maken met de manier waarop een ratelaar aan voedsel komt. Daar kun je als plant niet trots op zijn. Ratelaars zijn namelijk ordinaire profiteurs. Ze leven voor een deel op de kosten van andere planten. Geen sympathiek trekje. Omdat ze wel bladgroen hebben, kunnen ze zelf glucose en andere voedingsstoffen aanmaken, dat weer wel, maar de mineralen en het water uit de bodem halen kunnen ze niet. Dat stelen ze van de buren. In een hooiland bestaan die buren vooral uit grassen. Door het leeg zuigen van het gras begint het weg te kwijnen en daar zit je als veehouder natuurlijk niet op te wachten.

Hooiland met de halfparasieten ratelaar en moeraskartelblad. Het gras heeft het hier moeilijk.

Eenjarig

Ratelaars zijn eenjarig. Na de bloei zitten de zaadjes in de vergroeide kelken. De frisse geel/groene kleur wordt bruin. De vruchtdoosjes worden steviger. Als je een stengel van

Insecten weten de nectar en stuifmeel in de bloemen wel te vinden, zoals deze steenhommel

een ratelaar schudt, hoor je de zaadjes erin rammelen. De Duitsers hebben ook een mooie naam voor deze plant: Klappertopf. De zaden vallen later in de zomer op de grond en worden vaak verplaatst door regenwater dat over de bodem van het hooiland stroomt. Als zo’n zaadje op een andere plek tot ontwikkeling komt ( vaak met een heleboel andere) kunnen de ratelaars daar in een volgende zomer weer beginnen met het parasiteren op grasplanten. Lang blijven op een plek die je hebt leeggezogen is namelijk niet handig. Omdat ratelaars voor een deel hun eigen voedsel kunnen maken, wordt dit verschijnsel halfparasitisme genoemd.

Drie ratelaars.

In ons land komen drie soorten ratelaars voor: de grote ratelaar, de kleine ratelaar en de harige ratelaar. De laatste herken je aan de kelken die behaard zijn, maar deze soort komt vooral in Limburg voor. In het Reestdal komt de grote ratelaar veel voor, vaak in hooiland

Uitgebloeide ratelaar. De zaden liggen los in de uitgedroogde kelken.

dat ‘s winters onder water staat. Zo op het eerste gezicht is het best lastig om een grote en kleine ratelaar uit elkaar te houden. Ze hebben allebei veel gemeenschappelijke kenmerken. Grote ratelaars zijn lang niet altijd groter en langer dan kleine ratelaars. Wat wel kan helpen bij het op naam brengen is dat grote ratelaars voorkeur hebben voor natte plekken. De kans dat je in het Reestdal en omgeving kleine ratelaars ziet bloeien is volgens de Nederlandse Ecologische Flora  ( deel 3  blz.236) niet zo groot: “ In Nederland was hij vroeger plaatselijk vrij algemeen, tegenwoordig is hij zeldzaam. “ Als groeiplekken worden zonnige hellingen in duinen, krijthellingsgraslanden in Limburg en rivierduintjes en dijkhellingen langs de grote rivieren genoemd.

Moeraskartelblad op Schrapveen

Met dank aan het moeraskartelblad

Nog een profiteur. Moeraskartelblad houdt ook van nattigheid. En van het jatten van voedingsstoffen uit de wortels van grassen. Wat dat betreft doet ie niets onder voor zijn collega ratelaar. Op plekken met veel moeraskartelblad is vaak heel goed te zien dat het gras lijdt onder de aanwezigheid van deze halfparasiet. De vegetatie blijft laag. Grasplanten worden leeggezogen als de wortels van het moeraskartelblad met die van het gras vergroeien. Je kunt het ook goed zien. In de buurt van moeraskartelblad ziet het gras er maar wat bleekjes en dunnetjes uit. Niet leuk voor de grassen, maar een voordeel voor andere planten, zoal de echte koekoeksbloem, egelboterbloem, watermunt, dotterbloem en moeraswalstro. Deze hooilandflora krijgt dan veel meer ruimte.

Posted in Flora | Tagged , | Leave a comment

Alle paardenbloemen hetzelfde ? Vergeet het maar !

April /mei zijn de maanden van de paardenbloem

In april en mei kleuren de graslanden geel van de paardenbloemen. Niet de hooilandjes langs de Reest, die bodem is veel te schraal en ook niet de zwaar bemeste graslanden van de agrarische industrie, nee het zijn vaak de landjes met een niet al te voedselrijke bodem. De zuurgraad mag ook niet te hoog zijn en van hele natte grond houden paardenbloemen ook al niet. Het alternatief voor een bezoekje aan de Keukenhof of de bloembollenvelden in de NOP ? Je vindt het om de hoek. Neem de benenwagen of stap op de fiets en geniet van al dat massale geel. Veel mensen zien de paardenbloem als een on-kruid, als een weinig bijzondere plant, ze lopen er aan voorbij en kennen de bijzondere eigenschappen van deze composiet niet. Ze moesten eens weten………….

Geneeskrachtig

Gelukkig hebben we in dit land bij klachten allemaal de huisarts en de apotheker achter de hand. Dat was vroeger wel anders. De apotheek heette natuur. Voor het bestrijden van

De paardenbloem is een composiet. Opgebouwd uit allemaal lintbloempjes.

allerlei kwaaltjes zocht je buiten in het veld of in het bos naar geneeskrachtige planten. Hekserij of kwakzalverij ? Nee hoor, gewoon een kwestie van kennis en ervaring en het doorgeven er van. Inmiddels zijn we veel van die kennis kwijt of lachen we erom. Wie weet nog dat het sap uit de stinkende gouwe helpt tegen wratten ? Dat een gekneusd blaadje van de smalle weegbree verzachtend werkt bij een muggenbult of wespensteek ?  Weinig mensen weten dat een veld vol paardenbloemen eigenlijk een eeuwenoud medisch handboek te gebruiken bij leverkwalen, nierziekten, problemen met de galblaas en een moeilijke spijsvertering. Uitwendig kan een preparaat helpen bij eczeem en zweren. De werkende stoffen haalde men uit de wortels en het melkwitte sap, dat in de holle stengel zit.

Eetbaar 

Wel eens sla bereid van jonge paardenbloemblaadjes ? Er zijn mensen die dat in deze tijd doen en zeggen dat het heerlijk en gezond  is en een beetje naar andijvie smaakt. Het wordt ook wel molsla genoemd.  Toch is niet de mens de grootste paardenbloem consument. Dat zijn de reeën, hazen en konijnen. Die zijn dol op de verse bladeren. “Konijnenbladeren” worden ze ook wel genoemd.

De lange penwortel van de paardenbloem

Stressbestendig 

Paardenbloemen raken niet zo gauw in paniek. Dat komt door hun sterke overlevingsdrang. Neem als voorbeeld een gemiddeld gazon. Daar vind je al gauw de bladrozetten van de paardenbloem. Daar zijn de meeste “gazonniers”  niet blij mee. In de eerste plaats concurreert de plant het gras weg en het is natuurlijk ook geen gezicht. Dus de maaimachine erover ! Wat blijkt al gauw ? De paardenbloem geniet van al dat geweld. Maaien of vertrappen, de plant lacht erom. Het enige wat effect zou kunnen hebben is het uitsteken van de lange penwortel. Maar vaak blijft toch nog een stukje wortel in de bodem zitten en een poosje later… ja hoor, daar ie ie weer ! Een doorzetter is het. Niet klein te krijgen!

In de weilanden zie je steeds minder paardenbloemen

Alle nakomelingen zijn klonen van elkaar 

Paardenbloemen in het noorden en westen van Europa doen niet aan seks. De zaadjes  (hangend aan een pluisje) zijn ontstaan zonder het samensmelten van een eicel met een stuifmeelkorrel. De moederplant heeft ze zonder mannelijke bemoeienis gevormd en al die zaadjes die bij miljarden de lucht in worden geblazen hebben dus allemaal de eigenschappen van moeders.  In de biologie heet dit verschijnsel apomixie. Het zijn vaderloze nakomelingen. Identiek aan elkaar. Klonen worden ze genoemd. Het is moeilijk profileren in de paardenbloemwereld. Saaie samenleving eigenlijk.

De zaadjes hebben bijna allemaal de eigenschappen van de moederplant

Echter….  soms, heel soms vindt er toch een samensmelting van een stuifmeelkorrel en een eicel plaats. Het zaadje dat daaruit ontstaat is dan toch net weer iets anders. De plant die daaruit ontstaat is nog steeds een “gewone “paardenbloem, maar de echte doorgewinterde  paardenbloemkenner ziet het kleine verschil. Het kan de insnijding van de bladrand zijn, de kleur van het blad, de vorm van de steel e.d. Zo weten we nu dat in een bloemrijk weiland meer dan 60 microsoorten paardenbloemen voorkomen. Het aantal voor heel Nederland wordt geschat op 250 ! Meer weten ? De website Taraxacum Nederland weet er alles van.

Het gaat niet erg goed 

Vanaf de laatste zondag in april 2020 wordt de “Dag van de paardenbloem” georganiseerd. Doel : meer aandacht is nodig voor deze plant, want ze komen in het boerenland en bermen steeds minder voor. Groene weilanden vol gele paardenbloemen (en lila pinksterbloemen), je ziet ze steeds minder.

paardenbloemen trekken veel insecten

Relatie tussen weidevogels en paardenbloemen. 

Paardenbloemen zijn belangrijk voor vlinders, wilde bijen, zweefvliegen en andere insecten. De bloemen leveren nectar en stuifmeel.  Een van de oorzaken van de achteruitgang van weidevogels is het ontbreken van eiwitrijk voedsel voor de jonge nestvlieders. Insecten dus. In bemest grasland verdwijnen de paardenbloem, de pinksterbloem en andere kruiden. Hetzelfde gebeurt in bermen die veel te vroeg en ook  veel te vaak worden gemaaid.  Voor jonge kieviten, grutto’s en scholeksters die zelfstandig hun voedsel moeten zien te vinden is er in het boerenland dus te weinig aanbod aan kleine beestjes waarmee ze hun maag moeten vullen. Ze verzwakken en gaan dood. Vaak wordt de schuld van het weidevogeldrama in ons land gelegd bij het eind van de voedselketen ( vos, kraai, ooievaar) en wordt er niet gekeken naar de problemen aan de basis van het ecosysteem: het ontbreken van kruiden in het grasland.

 Een paar fototips : 

Fotografeer bloeiende planten bij voorkeur als het bewolkt is. Of gebruik je eigen    schaduw.

Ga door de knieën of ga liggen en fotografeer op bloemhoogte. 

Zorg voor een rustige achtergrond als je de bloem van dichtbij fotografeert.

Neem de tijd.

 

Posted in Flora | Tagged , , | Leave a comment

De witte sleedoorn als eerste rijkbloeiende struik na de winter

De sleedoorn is de eerste struik die na de winter uitbundig en opvallend bloeit. Honderden kleine witte bloemen vind je aan deze struik ( of is het een boom? ).De sleedoorn bloeit voordat de bladeren verschijnen. Wandelen of fietsend door het kleinschalig landschap vallen de sleedoorns direct op. Je ziet ze in bosranden, bosjes, houtsingels, in grote tuinen ( bij oude boerderijen), langs snelwegen, enz. Na de bloei kiest de sleedoorn ervoor om als anonieme struik door te gaan. Opvallen doet ie dan niet meer.

Sleedoorn heeft puntige doorns

Haag

Net als de meidoorn werd deze struik vroeger geplant in hagen, die moesten dienen als veekering of om een eigen stukje grond af te palen. In boerenhagen werden ook soorten als hazelaar en hondsroos geplant. Zo’n gemengde haag werd dan ondoordringbaar. Daar zorgden de lastige doornachtige takken van meidoorn en sleedoorn wel voor. De komst van prikkeldraad maakte deze groene afrasteringen overbodig. Honderden kilometers aan sleedoorn- en meidoornhagen verdwenen. Zoals zoveel…… Gelukkig wordt tegenwoordig op erg veel locaties in ons land bosplantsoen geplant. Daar zit bijna standaard de sleedoorn bij. De ontwikkeling van hagen, houtsingels en vogelbosjes heeft een andere functie dan vroeger. Nu gaat het om biodiversiteit en klimaat.

Uitbundige bloei van de sleedoorn

Opnieuw aangeplant

Voor vogels is een haag met een grote variatie aan struiken belangrijk. Er kan veilig in

bloem sleedoorn

worden genesteld. In de nazomer barst het er van allerlei eetbare vruchten en zaden. Tegenwoordig planten organisaties als Landschap Overijssel en Het Drents Landschap houtsingels of bosjes , vaak op plekken waar ze ooit hebben gestaan. Het plantgoed bestaat dan uit typische inheemse bomen en struiken als bijvoorbeeld  Gelderse roos, hondsroos, hazelaar, eik, meidoorn, sleedoorn en vogelkers. De sleedoorn bloeit in maart/april. De witte bloemen staan vaak in groepjes bij elkaar. Ze hebben vijf kroonbladen. De sleedoorn laat zich mooi fotograferen tegen een strak blauwe lucht. Het contrast tussen de witte bloemen en de blauwe lucht is dan een lust voor het oog. In het vroege voorjaar valt de sleedoorn gauw op. Er is geen inheemse boom, die op hetzelfde moment net zo mooi bloeit als de sleedoorn. De meidoorn bloeit later. Bloeiende krentenbomen zijn ook wit, maar het wit van de sleedoorn is intenser.

Eitje sleedoornpage foto: Vroege Vogels

Sleedoornpage

De sleedoornpage is in ons land een zeldzame vlinder, die een sleedoorn  zoekt om er eitjes op te leggen. De vlinder heeft het moeilijk omdat veel landschapselementen als houtwallen, houtsingels en heggen verdwenen zijn. De eitjes worden in de oksel van een tak gelegd. In april komen ze uit. De rupsen eten de blaadjes die dan uitkomen. Er zijn vlinderwerkgroepen die in de winter op zoek gaan naar eitjes in sleedoornstruweel. De vindplaatsen worden dan gemarkeerd. Bij het onderhoud van een houtwal weten de beheerders dan precies welke takken ze niet moeten snoeien. Het is een erg secuur werkje dat zoeken , want de eitje meten slechts 1 tot 2 millimeter !

sleedoorn in houtwal

Stuifmeel en nectar

Als je bij een bloeiende sleedoorn gaat staan valt al heel snel het gezoem van insecten op. Het is er ( bij zonnig weer) een drukte van belang. Hongerige hommels, bijen, zweefvliegen en vlinders , na de winter is er eindelijk weer voedsel, vliegen onrustig van bloem naar bloem op zoek naar zoete nectar en eiwitrijk stuifmeel. Bij dagpauwogen is de sleedoorn erg populair.

Meer weten over de sleedoorn ?

Over sleedoorn en gebruik 

Sleedoorn als onderdeel van onze flora 

Fotograferen van sleedoorn 

 

 

Posted in Flora | Tagged , | 1 Comment