Pioniersplanten:planten met karakter

Erg veel heide is er niet meer in ons land. Duizenden hectares zijn (vooral) in de eerste helft van de 20ste eeuw in cultuur gebracht. Rond 1830 was 20% van ons land nog bedekt met heide en hoogveen. (600.000 ha) Momenteel bedraagt de oppervlakte aan heide nog zo’n 35.000 ha. Heidebeheer is vooral mensenwerk. Laat je moeder natuur haar gang gaan, dan verandert heide binnen tien jaar in bos. Willen we de kleine en grote heideterreinen houden, dan is er dus voortdurend werk aan de winkel. Vroeger werden de heidevelden beheerd door boeren die aan de rand van de heide woonden. Schaapskudden hielden de heide open en stukken heide werd regelmatig geplagd of gemaaid. Tegenwoordig worden heidepercelen machinaal geplagd. Na het verdwijnen van de bovenlaag is de gele/witte zandbodem zichtbaar.

Nieuwe kansen voor de heide 

Op De Wildenberg (eigendom van Het Drents Landschap) is een aantal jaren geleden een deel van de heide geplagd. De ontstane zandvlakte biedt heide weer nieuwe levenskansen. In de bodem is vaak nog kiemkrachtig zaad aanwezig. Na een paar jaar kan de heide zich op zo’n plek weer herstellen. Nu zijn het niet alleen jonge heideplantjes die terugkomen. Sterker nog, het zijn in de eerste jaren vooral hele andere planten die van de aangeboden kansen profiteren

Overlevingsdrang 

Dat zijn de verkenners, de pioniers die weinig eisen stellen aan hun milieu en aangepast zijn om snel te groeien en te zaaien voordat ze weer verdwijnen door de komst van andere planten. Bij het woord pionier denk je al gauw aan iemand, die op zoek naar avontuur landen binnentrekt waar nog niemand geweest is en zich daar dan vestigt. Iemand moet toch de eerste zijn! Deze verkenners moesten wel beschikken over karaktereigenschappen als overlevingsdrang en doorzettingsvermogen. Er veel eisen zullen ze niet gehad hebben!

Goed gekozen

Het woord pioniersplant of pioniersvegetatie is goed gekozen. Deze planten vestigen zich op maagdelijke grond. Ze komen er als eersten en zullen ooit verdrongen worden door andere soorten. Het zijn planten die zonder enige beschutting moeten zien te overleven. Erg veel voedsel hebben ze op de geplagde heide niet tot hun beschikking. Het gele zand bevat maar weinig voedingsstoffen en erg vochtig is de zandbodem ook niet altijd. De temperaturen kunnen op warme zomerdagen extreem hoog zijn. En toch redden ze het, vaak door snelle groei die vaak te danken is aan een wijd vertakt wortelstelsel. Planten met een sterk karakter. Doorzetters zijn het! De tijd die ze hebben is relatief kort. Als ze afsterven en een beetje humus vormen in de voedselarme bodem, graven ze hun eigen graf. De wat rijkere bodem biedt nu mogelijkheden voor soorten die wat meer eisen stellen aan hun leefomgeving. De pioniers verdwijnen dan en worden opgevolgd door andere grotere soorten. Dit proces heet successie en het eindstadium is bos.

Soortenrijk

Voorbeelden van pioniers die je op geplagde heide kunt aantreffen zijn uiteraard de kleine plantjes van dopheide en struikheide, maar ook zonnedauw, moeraswolfsklauw, tormentil, braam,zuring, zeggensoorten, verschillende soorten mossen en vooral zaailingen van de berk. Over een paar jaar zijn alleen de heidesoorten nog over. En als die niet worden beheerd, zullen ook die uiteindelijk verdwijnen. De meeste natuurbeschermers laten het zover niet komen. De heide wordt tegenwoordig vaak begraasd. Als het geen schapen zijn, dan zeker Schotse Hooglanders of andere grote grazers. En vergeet vooral de vrijwilligers niet! Die verwijderen opslag van de heide of plaggen op plekken waar de heide verdwenen is.

successie: heide verandert in berkenbos

 

Dit bericht is geplaatst in Bescherming, Flora en getagd , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>