Het ree is een browser

In het Reestdal komen veel reeën voor. Het kleinschalige beekdallandschap biedt precies wat een ree wil: gemengde bosjes afgewisseld met landbouwgronden. Overal voedsel en talloze plekken om snel dekking te zoeken. Meer hoeft een ree niet. Het gaat niet alleen in het Reestdal goed met onze kleinste hertensoort. In alle provincies komt hij voor, in de ene natuurlijk meer dan in de andere. In Zeeland is een kans op een ontmoeting met een ree uiteraard minder groot dan in Drenthe of Overijssel. Het aantal reeën in ons land wordt geschat op meer dan 100.000 . Dat is opmerkelijk voor een dichtbevolkt landje als de onze. Grappig is dat reeën-kenner bij uitstek J.Poutsma in 1982 in het katern “Waar reeën leven” schreef: “Het aantal reeën dat in ons land leeft wordt geschat  op zo’n 25000 dieren. Dat is erg veel voor zo’n volgebouwd land als de onze.”

Verkeersslachtoffer? 

Deze zomer vond ik een kleine honderd meter van de N48 een reeënschedel in een heideveldje op het Katingerveld.  Een paar meter verderop lag een aantal ribbetjes keurig twee aan twee. Behalve een paar langere botten was er in de omtrek niets meer van het skelet te vinden. Een verkeersslachtoffer ? Tik van een auto gehad en later aan de verwondingen bezweken? We zullen het nooit weten. De schedel lag er in ieder geval mooi bij. Zelfs de twee onderkaken waren er nog! En juist die onderdelen van de schedel zijn interessant. Waardoor?Het zijn de kiezen. Maaltanden met ribbeltjes. Plooikiezen om plantaardig voedsel mee te vermalen. Reeën zijn namelijk browsers……

Browser

Browser? Dat is toch een computerprogramma om webpagina’s te bekijken, zoals Internet Explorer of  Google Chrome? Wat heeft dat met een ree te maken? Het woordje browser heeft in de biologie een andere betekenis: het Engelse werkwoord to browse betekent o.a  grazen of afgrazen en het zelfstandig naamwoord browse staat voor een combinatie van verteerbaar plantaardig materiaal, waarvan reeën vooral de celinhoud benutten. Moeilijk verteerbaar plantaardig voedsel met stugge en harde celwanden, daar halen reeën hun neus voor op. Darmen van planteneters hebben veel moeite met stoffen als cellulose en houtstof. Deze zitten in de celwanden van groenvoer. Dat verklaart ook de bolle buikvorm van reeën en herten. Het darmkanaal is meters lang. Bacteriën moeten de planteneter helpen om dit lastige voedsel te verteren.

Kiezen 

De kiezen van een herbivoor worden plooikiezen genoemd. In een losse onderkaak zijn ze goed te zien. Een kies bestaat vooral uit tandbeen en glazuur. Tandbeen is zachter dan glazuur. Tijdens het malen van het ruwe plantaardige voedsel slijt het tandbeen sneller dan het glazuur. Hierdoor ontstaan er richeltjes, ook wel plooien genoemd. Juist die ribbeltjes zijn hard nodig om het voedsel kapot te malen. De kauwbeweging staat vaak haaks op de richting van de plooien. Als die in de lengterichting liggen, is de kauwbeweging juist van links naar rechts. Plooikiezen slijten snel. Aan de bovenkant slijten ze en aan de onderkant groeien ze steeds door. De kiezen van een ree worden laagkronig genoemd.

 

Dit bericht is geplaatst in Fauna en getagd , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>