Op bezoek bij Vogel Trek Station De Smidse Linde

Koolmees in het net

Judith haalt een koolmees uit het net. Voorzichtig belandt het vogeltje in een linnen zakje. Hij ( of is het een zij ?) blijkt geringd. Judith leest het nummer af en ik mag het nummer noteren. Mocht je denken dat bij de koolmees het mannetje en het vrouwtje niet van elkaar te onderscheiden zijn, dan heb je het mis. Judith : ´Het mannetje heeft zwart over zijn

Vleugelveren geven info over leeftijd

hele gele buik en bij het vrouwtje stopt het zwart ter hoogte van de poten. Als je goed oplet kun je het ook makkelijk zien. De zwarte strook is bij het vrouwtje ook smaller. Koolmezen kunnen vrij oud worden, de oudste gemeten koolmees was veertien jaar, maar de meeste mezen worden niet eens een jaar .Ik ben op bezoek bij vogelringstation De Smidse. Locatie : Vuile Riete, bovenloop van het Reestdal. Als het station in bedrijf is staat een aantal mistnetten in de tuin en zit Judith Schmidt binnen klaar om vastgevlogen vogels zo voorzichtig mogelijk uit het net te halen. De gevangen vogel wordt dan in een linnen zakje gedaan en meegenomen naar binnen voor onderzoek.

Onderzoek

Bij elke gevangen vogel wordt gekeken naar het vetgehalte. Dat gebeurt door de veren op de buik weg te blazen. Is de huid rood, dan is er geen vet aanwezig. Is de kleur van de huid geel dan wel. Gewogen worden de vogels ook. Ze gaan dan even op de kop in een soort dwangbuisje op de weegschaal. Wegvliegen is zo onmogelijk. Wat overigens opvalt is de rust waarin alles gebeurt. Het is net alsof de vogel weet dat Judith veel ervaring met deze ingrepen heeft en dat er niets kan gebeuren. De koolmees weegt 17 gram. Ook naar de

Even het buisje in om te worden gewogen

leeftijd van de vogel wordt gekeken. Daar komt veel kennis en ervaring bij aan te aan te pas. Opmerkelijk is ook hoe simpel Judith de vogels vastpakt. Zoals nu een geelgors. Het lijkt wel alsof hier een bepaald techniek wordt gebruikt. ‘Dat noemen we de ringersgreep. Als je hem bij zijn pootje pakt gaat ie fladderen. De kop zit tussen de vingers en de vleugels liggen in de hand. Zo blijft de vogel rustig.’ Zo’n geelgors heel dichtbij, voor een vogelaar is dat fascinerend. Een geelgors zingend in de top van een boom op een afstand van 20 meter is al geweldig, maar dit is wel heel apart. We kijken naar de snavel. Toch niet zo stevig als je misschien bij een gors zou verwachten. Een dikke kegelsnavel heeft ie niet. ‘De ondersnavel bij de geelgors is breder dan de bovensnavel. Toch kan ie heel goed zaden eten. Met het grootste gemak maakt hij maiskorrels kapot. Geelgorzen zijn hele rustige vogels. Als ze ontsnappen duiken ze weg, ze verstoppen zich. We hebben er al eens in de krantenbak teruggevonden. Daar hebben we heel lang naar gezocht’. Deze geelgors is al een keer geringd. Een terugvangst heet dat. Ik mag het nummer noteren. Dan kijken eens goed naar de kop. Mannetjes hebben meer geel op de kop. Judith kijkt naar de vleugelveren en ziet dat het hier gaat  om een jonge vogel van vorig jaar. Voor een buitenstaander lijkt dat bepaling van de leeftijd een lastige klus, waarbij veel kennis en ervaring nodig is. Rui, kleur, vorm en lengte van veren zijn belangrijke bronnen voor leeftijdsbepaling. Maar niet alleen de veren.

Prachtige vogel, die geelgors

Hoe kom je aan die kennis ?

‘Zorgen dat je goede vogelboeken hebt. Daar haal je bijvoorbeeld alle vinkachtigen uit. Die hebben dezelfde kenmerken waar je op moet letten. Bij de mezen net zo. Door veel te oefenen leer je van heel veel vogels waar je naar moet kijken. Zo leer je dat je een roodborst in de bek moet kijken om achter de leeftijd te komen. Bij karekieten is dat ook het geval. Bepaald kleuren aan de bek vertellen iets over de leeftijd. Als je bepaalde soorten vaak in de handen hebt, dan weet je het op een bepaald moment wel’.  

 

Voorzichtig haalt Judith de vogel uit het net

Hoe lang bestaat ringstation De Smidse ?

‘Ik ben een keer op bezoek geweest in een vogelringstation bij Hasselt. Dat vond ik heel interessant en leuk om te zien wat daar gebeurde. Het leek me erg boeiend om dat vangen en ringen van vogels ook te leren. In 2011 ben ik met mijn opleiding begonnen in De Kooi bij Henk Luten. Mijn eerste vogel die ikzelf ving was een tjiftjaf in 2012.  In 2013 examen heb in de Scherenwelle bij Joop van Ardenne examen gedaan. In 2013 ben ik gestart met mijn eigen VRS. In dat zelfde jaar ben ik thuis begonnen met het CES project. CES staat voor Constant Effort Site. Dit betekent dat je vogels vangt met een constante en zelfde netopstelling, dat de locatie gedurende een aantal jaren niet verandert. Het project loopt in achttien landen. In Nederland doen 48 locaties mee en VRS De Smidse is het enige station in Drenthe. Ik heb ook een aantal jaren geringd op het station Schiermonnikoog en daar veel ervaring opgedaan. Erg veel soorten vogels in de handen gehad. Vooral rietvogels. En goudhaantjes ! Op elk station vang je weer andere vogels. Niet iedereen mag zo maar een ringstation beginnen. Daar moet je dus een vergunning voor hebben.’

Draaihals ( foto Teo Schmidt)

Bijzondere vangsten

Je zou haast denken, dat een ringstation in de Vuile Riete een saaie plek moet zijn in vergelijking met een toplocatie als Schiermonnikoog. Vergis je niet ! Ook Judith krijgt de mooiste soorten in haar netten. Vandaag misschien even niet, op deze morgen hangen vier soorten in het net, namelijk koolmees, pimpelmees, groenling en geelgors. In de periode 2013-2019 werden er rond de 50 (!) soorten gevangen en geringd. Meer dan 7800 vogels ! Echtgenoot Teo staat meestal paraat om een nieuwe soort op de foto vast te leggen. Bijzondere vangsten genoeg : appelvink, goudvink, kleine barmsijs, ijsvogel en het absolute hoogtepunt tot nu toe in de geschiedenis van De Smidse : een draaihals ! De meest gevangen vogel is de koolmees. Meer dan 2300 keer moest Judith deze meesjes voorzichtig uit het net halen. Opgemerkt moet worden, dat er koolmezen bij zijn, die meerdere malen gevangen zijn. Bij andere vogels komt dit ook voor. Allemaal vogels met een kort geheugen ? Of heeft Judith in de vogelwereld een eigen fanclub ? Of zal het toch dat net zijn, bijna onzichtbaar opgehangen in een tuin waar het zo goed toeven is. Voor dat je weet hang je immers weer.

Geelgors in de ringersgreep,krijgt ring.

Wat maakt de locatie van jouw ringstation zo bijzonder ?

‘De ligging. We zitten hier op de Vuile Riete op een kruispunt van groen. Bosjes en singels, precies dat landschap waar vogels verblijven. Ze verplaatsen zich ook via die groene doorgangen. Verder hebben we onze tuin vogelvriendelijk ingericht. Struiken, water, ruige hoekjes, vogels voelen zich er thuis en vinden er ook voedsel. Ik plaats meerdere netten in de tuin. Ze worden mistnetten genoemd, ze zijn erg fijnmazig, vogels zien ze niet en vliegen er in. Als ze vast komen te zitten haal ik ze er heel voorzichtig uit. Ik heb ooit op een dag 107 vogels in de netten gehad. Dat was wel heel bijzonder. En een blauwe reiger. Ook bijzonder, maar daar had ik Teo bij nodig om hem weer uit het net te halen.’

Kijken naar het vetgehalte op de buik

Doe je dit omdat je het een leuke hobby is, of is dit ook zinvol werk ?

‘Natuurlijk vind ik het erg leuk om te doen, maar het is vooral zinvol. Alle gegevens van al die vogelringstations komen terecht in een grote database bij het Vogeltrekstation. Zo komen we steeds meer te weten over al die trekvogels die naar Afrika trekken. Met een heleboel soorten gaat het niet goed. Het wordt voor trekvogels steeds moeilijker om droge gebieden te overbruggen. De achteruitgang van de insecten komt daar dan nog bij.’

Wat kunnen we hier in ons land doen om het landschap voor vogels aantrekkelijker te maken ?

‘Het aangeharkte en nette landschap is voor vogels niet aantrekkelijk. De bermen worden te vaak gemaaid, we halen zogenaamd voor de verkeersveiligheid ook nog eens struiken tussen bomen weg, er zijn bijna geen verruigde overhoekjes meer. Houtsingels verdwijnen, noem maar op. We moeten hiermee ophouden en het landschap weer herstellen. Het zal ook gunstig voor de insecten zijn.’

Ringstations in Nederland

Als mensen meer willen weten over jouw ringstation, kunnen ze dan ergens terecht.

‘Op de website www.trektellen.nl worden voortdurende vogeltellingen en geringde vogels gemeld. Op een kaartje van Nederland zie je bijvoorbeeld waar alle Vogel Ring Stations liggen. De gegevens van mijn station vind je er ook.’

Vogel Trek Station De Smidse

Dit bericht is geplaatst in Fauna, Interviews en getagd , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>