“Het Reestdal is wel een beetje mijn terrein, zo voelt dat wel…”

Districtbeheerder Hans DijkstraHans Dijkstra  is terreinbeheerder west bij Landschap Overijssel en één van de reservaten die hij beheert is het Overijsselse deel van het Reestdal. In dit interview vertelt Hans over zijn band met het beekdal en over het beheer dat Landschap Overijssel in het Reestdal toepast. Ik spreek hem op een maandagmiddag in De Wheem, de dag waarop Hans altijd  “zitting houdt” op het kantoor.

 

Het Reestdal is niet het enige reservaat dat Hans beheert. Het zijn er nog veel meer:

“Ik heb acht reservaten onder mijn beheer. Het grootste is De Lemelerberg, met zo’n 950 ha. Maar ook Landgoed De Horte, Landgoed Soeslo,Buitenlanden Langenholte  en nog een aantal terreinen rondom Zwolle. Hier in het Reestdal zit ik het langst. Ik heb een veelzijdige baan, ik mag me bemoeien met het dagelijks beheer van die terreinen.Ik stuur de buitendienst  aan,regel allerlei werkplannen,maak overeenkomsten, onderhoud veel contacten met campingeigenaars, waterschappen,vrijwilligers,gemeenten,enz. Ik heb een regelfunctie,dus ook veel vergaderen en alles wat er nog bij komt. Ik kom hierdoor niet zo veel meer in het veld. Daar ben ik niet zo blij mee. Ik denk dat de kwaliteit van dit werk achteruit gaat naarmate je meer achter je bureau zit. Ik ben ook opzichter, ik moet ook controleren of een aannemer zijn werk goed doet, of dat er stiekem ergens gekapt wordt of dat er illegaal vuilnis wordt gestort, maar ja… Tien jaar geleden was dat allemaal anders. 

 

Wat heb je met het Reestdal? natte hooilanden

“Dit gebied is erg mooi om te beheren. Dat vind ik van de Lemelerberg ook, maar de afwisseling van het terrein en de vele contacten die je hier hebt is wel erg boeiend. Het vergt een totaal andere aanpak. De Lemelerberg met meer dan 900 ha bos en heide beheer je anders dan het Reestdal met zijn tientallen pachters en gras-op-stam-kopers. Het is natuurlijk ook een heel langgerekt gebied, je hebt te maken met een afstand van meer dan 30 kilometer. Je hebt hier heel veel natuurtypes, van heide tot beek,van hooiland tot bos. We hebben gebouwen,een bezoekerscentrum, noem maar op. Erg afwisselend allemaal. Het Reestdal is wel een beetje mijn terrein, zo voel ik dat wel”.

 Waaruit bestaan de bezittingen van Landschap Overijssel precies?

“Van de 800 ha die we hier bezitten is 600 ha grasland. Dat is ook wel te verklaren, want botanisch gezien zit daaHaardennenr de meeste natuurwaarde in. Vooral langs de Reest zijn dit landen met veel potentie. We hebben daarnaast alleen al zo’n 50 tot 60 ha hakhoutbosjes, we bezitten kleine bosjes, twee grote bospercelen (Haardennen en Carstensbos), 50 ha akkers ,heideveldjes,wegen,water en erven. (boerderijen)”

 Het Drents Landschap heeft de andere kant van de Reest. ook zo rond de 800 ha reservaatgebieden in bezit aan Werken jullie ook samen?

“De Reest blijft natuurlijk een grens. Twee provincies, twee verschillenden vormen van beleid en twee verschillende provinciale landschappen. In grote lijnen is het hooilandbeheer hetzelfde, we hebben wel hetzelfde doel namelijk het ontwikkelen van de vegetatie. Dus maaibeheer toepassen, niet bemesten, grassen en kruiden eerst laten uitbloeien,enz. Maar er zijn wel verschillen. Je kunt bijvoorbeeld verschillende maaidata aanhouden. Wij maaien op verschillende data: 15 juni,1 juli of 10 augustus en we hebben een paar perceeltjes die we heel laat in het seizoen maaien. Het Drents Landschap heeft nogal wat grasland dat pas half augustus gemaaid wordt.”

 Er is nog een derde organisatie die een rol speelt in het Reestdal, dat is het waterschap, dat zit er letterlijk precies tussen in.

waterplanten remmen de afvoer van water“Het Waterschap heeft verschillende belangen,ze moeten de belangen van de natuurbeschermingsorganisaties in acht nemen,maar ook die van de boeren en niemand wil een volgelopen kelder. Het Waterschap kijkt ook naar wegen en gebouwen. Het Waterschap moet voortdurend afwegingen maken .Het is een uitvoerende instantie, net als Landschap Overijssel. Wij voeren uit wat de overheid bepaalt. De overheid zegt tegen ons “Dit is aangewezen als natuurgebied, hier heb je een pot met geld, ga het maar beheren”. Dat moeten we wel verantwoorden natuurlijk. Bij het waterschap werkt dat ook zo. Dat is best lastig, want wij zeggen “Het waterpeil in de Reest moet omhoog”. Er zitten ook boeren in het Reestdal en die zeggen “Het waterpeil moet naar beneden. We willen geen nat land hebben, anders kunnen we niet op tijd maaien.” Zolang er nog verschillende belangen zijn kan het waterschap niets anders dan hier een middenweg kiezen.”

 Het Reestdal is nog steeds te droog. Er wordt al jaren over gepraat om dit probleem nou echt eens aan te pakken. Gaat er in de komende jaren iets gebeuren op het gebied van waterbeheer? Tenslotte zijn de graslanden aan de Reest voor het grootste deel in bezit van de beide provinciale landschappen.

Reest,met uitzicht op de Pieperij“Overijssel is nogal een landbouwminded provincie,dus het provinciebestuur zal niet tot het uiterste willen gaan om de boeren uit het Reestdal weg te krijgen .Het is trouwens heel vaak op basis van vrijwilligheid als een boer zich laat uitkopen. Er zijn nu ook wel agrariërs die wel weg willen om op een andere plaats te boeren, maar er moet wel geld tegenover staan. Dat is nu wel een probleem, maar er gaat nu een wettelijke ruilverkaveling spelen en dat is een mooi instrument zijn om je natuurdoelen te realiseren .Een beetje slimme boer had dertig jaar geleden al in de gaten dat er in het Reestdal geen toekomst lag voor zijn bedrijf, die hebben zo langzamerhand alles al verkocht langs de Reest en hebben op een andere plek in de regio hun bedrijf voortgezet. De Reest heeft inderdaad voor natuurdoelen een veel te laag peil, maar dat gaat in de naaste toekomst dus wel veranderen. De Europes Unie heeft richtlijnen voor waterbeheer opgesteld en daar moet het waterschap zich ook aan houden. Het waterschap heeft op 37 punten meetpunten in de Reest gerealiseerd. Daar wordt nu een zogenaamde nulmeting gedaan. Het was helemaal niet bekend hoeveel water er door de Reest stroomt, hoe hoog en hoe laag de beek af en toe staat,wat de stroomsnelheid is, enz, Met die gegevens, gekoppeld aan grondkaarten en hoogtelijnenkaarten, maar ook grondwatertrappenkaarten gaan ze nu een model opstellen voor het hele Reestgebied. Er wordt uitgegaan voor het meest optimale voor de natuur, maar dan wel zo dat wegen,bebouwing e.d .daar geen last van zullen ondervinden. In de praktijk zal dat betekenen dat het winterpeil tientallen centimeters omhoog zal gaan .Ik denk dat het niet lang meer gaat duren”

Dus straks ook weer ondergelopen hooilanden in de middenloop van het beekdal en niet meer alleen tussen IJhorst en Meppel?

nat Reestdal bij De Stapel“Ja, maar zo was het eerder ook al. Als je oudere mensen vraagt, weten ze dat nog erg goed. Het is ook belangrijk, dat de Reest ’s winters hoog staat en dat graslanden regelmatig onder water staan. In de zomer moet je wel een dusdanig peil hebben zodat je de gebieden kunt beheren. Er is nu volop ontwikkeling. Het heeft wel erg lang geduurd. De eerste aankopen dateren uit de jaren zestig. We zijn nu vijftig jaar verder en nu pas gaat er echt iets gebeuren. De kaderrichtlijnen water van de EU versnellen dit proces wel. En we hebben nu één waterschap(Reest en Wieden), dat was vroeger ook wel anders. De naam van het waterschap is zelfs aangepast aan de Reest. Denk nu niet, dat dit alles volgend jaar al gerealiseerd is, ambtelijke molens malen langzaam en er moet ook nog grond verworven worden in het Reestdal.

 Het Reestdal is een oud cultuurlandschap. Het ziet er op veel plekken uit alsof je door de jaren vijftig loopt. Dat vergt een bepaald manier van beheren.

Hakhoutbosjes in oud cultuurlandschap“Ja, maar vergeet niet dat er ook een heleboel is verdwenen. We hebben in de buurt van Den Oosterhuis een ruilverkaveling gehad, als je ziet op oude kaarten wat er aan houtwallen, akkertjes en graslandjes allemaal verdwenen is .In de jaren vijftig zijn er nog complete essen afgegraven. In grote lijnen is het gebied  nog wel in takt ,maar op detail is er veel weg. Onze doelstelling is :behoud wat je hebt. Een mooi voorbeeld is dat wij onze hakhoutbosjes ook als hakhoutcultuur in stand houden. Hier in de buurt hebben we veel van die bosjes in beheer. Het Drents Landschap bijvoorbeeld heeft gekozen om dit niet meer te doen. Ze laten het hakhout voor wat het is en laten zo’n bosje gewoon uitgroeien tot een bos. Dat is een duidelijk verschil in beheer. Daar kun je voor kiezen. Je ziet in deze bosjes bijvoorbeeld de eikenstoven minder worden, dat het regeneratievermogen van de eiken minder wordt,dat door de verminderde luchtkwaliteit soorten als hulst, berk en vogelkers hun kansen pakken. Allemaal soorten die wij er niet in willen hebben. Hakhoutperceeltjes werden van oudsher schraal gehouden. Alles wat los zat of op de grond viel werd eruit gehaald en gebruikt. Er kwam erg weinig humus in .Naarmate deze bosjes meer verruigen wordt de bodemlaag rijker en komen er andere soorten in zoals varens en hulst. Deze bosjes zijn dus erg gecultiveerde landschapselementen. Een mooi voorbeeld waaruit blijkt dat het Reestdal geen natuurgebied is, maar een oud cultuurlandschap met hoge natuurwaarden. Ecologisch heb je misschien meer natuurwaarden in een opgaand bos, maar hier kiezen we dus voor de cultuurhistorie en heeft de natuur even geen prioriteit. Natuurlijk profiteren er ook soorten van deze kleine bosjes. Reewild en dassen zoeken er dekking en rust. Maar voor insectensoorten en bosvogels bijvoorbeeld is dit biotoop minder geschikt. De heideveldjes in het Carstenbos zijn ook voorbeeld van cultuurlandschap. Dat is voor ons zo veel inspanning om die in stand te houden, daar hebben we ervoor gekozen om de heide maar te laten voor wat ie is. Dat wordt dus bos. Dit in tegenstelling tot de Haardennen, want daar doen we wel aan heidebeheer.

 Is het beheer van een cultuurlandschap alleen maar behouden ?

“Nee,het is ook een zaak van ontwikkelen. Een voorbeeld is “Vipera verbindt”. Hier hebben we gekozen Vipera verbindt: biotoopherstel voor de adderom bos te kappen en het terrein weer de kans geven om zich te ontwikkelen tot heideveld. De schraalgraslanden aan de Reest zijn op een heleboel plaatsen nog niet in hun eindstadium. Ze zijn nog te rijk en moeten in de komende jaren nog veel schraler worden. Maaien en afvoeren. Maaien en afvoeren. Dat is het beheer. We zijn nog niet aan onze taks wat betreft de grondverwerving. Dus langs de Reest willen we nog een heleboel landerijen aankopen wil je de ecologische hoofdstructuur gesloten hebben. Dat geldt vooral voor het Reestdal voorbij IJhorst. Daar valt nog heel veel te ontwikkelen. Verder doen we aan landschapherstel. We leggen nieuwe houtwallen en singels aan op plekken waar ze vroeger verdwenen zijn”

 Er is ook nieuwe natuur in het Reestdal. Op een aantal plekken zie je wat men tegenwoordig “natuurontwikkeling” noemt.

nieuwe boomkikkerpoel“Op het Katingerveld hebben we een paar jaar geleden een stukje heide geplagd,een strook  bos gekapt en voortplantingsbiotopen voor amfibieën gerealiseerd. We hebben de afgelopen jaren een aantal poelen voor de boomkikker gegraven. Rondom die poelen is o.a. meidoorn en sleedoorn aangeplant. Dat is door de natuurwerkgroep gedaan. De hydrologie (waterbeheer) achter in de Haardennen is verbeterd. Het water liep daar steeds weg. Er zijn stuwtjes geplaatst,zodat het gebied ,s winters natter blijft. In de lagere moerassige delen ontstaan nu een moerasbos, daar zie je het riet, els en wilg opgroeien. Dat laten we zo. Er is een deel rabattenbos ingeplant en dat sluit mooi aan bij de rest. Dat wordt een hakhoutbosje en als de tijd rijp is wordt dat elzenhout om de zoveel tijd gekapt. Langs de Haarweg,richting de boswachterij Staphorst is een stuk landbouwgrond ingericht als natuur. Dit is voor een deel water en moet straks ook bestaan uit heide en bos. De grootste opgave ligt in de Vledders, daar mogen we 200 ha landbouwgrond omvormen tot natuur. Dat wordt in de toekomst een moerasachtig gebied,,maar zolang daar alle grond nog niet verworven is kunnen we nog niet verder. We gaan nu keukentafelgesprekken met de boeren houden om te kijken wat er mogelijk is. Er is in ieder geval geld beschikbaar gesteld. Het is belangrijk om de mensen in een één op één situatie te spreken. Doe je dat niet en voer je alleen maar een soort klapstoelbeheer,dan ben je veel te afwachtend en gebeurt er verder niets”

 In 2005 vond er een groot opgezet faunaonderzoek plaats in het Overijsselse deel van het Reestdal. We zijn nu vier jaar verder. Wat heeft dat voor het beheer opgeleverd?

“Ten eerste natuurlijk een hele schat aan informatie. De adviezen die het rapport gaf waren voor ons ook waardevol. Bijvoorbeeld in het hooilandbeheer. Voor vlinders en libelles is het heel belangrijk, dat er randen blijven staan. Nu is dat inmiddels verplicht in de subsidieregeling, je moet 5 tot 10% laten staan. We deden dit ook al, we gingen nooit tot het uiterste. Neem het slootonderhoud. Voorheen werd de hele sloot schoongemaakt, nu wordt de slmeer kansen voor vlindersoot aan één kant geschoond en blijft de rand aan de overkant gewoon staan. Gunstig voor vlinders en andere insecten, want er staan vaak nectarplanten. Na twee jaar pakken we dan de andere slootkant. We hebben dus de boomkikkerpoelen aangelegd. Er zit nog geen boomkikker in, maar de poelen leveren nu al veel diversiteit op. Een van de aanbevelingen in het rapport was het aaneenschakelen van alle kleine heideveldjes, om zodoende meer ruimte te creëren voor reptielen als de adder. We hebben boommarterkasten opgehangen rond IJhorst Verder worden alle waarnemingen vastgelegd. We hebben daar een mooi computerprogramma voor. Iedereen kan meldingen doen bij ons en ik krijg van mensen binnen de nwg de Reest ook regelmatig meldingen van waarnemingen”

Dit bericht is geplaatst in Bescherming, Interviews en getagd , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>