Landschapsschilders : landschapsfotografen met penseel

Landschapsfotografie : Beekdal met uitzicht op Anloo ( Drenthe)

De foto hierboven heb ik gemaakt in een prachtig Drents beekdal. Je kunt het beekje niet tussen de hooilanden zien stromen, het is niet meer dan een klein diepje. Aan de horizon zie je het dorp Anloo, met de toren van de Magnuskerk, de oudste kerk van Drenthe.  De foto is een beetje bewerkt en lijkt zo op een schilderij. Het schilderen van landschappen was jarenlang niet populair. In de gouden eeuw veranderde dat.

Knotwilgen bij Den Kaat / bewerkte foto

Het oude landschap vind je ook in het Reestdal

Het bijzondere van het Reestdal is de kleinschaligheid, een landschap met hakhoutbosjes, hooilandjes, een meanderend beekje, houtwallen, landgoederen met oude karakteristieke bomen, kleine akkertjes (essen) , kikkerpoelen, monumentale boerderijen en nog veel meer. Tijdens een wandeling zie je het landschap voortdurend veranderen. Na elke bocht is het weer verrassend anders.  Wandelen in een eeuwenoud landschap, het kan bijna niet meer in dit land. Wegdromen bij een schilderij van een Hollands landschap uit de 19e eeuw is het enige wat ons rest. Wat was Nederland vroeger mooi en wat hebben we in de afgelopen vijftig jaar veel verpest ! En daar gaan we vrolijk mee door.

Jacob Kremer : Wodanseiken bij Wolfheze 19 eeuw

Landschapsschilders

Veel fotografen houden zich bezig met landschapsfotografie. Dat is ook een boeiende bezigheid. Nederland kent meer dan tien verschillende landschapstypen, dus genoeg mogelijkheden om je eens lekker uit te leven. De landschapsfotografen van vroeger hanteerden het penseel. Zwervend door ons land legden deze landschapsschilders de mooiste delen van ons land vast. Vanaf de 17 eeuw kregen steeds meer schilders aandacht voor het vastleggen van het landschap. Natuurlijk werd het werk vaak geromantiseerd en wat zwaarder opgezet, maar al die schilderijen leveren wel een kijkje op het Nederlandse landschap van de 17e tot en met de 19e eeuw op. In veel musea hangen werken van bekende en minder bekende landschapsschilders.  Een expositie over landschapsschilderkunst is nog leuker, dan valt de diversiteit van het Nederlandse landschap van vroeger nog meer op. Een erg mooie expositie van veertig werken vind je momenteel in Harlingen.

Julius Jacobus van de Sande Bakhuyzen : landschap in Drenthe 1882

Expositie ´Lage Landen´ in Harlingen 

Van 14 oktober 2018 tot 4 februari 2019 presenteert Gemeentemuseum het Hannemahuis in Harlingen de reizende tentoonstelling Lage Landen. Een prachtige reis door de geschiedenis van de Nederlandse landschapsschilderkunst aan de hand van veertig parels uit de collectie van het Rijksmuseum, aangevuld met enkele schilderijen uit de eigen collectie.

Een paar voorbeelden 

Onze omgeving ( Drenthe en Overijssel) werd ook door landschapsschilders bezocht. Het woeste en vaak lege landschap bleek inspirerend te werken, want er zijn voorbeelden genoeg van heide, moeras, beken en het boerenland met hier en daar een oude boerderij. Hieronder een paar voorbeelden.

Anton Mauve : herderin met kudde schapen ca. 1886

Aan het eind van de 19e eeuw verdwenen geleidelijk de schaapskuddes uit het landschap. Door het gebruik van kunstmest was de schapenmest uit de potstal niet meer nodig om de grond vruchtbaar te maken.

Folkert Post : Heidelandschap rond 1900

Schilderijen van heidelandschappen komen niet veel voor. Grote delen van Drenthe en Overijssel bestonden ,voordat de ontginningen begonnen, uit dit landschap. Door de heide stroomt een beekje. Van dit soort landschap is weinig meer over.

Anton Mauve: huisje aan de zandweg ca. 1885

Waarschijnlijk worden in de kar heideplaggen vervoerd. De uitgestoken plaggen worden in de potstal op de bodem gelegd. Vermengd met de schapenmest en ander organisch afval wordt deze ´compost´ later uitgereden op de akker om deze vruchtbaar te maken.

Jacob Isaacksz.van Ruisdael: de voorde ( 17 eeuw)

Een beek kun je op doorwaadbare plaatsen oversteken. Zo´n plek wordt een voorde genoemd. De naam ´voorde´komt in veel plaatsnamen voor. De figuren in het schilderij zijn door een andere schilder in het landschap gezet ( Philips Wouwerman). Blijkbaar zag Ruisdael dat zelf niet zo zitten.

Harlingen is een bezoek meer dan waard

Meer schilderijen van oude Hollandse landschappen zien ? Breng een bezoek aan de oude en historische binnenstad van Harlingen. In de Voorstraat op nummer 56 vind je museum Hannema. Het pand zelf is al een bezoekje waard.

Deze reizende expositie gaat in 2019 nog naar:

Bergen op Zoom: 16 februari 2019 t/m 9 juni 2019
Gouda: 23 juni t/m 13 oktober 2019

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in kleinschalig landschap, Vroeger en nu | Getagd , , | Een reactie plaatsen

Wandelparadijs Reestdal deel 1

Graspad tussen Den Westerhuis en De Wildenberg

Zondagmiddag. Een blik op de parkeerplaats achter informatiecentrum De Wheem in Oud-Avereest is genoeg. Vol! Vanwaar die enorme belangstelling ? Een bijzonder concert in de Reestkerk ?  Een feestje in De Wheem? Geen van beiden.  De publiekstrekker heet ´een  landschap uit grootmoeders tijd´. Anders gezegd : een kleinschalig

Langs de beuken van Den Westerhuis

beekdallandschap dat niet ten prooi viel aan grootschalige projecten als ruilverkavelingen en het rechttrekken van beken. Dat mooi bewaarde landschap trekt wandelaars. Erg veel wandelaars. Vooral op zondag. Door de week is het veel rustiger, dan kun je in het Reestdal uren dwalen zonder veel mensen tegen te komen. Het Reestdal is een wandelparadijs met groot aanbod van wandelroutes.

Vanuit meerdere locaties kun je wandelen 

Het meest populaire deel van het Reestdal is de middenloop, zeg maar het gebied tussen Balkbrug en De Wijk. Hier zijn ook de meeste wandelmogelijkheden.  In het Reestdal kun

Winters landschap Den Westerhuis

je vanaf meerdere plekken een mooie wandeling maken: in Oud-Avereest bijvoorbeeld is dat mogelijk vanuit het informatiecentrum “De Wheem”van Landschap Overijssel. Bij De Wijk ligt Landgoed Dickninge. De tuin trekt in april veel wandelaars als de holwortel bloeit. Tussen de Bloemberg en De Stapel begint vanuit informatiecentrum ‘t Ende van het Drentse Landschap een korte maar prachtige wandelroute, waar je zelfs langs de Reest kunt lopen.  Vanaf de parkeerplaats bij de oude havezate Havixhorst tussen De Wijk en Meppel is er een uitgezette wandelroute die achter het landgoed een mooi uitzicht biedt op de natte hooilanden van de Reest en die ook langs het

Beukenlaan Landgoed De Havixhorst

ooievaarsbuitenstation “De Lokkerij” loopt. Rondom IJhorst zijn verschillende wandelingen uitgezet, waaronder een route die veel informatie geeft over de geschiedenis van dit deel van het Reestdal. Bij de ingang van reservaat Meeuwenveen-Takkenhoogte kun je ook beginnen met een prachtige tocht.

Wandelmogelijkheden

Hier volgt een overzicht van de meest populaire wandelroutes. Je kunt ze downloaden vanaf de website van Landschap Overijssel.

Wandeling Wat weet jij van boerderijen ? 

( Landschap Overijssel)

route boerderijenwandeling

Route van 5 kilometer. Je passeert een aantal mooie monumentale boerderijen en loopt door een heel afwisselend landschap. Een meanderende beek die je twee keer oversteekt, bos, hooiland en op meerdere plekken kleine akkertjes (essen) ingezaaid met winterrogge. ´s Zomers passeer je de locatie van het project Oude Landbouwgewassen in het Reestdal,

boerderij De Wildenberg in de herfst

opgezet door natuurwerkgroep de Reest en Landschap Overijssel. Startpunt is De Wheem in Oud-Avereest. De route eindigt hier ook.

 

 

Wandelroute Beleef Haardennen

(Landschap Overijssel)

Route van 5 kilometer. Leuk om met je kinderen te

wandelroute Haardennen

doen. Bosgebied De Haardennen bestaat uit gemengd bos en heideveldjes. Vanuit Balkbrug loop je eerst door het Heuveltjesbos. Je passeert de restanten van een oude trambaan. Het Heuveltjesbosbad is misschien wel het mooiste openluchtbad van Nederland. Op de twee campings langs de route is van alles te beleven.

heideveldje in de Haardennen

Startpunt en eindpunt : parkeerplaats supermarkt in Balkbrug.

 

Gluur´n b´j de buur´n 

Route van 14 kilometer. Mooie route als je van open landschappen houdt. De route passeert een aantal buurtschappen in het noordelijke deel van het Reestdal.  Vroeger is de heide hier in cultuur gebracht en veranderde het landschap in boerenland. Toch lijkt de tijd nog op veel plekken te hebben stil gestaan. Je steekt de Reest twee keer over. Pareltjes van deze route: Schrapveen, Landgoed Linde ( vooral in het voorjaar) en Nolde. Startpunt is het restaurant op de splitsing Linderweg/Ommerweg. Hier eindigt de route ook. Genoeg parkeerruimte.

bloeiende boomgaard op Landgoed Linde

 Op en Top Reestdal 

Route voor de meer getrainde wandelaar, want de wandeling is  18 km lang. Het is niet alleen het mooie kleinschalige Reestdal dat deze tocht aan doet. De naam Op en Top Reestdal  doet nogal overdreven aan, want een behoorlijk aantal kilometers loop je door het Westerhuizingerveld, een grootschalig landbouwgebied op de flanken van het Reestdal. Het is besliste geen saaie route, er zijn ´attracties´ genoeg onderweg, maar de mooiste plekjes in het Reestdal doet deze route niet aan. Wel een mooie wandeling als je van open landschappen houdt. De wandeling start op camping Si-Es-An, De Haar 7707 PK Balkbrug.

Nieuwe natuur in het Westerhuizingerveld

 

 

Geplaatst in wandelen | Getagd , | Een reactie plaatsen

Multifunctionele winterrogge: groenbemester, vanggewas, veevoer en onderdeel van de kringloop

In november ontkiemt de winterrogge. Locatie : Rabbinge Reestdal

Maak een mooie wandeling door het Reestdal en je komt ´s zomers op veel plekken kleine essen ( akkertjes) tegen waarop winterrogge wordt verbouwd. Tussen de goudgele halmen bloeien akkerkruiden als korenbloem, kamille en klaproos. Winterrogge, de naam zegt het al, is een wintergraan. Het gewas wordt in oktober gezaaid en in juli geoogst. De rogge  komt in rood/groene sprietjes  boven de grond uit.

legering winterrogge in juli ) (platgeslagen)

 

Geen roggebrood

Van rogge worden allerlei producten gemaakt, zoals muesli, volkorenbrood, crackers en natuurlijk roggebrood. De rogge die je in het Reestdal tegenkomt is op veel plekken ingezaaid door de twee grote herenboeren die het beekdal rijk is : Het Drentse Landschap en Landschap Overijssel. Landschap Overijssel heeft maar liefst 50 hectare akkerland in beheer. Echter, de oogst verdwijnt niet in allerlei gezonde producten, maar dient vooral als veevoer. Dat is niet vreemd, want in de Europese Unie wordt meer dan 60 % van de granen verwerkt tot krachtvoer. Rogge heeft ook  de hoogste bijdrage (9%) in het maken van biobrandstof. De Reestdal-rogge komt niet op de grote wereldmarkt terecht, maar is onderdeel van een systeem waar landbouw minister Carola Schouten haar vingers bij af zal likken: de kringloop.

Kringlooplandbouw

De landbouw in ons land moet op de schop. Daar is zo langzamerhand iedereen het wel over eens. De overheid wil toe naar  een ´kringlooplandbouw´ De minister: ““Kringlooplandbouw gaat uit van zo efficiënt mogelijk gebruik van grondstoffen, en niet van zo efficiënt mogelijk produceren tegen zo laag mogelijke kosten.”  Kort samengevat : Kringlooplandbouw draait op het principe dat er geen afvalstromen meer zijn. Alle producten die het landbouwbedrijf verlaten worden gebruikt als eindproduct of als grondstof voor een van de andere schakels in de kringloop, als veevoer bijvoorbeeld. Om en beetje idee te krijgen wat men met kringlooplandbouw voor ogen heeft, moet je de volgende links eens bekijken.

Universiteit Wageningen : Kringlooplandbouw 

De Gelderlander : Kringlooplandbouw, goed idee of niet ?

Potstal

In het verleden was die kringloop er al. De schapen gingen ’s nachts de potstal in en met de

schapen in de potstal

mest werd de es vruchtbaar gemaakt. Veeteelt in dienst van de akkerbouw. Het voedsel dat de schapen nodig hadden vonden ze op de hei.

Kringlooplandbouw in het Reestdal 

Landschap Overijssel en Het Drentse Landschap hebben in het Reestdal hun eigen landbouwkringloop waarin graan een belangrijke rol speelt. Op de essen

mest uit de potstal

groeien granen als winterrogge en wintergerst. In de zomer volgt de oogst. De opbrengst gaat niet naar de molenaar, maar wordt gebruikt als veevoer. ’s Winters staan de runderen ( Limousin of Maine Anjou ) op stal. De mest wordt uitgereden en twee keer in een cyclus van zes jaar over de essen gestrooid. Kruidenrijk gras uit de hooilanden langs de Reest wordt ook aan de runderen gevoerd. Indirect produceert het rund dus via de mest en het graan weer zijn eigen voedsel. Opgemerkt moet worden, dat beide landschappen geen ondernemers zijn die van hun oogsten moeten leven. De opbrengst in dit systeem is het vlees dat de runderen leveren. Het Drents Landschap bijvoorbeeld verkoopt vlees van schaap, Limousin- rund en Schotse Hooglander.

Limousin runderen zijn deel van de kringloop

Winterrogge als groenbemester

 Rogge is zeer geschikt als groenbemester na de late oogst. Als de rogge op tijd wordt gezaaid ( oktober) vormen de planten een mooi groen dicht tapijt. Onkruiden krijgen niet veel kans. Rogge houdt de grond goed vast. De droge oostenwind heeft in de winter geen

winterrogge als groenbemester in de groententuin

vat op de bouwvoor. De plant wortelt bovendien goed en legt stikstof vast. Als het gewas in het voorjaar wordt ondergeploegd verrijkt dit de humus in de bodem. Allemaal voordelen dus. In de groententuin kun je ook heel goed winterrogge zaaien. Nadeeltje: wacht je in maart/april te lang met spitten ? Winterrogge groeit in die periode als kool en voordat je het weet is het te hoog om het makkelijk onder te werken.

Winterrogge als vanggewas

Vanggewas ? Tja, niet iedereen kent deze term. Het zijn planten (groenbemesters) die worden gezaaid om een overschot aan mineralen in de bodem op te vangen en vast te leggen. Agrariërs die op zandgrond maïs hebben verbouwd zijn verplicht om direct na de oogst een vanggewas te zaaien. Het gewas moet uitspoeling van stikstof naar de bodem en het grondwater tegen gaan. Winterrogge wordt door de overheid gezien als geschikt, net als bijvoorbeeld wintergerst, Japanse haver, gras, bladrammenas en wintertarwe.

Afrikaantjes ( Tagetes) als bestrijders van aaltjes

Kleurrijke groenbemesters

In het agrarisch landschap kom je steeds vaker percelen tegen die ingezaaid zijn met kleurrijke gewassen als gele mosterd, bladrammenas en afrikaantje (beter bekend als tagetes) Vooral de oranje gekleurde afrikaantjes vallen op. Deze hoge soort Afrikaan wordt vaak gezaaid als ontsmetter van de bodem. Tagetes is namelijk een goede bestrijder van aaltjes. Het zorgt ook nog voor een goede bodemstructuur en waterdoorlaatbaarheid. Het is ook bekend dat de plant een goed vanggewas is voor stikstof.

 

Geplaatst in Akkerbouw, Landbouwgewassen in het Reestdal | Getagd , , , | Een reactie plaatsen

Help, de heide vergrast.

De kleine schaapskudde van De Wildenberg

De Wildenberg is een restant van een enorm groot nat heideveld dat zich zo’n honderd jaar geleden uitstrekte ten noorden van het beekdal van de Reest. Deze woeste gronden hadden namen als het Nolderveld, Veld van De Pieperij en Bazuinerveld. Het moet er prachtig geweest zijn, gezien vanuit de natuurbeleving van nu. De lokale bevolking van toen had er waarschijnlijk heel andere gedachten bij: gevaarlijk, eng, moeras en witte wieven.Daar moest je na zonsondergang niet meer zijn!

Nolderveld, ook zo´n versnipperd heideterrein

Nog twee stukjes over 

Nu is er nog een stukje van dat heideveld over. Nou ja, twee stukjes dan. Aan de Meeuwenweg richting Fort ligt het kleine reservaat Nolderveld en aan de Nieuwe Dijk dus de heide van De Wildenberg. Beide gebieden zijn in beheer bij Het Drentse Landschap.

 

 

Grote goudgele graspollen 

Lopend over De Wildenberg valt iets op. Op een aantal plekken is de heide verdwenen en groeit een goudgele grassoort in grote stugge pollen. Het zijn de pampa’s van het pijpenstrootje. Als de zon schijnt is het een prachtig gezicht. De kleurloze heide krijgt dan een geweldige opkikker. Maar moeten we wel zo blij zijn met deze mooie grassoort?

Grassen domineren de heide van De Wildenberg

Onderdeel boerenbedrijf

Vroeger werd de heide door de boeren “bewerkt”. Heidegronden werden niet gezien als nutteloze vlaktes, nee ze waren een belangrijk onderdeel van het boerenbedrijf. De schapen vraten zich er de hele dag vol en zorgden ‘s nachts voor mest in de potstal. Heideplaggen werden voor allerlei doeleinden gebruikt. De heide bleef een open vlakte en door regelmatig de bovenlaag te verwijderen (plaggen) bleef de grond voedselarm.

schapen in de potstal

Heideplanten houden van vochtige schrale grond. Deze situatie duurde tot in de 20ste eeuw. Het gebruik van kunstmest maakte de potstal (en dus ook de schaapskudde) overbodig. De woeste gronden werden in cultuur gebracht. Lees: er werd landbouwgrond van gemaakt. Ga op de uitkijkbult van Takkenhoogte staan en je ziet de grens tussen de heide van toen en het agrarisch landschap van nu.

Heide beheren is lastig

De heide die we nog hebben in ons land willen we graag houden. Dat kost veel bloed, zweet en tranen (en geld), want de natuur heeft helemaal geen zin om die heide zo open en vlak te houden. Natuur houdt niet van stilstand. Natuur houdt van ontwikkeling. Stilstand is

Vrijwilligers van de natuurwerkgroep de Reest houden het Rabbingerveld open

achteruitgang ! Het lijkt de mensenwereld wel. De grote natuurlijke aanjager heet successie. Dat is een proces dat pas stopt als het eindstadium bos is bereikt. Heide gaat dus veranderen in bos als je niet ingrijpt. Dat ingrijpen heet heidebeheer. Dus wat zie je de grote natuurorganisaties  (Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer,e.d) doen? De heide wordt machinaal geplagd, grote grazers worden ingezet( waaronder de Schotse hooglanders), schaapskuddes (met of zonder herder) dwalen over de vlakte, vrijwilligers steken opslag uit de hei, alles wordt uit de kast gehaald om de heide in ons land te behouden. Vaak met succes. Alleen……. er is een grassoort die dit feestje bederft.

Pijpenstrootje 

De grote gele pollen van het pijpenstrootje doen de heide vergrassen  en op den duur verdwijnen. Oorzaken? De belangrijkste oorzaak lijkt het neerdwarrelen van stikstof en andere stoffen die de bodem verrijken. Verkeer, landbouw en industrie stoten stikstofoxiden, zwaveloxide en ammoniak uit. Ook vanuit het buitenland worden deze stoffen met de wind meegevoerd. Het neerslaan van stikstof verrijkt de bodem en geeft grassen mooie kansen zich te profileren ten koste van de oorspronkelijke vegetatie. Dit proces lijkt niet te stoppen. Een oplevende economie en een landbouw die steeds intensiever en grootschaliger wordt, de toename van het verkeer, het is om moedeloos van te worden. En we doen er allemaal aan mee. Misschien moeten we er helemaal geen drama van maken en ons erbij neerleggen dat dit de biologische tol is die we voor onze leefwijze betalen.

diagram stikstof uitstoot

Het is niet alleen de landbouw 

Het diagram ( uit dagblad Trouw van 9 november 2018) laat de bronnen van stikstofuitstoot zien. De landbouw speelt hier een belangrijke rol. Het is onjuist om steeds maar naar de agrarische sector te wijzen als bedreigers van onze biodiversiteit. We krijgen veel stikstof over ons heen vanuit het buitenland.  Het verkeer bijvoorbeeld en het huishouden zijn bronnen die ook een behoorlijke bijdrage leveren.

 

 

Geplaatst in Flora, Vroeger en nu | Getagd , | Een reactie plaatsen

´Tsjak,tsjak,tsjak´ klinkt het boven Takkenhoogte.

kramsvogels op de uitkijk

Vanaf de bult op Takkenhoogte heb je een prachtig uitzicht over de heide. In de verte zie je de Meeuwenplas en als je naar het westen kijkt ligt daar het open landschap van De Wildenberg. De bult zelf is begroeid met braam en omringd door een rand van struiken zoals vlier en meidoorn. De meidoorns zitten vol rode bessen. Daar zijn kramsvogels dol op. Een uurtje posten op de uitkijkbult en je ziet de mooiste dingen.

Kramsvogels zijn dol op de bessen van de meidoorn

Uit het noorden 

Kramsvogels zijn wintergasten. Ze komen uit het noorden en oosten van Europa deze kant op. Vooral in grote groepen. Het zijn prachtige vogels om te zien, maar het zijn ook zenuwenlijders.  Luid ´tsjakkend´ verdwijnen ze uit beeld om een poosje later weer terug te komen. Voorzichtig vanuit een hoge boom speuren ze de omgeving af naar gevaar. En dan de aanval op de bessen ! Een kleine beweging van mij en de groep gaat er al weer vandoor. Maar steeds komen ze ook terug. Je hoort ze tsjakken : ´Is ie nou nog niet weg?´

Gelukkig staan er veel meidoorns in ons land. Voedsel genoeg. Ook vlierbessen, hulst, lijsterbes, rozenbottels, het gaat er in als koek.

Kramsvogels zie je vaak in groepen

Naar de tuin 

Kramsvogels zie je ook vaak in grasland. Dan zijn ze op zoek naar wormen en insecten. Rottend fruit laten ze ook niet liggen. Ze zijn er dol op. Als het heel erg koud wordt verliezen ze hun angst wat en komen naar de huizen. Een groep kramsvogels , die een vuurdoorn plundert? Komt vaak voor. Al die mooie oranje bessen ineens weg. Ondanks deze plunderingen zijn het prachtige vogels. Als een groep op de wieken gaat steken de witte ondervleugels  in het zonlicht mooi af tegen een donkere lucht. Laat ze de hele winter hier maar lekker blijven.

Weet je waar het woord kramsvogel vandaan komt ? Lees het hier.

Uitzicht op Takkenhoogte.

 

Geplaatst in Fauna | Getagd , | Een reactie plaatsen

Monumentale bomen

De eik van Dickninge in de winter

Vanaf 1 september kon je stemmen op de boom van het jaar. De keuzelijst bestond uit 12 genomineerde bomen, uit elke provincie een.  Allemaal zware en karakteristieke deelnemers. De meeste stemmen waren voor de troeteleik van Ulvenhout, een oude eik in de middenberm van de A58. Bij deze jaarlijkse verkiezing gaat het vooral om het verhaal achter de boom. Het belang van de boom voor zijn omgeving, de maatschappij en zijn geschiedenis. Dat zijn de elementen die belangrijk zijn voor de beoordeling. De verkiezing wordt ieder jaar georganiseerd door het SBNL natuurfonds.

Oude beukenrij bij Den Westerhuis

Monumentale bomen in het  Reestdal

Een vraag die natuurlijk al gauw opborrelt is dan ´Heeft het Reestdal ook zo´n karakteristieke boom, zo´n monument dat met die verkiezing mee zou kunnen doen? Een boom die voor iedereen zo bij het landschap hoort, een boom die zoveel  gezien en gehoord, heeft, meer dan in een mensenleven mogelijk is?´ Om die vraag te beantwoorden moet je vooral gaan kijken in de midden- en benedenloop van de Reest. Daar vind je de landgoederen en de grotere monumentale boerderijen. Zeg maar, het Reestdal tussen De Stapel en Meppel. Daar staan de oudste bomen. Indrukwekkende beuken en kastanjes in de voortuin van boerderijen,  geplant als teken van welvaart. Of een solitaire eik in een weiland. Geplant om het vee op

Twee beuken in de voortuin

een loeihete zomerdag schaduw te geven .Wel eens van een eikengaard gehoord ? Een groep eiken keurig in het gelid, naast de boerderij geplant om heel veel later hout te leveren. Ook oud.  De kastanje langs de Reest achter de tuin van Dickninge, al weer zo´n karakteristieke boom. Iedereen die wel eens op Dickninge wandelt kent dit knoestige exemplaar.

Lees ook : De eik als  ziel van het landschap 

Wandelaars passeren de eik van Dickninge ( rechts)

De eik van Dickninge

Voor mij persoonlijk is er een boom die er toch een beetje uitspringt. Het is zijn vorm, de grillige takken en de locatie die ik zo bijzonder vind.  Om welke boom het gaat ? Ik noem hem altijd ´De eik van Dickninge´. Je vindt hem aan de rand van de es op landgoed  Dickninge. Er zijn er meer , maar deze boom staat wat meer in de ruimte en valt daardoor direct op. De eik ziet uit over de Reest en heeft naar het zuiden toe een prachtig uitzicht op

Zware boomstam

Overijssel. En als de eik schuin links over zijn schouder kijkt ligt daar huize Dickninge.  Zijn blik over de es moet prachtig zijn.  Hoe oud zou hij zijn ? Tweehonderd jaar ? Ik weet het niet. Op een oude kaart van rond 1850 staan stippen getekend langs de es. Dat moeten toen al wel grote bomen geweest zijn.  We moeten er maar van uit gaan dat de boom geplant is toen het landgoed nog eigendom was van de familie de Vos van Steenwijk. Het herenhuis dat er nu staat werd gebouwd in 1813. De kans is groot dat er toen in die periode lanen en bomenrijen werden aangeplant.

De eik in het voorjaar

De eik vertelt 

Op deze website geef ik de eik het woord. Dat vindt ie leuk. Hij vertelt graag over allerlei processen die in zijn lijf plaatsvinden. Maar hij kijkt ook goed om zich heen en heeft over een aantal zaken een duidelijke mening. Mag ook wel als je zoveel levenservaring hebt…

 

De eik in oktober 

De eik in december 

De eik in januari 

De eik in maart 

De eik in april

De eik in juni  

 

 

 

 

Geplaatst in Flora, kleinschalig landschap, landschapselementen | Getagd , | 1 reactie

De bodem vertelt het verhaal

Bodemmonster op de es

Oud-Avereest. Een prachtige zomerse oktobermorgen. Een groep van 52 eerste jaars HBO studenten komt nog wat strammetjes uit de bus. Het is kwart voor tien. De dames en heren volgen de studie Landscape and Environment Management aan de hogeschool Inholland in Delft en zijn op studiedag. Vanmorgen het Reestdal, na de middag de Weerribben. Hans Dijkstra, districtsbeheerder bij Landschap Overijssel en ik, vrijwilliger bij LO, mogen deze morgen met ze op pad. Thema : bodemkunde. Na een inleiding van Hans worden de studenten in twee groepen verdeeld. Twee docenten gaan mee en gaan uitleg geven bij boringen in verschillende bodemtypen. Dat wordt interessant, want ik weet niet zoveel van bodemtypen af. Hans ook niet. Gelukkig dat een docent meegaat. Altijd wel lekker, een specialist die erg veel van een onderwerp weet. Op vier locaties gaat de grondboor de grond in.

De bouwvoor op de es is donker van kleur

Bouwvoor

Op een mooie plek met een prachtig uitzicht over de hooilanden vertel ik over het unieke en relatief onaangetaste beekdal dat je vanaf de es van Den Westerhuis zo mooi ziet liggen. Typische kenmerken van het beekdal bepalen hier het landschap. Of moet ik ´landscape´ zeggen? Er zijn bijna geen HBO-opleidingen meer met een Nederlandse naam. Je zou de opleiding natuurlijk ook gewoon ´Landschap- en milieubeheer´ kunnen noemen. Geen uitstraling zullen we maar zeggen.  Hakhoutbosjes, houtsingels, dekzandruggen, hooilanden en natuurlijk een meanderende beek, het is er allemaal nog.

De Reest meandert hier nog net als vroeger

De jongelui komen allemaal uit de Randstad. Dat is een andere wereld. Het wordt me niet helemaal duidelijk hoe ze dit stukje Nederland ervaren. Ik hoor geen oh´s en ah´s en die verwacht ik ook niet. Opvallend dat er vrijwel niemand op het mobieltje kijkt. Iedereen kijkt naar het boren.  We staan bovenop een dekzandrug, op de es tussen de begraafplaats van Oud-Avereest en Den Westerhuis. Een van de studenten pakt de grondboor en begint te boren. Voorzichtig wordt het zand langs het meetlint gelegd. De docente stelt vragen en legt uit. De boor haalt materiaal uit een eeuwenoude bouwvoor. Dat is donkere grond met veel organisch materiaal. Resultaat van jarenlange bemesting van de rogge en andere gewassen die hier werden verbouwd. Na een meter boren is de grond nog steeds donker. Het wachten is op het gele dekzand.  Uiteindelijk na veel moeite komt er een vleugje geelbruin zand mee naar boven. De boring heeft het verwachte resultaat en is dus geslaagd. Heel vroeger gingen de boeren op de dekzandruggen gewassen verbouwen en werd de bodem bemest met organische materialen als heideplaggen en mest uit de potstal. Ieder jaar werd de bouwvoor een mm dikker. Op deze plek is de dikte nu ongeveer een meter. Maar het dekzand uit de laatste ijstijd ligt er nog steeds.  Al moet je wel erg diep boren om het hier naar boven te halen.

Plantenresten in het veen

Veen 

We lopen richting de Reest. Bij het bruggetje vertel ik dat de Reest een grensrivier is en dat we hier zo de provincie Drenthe binnenlopen. En dat die grens het behoud van al die meanders is. In het hooiland aan de Drentse kant wordt de boor gezet. Die gaat er hier wel erg gemakkelijk in. De bodem blijkt boterzacht en zit vol plantenresten. Op een diepte van  ongeveer zestig centimeter zitten de halfvergane resten van de wortelstokken van riet. We komen ook  uitgedroogd veen tegen. De docente vertelt over dalende grondwaterstanden, uitgedroogde veenpakketten en wat dat voor de flora betekent. Hier toont zo´n boring aan dat het Reestdal heel vroeger een groot hoogveenmoeras was. De bodem vertelt het verhaal !

Podzolbodem in de heide

Podzol

Vlakbij boerderij De Wildenberg vraag ik de studenten om een poosje stil te zijn en naar het geluid van die stilte te luisteren. Die stilte hangt hier namelijk nog. Gelukkig laten de chinook helikopters ons vandaag met rust. Even geen oefeningen vandaag. Nergens in ons land is stilte een zekerheidje. Ook bijzonder: het open landschap heeft hier geen horizonvervuiling. Niets wijst op de 21ste eeuw. Moet wel apart zijn als je opgroeit in de Randstad. Bij het Spookmeertje genieten we van de  aparte sfeer die je hier altijd aantreft.

De grijze laag is kenmerkend voor de podzolbodem

Een klein heideveldje  grenst aan het vennetje . Hier groeien drie heidesoorten: struikheide, dopheide en kraaiheide. Het is vrij droog en de aanwezigheid van dopheide, een heide van de natte bodem, vraagt om onderzoek. Zou er iets bijzonders met de bodem zijn ? Dat vraagt natuurlijk om een derde boring. Ook deze boring is interessant. Naast het meetlint ligt al gauw een bodemdoorsnede met verschillende kleuren. Een dunne donkere bruine humusrijke toplaag met daaronder een vaalgrijze uitgespoelde laag. Dan het dekzandzand ,dat uit twee kleuren bestaat: donker en lichter geel. Van de docente horen de studenten dat dit een typische podzolbodem is. Een zwart laagje  in de bovengrond wordt gliedelaag

dopheide

genoemd. Voor water is het moeilijk doordringbaar. Vandaar de wat nattere bodem en de aanwezigheid van dopheide. Aan een vierde boring op de kleine zandverstuiving achter het Spookmeer komen we niet meer toe. Wat op deze mooie morgen duidelijk is geworden: de bodem kan je erg veel vertellen over het ontstaan van het landschap.

 

 

 

Geplaatst in Algemeen | Getagd , , , , | Een reactie plaatsen

Houtwallen en houtsingels: boerengeriefhout

Houtsingel op esrand De Wildenberg

De eerste boeren zijn er lang geleden al mee begonnen: het trekken van lijnen door het landschap. Het resultaat: duizenden kilometers houtwallen,houtsingels, heggen, bomenrijen en andere stroken met beplanting. Vroeger waren dit allemaal belangrijke onderdelen van de agrarische bedrijfsvoering. Aangelegd als erfafscheiding en veekering. Het vee mocht de akkers niet op. Het wild ook niet. Boeren plantten bomen en struiken op steile randen langs de essen. Die randen waren ontstaan door regelmatige ophoging van de akkers met plaggenmest uit de potstal. De bomen en struiken leverden hout. Hout voor gereedschap, het stoken van de kachel, de oven en natuurlijk voor de bouw van huizen en stallen.

koeien zoeken schaduw van de houtwal- Reestdal De Schiphorst

Grote biodiversiteit

Om de 15 jaar werd een houtwal afgezet. Anders gezegd, de bomen en struiken werden tot iets boven de grond afgezaagd. Oudere bomen bleven vaak staan. Daarna mocht alles weer uitlopen. Zo ontstonden langgerekte percelen met een afwisseling van grote bomen en een

Ree vindt voedsel in de houtwal

dichte ondergroei. In dit gevarieerde biotoop voelden erg veel dieren en planten zich thuis. Een houtwal had zonnige en schaduwrijke plekken, een dichte en een open ondergroei, het was een paradijs voor insecten, amfibieën, reptielen en kleine zoogdieren. Op de bodem bloeiden de bosandoorn, de maagdenpalm en in de wal woekerde de kamperfoelie. Vogels vonden er voedsel en nestgelegenheid. Grotere zoogdieren als vos, ree  en das gebruikten de lange groene linten in het landschap als verbindingsweg.

 

Verandering 

In de tweede helft van de 20ste eeuw veranderde het boerenbedrijf en pasten de houtwallen en houtsingels niet goed meer in de landbouwmethoden. Het landschap raakte hierdoor steeds meer uitgekleed, want veel beplantingen werden gerooid of gingen verloren door achterstallig onderhoud. Ook in het Reestdal verdwenen honderden meters houtwallen. Vanaf 1980 kwam de kentering. Men ging eindelijk inzien dat deze landschapselementen belangrijke cultuurhistorische en ecologische waarden hebben. Ook werd onderkend, dat ze van betekenis zijn als leefgebied en verbindingsweg voor plant en dier. Nu zijn houtwallen vaak beschermd element en worden ze door natuurbeschermingsorganisaties aangekocht en onderhouden. Op plaatsen waar ze vroeger hebben gestaan worden ze ook wel weer aangeplant.

houtwal, de stobben lopen weer uit

Kenmerken houtwal

Houtwallen werden gemaakt door een greppel te graven op de plaatsen waar een afscheiding nodig was. De vrijkomende grond vormde dan een wal langs de greppel. Na het graafwerk werd de wal beplant met bomen en struiken uit de omgeving. Het belangrijkste doel was bijna altijd het afschermen van weilanden en akkers tegen ongewenste toegang van schapen, ander vee en wild. Langs de essen werden deze houtwallen ook wel “wildwallen”genoemd.

afgezette houtsingel op landgoed Dickninge

Kenmerk houtsingel

Houtsingels hebben geen opgeworpen wal. Vaak gaat het hier om smalle elzensingels geplant langs evenwijdig lopende sloten die overtollig water moesten afvoeren. Hierdoor ontstond een patroon van langgerekte en smalle kavels begrensd door sloten met elzensingels langs de kant. Net als houtwallen waren singels samen met een sloot nodig om vee te keren en leverden ze hout. Elzen hebben na het afzetten een sterke hergroei en de bomen leveren goed brandhout. Elzensingels worden vaak op de natte en laaggelegen zandgronden aangetroffen.

Jonge aangeplante meidoornhaag Rabbinge Reestdal .

Heggen

Heggen werden vroeger aangelegd om de gewassen te beschermen tegen vertrapping door het vee of tegen vraat door het wild. Ook waren het veekeringen net als de houtwallen en houtsingels. Heggen werden in het landschap soms gebruikt als erfafscheiding. In heggen konden vooral de struiken van de bosranden goed gedijen. Deze soorten hebben vaak doornen en zijn daardoor moeilijk doordringbaar. Voorbeelden zijn sleedoorn, meidoorn en wilde rozen. De meidoorn is een struik die snel groeit en erg geschikt is voor het vormen van een haag. De struik kan goed worden gesnoeid, is dicht en ondoordringbaar vanwege zijn doornen. Op meerdere plaatsen in het Reestdal zijn deze meidoornhagen nog te zien.

Hakhoutbosjes zijn landschapselementen waar we zuinig op moeten zijn

Landschapselementen 

Houtwallen, singels en heggen worden landschapselementen genoemd. voor de planten- en dierenwereld zijn ze van groot ecologisch belang. Ze leveren voedsel, nestgelegenheid en dekking. Kwetsbare dieren als de das hebben het kleinschalige landschap hard nodig om te kunnen overleven. Er zijn dieren, zoals bepaalde muizensoorten, die hun hele leven in en rondom een houtwal doorbrengen. Maar behalve als leefgebied kunnen lijnvormige landschapselementen nog een belangrijke taak vervullen. Ze kunnen dienen als verbindingswegen. Dieren gebruiken ze voor hun dagelijkse voedseltrek en maken er dankbaar gebruik van als ze op zoek zijn naar een nieuw leefgebied. Deze verbindingswegen ook wel ecologische infrastructuur genoemd.

Geplaatst in kleinschalig landschap | Getagd , , , | Een reactie plaatsen

Moeraskartelblad, de orchidee van het Reestdal

Moeraskartelblad bloeit in de hooilanden van Schrapveen

In het Reestdal komen nauwelijks orchideeën voor. Toch is er een bijzondere plant te vinden die het gemis van orchideeën behoorlijk compenseert en dat is het moeraskartelblad. Deze plant bloeit in het voorjaar en is te vinden in de natte schrale hooilanden.

Bloem moeraskartelblad

Bloeiperiode kan kort zijn

Vooral in de hooilanden van het Schrapveen (bij Dedemsvaart) en landgoed De Havixhorst (bij De Wijk) komen de planten massaal voor. Ook in de hooilanden op de Reestouwe ( Meppel) doet de plant het goed. De plant voelt zich erg thuis in terreinen die ’s winters onder water lopen. De kleur van de bloemen is licht paars. De bloei begint in mei en kan duren tot in juni. Soms zijn de planten in korte tijd uitgebloeid. Dat gebeurt bijvoorbeeld als het voorjaar erg warm is. In het Reestdal komt het moeraskartelblad vooral aan de Drentse kant voor.

Halfparasiet

Het moeraskartelblad is een halfparasiet. De plant heeft niet genoeg bladgroenkorrels om glucose uit water, CO2 en licht te maken. De bladeren zijn dan ook niet fris groen, maar groen/rood. Omdat de plant zelf niet genoeg aan fotosynthese doet, steelt hij

Moeraskartelblad leeft ten koste van het omringende gras

voedingsstoffen van de grasplanten in de nabije omgeving. De wortels zoeken het wortelstelsel van grasplanten op en vergroeien daarmee. Op die manier worden voedingsstoffen uit het gras gehaald. Pure diefstal dus. Omdat het moeraskartelblad zelf ook nog wel wat voedsel maakt wordt dit verschijnsel half-parasitisme genoemd.Aan de omgeving van de plant is goed te zien wat voor gevolgen dit voor de grassen heeft. Het gras ziet er niet gezond uit, het frisgroene is verdwenen. Uitgezogen en uitgemergeld door een onsympathieke buurman. Moeraskartelblad plant zich voort door zaadjes die niet erg lang kiemkracht bewaren. Men denkt dat die kracht na een of twee jaar al verdwenen is. De zaden komen voor in het hooi , dat van schrale landen afkomstig is.

De bladrand is gekarteld.

De plant heeft de volgende kenmerken: de hoogte varieert van 15 tot 50 cm, alleen boven in de stengel komen bloemen voor. Het blad is onbehaard en diep veervormig ingesneden. De bloemkroon is lichtpaars en bestaat uit twee lippen. De bovenlip is donkerder dan de onderlip. De plant is in ons land vrij zeldzaam. In ‘gewoon’ grasland hoef je hem niet te zoeken.

Meer weten over moeraskartelblad ?

Flora van Nederland

Groen natuurlijk 

hooiland met moeraskartelblad en ratelaar

 

Geplaatst in Flora | Getagd , , , , | 1 reactie

Hopbellen als de zomer bijna voorbij is

Hopbellen in de houtwal

Een beetje depri en weemoedig worden van bolchrysanten. Sommige mensen kampen hiermee.  De oorzaak is niet de chrysant, maar de periode waarin ze massaal worden aangeboden: de nazomer. In de maand september realiseer je dat de zomer op zijn eind loopt en dat we weer de winter induiken. Het wordt eerder donker, het klimaat wordt vochtiger en vaak ruik je al de herfst. Daar worden we meestal niet vrolijker van. De bolchrysant staat dan symbool voor de wetenschap dat die mooie warme zonnige dagen straks weer voorbij zijn.

Ook de hop is een plant van de nazomer. Deze klimmer en woekeraar kun je in het voorjaar en in de zomer ook wel zien, maar in de maanden augustus en september valt de hop op door de geelgroene hopbellen die je in houtwallen en houtsingels aantreft. Een

Hopbellen in de houtwal

prachtig gezicht ! Van al die slierten hopbellen word je niet depri. Wel slaperig. Neem een sliert hopbellen mee naar huis en doe ze in je kussen. Je wordt er rustig en loom van. De juiste stemming om in slaap te vallen. Wel steeds verversen, want de olie die in de hopbellen zit is nogal vluchtig. Een poos geleden, toen de tuinen van A.Vogel nog in Elburg lagen, vertelde een medewerkster tijdens een rondleiding, dat het personeel na het plukken van hopbellen niet direct in de auto mocht stappen. De bedwelmende werking van de hop liet dat niet toe. Surfend op het internet kom je op veel sites tegen wat hier de oorzaak van is : in hopbellen zitten erg veel werkzame stoffen o.a. tegen slapeloosheid. De hop maakt in de hopbellen lupuline aan en dat is de leverancier van al die stoffen.

Gele korreltjes tussen de schubben van de hop

Mannelijke en vrouwelijk hoppen

In een artikel op deze website ´hopman en hopvrouw bloeien apart´kun je lezen dat de hopbellen aan de vrouwelijke hoppen zitten. In een houtwal komen mannetjes en

mannetjeshop

vrouwtjes voor.  De mannetjes hebben onopvallende stuifmeelbloemen die via de wind de vrouwelijke katjes bevruchten. De bellen die zich hieruit ontwikkelen zijn vaak bevrucht en leveren niet alleen lupuline, maar ook zaden. De bierbrouwer wil geen hopbellen met zaden. Het bier wordt er niet lekker van en schuimt niet. Dus in de hopteelt zie je alleen vrouwelijke hoppen.

Kleine gele bolletjes 

Peuter voorzichtig een hopbel open en je vindt aan de voet van de schubben kleine gele bolletjes. Dat is lupuline. Voor de bereiding van bier en andere  producten worden de hopbellen gedroogd. Er zijn ook bierbrouwers die gebruik maken van verse hop. De zuren in de lupuline zorgen voor de bittere smaak en het aroma van het bier. Maar niet tegelijk. De hopteelt kent bittere hoppen en aroma hoppen. Het ene lupuline is het andere niet. Voor het bereiden van bier worden dus meerdere soorten hop gebruikt.  Vierhonderd gram hopbellen volstaan om 100 liter bier maken. Vooral kleine brouwerijen van lokale speciaalbieren gebruiken veel hop. Doordat de variatie aan bieren toeneemt, wordt de vraag naar hop groter. In België bijvoorbeeld is de vraag veel groter dan het aanbod.

Hopteelt in Nederland 

Wil je zien hoe hop massaal wordt geteeld, dan moet je naar Duitsland. Langs de autobanen in Zuid/Duitsland bijvoorbeeld, zie je naast enorme velden met zonnepanelen ook veel hopplantages. In ons eigen land neemt de populariteit van hop toe. De Limburgse brouwer Gulpener bijvoorbeeld haalt biologische hop uit de regio en organiseert een groot hopfeest als de hop in september wordt geplukt.

Vroeger werd er veel hop in ons land verbouwd, meestal kleinschalig. De Nederlandse hop had echter  geen goede naam. Wil je meer weten over de geschiedenis van de hopteelt in ons land, lees dan het artikel ´Nieuwe hoop voor de Nederhop?

hopteelt in Dedemsvaart

Tegenwoordig zijn er op veel locaties initiatieven om kleinschalig hop te telen. Een voorbeeld daarvan is de hopkwekerij in Dedemsvaart. Naast het landbouwmuseum/ brouwerij aan de Langewijk staat sinds kort een houten constructie waar hopplanten worden geteeld. Het is allemaal nog in ontwikkeling,maar een leuk initiatief is het wel.

Meer info:

De geneeskracht van hop 

Het groene goud van Belgie 

Hop is hot 

Hopteelt in Nederland 

Hopveld Avereest 

 

Geplaatst in Flora | Getagd , , | Een reactie plaatsen