De wintersprong

Sprong reeën op zoek naar kruiden in grasland

Roedel (edelherten), zwerm (bijen), school (haringen) ,kudde (schapen)  meute (jachthonden) :  bekende woorden die een groep aanduiden. Weinig mensen kennen het woord sprong als benaming voor een groep. Een sprong is een groep reeën.  De meeste jagers kennen het woord wel. De jacht heeft een eigen jargon. Een paar voorbeelden over reewild ? Schort ( wit/geel haartoefje onder aan de spiegel van de geit), windvang (neus) ,spiegel ( wit haarveld aan de achterkant van een ree) en laveien (eten).

Bescherming zoek je bij elkaar.

Kruiden in het grasland 

Het gebied waar een ree zich in de winter ophoudt is aanmerkelijk groter dan het terrein in de zomer. Dat heeft alles met het aanbod van voedsel te maken. Reewild houdt heel erg van jong blad. Meer dan 60% van het voedsel bestaat uit bladeren en knoppen van bomen en struiken. Daarnaast eet een ree veel kruiden. Gras wordt wel gegeten, maar is vaak moeilijk verteerbaar. In de wintermaanden is er weinig blad. Misschien hier en daar  een braamstruik die nog wat lekker blaadjes te bieden heeft, maar veel is het niet. Om toch aan de kost te komen verlaten reeën vaak de dekking en zoeken de vlakte op. In grasland, vooral als het niet te intensief wordt gebruikt, groeien kruiden (madelief, klaver, leeuwentand, weegbree e.d) en daar zijn reeën ‘s winters dol op. Nadeel: op de vlakte val je op en ben je kwetsbaar. Reeën lossen dit probleem op door op veilige afstand van wegen te foerageren. De hele tijd houden ze de omgeving in de gaten. Uit ervaring weten ze wanneer auto’s, fietsers en wandelaars gevaar kunnen opleveren. De sprong van acht reeën die ik in De Paardenlanden fotografeerde stonden ongeveer 100 meter van de weg af. Ze maakten een erg relaxte indruk. “Alles onder controle, hier kan ons niets gebeuren”, leken ze te zeggen. Je zag ze ook echt in het gras zoeken. Dan weer een stukje naar links, dan weer naar rechts, maar nooit (helaas) iets dichter naar de weg toe. Gelukkig kan een telelens van 500 mm veel.

Reegeit met twee kalveren van afgelopen zomer

Samenstelling van de wintersprong 

In de  herfst wordt de zomersprong (reegeit met haar kalveren) uitgebreid met een smalree, dat is een vrouwelijk kalf van het jaar ervoor. Ook een volwassen reebok sluit zich aan. Reebokken hebben in de winter nog geen ontwikkeld gewei. Op afstand is aan de kop moeilijk te zien of je een bok of een geit in de kijker hebt. Het is beter om dan naar de spiegel (achterste) te kijken. Geiten dragen voor hun geslachtsopening een schortje (toefje) Reebokken missen zo’n staartje. Een grote sprong reeën ontstaat doordat meerdere wintersprongen elkaar op zoeken. De sprong op de foto’s bestond uit twee gezinssprongen, waarschijnlijk één van drie en één van vijf. Soms worden er wel eens wintersprongen van meer dan twintig reeën gezien.

De dames hebben de leiding

Een sprong is geen mannenzaak. Meestal maakt een bok wel onderdeel uit van de sprong,

Even kijken of de kust nog veilig is

maar veel in de melk te brokkelen heeft ie niet. Dat komt waarschijnlijk door zijn lage testosteronspiegel en de ontwikkeling van zijn gewei, want dat kosten bergen energie. Nee, de leiding in een sprong berust bij een oudere sterke reegeit. Zij bepaalt de strategie. Ze waarschuwt bij gevaar, beslist over de vluchtrichting e.d. De leden van een sprong houden haar voortdurend in de gaten en kijken goed wat ze doet.

Informatieve websites over reewild:

-Vereniging het reewild 

-Zoogdiervereniging 

-Kenniscentrum- reeën 

Geplaatst in Fauna | Getagd , | Een reactie plaatsen

Oud-IJhorst

Oud-IJhorst aan de Reest

Om een prachtig uitzicht over het beekdal van de Reest te hebben moet je achter het kerkje van Oud-IJhorst zijn. Daar is behalve dit “hemels uitzicht” nog meer te zien. De plek staat bol van historie. Als je het maar wilt zien : een monumentaal kerkgebouw uit 1823, een oude klokkenstoel , graven van adellijke families ,een pastorie uit 1841 en natuurlijk de Reest die hier al eeuwen door het landschap kronkelt. 

De kerk van Oud-IJhorst

De kerk van IJhorst 

Het gehucht IJhorst stelde eeuwenlang niet zo erg veel voor, zo’n 16 boerderijen. Er was een schooltje en men kon naar de kerk, want die stond er al in de 13de eeuw. Vanuit het klooster Zwarte Water bij Hasselt werd dit kerkje gesticht. De kerkgangers kwamen niet alleen uit IJhorst, maar ook uit De Wijk  en Schiphorst. Ook de bewoners van de havezate Havixhorst en het klooster van Dickninge beleefden er hun geloof. Tot 1611 werd in het kerkgebouw de katholieke mis gevierd, daarna waren het de protestantse gelovigen die er ter kerke gingen.  Het gebouw is regelmatig opgeknapt, maar is zowel aan de binnen- als buitenkant vrijwel in oorspronkelijke staat. Vele kerkenpaden leiden naar dit mooie kerkje van IJhorst.

Kerkenpad 't Allee

Gelukkig zijn die niet allemaal verloren gegaan. Een bekend kerkenpad is ‘t Allee. De bewoners van de Schiphorst, de Havixhorst en Dickninge maakten er gebruik van. ‘t Allee is een van de oudste en mooiste lanen/paden in het Reestdal. De oude eiken langs het pad zorgen voor een bijzondere sfeer.

Reestbruggetje achter pastorie : poort naar Drenthe

Unieke plek

Het kerkje dat er nu staat dateert uit het jaar 1823. De omgeving is uniek. Het kerkhof grenst aan de hooilanden van de Reest en achter de kerk heb je een prachtig uitzicht over het Reestdal. Landschap Overijssel plaatste er drie infopanelen. Je leest er info over de oude pastorie, de aalstal en de  geschiedenis van dit stukje Reestdal. Staande achter de kerk (die wat hoger ligt ) heb je een prachtig uitzicht over de Reest die hier nog heerlijk door het beekdal meandert. Landschap Overijssel promoveerde deze locatie als een plek met een “hemels uitzicht “. Overdreven is het niet, maar er zijn wel meer plekken in het Reestdal met een bijzondere kijk over het beekdal.

Klokkenstoel

Opvallend is de klokkenstoel. In Overijssel komt je vrijwel nergens klokkenstoelen tegen.

De klokkenstoel van IJhorst

Deze stoel staat met zijn poten op grote zwerfkeien. Dat zie je ook niet overal. Een klokkenstoel werd gebouwd als de kerkelijke gemeente de bouw van een toren niet kon betalen. Een noodoplossing dus. In 1403 stond er naast het (houten) kerkje al een klokkenstoel. Op de klok stond:

MARIA BEN IK GHEHETEN 

DE KARSPEL VAN DEN IJHORST HEEFT MIJ DOEN GHETEN

MCCCCIII 

In de 18e eeuw (1780) kwam er een andere klok, gegoten in Amsterdam. Omstreeks 1822 werden afspraken over het luiden van de klok gemaakt.  De klok mocht  worden gebruikt bij brand, om de tijd aan te geven en natuurlijk bij kerkdiensten en overlijden. Alleen de klokkenluider mocht dit doen. Op overtredingen stond een boete. Deze traditie werd tot in de 20e eeuw voortgezet. In de tweede wereldoorlog hoorde  de Duitse bezetter niet alleen de klok van IJhorst luiden, maar wist helaas ook waar de klepel hing. De klok werd gejat. In 1946 werd duidelijk dat de klok was omgesmolten en niet weer terugkeerde. In Heiligerlee werd een nieuwe klok met een waarde van ongeveer 3000 gulden besteld. (bron : Webring Reestdal) De huidige klokkenstoel is in 1823 naast het kerkgebouw neergezet en in 1989 gerestaureerd en staat op de Rijksmonumentenlijst.

Klokkenstoel IJhorst is rijksmonument

Graven met een verhaal 

Op het kerkhof zijn de familiegraven van twee families te vinden. Op het oude deel aan de noord west zijde van de kerk ligt het graf van de familie de Vos van Steenwijk.
In 1823 legde de vier jaar oude Jan Arend Godard de Vos van Steenwijk tot Dikninge de eerste steen. Dit staat vermeld in de voorgevel van de kerk. Aan de andere kant liggen de graven van de familie van Pallandt. In 1994 werd hier Frederik van Pallandt begraven. Frederik genoot meer bekendheid als zanger dan als baron. Hij vormde in de jaren 60 met de Deense Nina Mőller het duo Nina en Frederik. In 1976 gingen ze uit elkaar en Frederik hertrouwde.  In 1994 werd hij op de Filipijnen vermoord en later op het kerkhof van IJhorst aan de grond toevertrouwd.

Een opvallende grafsteen op het familiegraf van de familie De vos van Steenwijk is die van Carel de Vos van Steenwijk. Het is mei 1940 als deze bijna 22 jarige zoon van de toenmalige Drentse Commissaris van de Koningin actief is als officier in opleiding. Locatie:  het voorterrein van de Grebbelinie, bij Wekerom. Hij behoort tot een onderdeel huzaren, dat de opdracht heeft de Duitse opmars naar de Grebbelinie op de Veluwe te verkennen en zo mogelijk te vertragen. Als een partij springstof bij een wegversperring niet tot ontploffing komt, probeert De Vos van Steenwijk dat op de vroege ochtend van 10 mei – met de Duitsers in aantocht – alsnog voor elkaar te krijgen. De springstof ontploft te snel en pelotonscommandant Carel de Vos van Steenwijk raakt zwaar gewond. Hij overlijdt in een hospitaal in Driebergen en wordt daar op 11 mei ook begraven. Op 28 juni 1964 is hij in IJhorst herbegraven, (bron: www.drentheindeoorlog.nl )

Het beschermd dorpsgezicht IJhorst is een bezoekje meer dan waard.

Nat Reestdal met op de achtergrond kerkje IJhorst

 

 

Geplaatst in De mooiste plekjes | Getagd , , , | Een reactie plaatsen

De eik als ziel van het landschap

De eik van Dickninge

Op de tentoonstelling in het Groninger Museum  “De romantiek in het noorden –van Friedrich tot Turner ” hangt een schilderij van een solitaire oude eik in een winters landschap. Het is in 1827 gemaakt door Caspar David Friedrich (1774-1840). Deze Duitse landschapsschilder is bekend geworden door zijn landschappen, vaak weergegeven vol drama en symboliek. Naast het schilderij hangt een opmerkelijke tekst : “Tijdens de Romantiek werden bomen beschouwd als de ziel van het landschap. Voor veel romantische schilders was de eik de meest geliefde boom, die onder andere werd geassocieerd met eigenschappen als standvastigheid en trouw “. Karakteristieke bomen als ziel van het landschap. Herkenbaar. Het kappen van een jarenoude boom doet veel mensen pijn. Is de boom eenmaal weg, dan is het net alsof het plaatje niet meer klopt. De lege plek brengt je uit je evenwicht. De boom was zo bepalend….

Karakter

In het Reestdal staan meerder oude en vaak alleenstaande eikenbomen. Ze vallen erg op. Vooral ’s winters als de boom zijn grillig uitgegroeide takken laat zien. Een boom is ‘s winters veel mooier dan in de zomer. De boom laat dan veel meer van zijn karakter zien. Iedere soort heeft zijn eigen silhouet. De kleur van de schors en takken valt meer op. En kijk eens  naar de knoppen. Ook aan een knop herken je de boom.

Eik op de Wildenberg

Opvallende eiken in het Reestdal

Indrukwekkende eiken vind je bijvoorbeeld aan de rand van de es op Landgoed Dickninge.

Een eik heeft karakter

Deze website volgde “de eik van Dickninge” gedurende vier seizoenen. Ook op de heide van De Wildenberg staan prachtige oude eiken. En hier en daar staan nog grote schaduwgevende eikenbomen in weilanden. Bovendien vind je in de benedenloop van het Reestdal naast grote boerderijen vaak nog  indrukwekkende eikengaarden.

Geplaatst in Eik van Dickninge, landschapselementen | Een reactie plaatsen

Nat Reestdal

Na de sneeuw mogen we nu genieten van een nat Reestdal. Vroeger was dat een heel normaal verschijnsel. In natte winters was het Reestdal één grote watervlakte. Als het ging vriezen kon je van Dedemsvaart naar Meppel schaatsen. En andersom natuurlijk. Ouderen onder ons kunnen daar nog van vertellen. Toen eind jaren

Reestouwe Meppel

’60 de Reestvervangende Leiding werd gegraven was het uit met de pret. Alleen de benedenloop tussen IJhorst en Meppel loopt in natte winters met enige regelmaat onder water. De laatste keer dat het hele Reestdal blank stond was 1998. Toen viel er in 24 uur tijd meer dan 100 mm regen. Dat is 100 liter water op 1 m2. Het kan zo maar weer gebeuren.

Meer foto staan op de Facebookpagina 

De Reest achter de tuin van Landgoed Dickninge

 

Geplaatst in De Reest | Getagd | Een reactie plaatsen

Even proeven van de winter…..

Code Rood! Heel Nederland (lees: de Randstad) lag plat. Wissels die niet werkten, meer dan duizend kilometer file, veldbedden voor gestrande reizigers op Schiphol, slippende vrachtwagens in tunnels, enz. In de media erg veel aandacht voor problemen die vroeger niet gemaakt werden. Je zou op zo’n hectische dag bijna vergeten dat er ook nog rust en ruimte is in ons land. Vooral buiten die Randstad. In het Reestdal bijvoorbeeld.

Terwijl half Nederland al ploeterend probeert thuis te komen kun je hier op zo’n heerlijke sneeuwdag nog genieten van een beetje winter.

Meer foto’s op de Facebook-pagina

 

Geplaatst in Algemeen | Een reactie plaatsen

Wandeling ‘t Ende aan de Reest

Het Drents Landschap heeft in het Reestdal drie korte wandelroutes uitgezet. De ene is nog mooier dan de andere. Deze wandeling heet ‘t Ende aan de Reest en is 6 kilometer kort.

Aan de Stapelerweg

‘t Ende is een prachtige monumentale boerderij. In de staart ( achterste deel) vind je een informatiecentrum van Het Drents Landschap. Regelmatig worden hier exposities en lezingen gehouden.Een permanente tentoonstelling over het Reestdal vertelt over de geschiedenis en het beheer van dit kleinschalige beekdallandschap. Je kunt er alleen van april tot november terecht. Van 11.00 tot 17.00 u. In de stille wintermaanden is het centrum gesloten. Je kunt de kleine parkeerplaats vinden aan de Stapelerweg tussen De Bloemberg en De Stapel. In één van de bochten die deze weg rijk is sla je een verhard pad in richting de boerderij. Al gauw zie je dan aan je rechterhand een kleine parkeerplaats.

boerderij 't Ende

gemarkeerde route

Paarse koppen

De route is gemarkeerd. Verdwalen is een kunst. Paaltjes met paarse koppen geven duidelijk aan waar je langs moet. Het maakt niet uit waar je begint. De wandeling wordt doorkruist door de Stapelerweg, maar dat is niet hinderlijk.

Stapelerveld

Misschien is het handiger om eerst aan de overkant van de weg te gaan wandelen. Het mooiste deel van de route bewaar je dan voor het laatst. Je wandelt over het voormalige Stapelerveld. Aan het eind van de 19e eeuw werd een groot deel van dit grote heideveld in cultuur gebracht. Een klein deel ontsprong de dans. Nu is het een langgerekt bos. Als je goed om je heen kijkt zie je veel eikenhout afgewisseld met grove den. Smalle graslandjes zorgen voor openheid

graslandje in bos Stapelerveld

en variatie. Hier kun je zien wat er gebeurt als heide niet meer wordt begraasd. Zaailingen van bomen grijpen hun kans en voordat je het weet is de heide verdwenen en ontstaat er bos. De route door dit bos bestaat uit een soort lus. Je komt bijna weer uit waar je begonnen

houtwal met oude eiken

bent. Lopend langs een mooie houtwal met hele oude eiken kom je weer uit bij de Stapelerweg.

Hooianden

Aan de andere kant van de weg loop je zo het Reestdal in. Een vonder ( houten plank) brengt je over de Reest in de provincie Overijssel. Hier mag je een stukje langs de Reest lopen. Dat is uniek, want dat kan in het Reestdal maar op een paar plekken. Je hebt nu een heel mooi uitzicht op de natte hooilanden. Ze worden beheerd door Landschap Overijssel aan de ene en Het Drentse Landschap aan de andere kant van de Reest. Let eens op natte plekken in het grasland. Hier komt kwelwater aan de oppervlakte. Je herkent dit water aan zijn bruine kleur. Vaak drijft er

kwelwater in hooiland

ook een blauw vlies op. Kwelwater voert mineralen zoals ijzer en calcium mee. De karakteristiek flora ( dotterbloem bijvoorbeeld) van de hooilanden heeft kwel nodig om te kunnen groeien. Pas na 15 juni worden de hooilanden gemaaid. Het beheer bestaat uit het verschralen van de bodem. Het maaisel wordt afgevoerd en het land wordt niet bemest.

hakhout

Hakhout

Aan de linkerkant van het graspad loop je langs een langgerekt bos. Dit is een hakhoutbosje, een kenmerkend landschapselement in een beekdallandschap. Hakhout kun je herkennen aan de bomen die meerdere stammen hebben. In dit bosje zijn het vooral eiken en berken die om de zoveel jaar worden afgezet. Vroeger was hakhout een belangrijk onderdeel van het boerenbedrijf. De bosjes werden aangeplant om later geriefhout te leveren : brandhout, gereedschap, paaltjes, takken voor de oven, hout was voor veel zaken nodig. Net als de es (akker) werd hakhout aangelegd op de hogere dekzandruggen op de flanken van her beekdal.

voorhuis boerderij 't Ende

Zelfbewust

In de 19e eeuw ging het de boeren in dit deel van het Reestdal  voor de wind. De hooilanden lagen ‘s winters onder water en het water bracht vruchtbaar slib mee. Kwelwater zorgde voor de aanvoer van Lees verder

Geplaatst in wandelen | Getagd , , , , , , | Een reactie plaatsen

Een beetje winter

Op 1 december begint de meteorologische winter. Gisteren en vandaag deed koning Thialf wat er van hem verwacht wordt. Temperaturen onder nul en mist. Die combinatie levert meestal waterkou op. Gisteren nog een mooie zonnige dag, maar vandaag was het grijs en kil. Bevroren mist levert vaak een berijpt landschap op. Dan moet je niet binnen blijven, maar juist gaan wandelen. Het landschap ziet er dan prachtig uit. Juist door het wegblijven van het winterzonnetje krijg je mooie zachte kleuren. Dat levert dan sfeervolle foto’s op.

Meer foto’s kun je bekijken op de Facebookpagina van deze website.

Geplaatst in Algemeen | Een reactie plaatsen

Kramsvogels houden (ook) van bessen

Kramsvogel houdt van de bessen van de meidoorn

Het zijn mooie lijsters al laten ze zich niet altijd goed zien.  In onrustige groepen struinen ze, vaak met koperwieken, struwelen en houtsingels af op zoek naar bessen. Meidoorn- en vlierbessen, ze lusten er wel pap van. De felrode vruchten van de Gelderse Roos ? Daar halen ze hun snavel voor op. Die lusten ze (nog ) niet. Daar moeten eerst maar een paar

Vanuit een es: kramsvogels op de uitkijk

nachten vorst over heen.  Ze komen van ver. Typische wintergasten zijn het, helemaal uit Oost en Noord-Europa.  En wat zijn ze mooi! Het verenkleed kent een grote variatie aan kleuren: grijs op de kop en rug, bruin op de rug, zwart in de staart, een vaalwitte buik met streepjes, een oranje-gele borst en een gele snavel met een zwart puntje. Wat wil je als vogelaar nog meer ?

Krams

Het woord kramsvogel zet je aan het denken. Krams ? Gelukkig hebben we het Verklarend en Etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen (2004) nog. Het woordje krams, zo vermeldt het woordenboek, is te herleiden uit het oudhoogduitse woord kranawitu dat jeneverbes betekent. De relatie tussen de jeneverbes en kramsvogel is niet helemaal duidelijk. Het is mogelijk dat men zag dat kramsvogels vaak jeneverbessen aten of de dichte struiken gebruikten als nestplaats. . De Duitsers noemen de kramsvogel Wacholderdrossel. Vrij vertaald betekent dit jeneverbeslijster.

Voor meer info over de kramsvogel:

Vogelbescherming

Sovon

Natuurmonumenten

Jeneverbessen op De Lemelerberg

 

Geplaatst in Flora | Getagd | Een reactie plaatsen

Versnipperde heide

In het begin van de vorige eeuw kon je nog echt spreken van “de grote stille heide”. Grote delen van het oosten van ons land bestonden uit uitgestrekte heidevelden. De heide was

Rabbingerveld rond 1900

belangrijk voor de boeren. De schapen hielden de heide kort en gingen ‘s avonds gezellig de potstal in. In deze stal werd de mest vermengd met heideplaggen en ander organisch materiaal. De stalmest werd over de essen (akkers) gegooid. Schapen in dienst van de landbouw. Door de uitvinding van kunstmest was de schapenmest niet meer zo noodzakelijk om arme grond vruchtbaar te maken. Duizenden hectares heide werden omgezet in landbouwgrond.

Schotse Hooglanders op Takkenhoogte

Wel heide, nog geen eenheid

Ten noorden van de Reest liggen nog wat heideveldjes die de dans zijn ontsprongen. Door aankoop door Het Drentse Landschap kon de heide van De Wildenberg, De Meeuwenplas en Het Nolderveld worden gered. Eind vorige eeuw werd op het huidige Takkenhoogte de heide weer hersteld. In 2005 gebeurde dit op Het Rabbingerveld. In 2016 werd hier een aantal hectares aan toegevoegd. De bovengenoemd heideterreinen vormen geen eenheid. Het Nolderveld en Het Rabbingerveld liggen er wat verloren bij. Er zijn wel verbindingszones, maar het ideaal beeld is natuurlijk een groot aaneengesloten heide met laagtes en vennetjes. Misschien droomt Het Drentse Landschap daar wel van. Nu liggen de heidevelden er wat versnipperd bij. Kenmerkend voor een groot deel van de Nederlandse natuur. Dit is ook één van de oorzaken van de achteruitgang van onze biodiversiteit.

Rabbingerveld

Kroonjuwelen 

Er mag dan veel heide verloren zijn gegaan, maar wat er nog van over is mag je zien als pareltjes van het Reestdal. Op Takkenhoogte en De Meeuwenplas ontwikkelt zich een unieke flora en fauna. De Wildenberg is op zich al bijzonder, want vrijwel nergens in ons land loopt de heide zo prachtig over in natte hooilanden. Over Het Nolderveld lopen geen paden. Het terrein grenst nu aan een nieuw landgoed.

Meeuwenplas in winterse sferen

Natte heide op het Nolderveld

De struikheide bloeit op De wildenberg

Geplaatst in Bescherming, Vroeger en nu | Een reactie plaatsen

Ooit lag het beekdal van de Reest onder dikke lagen veenmos

Veenmossen aan de rand van de Meeuwenplas

De Meeuwenplas, ook wel Meeuwenveen genoemd, ligt er verlaten bij. Sinds eind jaren ’70 van de vorige eeuw wordt hier geen kokmeeuw meer gezien of gehoord. Daarvoor was het hier in het voorjaar een gekrijs van jewelste. Paniekerige kokmeeuwen scheerden rakelings over je hoofd als je te dicht bij de nesten kwam. Tijd voor een naamsverandering, of blijven we nostalgisch de naam vasthouden ? Nu, op deze oktobermorgen, heerst vooral de stilte

Veenmos houdt veel water vast

soms afgewisseld door het donkere gakken van een groep grauwe ganzen. Ze relaxen op één van de vennetjes op de heide van het aangrenzende Takkenhoogte. Op één van de plassen ( het zijn er drie) van het Meeuwenveen zwemmen tientallen wilde eenden, maar die maken nauwelijks geluid. Op een paar plekken kun je wat dichter bij het water komen, maar zonder laarzen gaat dat niet lukken. Bovendien is het erg link, want de veenrijke bodem is verraderlijk drassig en voordat je het weet zuigt de bodem je vast. Op heel veel plekken groeit hier veenmos. Deze sporenplant heeft een belangrijke rol gespeeld in het ontstaan van het Reestdal. Daar gaat dit artikel over.

Het Holoceen

Na de laatste ijstijd, het Weichselien, wordt het rond 9.000 jaar voor Chr. langzaam warmer op aarde. De ijskappen gaan smelten en de zeespiegel stijgt. De vorst verdwijnt uit de bodem en het grondwaterpeil stijgt. De periode waarin dit gebeurt heet Holoceen en duurt nu ongeveer 11.000 jaar. De opwarming van de aarde was voor de mens erg gunstig. De levensomstandigheden werden steeds beter. Zodoende kon de mensheid zijn stempel op de aarde drukken en de planeet overnemen en naar zijn hand zetten. In feite doen we dat nog steeds. Heel veel landschappen werden in cultuur gebracht. In ons land verdwenen bossen en moerassen en ontstonden landschappen volledig door mensenhanden ingericht. Het Reestdal is er ook een voorbeeld van. Pas laat, in de Middeleeuwen, werd het grote Reestdalmoeras in cultuur gebracht.

Honinggele mosklokje groeit tussen de veenmosplantjes

Moerassen

Rond 6000 jaar voor Chr. is het Reestdal bedekt met uitgestrekte wilgenstuwelen, zeggenmoerassen en moerasbossen. Wat moet dat een prachtig landschap geweest zijn. We kennen het in ons land niet meer, misschien doen de ooibossen langs de grote rivieren er nog een beetje aan denken. Later, rond 3000 voor Chr. zijn de zeggenmoerassen veranderd in elzenbroekbossen. De begroeiing van het Reestdal neemt toe en de afbraak van dood hout en bladeren ook. Op heel veel plekken begint onder het water (laag)veen te groeien. Deze ontwikkeling zet door. Het veen gaat boven het waterpeil uit groeien. Laagveen wordt hoogveen. Het moet dan ongeveer tussen 2000 en 1000 jaar voor Chr. zijn. Het hoogveen bestaat vooral uit veenmossen en houdt als een spons veel water vast. Grote delen van ons land verdwijnen onder een dik veenpakket. De Reest en andere veenbeekjes krijgen steeds meer moeite om water af te voeren. Hierdoor wordt niet alleen het brongebied steeds natter, maar ook de midden- en benedenloop. De Reest gaat steeds minder stromen en veel broekbossen verdrinken en sterven af. Grote zeggenmoerassen ontstaan.

Moerasbossen in het Holoceen

Veenmos

Veenmos is een kleine, primitieve sporenplant die in natte omstandigheden leeft en dikke kussens vormt. Veenmos groeit aan de bovenkant aan, terwijl het aan de onderkant afsterft. Zo ontstaat er een dikke laag dood plantmateriaal dat veen wordt genoemd. Door speciale wateropnemende cellen werkt veenmos als een soort spons die het water meters

Veenmos groeit met een gemiddelde van 1 mm per jaar

boven het grondwaterpeil van de omgeving kan uittillen en regenwater kan vasthouden. Veenmos kan ook met gemak tien keer het eigen gewicht aan (regen)water opnemen. Door deze eigenschappen is veenmos niet strikt gebonden aan natte leefgebieden, maar kan het ook in drogere omstandigheden groeien: door water op te slaan creëert veenmos immers zijn eigen natte milieu. Zo is veenmos in staat geweest om grote delen van ons land te koloniseren. Voordat er op grote schaal veen werd afgegraven, bestonden Noord- en Zuid-Holland, Groningen, Drenthe en delen van Noord-Brabant vrijwel geheel uit door veenmos gevormd hoog- en laagveen. Veenmos heeft nog een andere eigenschap: het verstikt alle planten en bomen in de buurt en is in staat om uit het beekdal te klimmen. In het Reestdal ontstaan uiteindelijk veenlagen met een dikte van 0,5 tot 2,5 meter. Rond 800 voor Chr. breiden de hoogvenen zich explosief uit. Op grote schaal annexeert het veenmos rivier- en beekdalen. De Reest is dan een echte veenbeek, die vaak moeite heeft om water af te voeren. Het Reestdal is kletsnat en een verraderlijk moeras waar je niets te zoeken had. Deze situatie zal tot aan de Middeleeuwen ( 500-1500) duren.

 

Geplaatst in Algemeen, Vroeger en nu | Getagd , , , | Een reactie plaatsen