De mezen komen !

Pimpelmees ( met Pools accent ?) op de voedertafel.

Dat Nederland een populair immigratieland is, weten we al lang. Vanuit Oost Europa bijvoorbeeld vonden/vinden duizenden arbeidsmigranten hier werk. In de komende winter staat ons land weer een immigratiegolf uit Oost-Europa te wachten. Sterker nog, die is in september al begonnen. Nee, geen auto’s met PL , EST of RO  op het kenteken. Het zijn mezen die komen!  Bij duizenden komen ze onze kant op. Of zijn er al.  De hele winter zullen ze blijven. Oorzaak ? Voedseltekorten in de Oost-Europese bossen.

Koolmees is dol op vet.

Vogelonderzoeker Frank Majoor van Sovon zegt hierover:

“Het gaat om enorme aantallen, hoewel exacte cijfers niet bekend zijn. Dat is anders dan in andere jaren, en dat heeft er mee te maken dat er nu veel mezen zijn. En dat komt weer door een goed mastjaar vorig jaar, waardoor heel veel mezen de winter hebben overleefd. Daardoor zijn er dit voorjaar veel jonge mezen bij gekomen. Een mastjaar is een jaar waarin bomen veel meer vruchten dragen dan gemiddeld. Beukennootjes zijn een belangrijke voedselbron voor mezen in de winter.” 

 

Meer info over deze invasie lees je op de website van Vroege Vogels.

Geplaatst in Fauna, Geen rubriek | Getagd , , | Een reactie plaatsen

Roodborst: mooie vogel met een kort lontje

De oranje-rode borst van de roodborst heeft een signaalfunctie

 “ Voor de roodborst stap ik af”, schrijft Nico de Haan in een januarinummer van het blad Vogels. En gelijk heeft ie, want een roodborst brengt een beetje vrolijkheid en opwinding in de vaak saaie en stille winterperiode. Zelfs op koude dagen zijn de korte concertjes van dit mooie vogeltje te horen. “Alsof je wordt toegezongen, een serenade krijgt, het voelt bijna onbeleefd om verder te fietsen”.

In opengewerkte tuingrond op zoek naar voedsel

Niets is wat het lijkt

Het lijkt zo’n leuk vriendelijk niet al te bang vogeltje. Een rood/oranje bolletje op twee hele dunne pootjes en kraaloogjes die je een beetje brutaal aankijken. Vergis je niet ! De roodborst is misschien wel het meest intolerante vogeltje dat in ons land rondvliegt. Dat heeft te maken met de manier van voedsel zoeken. Daar willen ze geen andere soortgenoten bij hebben. Om goed te zien hoe een roodborst aan zijn voedsel komt, moet je in de tuin aan het werk. Het meeste succes heb je als je een stukje grond omspit. Hoe meer je harkt, schoffelt of spit, des te meer kans op een roodborst die je volgt. En dan zie je het: ze hippen niet over de grond als een mus of andere zangvogel, nee ze jagen meer als een roofvogel. Even stilzitten, een korte duik en de prooi is gepakt. Die prooi bestaat uit wormen, spinnen, insecten als langpootmuggen, rupsen, vliegen en andere geleedpotigen. Een concurrent dulden ze niet. Of het een mannetje is of een vrouwtje, het maakt niet uit. Weg jij ! De rode borst dient als signaalfunctie om de boodschap nog wat duidelijker over te laten komen. Krengen zijn het !

Vogelvriendelijke tuin met klimop, groenblijvende struiken, niet gesnoeide border, rommelige hoekjes, drinkschaal en voederplaats

Een rommelige tuin

In betegelde tuinen met een gazon van kunstgras zul je roodborsten niet gauw tegen komen. In hele nette aangeharkte tuinen ook niet. Net als veel andere vogels houdt de roodborst van rommelige hoekjes. Struiken, stapels hout, schuttingen met klimop, plantenborders die niet gesnoeid zijn, een stapel stenen, een hoop gevallen bladeren, enz. Dat zijn de plekken waar voedsel te vinden is. Als het zoeken naar al dat lekkers moeilijk wordt ( bevroren grond of laagje sneeuw), dan zijn bessen en zaden ook prima. Een voedertafel met een schoteltje meelwormen, daar doet de roodborst een moord voor.

Soms broeden roodborsten in een nestkast

Bosvogels die ook van tuinen houden

Net als de merel was de roodborst vroeger vooral bosvogel. Overal waar herten en zwijnen de bodem los woelden waren ze van de partij. In de 16e eeuw al werd de roodborst in Engeland (‘Robin’) beschreven als een bosvogeltje, dat in de wintermaanden graag de mensen opzoekt om daarna in de zomer weer in de bossen te verdwijnen. Inmiddels broeden roodborsten ook in Engelse tuinen. In Nederland hebben we jaarlijks tussen de 250.000 en 350.000 broedparen. De winteraantallen zijn veel groter, tussen de 500.000 en 1.000.000 roodborsten brengen hier de koude wintermaanden door. Roodborsten ontbreken alleen

Lekker in het najaarzonnetje

in boomarme landschappen. De hoogste dichtheden vind je in bossen met goed ontwikkelde struik- en kruidlagen. Veel minder zie je ze in agrarisch en stedelijk gebied. Hoewel je nog steeds kunt zeggen ‘Hoe meer bos, hoe meer roodborsten’, zien we ook dat ze veel voorkomen in groenvoorzieningen, nieuwe natuur, begraafplaatsen, bungalowparken e.d.

Lichaamstemperatuur

Vogels zijn net als zoogdieren warmbloedige dieren. Ze hebben een constante lichaamstemperatuur, alleen bij vogels ligt die een paar graden hoger dan bij zoogdieren. Bij vogels staat de thermostaat 24 uur per etmaal op 41 graden Celcius. En dat is hoog ! Wel eens een levende vogel in de hand gehad? Die voelt heel erg warm aan, net alsof het beestje gloeit. Maar ja, het verschil tussen de warmte van onze handen en die van een

In de winter zoeken roodborsten vaak rommelige tuinen op

vogellijfje is al gauw vier, vijf graden. Als het buiten erg koud is, is het lastig om op temperatuur te blijven. Gelukkig hebben vogels donsveren die heel goed isolerend werken, maar toch. De behoefte aan brandstoffen is dan ook groot bij onze gevederde vrienden. Kijk op koude dagen maar eens naar de voedertafel in de tuin. Ze weten de vetbollen, pinda’s en stukje brood en aardappelen wel te vinden. Allemaal vet, zetmeel en eiwitten. En daar zit veel energie in!

Strenge winters zijn voor roodborstjes een ramp

Zwaarder vlak voor de winter

Kleine vogels verliezen relatief meer warmte dan grotere collega’s. In verhouding tot hun volume hebben ze een groter huidoppervlak. En die huid straalt altijd warmte uit, of je nu veren hebt of niet. Soorten als winterkoning, goudhaantje en roodborstjes kunnen het in winterse periodes behoorlijk moeilijk krijgen. Bovendien eten ze insecten. En die zijn er ’s winters niet of nauwelijks. Je moet in ieder geval erg veel moeite doen om ze te vinden. En dat kost energie. In het boekje “De roodborst, dichtbij en ver weg” van Jenny de Laet wordt beschreven hoe roodborstje proberen koude winters te overleven. Roodborsten slaan in de herfst een vetvoorraad op. Een roodborst met een zomergewicht van 18 gram (!) heeft vlak voor de winter vaak een lichaamsgewicht van 20 gram. Dat is een toename van 11%. Als koude periodes lang duren moeten de reservevoorraden worden aangesproken. Insecten kruipen weg in spleten en gaten en zijn met het kleine pincetsnaveltje niet meer te bereiken. Hongerige roodborsten worden ook minder schuw en lopen eerder kans te worden gepakt door sperwers of andere rovers.

Het aantal broedparen in ons land kan oplopen tot 350.000

Vogelvriendelijke tuin

Roodborsten komen naar de bewoonde wereld als het erg koud is en genieten van onze voedertafels. Molshopen zijn ook erg populair. Daar is altijd wel wat te vinden. Als de grond maar niet bevroren is. Dichte groenblijvende struiken in de tuin bieden de vogel bescherming en een goede slaapplaats. De meeste roodborsten slapen alleen. Lege nestkasten worden ook gebruikt als slaapplaats, net als oude halfopen schuren. Met een paar simpele maatregelen kun je dus je tuin roodborstvriendelijk maken.

Bronnen:

De roodborst dichtbij en ver weg. Het 112 blz. tellende boekje komt uit de Belgische serie Vogels rondom huis. 

Vogelatlas van Nederland- uitgegeven door Sovon

Eigen waarnemingen

 

Roodborst met voer voor de jongen

Meer weten over de roodborst ? Misschien zit hier wat voor je bij:

De Vogelbescherming over de roodborst 

Artikel Vogelbescherming over de wintertrek van de roodborst

Leuke weetjes van het tijdschrift Roots

Sovon over de verspreiding, aantallen e.d. van de roodborst

 

 

 

 

Geplaatst in Fauna | Getagd , , | Een reactie plaatsen

Bomen houden lang hun blad dit jaar

Nog steeds herfstkleuren in een beukenbos

Het zal veel mensen zijn opgevallen.  Veel bomen staan nog steeds behoorlijk in blad. Wintereiken en hazelaars lijken helemaal nog geen zin te hebben om hun bladeren aan de bodem af te geven, maar ook in beukenbossen overheerst vooralsnog de kleur goud. We  website www.naturetoday.com ( een aanrader!) wijt de late bladverkleuring en bladval aan de warme herfst en het gebrek aan herfststormen. Het najaar van 2019 gaat wat bladval betreft de geschiedenis in als zeer laat.

 

Geplaatst in Algemeen | Een reactie plaatsen

Wat blijft er over van ons landschap ?

Horizonvervuiling op Takkenhoogte

`Nederland is vanaf vandaag een mini-Klimaatakkoord rijker. Daarin schaart de voltallige milieubeweging zich achter afspraken voor grootschalige plaatsing van zonnepanelen. Niet op daken, maar rijendik op het land, hectares vol. Dat is een doorbraak voor zonne-energie.` 

Aanleg windmolenpark in de NOP

Bovenstaand bericht staat in Dagblad Trouw.  Het akkoord is dodelijk voor het Nederlandse landschap. Over een jaar of wat bestaat  Nederland nog uit zo´n 10 % zieltogende natuur en vind je in de rest van ons landschap intensieve landbouw, bedrijventerreinen, woestijnen vol met zonnepanelen, snelwegen, nieuwbouwwijken en talloze windmolenparken. Buiten de beschermde natuurreservaten lijkt de rest van ons land vogelvrij verklaard. Een mooi voorbeeld van het veranderende landschap is bovenstaande foto. Lopend over Meeuwenveen-Takkenhoogte, een van de pareltjes in het Reestdal, misschien wel van de provincie Drenthe, is de horizon permanent vervuild door de aanleg van windmolenpark De Veenwieken ten zuiden van Dedemsvaart. Met dank aan de CO2 hysterie.

 

Geplaatst in Algemeen | 1 reactie

Vliegenzwam en berk zijn beste maatjes

Vliegenzwammen rondom de stam van een berk

Tientallen staan er. Zo maar. Een paar dagen regen en het kleine berkenbosje is bezaaid met vliegenzwammen. Hele kleine nog, maar ook een aantal waarbij de stippen al van de hoed zijn afgespoeld. Weer anderen hebben hun korte leventje achter de rug en verkeren

Vliegenzwam in ontbinding

in verregaande staat van ontbinding. Ze kunnen zich troosten met de gedachte dat ze hun taak hebben vervuld: zorgen voor het verspreiden van sporen. Dat afsterven maakt de schimmel waar ze onderdeel van uitmaken niet uit. De zwam bestaat voornamelijk uit een wirwar van ondergronds draden. Deze zwamvlok (mycelium) is voor ons onzichtbaar, maar speelt in het ecosysteem van het berkenbosje een belangrijke rol. Een rol die alles te maken heeft met samenwerking. Je mag het ook een menselijke eigenschap geven: vriendschap.

Een relatie met voordeel aan één kant   

Soms zijn vriendschappen erg hecht. Intenser nog dan een relatie in familieverband. Woorden als boezemvrienden en hartsvriendinnen geven aan dat de verhouding bijzonder is. In de natuur komen  relaties voor die voor beide partners zo belangrijk zijn, dat je ze rustig een relatie ‘ op leven en dood’ kunt noemen. Een voorbeeld is parasitisme. Hier is de één z’n brood de ander z’n dood. De berkendoder is een zwam die in staat is gezonde levende berken te vellen. Het moeraskartelblad ( komt voor in schraal  Reestdal hooiland )  haalt ten koste van het gras kostbare voedingsstoffen uit de wortels, waardoor grasplanten verzwakken of doodgaan.

Vliegenzwammen in een berkenbos

Een relatie met voordeel aan beide kanten

Een relatie die veel leuker is om te bekijken is symbiose. Twee organismen hebben een vorm van samenwerking  ( soort vriendschap) waarin ze allebei voordeel hebben. Een heel simpel voorbeeld ? De relatie tussen een plant en een bij. De honingbij zorgt ( onbewust) voor de bestuiving en als wederdienst levert de bloem nectar. Voor wat hoort wat. Iedereen tevreden. Nog een voorbeeld. Straks vliegen weer grote groepen koperwieken en kramsvogels door ons land. Op zoek naar bessen. De boom levert voedsel en in ruil verspreiden deze lijsters de zaadjes.

Na een poosje verdwijnen de witte stippen van de hoed.

Ruilhandel 

Bomen hebben bladgroen. Een bladgroenkorrel is een suikerfabriek. Om glucose te kunnen maken zijn twee grondstoffen nodig : water en CO2. Het maken van glucose kost energie. De energie haalt de boom uit het zonlicht. Tijdens het maken van suiker komt zuurstof vrij. Van suiker maakt de boom een heleboel andere stoffen: vetten en eiwitten bijvoorbeeld. Om die te kunnen maken heeft de boom mineralen uit de bodem nodig. Van water alleen kan een boom niet leven. De bodem moet rijk zijn aan anorganische stoffen als ijzer, fosfor, magnesium, stikstof e.d. Deze mineralen ontstaan bij het afbreken van organisch materiaal, zoals dood hout, blad, dode dieren e.d. Schimmels breken dit organisch materiaal af en zetten het om in anorganische verbindingen die de boom kan opnemen. Dat is de ene kant van de relatie. Nu andere.

De vliegenzwam heet lamellen onder de hoed. en is een plaatjeszwam

Schimmels hebben geen bladgroen. Zelf voedsel maken kunnen ze niet. De myceliumcellen van de vliegenzwam hebben suiker nodig om in leven te blijven. In de wortelharen van de berk komt suiker voor. Een ondergrondse voorraad energie en zo dichtbij ! Hier hebben de berk en de vliegenzwam elkaar gevonden. Een afspraak is gauw gemaakt. De schimmeldraden van de schimmels en de haarwortels vergroeien met elkaar en wisselen stoffen uit. Suiker van de boom naar de schimmel en water en mineralen naar de boom. Een samenwerking met wederzijds voordeel: symbiose. Paddenstoelen die met bomen samenwerken worden mycorrhiza-zwammen genoemd.

Eenzame vliegenzwam in het dennenbos

Alleen met de berk ?

De vliegenzwam is niet zo kieskeurig als het lijkt. Naast de relatie met de berk blijkt het een allemansvriendje. De vliegenzwam werkt ook graag samen met de grove den, beuk of eik. Het Vlaamse Natuurpunt, deed eens een oproep om te melden bij welke boom de vliegenzwam stond. Ze ontvingen 1.130 inzendingen. In 45% van de gevallen stonden de vliegenzwammen in de buurt van een berk, gevolgd door beuk (15%), eik (14%), den (8%), spar (3%) en linde (3%)

Meer informatie over de vliegenzwam vind je op de volgende websites:

 waterwereld.nl 

naturalis

vroege vogels

Geplaatst in Flora | Getagd , | Een reactie plaatsen

Zes donzen duikertjes op het Spookmeer

Verspreid over het Spookmeertje, maar vrijwel altijd veilig in het midden van de plas, verdwijnen zes kleine futen voortdurend onder water om even later weer boven te komen. Iedere dodaars ( want zo heet dit fuutje) heeft op het ven een eigen plekje. Soms zoeken  twee dodaarzen elkaar even op, maar al gauw kiezen ze voor een individuele duik. Opvallend kenmerk is de korte, lichte achterzijde  van de vogel.  Vaak een beetje opgezet  en zo te zien van zacht dons. Goed te zien voordat de vogel met de kont omhoog onder water verdwijnt. Het gedrag van een dodaars is erg leuk om te zien. Pak een kijker, ga zitten op een van de bankjes langs het Spookmeer, neem de tijd en je verveelt je geen moment. Bovendien zijn het mooie vogels, al is het winterkleed wat minder gekleurd dan het verenpakje in de zomer.

De naam donsaars had ook gekund

Dons op de aars

Een beetje gekke naam is het wel : Dodaars. Is het do-daars of dod-aars ? Om daar achter te komen grijp ik naar het Verklarend etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen. Daarin staat : ‘Het eerste element vinden we ook in de plantennaam lisdodde , met dod als synoniem voor dons. De gehele achterkant van de dodaars is gelijkmatig bedekt met donsachtige veertjes.’ Dat is dus duidelijk. Een kleine fuut met dons op z’n achterwerk. Het is dus dod-aars. Dons-aars had ook gekund.

Dodaars in zomerkleed. Wat opvalt is de geel-witte vlek bij de snavelbasis.

Meer weten ? 

Op internet kun je veel informatie vinden over deze vogel. Het aantal broedparen ligt in ons land waarschijnlijk rond de 2500. Als je ergens een dodaars ziet, zegt dat iets over de kwaliteit van het water, want ze zijn behoorlijk kritisch. Het water moet schoon zijn,  met een rijk onderwaterleven van planten met daartussen larven, insecten, kleine visjes , slakjes e.d. Dodaarzen voelen zich veiliger in water met begroeide oevers. Het Spookmeertje blijkt aan deze eisen te voldoen.

Vogelbescherming over de dodaars

Allerlei gegevens op waarneming.nl 

Het geluid van de dodaars 

Spookmeertje

 

 

Geplaatst in Fauna | Getagd , | Een reactie plaatsen

Houtwal en houtsingel: voedselbos voor mens en dier

lijsterbessen worden vaak door vogels gegeten

Nog niet zo erg lang geleden vrijwel onbekend: het voedselbos.  Afgelopen zondagavond besteedde de VPRO in het programma Tegenlicht aandacht aan Nederlandse voedselpioniers die nieuwe manieren van voedsel verbouwen uitproberen,  maar ook op gebied van duurzaam leven en gemeenschapszin innovatief zijn.  Een van de items ging over Het Voedselbos in Groesbeek, van pionier Wouter van Eck. In dit bos zijn 400 eetbare soorten door elkaar zijn geplant.Inheems en uitheems. De opbrengst is tien keer zo hoog als die van de reguliere landbouw. Geen bestrijdingsmiddelen, geen bemesting en geen besproeiing en daardoor een paradijs voor insecten, kikkers, vogels en klein wild. Exclusieve restaurants, lokale bierbrouwers en ambtenaren van het ministerie zijn dagelijks in deze paradijstuin te vinden.

vlierbessen

Nazomer oogsttijd 

In de nazomer lijken houtwallen en houtsingels op voedselbossen. Het aanbod is weliswaar minder divers, maar voor mens en dier kan de oogst erg interessant zijn. Vlierbessen om er gezond sap van te maken, bramen voor in de yoghurt, hazelnoten in de appeltaart. Veel vruchten en zaden worden door vogels en kleine zoogdieren gegeten.

Vogels verspreiden de zaden

September en oktober zijn de belangrijke maanden voor veel struiken en bomen. Dan

kramsvogels zijn echte besseneters

moet het gebeuren: instandhouding van de soort zoals dat zo mooi heet. Zaden, vaak op het oog smakelijk verpakt in kleurrijke vruchten (vaak rood/oranje) moeten door de moederboom worden verspreid en wel zo ver mogelijk. Daar zijn vogels goed in. Ze eten de vruchten, verteren wel het vruchtvlees, maar niet de pitjes. Die komen overal en nergens terecht. In het Reestdal vind je gelukkig nog mooie dichte houtsingels en houtwallen. Daar woekeren de hop en de kamperfoelie, haal je je handen open aan de takken van de bramen.

Land van melk en honing

In de nazomer vind je er de vruchten van de meidoorn, de hondsroos, de Gelderse roos, de hulst, de lijsterbes en de kamperfoelie.  Eikentakken hangen vol met eikels. Hazelaars laten hun hazelnoten vallen. Voedsel te over. Luilekkerland, het land van melk en honing.

De bessen van de Gelderse roos

Voor ons is niet alles eetbaar.  De meeste fel gekleurde vruchten kunnen we meestal niet eten. Of ze zijn gewoon niet lekker, of we worden er ziek van. Lijsterbessen bijvoorbeeld kleuren fel rood of oranje, veel vogels zijn er dol op, maar je kunt er beter van af blijven. De knalrode bessen van de Gelderse roos worden pas in de winter gegeten door kramsvogels en koperwieken. Daar moet eerste de vorst een keer overheen, voordat ze een beetje smaak hebben.

hazelnoten

 

 

 

Geplaatst in Flora | Getagd , | Een reactie plaatsen

Bloeiende struikheide zet het landschap in paarse pracht

Bloeiende struikheide op De Wildenberg

De Wildenberg ligt aan de Nieuwe Dijk in de gemeente De Wolden. Het is een restant van uitgestrekte woeste gronden die vroeger het beekdal van de Reest begrensden.  Heide en hoogveen tot aan de horizon.  Vrijwel alles is weg. Omgezet in landbouwgrond. Wat ten noorden van de Reest  nog rest zijn heideterreinen als Het Nolderveld, Meeuwenveen/Takkenhoogte ,de Wildenberg

Nolderveld

en sinds 2005 de nieuwe natuur van het Rabbingerveld. Bijna vormen deze reservaten, allemaal in bezit en beheer bij Het Drentse Landschap, een geheel. In augustus/september staat de heide in bloei. Paarse pracht.  In Nederland komen verschillende heidesoorten voor: struikheide, dopheide, kraaiheide en lavendelheide. De meest voorkomende is struikheide, heide van de drogere grond. Ondanks de droge zomer van dit jaar bloeit de struikheide massaal en uitbundig. Het is best eens de moeite waard om met wat meer interesse naar deze plant te kijken.

De bloemen van de struikheide bloeien in langgerekte trossen

De bloemen van de struikheide 

De paarse gloed trekt in de nazomer veel mensen naar de hei, maar heb je wel eens de moeite genomen om bloeiende struikheide van dichtbij te zien? De plant blijkt tientallen kleine bloempjes te bezitten, van wit tot donker paars van kleur. Ze staan allemaal  op kleine takjes onder of naast elkaar. De bloemen zijn mannelijk en vrouwelijk (tweeslachtig), ze hebben meeldraden en stampers. Heidebloesem bevat veel nectar. Als je tussen de heideplanten gaat zitten zie je dat erg veel insecten actief bezig zijn met het eten of verzamelen van nectar of stuifmeel. Er staan niet voor niets vaak bijenkasten aan de rand van de hei.

De blaadjes van de struikheide zijn leerachtig en hebben een klein oppervlak

Kleine blaadjes. 

De struikheide is een taaie rakker, gespecialiseerd in overleven op erg droge en voedselarme grond. De houtige stengels en kleine blaadjes verdampen vrijwel geen water. De blaadjes zijn leerachtig en liggen als dakpannetjes over elkaar. Kleine blaadje kunnen natuurlijk niet veel voedsel aanmaken en dat komt goed uit, want de omstandigheden op de heide zijn erg minimaal: droge grond met weinig voedingsstoffen. De blaadjes hebben licht nodig als energiebron. Struikheide houdt van open landschap.

Zaad is erg kiemkrachtig 

Struikheide produceert na de bloei heel veel zaad. Al die zaadjes komen op of in de arme bodem terecht. Erg veel ruimte om te ontkiemen is er onder de moederplanten niet. Dat is niet erg, want heidezaad heeft erg veel geduld. Tientallen jaren houdt het zaad kiemkracht. In feite is een heideterrein een grote zaadbank. De laatste jaren is op veel plekken  landbouwgrond ( ooit heide) omgezet in natuur. De heide van Takkenhoogte is daar een mooi voorbeeld van. In de jaren ’80 en ’90 werden er nog aardappelen en mais verbouwd. Toen Het Drentse Landschap het gebied kocht en transformeerde tot natuurgebied kwam de heide spontaan terug. Op het Rabbingerveld zien we hetzelfde gebeuren. Soms wordt een mengsel van gemaaide heide ( met zaden) over een terrein verspreid om de groei van heideplanten te bevorderen. Heide laten terug komen op plekken waar die ooit groeide lukt vrijwel altijd.

Nieuwe natuur Rabbingerveld moet zich ontwikkelen tot heide

Stikstof 

De Raad van State kwam in mei 2019 met een opmerkelijke uitspraak. De kwetsbare natuur in Nederland is onvoldoende beschermd. De huidige vergunningsprocedure voor onder meer stallen, snelwegen en industrie geeft te weinig zekerheid over de hoeveelheid schadelijke stikstof die in de natuur terechtkomt. Reden voor de Raad een streep te zetten

Zo werkt de stikstofuitstoot

door het beoordelingssysteem Programma Aanpak Stikstof (PAS). Dat hakte er behoorlijk in. De stikstof die vrijkomt bij de verbranding van olie, benzine, steenkolen en diesel kan zich in ons land per hectare meten met koplopers Libanon, Koeweit, Zuid-Korea en Hongkong en is twee keer hoger dan in Duitsland. Wat betreft meststikstof die in de vorm van ammoniak verdampt, staat ons land per hectare zelfs in de top vijf. (bron: De Volkskrant)

Opslag van berk bedreigt voortbestaan heide

Als het in de toekomst inderdaad lukt de stikstofuitstoot drastisch te verminderen, zal dat gunstig voor de heideplanten zijn. Immers, ze zijn tevreden met niets en  voelen zich prima op een bodem waar veel andere planten het laten afweten. Nog steeds dwarrelt stikstof op de heide neer en dat levert een strijd op die de struikheide nooit kan winnen. Allerlei stikstofminnaars als grassen, kruiden en bomen nemen het heft in handen en bedreigen de heide in haar bestaan. Het kost veel moeite om dit proces tegen te gaan.

 

 

Geplaatst in De mooiste plekjes | Getagd , , , , , | Een reactie plaatsen

Kwetsbare landschappen in gevaar

Beekdalen zijn kwetsbare landschappen

Vraag een buitenlandse toerist wat hij/zij van het Nederlandse landschap vindt en je hoort dat het zo onvoorstelbaar gevarieerd is. ´Reis door jullie mooie land en je ziet het voortdurend veranderen´, wordt vaak gezegd. Wel eens door Zweden gereden ? Honderden kilometers autoweg met aan weerszijden bos, bos en nog eens bos. Noord-Frankrijk ? Graanvelden tot aan de horizon, er lijkt geen eind aan te komen. Die grote aaneengesloten monotone landschappen hebben we hier niet. Wat we wel bezitten is een

jong duinlandschap

klein land met maar liefst negen verschillende landschapstypen, ( bron: Compendium voor de Leefomgeving) ingedeeld vanuit geografische oogpunt  (bodem en water). Een paar voorbeelden: heuvelland, laagveengebieden, droogmakerijen, zandgebieden, kustzone, enz. De variatie is nog groter als je binnen zo´n landschapstype gaat kijken naar de ontwikkeling van het gebied. De kustzone kent bijvoorbeeld kwelders, duinen en strand. Of neem als voorbeeld de zandgebieden. Daar is de diversiteit aan landschappen nog groter: beekdalen, essen, heide, zandverstuivingen, bossen, enz. Hierover vind je meer op de website Geologie van Nederland.

Veenmossen zijn afhankelijk van regenwater

Onder druk

De vraag is alleen of we die diversiteit in stand kunnen houden. Een aantal (kwetsbare) landschappen staat onder grote druk. Indirect ook de flora en fauna. Dit heeft meerdere oorzaken. Twee belangrijke zijn de klimaatverandering en de energietransitie.

Juli 2019 : lange waterstand bij drempel in de Reest

Klimaatverandering

Twee warme en droge zomers. En daar tussen in een winter (2018/2019) met te weinig neerslag. De maand juli 2019 was de warmste maand ooit gemeten. ‘Puur toeval, er is niets aan de hand. Vroeger had je ook hele droge zomers.’ zal de klimaatontkenner zeggen. We weten inmiddels wel beter. De aarde warmt op. En snel ook. Voor de Nederlandse natuur heeft dat grote gevolgen.Voor beekdalen als het Reestdal is het code rood als deze ontwikkeling doorgaat. De Reest is van oorsprong een veenbeek. Het watertje stroomde ooit door enorme uitgestrekte natte hoogvenen. Van die woeste

Ratelaar voelt zich thuis in nat schraal hooiland

gronden is niets meer over, maar de bodem van het beekdal heeft nog kenmerken van vroeger. Onder de natte hooilanden en moerasbosjes ligt nog steeds een veenpakket. Bij extreem lange periodes van droogte zakt de grondwaterstand en droogt het veen uit. Veen dat opgedroogd is herstelt nooit meer. Bij de afbraak van de veenresten komen allerlei voedingsstoffen vrij waardoor de schrale bodem voedselrijker wordt. In combinatie met droogte is dit funest voor de karakteristieke schrale hooilandflora. ( dotterbloem, echte koekoeksbloem, ratelaar, holpijp e.d.) Als we dit unieke biotoop verliezen heeft dat ook weer gevolgen voor de insectenwereld. En die heeft het al zo moeilijk. Een voorbeeld: de zeldzame vlinder zilveren maan legt haar eitjes op moerasviooltjes. Bij verdroging van het hooiland is het weg viooltje en indirect verdwijnt dan ook de zilveren maan. Planten zijn de bakermat van

Hoogvenen zijn sterk afhankelijk van regenwater

het bestaan van heel veel insectensoorten. Naast natte en schrale hooilanden is ook het voortbestaan van hoogvenen,  trilvenen en natte heide in gevaar. Geïsoleerde hoogveenreservaten als Engbertsdijksvenen zijn van regenwater afhankelijk. Nog een paar droge jaren en de boel is kapot.

Op weg naar duurzame energie

Ten zuiden van Dedemsvaart wordt gebouwd aan het windmolenproject ‘De Veenwieken’. Tien grote windmolens worden neergezet in een open en strak ingericht agrarisch landschap. Weinig mensen zijn er blij mee. Ook al levert een windturbine schone energie, het open landschap is verpest.

Energielandschap : IJsselmeerdijk Noord Oost Polder

Op veel locaties worden zonneparken aangelegd. ‘Zonneparken’ hoe verzin je het. De gemeente Hardenberg maakt het nog bonter:  ‘Als voorwaarden heeft de gemeente dat een zonnepark in de omgeving en het landschap moet passen’ Een zonnepark is bij voorbaat een lelijk geheel en past natuurlijk nooit in een landschap. Het enorme areaal aan dakoppervlak in de gemeente. Is daar onderzoek naar gedaan? Wat opvalt bij bestaande zonneparken is dat ze vrijwel nooit door beplanting zijn begrensd. Zonnepanelen omringd

Meidoornhaag in het Reestdal. Waarom niet rond een zonnepark ?

door een haag van meidoorn en sleedoorn bijvoorbeeld heeft veel voordelen. Goed voor de biodiversiteit en in het landschap vallen de rijen panelen veel minder op. Duur is dit allemaal niet. En de zon kan er makkelijk bij. Waarom doen we dit niet ? Op veel locaties in ons land wordt het landschap gedomineerd door windturbines. De IJsselmeerdijk tussen Urk en Lemmer bijvoorbeeld. Meer dan 80 supergrote turbines bepalen je uitzicht. Energielandschappen: we moeten het maar accepteren. Het levert wel veel landschapspijn op.

Geplaatst in Algemeen, Bescherming | Getagd , , | Een reactie plaatsen

Zilveren maan voelt zich thuis in het Reestdal

zilveren maan op nectarplant kattenstaart

Het hooilandje is niet gemaaid. Het gras komt tot kniehoogte, krekels en sprinkhanen springen voor me uit. De oevers van de Reest zijn hier rijk begroeid. De meeste kale jonkers en valerianen zijn uitgebloeid, maar dat gemis wordt ruimschoots goed gemaakt door de bloei van kattenstaart, moerasspirea, wederik, smeerwortel, hennepnetel, moerasandoorn en andere soorten. De randen van het hooiland bestaan uit ruig struweel. Vlinders, hommels, bijen en wespen dartelen van bloem naar bloem. Het is hier moeilijk voor te stellen dat het slecht gaat met de insecten in ons land. In dit vlinderparadijsje langs de Reest ben ik op zoek naar een bijzondere vlinder. Een zeldzame vlinder met een naam die doet denken aan een Indianenopperhoofd uit een slechte western. Geen Witte Veder, Zwarte Havik of Rode Wolk, nee deze vlinder draagt de mooie naam Zilveren Maan.

Paradijsje voor de zilveren maan

 Bloeiende distels

In mei stonden de hooilandjes vol met bloeiende kale jonkers. Dit zijn rijk en lang bloeiende distels. Veel vlinders zijn dol op de lila bloemen, want die zitten vol met nectar. Kale jonkers vind je in natte en matig voedselrijke graslanden. Ze kunnen wel twee meter hoog worden ! Nu we het toch over distels hebben: ga eens kijken bij akkerdistels of

Kale jonkers zijn distels van de voedselarme graslanden

speerdistels. Vaak vind je ze in ruige randen langs wegen of struwelen. Je zult je verbazen over het leven dat je op deze planten aantreft ! Niet alleen dag en nachtvlinders komen op deze fraaie paarse bloemen af. Ook bijen, hommels, sluipwespen en nog vele andere nuttige insecten weten al snel de bloeiende distels te vinden.

 

 

Een zilveren maan langs de Reest

Op een zonnige ochtend in mei fotografeerde ik langs de Reest een kleine vlinder op een kale jonker. Van de locatie wist ik dat er vorig jaar zilveren en manen waren gezien. Was

Prachtig van kleur met veel zwarte stippen en vlekken

dit nu een zilveren maan? Thuis de vlindergids erbij. De zilveren maan hoort bij de familie van parelmoervlinders. En die lijken allemaal erg veel op elkaar ! Ik kom er niet uit. Waar moet ik op letten ? Dankzij de website waarneming.nl krijg ik zekerheid. Het is een zilveren maan ! Joepieeee!!!! Een zilveren maan in het Reestdal ! En die heb ik op de foto. Mijn dag kan niet meer kapot.

 

 

 

Waarom zo bijzonder ?

De zilveren maan is in Nederland een zeldzame vlinder, die maar op een beperkt aantal plekken voorkomt. De vlinder staat op de Rode Lijst als ´bedreigd´. Dat komt omdat het biotoop waarin de vlinder zich thuis voelt op veel locaties verdwenen is. Zilveren manen

moerasviooltje is de waardplant voor de zilveren maan

leven in beekdalen in kleine vochtige graslanden met ruig struweel. Op de plek moeten planten voorkomen waarop ze hun eitjes kunnen leggen (waardplanten). In het Reestdal zijn dat moerasviooltjes. Tijdens de vliegtijd met er een groot aanbod zijn van nectarplanten. Zilveren manen bezoeken graag echte koekoeksbloem en kale jonker en later in de zomer vliegen ze veel op valeriaan en kattenstaart. Allemaal planten die je in vochtige beekdalen aantreft. Meer info over de zilveren maan lees je op de website van de vlinderstichting.

Klein, druk en mooi vlindertje

Inmiddels is de zomer in volle gang. De tweede generatie zilveren manen is actief op zoek naar nectar. Om van de vlinder te genieten hoef je niet veel moeite doen. Ga rustig zitten bij een bloeiende nectarplant ( kattenstaart bijvoorbeeld) en heb een beetje geduld. Al vrij snel fladdert een kleine oranje gekleurde vlinder je gezichtsveld binnen en gaat op een bloem zitten. Als je rustig blijft trekt de vlinder zich niets van je aan en heb je alle tijd om te kijken of mooie foto´s te maken. Het vlindertje werkt aan alle kanten mee. Schuw zijn

Er zijn meer vlinders die op de kale jonker vliegen

de zilveren manen niet, wel druk. De vleugels gaan voortdurend op en neer. Wat zijn ze mooi ! Net als de andere parelmoervlinders trouwens. Prachtig oranje van boven met talloze zwarte vlekken en stippen. Wat ook opvalt is dat de vlinder bij het wegvliegen vaak binnen een paar seconden weer terug komt. Net alsof ie zich bedenkt en toch nog even langer van die heerlijke nectar te genieten.

Herkenning via de onderkant van de vleugels

Herkenning

Hier heb je even tijd voor nodig. Een fladderende atalanta of citroenvlinder kun je tijdens de vlucht wel herkennen. Maar bij deze vlinder ligt dan anders. Pas als de zilveren maan zijn vleugels inklapt kun je aan de onderkant twee belangrijke kenmerken zien: langs de rand van de vleugel zitten witte vlekken die met een zwarte lijn zijn afgegrensd en aan het begin van de vleugel zit een zwarte vlek. Dus neem de tijd en wacht tot je de vlinder van dicht bij kunt zien. Jammer genoeg komen zilveren manen vaak alleen nog maar voor in kwetsbare natuurreservaten waar je niet altijd mag rondkijken. Langs de randen zitten ze gelukkig ook !

Even lekker opwarmen in het gras

Waar vliegen ze rond ?

In Nederland zijn niet veel plekken meer waar je zilveren manen kunt zien. Terschelling heeft een behoorlijke populatie, in de Kop van Overijssel ( Nationaal Park De

Beekdal Elperstroom in midden Drenthe

Wieden/Weeribben), in sommige veenweidegebiedje op de grens tussen Utrecht en Zuid-Holland, in Drenthe op twee locaties ( beekdalen Elperstroom en Reestdal). In totaal wordt het aantal populaties in ons land geschat op ongeveer vijftien.

Geplaatst in Fauna | Getagd , , , , | Een reactie plaatsen