Vliegenzwam en berk zijn beste maatjes

Vliegenzwammen rondom de stam van een berk

Tientallen staan er. Zo maar. Een paar dagen regen en het kleine berkenbosje is bezaaid met vliegenzwammen. Hele kleine nog, maar ook een aantal waarbij de stippen al van de hoed zijn afgespoeld. Weer anderen hebben hun korte leventje achter de rug en verkeren

Vliegenzwam in ontbinding

in verregaande staat van ontbinding. Ze kunnen zich troosten met de gedachte dat ze hun taak hebben vervuld: zorgen voor het verspreiden van sporen. Dat afsterven maakt de schimmel waar ze onderdeel van uitmaken niet uit. De zwam bestaat voornamelijk uit een wirwar van ondergronds draden. Deze zwamvlok (mycelium) is voor ons onzichtbaar, maar speelt in het ecosysteem van het berkenbosje een belangrijke rol. Een rol die alles te maken heeft met samenwerking. Je mag het ook een menselijke eigenschap geven: vriendschap.

Een relatie met voordeel aan één kant   

Soms zijn vriendschappen erg hecht. Intenser nog dan een relatie in familieverband. Woorden als boezemvrienden en hartsvriendinnen geven aan dat de verhouding bijzonder is. In de natuur komen  relaties voor die voor beide partners zo belangrijk zijn, dat je ze rustig een relatie ‘ op leven en dood’ kunt noemen. Een voorbeeld is parasitisme. Hier is de één z’n brood de ander z’n dood. De berkendoder is een zwam die in staat is gezonde levende berken te vellen. Het moeraskartelblad ( komt voor in schraal  Reestdal hooiland )  haalt ten koste van het gras kostbare voedingsstoffen uit de wortels, waardoor grasplanten verzwakken of doodgaan.

Vliegenzwammen in een berkenbos

Een relatie met voordeel aan beide kanten

Een relatie die veel leuker is om te bekijken is symbiose. Twee organismen hebben een vorm van samenwerking  ( soort vriendschap) waarin ze allebei voordeel hebben. Een heel simpel voorbeeld ? De relatie tussen een plant en een bij. De honingbij zorgt ( onbewust) voor de bestuiving en als wederdienst levert de bloem nectar. Voor wat hoort wat. Iedereen tevreden. Nog een voorbeeld. Straks vliegen weer grote groepen koperwieken en kramsvogels door ons land. Op zoek naar bessen. De boom levert voedsel en in ruil verspreiden deze lijsters de zaadjes.

Na een poosje verdwijnen de witte stippen van de hoed.

Ruilhandel 

Bomen hebben bladgroen. Een bladgroenkorrel is een suikerfabriek. Om glucose te kunnen maken zijn twee grondstoffen nodig : water en CO2. Het maken van glucose kost energie. De energie haalt de boom uit het zonlicht. Tijdens het maken van suiker komt zuurstof vrij. Van suiker maakt de boom een heleboel andere stoffen: vetten en eiwitten bijvoorbeeld. Om die te kunnen maken heeft de boom mineralen uit de bodem nodig. Van water alleen kan een boom niet leven. De bodem moet rijk zijn aan anorganische stoffen als ijzer, fosfor, magnesium, stikstof e.d. Deze mineralen ontstaan bij het afbreken van organisch materiaal, zoals dood hout, blad, dode dieren e.d. Schimmels breken dit organisch materiaal af en zetten het om in anorganische verbindingen die de boom kan opnemen. Dat is de ene kant van de relatie. Nu andere.

De vliegenzwam heet lamellen onder de hoed. en is een plaatjeszwam

Schimmels hebben geen bladgroen. Zelf voedsel maken kunnen ze niet. De myceliumcellen van de vliegenzwam hebben suiker nodig om in leven te blijven. In de wortelharen van de berk komt suiker voor. Een ondergrondse voorraad energie en zo dichtbij ! Hier hebben de berk en de vliegenzwam elkaar gevonden. Een afspraak is gauw gemaakt. De schimmeldraden van de schimmels en de haarwortels vergroeien met elkaar en wisselen stoffen uit. Suiker van de boom naar de schimmel en water en mineralen naar de boom. Een samenwerking met wederzijds voordeel: symbiose. Paddenstoelen die met bomen samenwerken worden mycorrhiza-zwammen genoemd.

Eenzame vliegenzwam in het dennenbos

Alleen met de berk ?

De vliegenzwam is niet zo kieskeurig als het lijkt. Naast de relatie met de berk blijkt het een allemansvriendje. De vliegenzwam werkt ook graag samen met de grove den, beuk of eik. Het Vlaamse Natuurpunt, deed eens een oproep om te melden bij welke boom de vliegenzwam stond. Ze ontvingen 1.130 inzendingen. In 45% van de gevallen stonden de vliegenzwammen in de buurt van een berk, gevolgd door beuk (15%), eik (14%), den (8%), spar (3%) en linde (3%)

Meer informatie over de vliegenzwam vind je op de volgende websites:

 waterwereld.nl 

naturalis

vroege vogels

Geplaatst in Flora | Getagd , | Een reactie plaatsen

Zes donzen duikertjes op het Spookmeer

Verspreid over het Spookmeertje, maar vrijwel altijd veilig in het midden van de plas, verdwijnen zes kleine futen voortdurend onder water om even later weer boven te komen. Iedere dodaars ( want zo heet dit fuutje) heeft op het ven een eigen plekje. Soms zoeken  twee dodaarzen elkaar even op, maar al gauw kiezen ze voor een individuele duik. Opvallend kenmerk is de korte, lichte achterzijde  van de vogel.  Vaak een beetje opgezet  en zo te zien van zacht dons. Goed te zien voordat de vogel met de kont omhoog onder water verdwijnt. Het gedrag van een dodaars is erg leuk om te zien. Pak een kijker, ga zitten op een van de bankjes langs het Spookmeer, neem de tijd en je verveelt je geen moment. Bovendien zijn het mooie vogels, al is het winterkleed wat minder gekleurd dan het verenpakje in de zomer.

De naam donsaars had ook gekund

Dons op de aars

Een beetje gekke naam is het wel : Dodaars. Is het do-daars of dod-aars ? Om daar achter te komen grijp ik naar het Verklarend etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen. Daarin staat : ‘Het eerste element vinden we ook in de plantennaam lisdodde , met dod als synoniem voor dons. De gehele achterkant van de dodaars is gelijkmatig bedekt met donsachtige veertjes.’ Dat is dus duidelijk. Een kleine fuut met dons op z’n achterwerk. Het is dus dod-aars. Dons-aars had ook gekund.

Dodaars in zomerkleed. Wat opvalt is de geel-witte vlek bij de snavelbasis.

Meer weten ? 

Op internet kun je veel informatie vinden over deze vogel. Het aantal broedparen ligt in ons land waarschijnlijk rond de 2500. Als je ergens een dodaars ziet, zegt dat iets over de kwaliteit van het water, want ze zijn behoorlijk kritisch. Het water moet schoon zijn,  met een rijk onderwaterleven van planten met daartussen larven, insecten, kleine visjes , slakjes e.d. Dodaarzen voelen zich veiliger in water met begroeide oevers. Het Spookmeertje blijkt aan deze eisen te voldoen.

Vogelbescherming over de dodaars

Allerlei gegevens op waarneming.nl 

Het geluid van de dodaars 

Spookmeertje

 

 

Geplaatst in Fauna | Getagd , | Een reactie plaatsen

Houtwal en houtsingel: voedselbos voor mens en dier

lijsterbessen worden vaak door vogels gegeten

Nog niet zo erg lang geleden vrijwel onbekend: het voedselbos.  Afgelopen zondagavond besteedde de VPRO in het programma Tegenlicht aandacht aan Nederlandse voedselpioniers die nieuwe manieren van voedsel verbouwen uitproberen,  maar ook op gebied van duurzaam leven en gemeenschapszin innovatief zijn.  Een van de items ging over Het Voedselbos in Groesbeek, van pionier Wouter van Eck. In dit bos zijn 400 eetbare soorten door elkaar zijn geplant.Inheems en uitheems. De opbrengst is tien keer zo hoog als die van de reguliere landbouw. Geen bestrijdingsmiddelen, geen bemesting en geen besproeiing en daardoor een paradijs voor insecten, kikkers, vogels en klein wild. Exclusieve restaurants, lokale bierbrouwers en ambtenaren van het ministerie zijn dagelijks in deze paradijstuin te vinden.

vlierbessen

Nazomer oogsttijd 

In de nazomer lijken houtwallen en houtsingels op voedselbossen. Het aanbod is weliswaar minder divers, maar voor mens en dier kan de oogst erg interessant zijn. Vlierbessen om er gezond sap van te maken, bramen voor in de yoghurt, hazelnoten in de appeltaart. Veel vruchten en zaden worden door vogels en kleine zoogdieren gegeten.

Vogels verspreiden de zaden

September en oktober zijn de belangrijke maanden voor veel struiken en bomen. Dan

kramsvogels zijn echte besseneters

moet het gebeuren: instandhouding van de soort zoals dat zo mooi heet. Zaden, vaak op het oog smakelijk verpakt in kleurrijke vruchten (vaak rood/oranje) moeten door de moederboom worden verspreid en wel zo ver mogelijk. Daar zijn vogels goed in. Ze eten de vruchten, verteren wel het vruchtvlees, maar niet de pitjes. Die komen overal en nergens terecht. In het Reestdal vind je gelukkig nog mooie dichte houtsingels en houtwallen. Daar woekeren de hop en de kamperfoelie, haal je je handen open aan de takken van de bramen.

Land van melk en honing

In de nazomer vind je er de vruchten van de meidoorn, de hondsroos, de Gelderse roos, de hulst, de lijsterbes en de kamperfoelie.  Eikentakken hangen vol met eikels. Hazelaars laten hun hazelnoten vallen. Voedsel te over. Luilekkerland, het land van melk en honing.

De bessen van de Gelderse roos

Voor ons is niet alles eetbaar.  De meeste fel gekleurde vruchten kunnen we meestal niet eten. Of ze zijn gewoon niet lekker, of we worden er ziek van. Lijsterbessen bijvoorbeeld kleuren fel rood of oranje, veel vogels zijn er dol op, maar je kunt er beter van af blijven. De knalrode bessen van de Gelderse roos worden pas in de winter gegeten door kramsvogels en koperwieken. Daar moet eerste de vorst een keer overheen, voordat ze een beetje smaak hebben.

hazelnoten

 

 

 

Geplaatst in Flora | Getagd , | Een reactie plaatsen

Bloeiende struikheide zet het landschap in paarse pracht

Bloeiende struikheide op De Wildenberg

De Wildenberg ligt aan de Nieuwe Dijk in de gemeente De Wolden. Het is een restant van uitgestrekte woeste gronden die vroeger het beekdal van de Reest begrensden.  Heide en hoogveen tot aan de horizon.  Vrijwel alles is weg. Omgezet in landbouwgrond. Wat ten noorden van de Reest  nog rest zijn heideterreinen als Het Nolderveld, Meeuwenveen/Takkenhoogte ,de Wildenberg

Nolderveld

en sinds 2005 de nieuwe natuur van het Rabbingerveld. Bijna vormen deze reservaten, allemaal in bezit en beheer bij Het Drentse Landschap, een geheel. In augustus/september staat de heide in bloei. Paarse pracht.  In Nederland komen verschillende heidesoorten voor: struikheide, dopheide, kraaiheide en lavendelheide. De meest voorkomende is struikheide, heide van de drogere grond. Ondanks de droge zomer van dit jaar bloeit de struikheide massaal en uitbundig. Het is best eens de moeite waard om met wat meer interesse naar deze plant te kijken.

De bloemen van de struikheide bloeien in langgerekte trossen

De bloemen van de struikheide 

De paarse gloed trekt in de nazomer veel mensen naar de hei, maar heb je wel eens de moeite genomen om bloeiende struikheide van dichtbij te zien? De plant blijkt tientallen kleine bloempjes te bezitten, van wit tot donker paars van kleur. Ze staan allemaal  op kleine takjes onder of naast elkaar. De bloemen zijn mannelijk en vrouwelijk (tweeslachtig), ze hebben meeldraden en stampers. Heidebloesem bevat veel nectar. Als je tussen de heideplanten gaat zitten zie je dat erg veel insecten actief bezig zijn met het eten of verzamelen van nectar of stuifmeel. Er staan niet voor niets vaak bijenkasten aan de rand van de hei.

De blaadjes van de struikheide zijn leerachtig en hebben een klein oppervlak

Kleine blaadjes. 

De struikheide is een taaie rakker, gespecialiseerd in overleven op erg droge en voedselarme grond. De houtige stengels en kleine blaadjes verdampen vrijwel geen water. De blaadjes zijn leerachtig en liggen als dakpannetjes over elkaar. Kleine blaadje kunnen natuurlijk niet veel voedsel aanmaken en dat komt goed uit, want de omstandigheden op de heide zijn erg minimaal: droge grond met weinig voedingsstoffen. De blaadjes hebben licht nodig als energiebron. Struikheide houdt van open landschap.

Zaad is erg kiemkrachtig 

Struikheide produceert na de bloei heel veel zaad. Al die zaadjes komen op of in de arme bodem terecht. Erg veel ruimte om te ontkiemen is er onder de moederplanten niet. Dat is niet erg, want heidezaad heeft erg veel geduld. Tientallen jaren houdt het zaad kiemkracht. In feite is een heideterrein een grote zaadbank. De laatste jaren is op veel plekken  landbouwgrond ( ooit heide) omgezet in natuur. De heide van Takkenhoogte is daar een mooi voorbeeld van. In de jaren ’80 en ’90 werden er nog aardappelen en mais verbouwd. Toen Het Drentse Landschap het gebied kocht en transformeerde tot natuurgebied kwam de heide spontaan terug. Op het Rabbingerveld zien we hetzelfde gebeuren. Soms wordt een mengsel van gemaaide heide ( met zaden) over een terrein verspreid om de groei van heideplanten te bevorderen. Heide laten terug komen op plekken waar die ooit groeide lukt vrijwel altijd.

Nieuwe natuur Rabbingerveld moet zich ontwikkelen tot heide

Stikstof 

De Raad van State kwam in mei 2019 met een opmerkelijke uitspraak. De kwetsbare natuur in Nederland is onvoldoende beschermd. De huidige vergunningsprocedure voor onder meer stallen, snelwegen en industrie geeft te weinig zekerheid over de hoeveelheid schadelijke stikstof die in de natuur terechtkomt. Reden voor de Raad een streep te zetten

Zo werkt de stikstofuitstoot

door het beoordelingssysteem Programma Aanpak Stikstof (PAS). Dat hakte er behoorlijk in. De stikstof die vrijkomt bij de verbranding van olie, benzine, steenkolen en diesel kan zich in ons land per hectare meten met koplopers Libanon, Koeweit, Zuid-Korea en Hongkong en is twee keer hoger dan in Duitsland. Wat betreft meststikstof die in de vorm van ammoniak verdampt, staat ons land per hectare zelfs in de top vijf. (bron: De Volkskrant)

Opslag van berk bedreigt voortbestaan heide

Als het in de toekomst inderdaad lukt de stikstofuitstoot drastisch te verminderen, zal dat gunstig voor de heideplanten zijn. Immers, ze zijn tevreden met niets en  voelen zich prima op een bodem waar veel andere planten het laten afweten. Nog steeds dwarrelt stikstof op de heide neer en dat levert een strijd op die de struikheide nooit kan winnen. Allerlei stikstofminnaars als grassen, kruiden en bomen nemen het heft in handen en bedreigen de heide in haar bestaan. Het kost veel moeite om dit proces tegen te gaan.

 

 

Geplaatst in De mooiste plekjes | Getagd , , , , , | Een reactie plaatsen

Kwetsbare landschappen in gevaar

Beekdalen zijn kwetsbare landschappen

Vraag een buitenlandse toerist wat hij/zij van het Nederlandse landschap vindt en je hoort dat het zo onvoorstelbaar gevarieerd is. ´Reis door jullie mooie land en je ziet het voortdurend veranderen´, wordt vaak gezegd. Wel eens door Zweden gereden ? Honderden kilometers autoweg met aan weerszijden bos, bos en nog eens bos. Noord-Frankrijk ? Graanvelden tot aan de horizon, er lijkt geen eind aan te komen. Die grote aaneengesloten monotone landschappen hebben we hier niet. Wat we wel bezitten is een

jong duinlandschap

klein land met maar liefst negen verschillende landschapstypen, ( bron: Compendium voor de Leefomgeving) ingedeeld vanuit geografische oogpunt  (bodem en water). Een paar voorbeelden: heuvelland, laagveengebieden, droogmakerijen, zandgebieden, kustzone, enz. De variatie is nog groter als je binnen zo´n landschapstype gaat kijken naar de ontwikkeling van het gebied. De kustzone kent bijvoorbeeld kwelders, duinen en strand. Of neem als voorbeeld de zandgebieden. Daar is de diversiteit aan landschappen nog groter: beekdalen, essen, heide, zandverstuivingen, bossen, enz. Hierover vind je meer op de website Geologie van Nederland.

Veenmossen zijn afhankelijk van regenwater

Onder druk

De vraag is alleen of we die diversiteit in stand kunnen houden. Een aantal (kwetsbare) landschappen staat onder grote druk. Indirect ook de flora en fauna. Dit heeft meerdere oorzaken. Twee belangrijke zijn de klimaatverandering en de energietransitie.

Juli 2019 : lange waterstand bij drempel in de Reest

Klimaatverandering

Twee warme en droge zomers. En daar tussen in een winter (2018/2019) met te weinig neerslag. De maand juli 2019 was de warmste maand ooit gemeten. ‘Puur toeval, er is niets aan de hand. Vroeger had je ook hele droge zomers.’ zal de klimaatontkenner zeggen. We weten inmiddels wel beter. De aarde warmt op. En snel ook. Voor de Nederlandse natuur heeft dat grote gevolgen.Voor beekdalen als het Reestdal is het code rood als deze ontwikkeling doorgaat. De Reest is van oorsprong een veenbeek. Het watertje stroomde ooit door enorme uitgestrekte natte hoogvenen. Van die woeste

Ratelaar voelt zich thuis in nat schraal hooiland

gronden is niets meer over, maar de bodem van het beekdal heeft nog kenmerken van vroeger. Onder de natte hooilanden en moerasbosjes ligt nog steeds een veenpakket. Bij extreem lange periodes van droogte zakt de grondwaterstand en droogt het veen uit. Veen dat opgedroogd is herstelt nooit meer. Bij de afbraak van de veenresten komen allerlei voedingsstoffen vrij waardoor de schrale bodem voedselrijker wordt. In combinatie met droogte is dit funest voor de karakteristieke schrale hooilandflora. ( dotterbloem, echte koekoeksbloem, ratelaar, holpijp e.d.) Als we dit unieke biotoop verliezen heeft dat ook weer gevolgen voor de insectenwereld. En die heeft het al zo moeilijk. Een voorbeeld: de zeldzame vlinder zilveren maan legt haar eitjes op moerasviooltjes. Bij verdroging van het hooiland is het weg viooltje en indirect verdwijnt dan ook de zilveren maan. Planten zijn de bakermat van

Hoogvenen zijn sterk afhankelijk van regenwater

het bestaan van heel veel insectensoorten. Naast natte en schrale hooilanden is ook het voortbestaan van hoogvenen,  trilvenen en natte heide in gevaar. Geïsoleerde hoogveenreservaten als Engbertsdijksvenen zijn van regenwater afhankelijk. Nog een paar droge jaren en de boel is kapot.

Op weg naar duurzame energie

Ten zuiden van Dedemsvaart wordt gebouwd aan het windmolenproject ‘De Veenwieken’. Tien grote windmolens worden neergezet in een open en strak ingericht agrarisch landschap. Weinig mensen zijn er blij mee. Ook al levert een windturbine schone energie, het open landschap is verpest.

Energielandschap : IJsselmeerdijk Noord Oost Polder

Op veel locaties worden zonneparken aangelegd. ‘Zonneparken’ hoe verzin je het. De gemeente Hardenberg maakt het nog bonter:  ‘Als voorwaarden heeft de gemeente dat een zonnepark in de omgeving en het landschap moet passen’ Een zonnepark is bij voorbaat een lelijk geheel en past natuurlijk nooit in een landschap. Het enorme areaal aan dakoppervlak in de gemeente. Is daar onderzoek naar gedaan? Wat opvalt bij bestaande zonneparken is dat ze vrijwel nooit door beplanting zijn begrensd. Zonnepanelen omringd

Meidoornhaag in het Reestdal. Waarom niet rond een zonnepark ?

door een haag van meidoorn en sleedoorn bijvoorbeeld heeft veel voordelen. Goed voor de biodiversiteit en in het landschap vallen de rijen panelen veel minder op. Duur is dit allemaal niet. En de zon kan er makkelijk bij. Waarom doen we dit niet ? Op veel locaties in ons land wordt het landschap gedomineerd door windturbines. De IJsselmeerdijk tussen Urk en Lemmer bijvoorbeeld. Meer dan 80 supergrote turbines bepalen je uitzicht. Energielandschappen: we moeten het maar accepteren. Het levert wel veel landschapspijn op.

Geplaatst in Algemeen, Bescherming | Getagd , , | Een reactie plaatsen

Zilveren maan voelt zich thuis in het Reestdal

zilveren maan op nectarplant kattenstaart

Het hooilandje is niet gemaaid. Het gras komt tot kniehoogte, krekels en sprinkhanen springen voor me uit. De oevers van de Reest zijn hier rijk begroeid. De meeste kale jonkers en valerianen zijn uitgebloeid, maar dat gemis wordt ruimschoots goed gemaakt door de bloei van kattenstaart, moerasspirea, wederik, smeerwortel, hennepnetel, moerasandoorn en andere soorten. De randen van het hooiland bestaan uit ruig struweel. Vlinders, hommels, bijen en wespen dartelen van bloem naar bloem. Het is hier moeilijk voor te stellen dat het slecht gaat met de insecten in ons land. In dit vlinderparadijsje langs de Reest ben ik op zoek naar een bijzondere vlinder. Een zeldzame vlinder met een naam die doet denken aan een Indianenopperhoofd uit een slechte western. Geen Witte Veder, Zwarte Havik of Rode Wolk, nee deze vlinder draagt de mooie naam Zilveren Maan.

Paradijsje voor de zilveren maan

 Bloeiende distels

In mei stonden de hooilandjes vol met bloeiende kale jonkers. Dit zijn rijk en lang bloeiende distels. Veel vlinders zijn dol op de lila bloemen, want die zitten vol met nectar. Kale jonkers vind je in natte en matig voedselrijke graslanden. Ze kunnen wel twee meter hoog worden ! Nu we het toch over distels hebben: ga eens kijken bij akkerdistels of

Kale jonkers zijn distels van de voedselarme graslanden

speerdistels. Vaak vind je ze in ruige randen langs wegen of struwelen. Je zult je verbazen over het leven dat je op deze planten aantreft ! Niet alleen dag en nachtvlinders komen op deze fraaie paarse bloemen af. Ook bijen, hommels, sluipwespen en nog vele andere nuttige insecten weten al snel de bloeiende distels te vinden.

 

 

Een zilveren maan langs de Reest

Op een zonnige ochtend in mei fotografeerde ik langs de Reest een kleine vlinder op een kale jonker. Van de locatie wist ik dat er vorig jaar zilveren en manen waren gezien. Was

Prachtig van kleur met veel zwarte stippen en vlekken

dit nu een zilveren maan? Thuis de vlindergids erbij. De zilveren maan hoort bij de familie van parelmoervlinders. En die lijken allemaal erg veel op elkaar ! Ik kom er niet uit. Waar moet ik op letten ? Dankzij de website waarneming.nl krijg ik zekerheid. Het is een zilveren maan ! Joepieeee!!!! Een zilveren maan in het Reestdal ! En die heb ik op de foto. Mijn dag kan niet meer kapot.

 

 

 

Waarom zo bijzonder ?

De zilveren maan is in Nederland een zeldzame vlinder, die maar op een beperkt aantal plekken voorkomt. De vlinder staat op de Rode Lijst als ´bedreigd´. Dat komt omdat het biotoop waarin de vlinder zich thuis voelt op veel locaties verdwenen is. Zilveren manen

moerasviooltje is de waardplant voor de zilveren maan

leven in beekdalen in kleine vochtige graslanden met ruig struweel. Op de plek moeten planten voorkomen waarop ze hun eitjes kunnen leggen (waardplanten). In het Reestdal zijn dat moerasviooltjes. Tijdens de vliegtijd met er een groot aanbod zijn van nectarplanten. Zilveren manen bezoeken graag echte koekoeksbloem en kale jonker en later in de zomer vliegen ze veel op valeriaan en kattenstaart. Allemaal planten die je in vochtige beekdalen aantreft. Meer info over de zilveren maan lees je op de website van de vlinderstichting.

Klein, druk en mooi vlindertje

Inmiddels is de zomer in volle gang. De tweede generatie zilveren manen is actief op zoek naar nectar. Om van de vlinder te genieten hoef je niet veel moeite doen. Ga rustig zitten bij een bloeiende nectarplant ( kattenstaart bijvoorbeeld) en heb een beetje geduld. Al vrij snel fladdert een kleine oranje gekleurde vlinder je gezichtsveld binnen en gaat op een bloem zitten. Als je rustig blijft trekt de vlinder zich niets van je aan en heb je alle tijd om te kijken of mooie foto´s te maken. Het vlindertje werkt aan alle kanten mee. Schuw zijn

Er zijn meer vlinders die op de kale jonker vliegen

de zilveren manen niet, wel druk. De vleugels gaan voortdurend op en neer. Wat zijn ze mooi ! Net als de andere parelmoervlinders trouwens. Prachtig oranje van boven met talloze zwarte vlekken en stippen. Wat ook opvalt is dat de vlinder bij het wegvliegen vaak binnen een paar seconden weer terug komt. Net alsof ie zich bedenkt en toch nog even langer van die heerlijke nectar te genieten.

Herkenning via de onderkant van de vleugels

Herkenning

Hier heb je even tijd voor nodig. Een fladderende atalanta of citroenvlinder kun je tijdens de vlucht wel herkennen. Maar bij deze vlinder ligt dan anders. Pas als de zilveren maan zijn vleugels inklapt kun je aan de onderkant twee belangrijke kenmerken zien: langs de rand van de vleugel zitten witte vlekken die met een zwarte lijn zijn afgegrensd en aan het begin van de vleugel zit een zwarte vlek. Dus neem de tijd en wacht tot je de vlinder van dicht bij kunt zien. Jammer genoeg komen zilveren manen vaak alleen nog maar voor in kwetsbare natuurreservaten waar je niet altijd mag rondkijken. Langs de randen zitten ze gelukkig ook !

Even lekker opwarmen in het gras

Waar vliegen ze rond ?

In Nederland zijn niet veel plekken meer waar je zilveren manen kunt zien. Terschelling heeft een behoorlijke populatie, in de Kop van Overijssel ( Nationaal Park De

Beekdal Elperstroom in midden Drenthe

Wieden/Weeribben), in sommige veenweidegebiedje op de grens tussen Utrecht en Zuid-Holland, in Drenthe op twee locaties ( beekdalen Elperstroom en Reestdal). In totaal wordt het aantal populaties in ons land geschat op ongeveer vijftien.

Geplaatst in Fauna | Getagd , , , , | Een reactie plaatsen

Eenzame roggelelie in het korenveld

In de rogge akkers komt de roggelelie nauwelijks meer voor

Ergens in het Reestdal staat een bijzondere plant. Fel oranjegekleurd te midden van duizenden goudgele stengels van de rogge. Wat deze roggelelie zo bijzonder maakt ? Niet het uiterlijk, het is een lelie zoals zoveel andere lelies. Ook niet z´n kleur, hoe mooi oranje die ook is. Nee, het is zijn aanwezigheid. Gewoon het feit dat ie er is. Spontaan opgekomen in een door Het Drentse Landschap ingezaaide es met winterrogge. Vlak bij de bloeiende roggelelie staat er nog één. Uitgebloeid en al half verdord. Twee roggelelies aan de Drentse kant van de Reest. Wat is hier zo bijzonder aan ?

De oranje roggelelie is in de winterrogge een opvallende plant

Zo goed als verdwenen

De roggelelie is in ons land zo goed als verdwenen. Oorzaken? Verdwijnen van de roggeteelt, opkomst van de maïsakker, diep ploegen, kunstmest, verdwijnen van kleinschalige akkerbouw, dat soort dingen. Roggelelies houden van arme grond en dun gezaaide winterrogge. Het is een bolgewas, de bollen zitten vrij diep in de grond, zo´n 15 centimeter. Te diep ploegen, of het inzaaien van een ander gewas en het is gebeurd met de roggelelie. In de jaren ´90 ging men er van uit dat de plant in Nederland niet of nauwelijks meer voor kwam. Dat was in het begin van de vorige eeuw wel anders. Je kunt je het nauwelijks voorstellen, maar in Drenthe bijvoorbeeld werd de lelie gezien als een lastig onkruid. Soms kleurden akkers oranje van de roggelelies.

Alleen in kleinschalig landschap met extensief akkerbeheer heeft de roggelelie misschien nog een kans

Akkerbloemen tussen de winterrogge

Kwetsbaar bolgewas

Roggelelies kunnen tot 90 centimeter groot worden en bloeien van half juni tot half juli. Ze houden van arme grond en kunnen niet goed tegen droogte. De grote opvallende bloemen zijn oranje van kleur en vallen in een goudgele roggeakker meteen op. Je loopt er niet gauw aan voorbij. Boven de bol vormt de plant aan de stengel broedbollen. Tijdens het ondiepe ploegen raakten die broedbollen los en worden verder in de akker verspreid.  De ´moederbol´ blijft dan gespaard. Als een akker dan het jaar daarop braak komt te liggen, krijgen de nieuwe bollen de kans om zich te ontwikkelen en neemt het aantal bloeiende roggelies in de akker toe. Moderne landbouw en zware machines passen niet bij kwetsbare bolgewassen als de roggelelie. Diep ploegen is funest. Zware bemesting en gewasbescherming doen de rest. Nee, de roggelelie is niet een plant die zich thuis voelt in de moderne agrarische bedrijfsvoering. Hij moet het hebben van kleine akkertjes, die nog op een kleinschalige ouderwetse manier beheerd worden. Een organisatie die dat op kleine essen in het Reestdal doet is Het Drentse Landschap.

Actieplan gericht op herstel roggelelie

Afgelopen woensdag 3 juli 2019 vertelde Bertil Zoer van Het Drentse Landschap voor RTV Drenthe, dat de organisatie gaat proberen om de roggelelie, waarvan er dus nu maar twee in het Reestdal staan weer terug te brengen in het landschap´Honderd jaar geleden stonden er duizenden bloemen per veld, nu staan in heel Drenthe nog maar twee bloemen die hier op natuurlijke wijze zijn uitgekomen´

Om de populatie weer te laten groeien is een actieplan opgezet door Het Drentse Landschap, terreinbeheerders, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer. Er wordt onderzocht waarom het aantal roggelelies niet toeneemt en welke omstandigheden er nodig zijn om het de bloem naar de zin te maken. Met mogelijke subsidies van onder andere de provincie en een crowdfundingsactie hoopt Het Drentse Landschap de bloem over 10 jaar weer volop terug te zien op akkers in het Reestdal en daarbuiten.

Omgeving Govelin Duitsland

Je moet er voor naar Duitsland

Om meer dan twee roggelelies in een graanakker te zien bloeien moet je in juni/juli naar Duitsland. Zo´n 100 km ten zuidoosten van Hamburg ligt Govelin. Daar woont het echtpaar Bergmann dat op een kleinschalige manier is blijven boeren. In hun roggeakkers staan de roggelelies nog bij bosjes te bloeien. Liefhebbers en plantendeskundigen uit Nederland komen er regelmatig kijken. De Bergmanns worden in hun omgeving als ouderwetse boeren neergezet, maar bewijzen gewoon dat landbouw en natuur heel goed te combineren is.

Braakligging kan voor roggelies gunstig zijn

Indicatorsoort

De aanwezigheid van roggelelies zegt ook iets over het lokale ecosysteem. Komt de roggelelie in het landschap voor, dan gonst het er ook van insecten, merk je ook al gauw dat de akkervogels niet verdwenen zijn en kleuren de bermen bont en blauw. Dit ecosysteem rond de oeroude akker, zoals we dat in ons land honderd jaar geleden nog op zoveel plekken kenden, het is er helaas nauwelijks meer. Je moet er voor naar natuurreservaten. Organisaties als Het Drentse Landschap en Landschap Overijssel zaaien ieder jaar op kleine essen (akkers) in het Reestdal winterrogge in. De akkers worden beheerd als vroeger. Een zesjarige cyclus, waarin de es een jaar braak ligt, geen gewasbeschermingsmiddelen, zo nu en dan een beetje stalmest en niet te diep ploegen. Hier zou het dan moeten gebeuren ! Wat Het Drents Landschap, samen met andere organisaties gaat doen om de oranje tinten weer terug in de rogge te krijgen is nog niet helemaal duidelijk. De kans , dat het een lastig proces wordt is groot. Een experiment van Staatsbosbeheer in het dal van de Drentsche Aa liep op een teleurstelling uit. Misschien dat het in het Reestdal wel wil lukken.

 

 

Geplaatst in Akkerbouw, Flora, kleinschalig landschap, Vroeger en nu | Getagd | Een reactie plaatsen

Bloeiende akkerkruiden net als vroeger

Bloemrijke esrand met duizendblad en korenbloem

Locatie: langs het graspad tussen de begraafplaats van Oud-Avereest en Den Westerhuis.

Inmiddels hebben veel wandelaars dit plekje al ontdekt en wordt er naar hartenlust gefotografeerd.  Je loopt hier tussen de granen en korenbloemen. Vooral de randen zijn bijzonder kleurrijk. De granen zijn in lange stroken ingezaaid.  Spelt werd ingezaaid in het najaar 2018 en in april van dit jaar gebeurde dit met haver, boekweit, zomertarwe en zomergerst. Aan de andere kant van het graspad staat winterrogge, vorig najaar oktober ingezaaid door Landschap Overijssel.

klaproos tussen de korenbloemen

Spelt is in het Reestdal een moeilijk gewas. Je moet in de strook goed zoeken, want dit graan wordt overheerst door duizenden bloeiende korenbloemen! Is ook prima ! De andere granen doen het goed.  Het is erg leuk om de ontwikkeling van de gewassen te volgen. De braakliggende akker naast het project is een grote bloemenzee.  Op de paneeltjes vind je de nodige info.

Geplaatst in Akkerbouw | Een reactie plaatsen

Vogelparadijs op de Drentse flanken van het Reestdal

Vogelaar Henri Timmer komt al jaren op Takkenhoogte

Op een paar kilometer (loop)afstand van infocentrum De Wheem in Oud-Avereest beheert Het Drentse Landschap de unieke natuur van Meeuwenveen/Takkenhoogte, Wildenberg, het Nolderveld en Rabbinge. Veel (natte) heide, maar ook bosjes, braamstruwelen, water, moeras, rietkragen en oude bomen. Niet voor niets zegt de organisatie dat de uitgezette wandelroute door dit gebied een van hun mooiste routes is. Vroeger was het allemaal

Struweel van braam en brem

woeste grond, levensgevaarlijk nat veenmoeras, waar je alleen kwam als je daar een heel goede reden voor had. Het Drentse Landschap doet veel moeite om deze reservaten zoveel mogelijk te verbinden. Ga staan op de uitkijkbult van Takkenhoogte en je zult zien, dat dit al aardig is gelukt. Vrijwilligers binnen het Drentse Landschap volgen de vogelstand al jaren op de voet. Ze zijn niet de enigen.

Takkenhoogte/Meeuwenveen/Wildenberg wordt ook regelmatig bezocht door

Torenvalk. Foto Henri Timmer

enthousiaste vogelaars, die het leuk vinden om hun waarnemingen met anderen te delen. Eén van hen is Henri Timmer uit Balkbrug. Misschien is Henri wel de meest ervaren waarnemer, want vanaf de ontwikkeling van het reservaat Takkenhoogte, eind jaren’90, loopt Henri hier al met zijn kijker en aantekenboekje rond. Inmiddels staat de teller op iets meer dan 160 (!) soorten. Ik spreek Henri op de rand tussen het Meeuwenveen en Takkenhoogte. We hebben vanaf die plek een schitterend uitzicht op de hei.

Henri, we zitten hier op Takkenhoogte, een vogelrijk gebied , wat is het bijzondere van Takkenhoogte ?

Boompieper. Foto HenriTimmer

‘Dat is de grote verscheidenheid in biotopen. Hier voor ons zie je water, heide, er staan bomen en struiken, maar ook kale vlaktes. Voor iedere vogel is er wel wat. De kneu bijvoorbeeld voelt zicht thuis in  de open vlakte, maar de merel zie je daar niet, die houdt meer van bomen. Boven het water en de heide vliegen veel insecten en daar komen de zwaluwen op af, je ziet ze hier veel. Hier komen ook veel libellen voor, dus zie je hier ook de boomvalk vliegen. Veel verschillende biotopen betekent ook veel verschillende vogels.’

Het kwartaalblad van Het Drentse Landschap nummer 95 (september 2017) besteedde een artikel over ‘ Vogels van de Reest’. In het totale gebied van 300 ha komen jaarlijks rond de 70 soorten tot broeden, waaronder acht Rode lijstsoorten. De transitie van mais- en aardappelland naar (nieuwe) natuur blijkt hier dus erg succesvol.

Henri noteert alle waarnemingen

Je kunt je het nauwelijks voorstellen, maar dit was nog niet zo lang geleden boerenland. Blijkbaar kun je in korte tijd een vogelparadijs creëren.

‘Ja, zo rond 2000 is hier zo’n 60 centimeter bemeste grond weggehaald. Toen was hier erg veel zand en modder. Je zag hier toen allerlei steltlopers, maar toen alles begroeid raakte verdwenen die ook weer. Zo zie je, dat als een biotoop verandert bepaald vogels verdwijnen, maar andere juist komen. Ik kwam  hier al naar vogels kijken toen de machines nog bezig waren om het gebied in te richten. Je zag hier toen de kleine plevier. Die zie je hier nu niet meer. Ik vind het wel mooi als een gebied voortdurend verandert. Mensen moeten niet te veel ingrijpen, laat de natuur maar haar gang gaan. Ik kom hier nu zo’n twintig jaar en op mijn vaste rondje

Koekoek. Foto Henri Timmer

Takkenhoogte/Meeuwenveen, Wildenberg en Spookmeertje heb ik tot nu iets meer dan 160 soorten gezien. Ik zie dat als één gebied. Je komt erg veel verschillende soorten landschappen tegen. Al mijn gegevens zet ik op waarneming.nl Ik vind het zelf erg leuk om een lijstje van waargenomen vogels bij te houden. Op een aantal websites kun je mijn waarnemingen ook wel vinden.’

Met welke vogels heb je wat ? Ik kan me voorstellen dat je ook soorten hebt, waar je elke keer weer enthousiast van wordt.

 ‘Ja, die zijn er wel. De ijsvogel bijvoorbeeld, die heb ik al heel vaak gezien, maar dat blijft

Klapekster in de winter. Foto Henri Timmer

mooi. En dan het steenuiltje natuurlijk. Ik ben coördinator van een steenuilenwerkgroep en controleer kasten en ring de jongen. Ik heb hier wel eens een goudvink op een besneeuwde tak gezien. In de winterzon. Dat vergeet je nooit weer. We zitten nu op deze plek te praten, maar op de achtergrond hoor je de koekoek en de wielewaal. Er ook vliegt hier ook van alles voorbij, kneutje, grasmus, geelgors.’

Je merkt tegenwoordig wel, dat het kijken naar vogels en vogelfotografie een beetje door de massa wordt opgepakt. Kun je mij uitleggen wat het mooie aan vogels kijken is ?

‘Het gaat niet alleen om de vogels, maar ook om de natuur. Bij mij in de buurt weet iedereen wel dat ik vogelaar ben. Ze vragen me steeds vaker als ze een vogel hebben gezien die ze niet kennen. Ik vind het leuk om mijn hobby met mensen te delen en ze enthousiast te maken voor vogels. Een mooi voorbeeld was mijn ontdekking afgelopen winter van een Humes bladkoning, bijna 50 meter van mijn huis. Toen zijn er meer dan 140 vogelaars uit alle delen van Nederland naar Balkbrug gekomen. Dan praat je met mensen die je van de website waarneming.nl alleen van naam kent. Daar komt dan een gezicht bij. Mooi om ervaringen en vogelnieuwtjes uit te wisselen, leuke gesprekken gehad. Ik vond het prachtig ! Allemaal mensen met dezelfde passie.’

Dit deel van het Reestdal is een prachtig gebied om naar vogels te kijken,

Kramsvogel. Foto Henri Timmer.

maar kom je ook op andere ‘hotspots’? Heb je favoriete plekken?

‘Ik ga vaak naar het Lauwersmeer. Daar probeer je dan steeds nieuwe plekken te ontdekken. Het Zuidlaardermeer is ook zo’n gebied. De Vreugderijkerwaard bij Zwolle, het Staphorsterveld , prachtige vogelrijke gebieden. De nieuwe bypass van de IJssel bij Kampen is ook schitterend mooi. Het is allemaal natte natuur. Daar zie je vogels die wij hier niet hebben. Al die soorten steltlopertjes en eendensoorten, die kom je in onze regio niet tegen. Het landschap verandert voortdurend. Een gebied bijvoorbeeld dat gegraven is voor waterberging trekt in het begin heel veel steltlopers. Maar dan komt het riet en dan verdwijnen ze weer en komen er andere vogels voor terug. Vogels veranderen met het landschap mee. Die dynamiek is erg mooi om te zien.’

Vaak zie je vogelaars sjouwen, volgehangen met zware, lange telekanonnen, allemaal op zoek naar die ene opname, of gewoon lekker genietend van het buitenzijn met het idee ‘ik zie wel wat er op mijn pad komt ‘. Zeulend met apparatuur zul je Henri niet tegenkomen. De bescheiden camera die hij bij zich heeft verdwijnt in het niet bij die van vele anderen, maar dat wil niet zeggen dat de foto’s, die hij maakt niet mooi zijn. De vogelfoto’s bij dit artikel zijn van Henri’s hand en dat zegt genoeg. Misschien is hij wel wat te bescheiden…..

Graspieper. Foto Henri Timmer

Je noteert altijd je waarnemingen, maar je maakt ook vaak foto’s.

‘Ik ben geen fotograaf, maar ik heb wel een lichtgewicht camera waar ik heel erg blij mee ben. Ik maak altijd toevalstreffers. Ik ga niet met zo’n zware telelens heel lang op een bepaalde plek zitten, ik fotografeer wat ik voor de lens krijg. Ik heb niet alle soorten die ik gezien heb ook gefotografeerd, maar in de loop van de jaren heb ik toch al een behoorlijk verzameling opgebouwd.’

Roodborsttapuit. Foto Henri Timmer.

Wat is het leuke aan vogels ? Dat ze kunnen vliegen ?

‘Ook. Maar ze kunnen erg mooi zingen en hebben vaak prachtige kleuren. Dat geluid van zo’n koekoek  en de wielewaal, dat is toch geweldig om te horen ? En dat ze in het voorjaar terug komen. Elk jaar weer. Hoe meer ik van vogels kom te weten, hoe nieuwsgieriger ik word. Neem nou zo’n koekoeksjong. Komt helemaal alleen uit een nest en moet ook in z’n eentje naar Afrika vliegen. Of die oeverzwaluwen in de wand hier op Takkenhoogte. Elk jaar komen ze  terug. Die kleine details vind ik prachtig.’

Bloeiende heide op Takkenhoogte

Toekomst is veelbelovend

Er zijn vogels die meer doen dan alleen maar vliegen en voedsel zoeken. Die hebben namelijk een boodschap. Ze hebben wat te vertellen. Hun aanwezigheid zegt namelijk iets over de kwaliteit van het gebied. Over de variatie in het landschap bijvoorbeeld, of over de grootte van de biodiversiteit. Neem de grauwe klauwier of de boomvalk. Beide vogels voelen zich in dit deel van het Reestdal thuis. Dat zegt veel. Het zijn kieskeurige vogels die niet met minder genoegen nemen. De lat ligt hoog .Het voedselaanbod moet gevarieerd of hoog zijn, het landschap moet precies passen bij hun wensen. Vogels als rode wouw, tapuit, paapje, blauwe kiekendief en klapekster worden regelmatig korte of langere tijd gezien. Het toont de grote schoonheid en rijkdom op deze Drentse flanken van het Reestdal aan. De natuur zal zich hier blijven ontwikkelen. Vogelsoorten zullen komen en ze zullen gaan. Vogelaars als Henri zullen zich in dit unieke landschap blijven verbazen en verwonderen. En zij niet alleen.

Op de website heidehuisje.nl vind je een lijst van alle soorten die Henri en andere vogelaars in de afgelopen jaren op Takkenhoogte hebben gezien.

https://www.heidehuisje.nl/waarnemingen-vanaf-het-erf/

 

 

Geplaatst in De mooiste plekjes, Fauna, Interviews | Getagd , | Een reactie plaatsen

Geelgors: de kanarie van oost Nederland

Geelgors zie je vaak laag bij de grond

Persoonlijk vind ik het een van de mooiste zangvogels die we hebben. Wel eens een knalgeel mannetje geelgors in een boomtop zien zingen, in het zonlicht met een blauwe hemel als achtergrond ? Dat vergeet je niet zo gauw. Bovendien is het liedje dat ie zingt een lust voor het oor. Er zijn mensen die beweren, dat het melodietje veel weg heeft van het begin van Beethovens 5e symfonie, maar dat moet je wel erg veel fantasie hebben. En natuurlijk het meesterwerk van de componist kennen.  In het Reestdal gaat het best goed met de geelgors. Dat is wel eens anders geweest.

Houtwal,struweel en open plekken : geelgorsbiotoop

Geelgors houdt van randen, bomenrijen en heggen

Halverwege de vorige eeuw kwam de geelgors in vrijwel heel Nederland voor. Dat is al een poosje niet meer het geval. Vanaf de jaren ´70 verdween op veel plekken het landschap waar de geelgors zich thuis voelt. Dat biotoop bestaat namelijk uit kleinschalig boerenland met veel houtwallen, bomenrijen, heggen, bosjes, struikgewas, solitaire bomen, zandwegen en heidevelden. Dit type landschap komt voor in Drenthe, zuidoost Groningen, Veluwe, Twente ,de Achterhoek, het oostelijk deel van Brabant en Limburg. De hoge zandgronden

Bron: Sovon- Vogelatlas van Nederland

dus. Tussen 1975 en 2000 verdween de geelgors uit het westen van Nederland en het leek erop dat veel geelgorzen, net als veel mensen uit de randstad, kozen voor een leventje op het boerenland in het veel stillere oosten. Dankzij onderzoek en monitoring door Sovon weten we inmiddels dat vooral Drenthe en het zuidoosten van de provincie Groningen de  geelgorsparadijzen van Nederland zijn.

Waarom vooral naar Drenthe ? 

Natuurlijk kent ook de provincie Drenthe gebieden met intensieve landbouw, stadsuitbreiding, aanleg van nieuwe bedrijventerreinen, enz. Daarin onderscheidt deze provincie zich niet van andere windstreken in ons land. Maar er is ook een andere ontwikkeling gaande: natuurherstel. Op veel locaties werd boerenland omgezet in

Bron: Sovon vogelatlas van Nederland

(nieuwe) natuur. Neem het Reestdal als voorbeeld. Het natuurreservaat Takkenhoogte is rijk aan geelgorzen, maar was voor 1998 nog gewoon agrarisch grond waarop mais en aardappelen werden verbouwd. Op het aangrenzende Rabbingerveld maakte grasland plaats voor heide, houtsingels en struwelen. Op veel plekken in Drenthe werden oude lopen van beken hersteld en landschapselementen als houtwallen en meidoornhagen geplant. De laatste jaren worden ook steeds vaker natuurakkers ingezaaid. ´s Winters vinden zaadeters als geelgors, putter en vink hier voedsel.

Geelgors op zoek naar voedsel

Over winterakkers en ruige overhoekjes 

Je kunt veel doen om het landschap geelgorsvriendelijk te maken. Het leuke is, dat je hiermee niet alleen de geelgors helpt, maar indirect ook andere vogels, vlinders en kleine insecten. Heb je wat ruimte om je huis en gebruik je lang niet alle grond ? Laat een deel van je tuin verruigen, of zaai het in met granen en boekweit. ´s Zomers een prachtig

Ruige akkerranden leveren vogels veel voedsel

gezicht, in de wintermaanden voedselbron voor vogels. In het Reestdal kom je plekken tegen met granen, die in de nazomer niet worden geoogst. Of akkerranden die zijn ingezaaid met allerlei eenjarige kruiden. Ook deze randen blijven in de wintermaanden staan. Wat veel effect heeft zijn brede ruige randen van grasland en akkers . Als deze stroken grenzen aan heggen,bosjes of houtwallen creëer je een geweldig biotoop voor geelgorzen. Ruige overhoekjes trekken ook veel vogels. We moeten dan nog wel van het idee af, dat elke vierkante meter in ons land nuttig en economische moet worden besteed.

De geelgorsmannetjes zijn veel geler dan de vrouwtjes

Standvogel 

Geelgorzen blijven in ons land. Het aantal broedparen ligt rond de 25.000, waarvan de meeste dus in het (noord) oosten van ons land. In de winter zoeken de geelgorzen elkaar op. In soms grote groepen struinen ze akkers en velden af op zoek naar voedsel. Akkerranden met niet geoogst graan zijn populaire plekken. In de buurt van het Drentse Norg werden in zo´n rand op een winterse dag eens meer dan 1000 geelgorzen geteld. Op zich al knap, want geelgorzen op de grond zijn vaak moeilijk te zien. Zaden eten doen geelgorzen vooral in de winter, opgroeiende jongen worden gevoerd met ongewervelden als insecten en spinnen. Het nestje is niet meer dan een kommetje van gras en het wordt gebouwd in een heg of struik, vaak vlak boven de grond. Een tweede broedsel is heel normaal in geelgorskringen.

Meer lezen ?

Vogelbescherming  over de geelgors 

Over geelgorzen en winterakkers

Een geelgors is net een hamster

Geelgorsvriendelijke beheer 

Wintervoedselveldjes in Groningen 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Fauna | Getagd , , | Een reactie plaatsen