Zeldzame rand van heide naar hooiland

Unieke overgang van heide in hooiland op De Wildenberg

Wel eens gehoord van randnatuur ? Daarmee worden flora en fauna bedoeld op plekken waar het ene landschapstype overgaat in het andere. In goed bewaard gebleven beekdallandschappen komen die overgangen nog voor. De overgang van een houtwal in bloemrijk grasland is daar een mooi voorbeeld van. Of braamstruweel op de randen van de heide. De oever van de beek is ook zo’n rand. Bloemrijke akkerranden en begroeide esranden zijn vallen ook onder die categorie. En wat denk je van wegbermen ? Of een meidoornhaag?  Van natuurranden is bekend dat ze barsten van het leven. Vaak zijn ze voedselrijk en bieden bescherming. Randnatuur kan een grote bijdrage leveren aan het herstel van onze tanende biodiversiteit. De aanleg ervan kost bijna niks.

Randnatuur op Rabbinge Reestdal

Miljarden subsidie en veel is en blijft weg

Dat het in ons land vrij treurig is gesteld met flora en fauna is wel bekend. Wat wil je ook met meer dan 17 miljoen mensen in zo’n klein  landje. Infrastructuur, bedrijventerreinen, nieuwbouw, noem maar op. Het kost allemaal (groene) ruimte. “In 20 jaar tijd is er in Nederland per saldo 59,2 duizend hectare bij gekomen voor wonen, werken en infrastructuur. Bijna 90 procent hiervan is nieuw woon- en werkterrein. ” ( bron: CBS) Bijna 60.000 ha ! Dat is qua oppervlakte groter  dan de Noord O0st Polder. Maar aan de andere kant: van onze bodem is 16% bebouwd. Het allergrootste deel van Nederland is

Het moderne agrarische landschap

landbouwgrond. (meer dan 60%) Voornamelijk intensief in gebruik. Hier wordt agrarische ‘topsport’ bedreven. Het aantal enthousiaste toeschouwers neemt steeds verder af. Er wordt namelijk geproduceerd voor de hele wereld. Melk, bloembollen, aardappelen en nog veel meer. Alles draait dus om productie. Het land is er helemaal op ingericht. Strak, kaal, droog en weinig variatie.  De tol die we er voor betalen is erg hoog. Van de boerennatuur van vroeger is namelijk weinig meer over. Randnatuur is er nauwelijks meer. Het moderne boerenland is een dood en saai landschap. Steeds meer mensen hebben genoeg van die ecologische woestijnen. Nederlandse boeren ontvingen de afgelopen zes jaar bijna 2 miljard euro voor vergroening.  Fiets door het agrarische landschap en je ziet wat er met deze bak subsidie is gebeurd. Vrijwel niets. Waar is dat geld gebleven ?

Herstel beekdal van de Regge

Voor de grote ontginningen

Hoe zag dat landschap eruit voordat de grote ontginningen begonnen ( eind 19e ,eerste helft 20ste eeuw) ? Onderstaande kaart geeft het antwoord. Het is een topografische kaart van de omgeving van Wijster (Drenthe). De kaart laat een stukje Drenthe rond 1900 zien. Met een beetje zoeken vind je het beekdal van het Oude Diep. Het landschap van zo’n honderd jaar geleden is voor veel natuurbeschermingsorganisaties het landschap dat ze graag terug zien. Een soort streefmodel. Het Reestdal is er een voorbeeld van. Door Landschap Overijssel en Het Drentse Landschap wordt dit kleinschalige beekdallandschap beheerd zoals de boeren dat vroeger ook deden. Andere beekdalen worden, voor zover dat kan, weer in oude glorie hersteld. Op veel  locaties meanderen weer beken door het landschap en zijn landschapselementen als houtwallen, bosjes en poelen weer terug in het landschap. Met dank aan de klimaatverandering. Er moest waterberging worden gerealiseerd.

Midden Drenthe rond 1900 (bron: Historische atlas provincie Drenthe)

Wat vertelt de kaart uit 1900 ?

De groene gebieden zijn de stroomdalen. Houtwallen die loodrecht op de beek zijn geplant zorgen voor afscheiding. Ieder zijn eigen hooilandje. De beekdalen liggen als groene oases in uitgestrekte heide en veengebieden. Houtsingels vormen de rand tussen de hooilanden en de heide. Op veel plekken in de hei liggen verraderlijke moerassen en veentjes. Er is nog veel reliëf in het open landschap. Zandwegen zorgen voor verbindingen tussen de dorpen. De witte vlakken aan de rand van de dorpen zijn essen. Wat een prachtig landschap was dat !

Midden Drenthe omgeving Wijster 2020

Wat vertelt de foto uit 2020 ?

De foto ( bron: Google Earth) laat hetzelfde Drenthe zien als op de oude kaart uit 1900. De paarse heidevlaktes zijn allemaal verdwenen. Net als de beekdalen met hun visgraatstructuur van houtwallen. In plaats van kleine loopjes (beken) zijn er kanalen gegraven die overtollig water moeten afvoeren. Wat opvalt is een groot gebied van bossen en waterpartijen oostelijk van Wijster. Dat is Landgoed De Vossenberg. In 1918 werd hier een ontginningslandgoed gesticht van waaruit de woeste natuur in cultuur werd gebracht. Nu is het een prachtig natuurgebied in beheer bij Het Drentse Landschap. Kijkend naar  de foto van nu is wel duidelijk dat alle overgangen van heide naar hooiland verdwenen zijn. Niet alleen hier. Bijna overal in Nederland zijn de unieke randen tussen beekdal en de heide op de flanken verdwenen. Behalve ………………………. in  het Reestdal.

Situatie Wildenberg rond 1900

Unieke overgang aan de rand van De Wildenberg

Lopende langs de rand van de Wildenberg realiseer je je niet dat hier bijna sprake is van een ecologisch monument. Hier ontmoeten twee verschillende landschappen elkaar. Het laatste stukje heide van wat ooit het uitgestrekte Nolderveld was, het is er gelukkig nog. Net als de meanderende Reest en de natte hooilandjes. Hier komt het allemaal bij elkaar. Bijna nergens in ons land kom je zo’n overgang nog tegen. De rand wordt gevormd door een houtwal. Vroeger werden aan de randen van de heide houtwallen en houtsingels aangelegd om de schapen tegen te houden. Vanuit het hoger gelegen heideveld heb je een prachtig uitzicht over de hooilanden in  het beekdal van de Reest. Wat een plek !

Uitzicht op hooilanden bij de Wlldenberg

 

Geplaatst in landschapselementen, Vroeger en nu | Een reactie plaatsen

Het Oude Diep: beekdal aan de voet van de Drentse Alpen

beekdal Oude Diep

Net als van onze beekdallandschappen is er van het oude boerenlandschap niet veel meer over. Dat landschap is een soort bedrijventerrein geworden. Grootschalig en ingericht als productieveld voor de wereldmarkt. Kleinschalige landschapselementen moesten wijken voor de massaproductie van o.a. turbogras, mais, uien, bloembollen en aardappelen. Elke m2 lijkt benut. Houtsingels, bosjes, ruige overhoekjes, rietkragen, greppels, veel is weg. “Vijftig jaar geleden was het een groot plezier om door het Nederlandse boerenland te fietsen. Het zat vol met weidevogels en bloemen. Als ik nu naar het landschap kijk dan voel ik een diepe pijn”, zegt hoogleraar natuurbeheer Frank Berendse. “Het zijn eigenlijk dode landschappen  geworden.”

Het is triest dat we in onze taal dit woord kennen: Landschapspijn.

De haas voelt zich in het agrarisch land niet meer thuis

Rode Lijst 2020 

Het is geen toeval dat vooral zoogdieren in agrarisch gebied het moeilijk hebben: de ‘boerenlandzoogdieren’. Elf van de zestien meest bedreigde soorten in Nederland leven in dit gebied. ( Rode Lijst november 2020)  Zo’n 60% van ons oppervlakte is agrarisch gebied. Veel natuurgebieden liggen als eilandjes ( postzegelnatuur) in dat intensief bewerkte boerenland. Natuurbeschermingsorganisaties doen veel moeite om de biodiversiteit op peil te houden. Het is nog maar de vraag of dat dé oplossing is. We laten namelijk een enorme kans liggen. De achteruitgang van onze flora en fauna moet je stoppen op de plekken waar het probleem het grootst is.  Frank Remerie, initiatiefnemer van  de coöperatie Land van Ons heeft daar een duidelijk mening over. Het herstel van onze biodiversiteit moet vooral beginnen  op het boerenland. Veel boeren willen best anders en werken mét de natuur.  Herstel van de boerenlandnatuur ( terug naar vroeger is niet realistisch, maar moderne landbouw gekoppeld aan natuurherstel is deels best mogelijk) ) is noodzakelijk. Of dat ook gebeurt hangt niet alleen van de boer af. De meeste macht ligt bij de consument. Als die massaal gaat kiezen voor biologische of duurzame  producten en bereid is om er veel meer voor te betalen krijgen boeren een eerlijke beloning voor hun werk. Voorlopig is dat nog  toekomstmuziek.

Genormaliseerde beek

Herstel van het oude beekdallandschap

Om van je landschapspijn af te komen is het goed om  je ontspanning te zoeken in oude cultuurlandschappen. Dat kunnen oude bossen zijn, zandverstuivingen, duinen of mooie heidevelden. Of het neusje van de zalm:  onaangetaste beekdalen, al hebben we daar niet zo veel meer van. Allemaal gebieden met een eigen flora en fauna.

Tot halverwege de vorige eeuw zijn veel van deze landschappen ‘gemoderniseerd’.  Veel beken werden  ‘genormaliseerd’. Dat is een ander woord voor vernield , maar dat zag men toen anders. Behalve de beken verdween ook het unieke landschap er om heen. Houtwallen, bosjes, vennetjes, mooie slootjes, hooilandjes, het werd allemaal weggeschoven en opgeruimd. Wat overbleef was een kaal nieuw ingedeeld landschap met een rechte sloot, die slechts één taak had: het water zo snel mogelijk afvoeren. Dat landschap zie je bijna overal om je heen.

Op een aantal locaties stroomt het Oude Diep nog als een afvoerkanaaltje door het uitgeklede landschap.

We zijn nu decennia verder en we denken anders. Voor zover mogelijk willen we de beekdalen die de kaalslag hebben overleefd borgen en indien mogelijk herstellen. Het doel is tweeledig: meer kansen voor flora en fauna en waterberging. Een mooi voorbeeld van een hersteld beekdal zie je als je gaat wandelen bij een deel van het Oude Diep, vlak bij de grote afgedekte afvalbergen van Attero, ( voormalige VAM) vlak bij het Drentse Wijster. De bulten hebben een hoogte van meer dan 50 meter. Het zijn de Drentse Alpen.

Stroomgebied 

Het stroomgebied van het Oude Diep ligt tussen het Drentse Mantinge en Hoogeveen. Van de oorspronkelijke loop van de beek was niet veel meer over. Het Oude Diep was jaren een wat bochtige afwateringssloot, die uiteindelijk bij Echten in de Hoogeveense Vaart een

Beekdalherstel Oude Diep in 2006

stille dood stierf. Eind jaren 90 kreeg de overheid oog voor het belang van ecologische verbindingszones. Hierin zou beekherstel van het Oude Diep een belangrijke rol kunnen gaan spelen. Als de beek haar natuurlijke karakter terug kreeg en de schrale hooilanden en broekbossen weer terugkwamen, zou dit een prachtige verbindingszone vormen tussen zuidwest en midden Drenthe. Bij extreme wateroverlast zou het beekdal ook als waterberging kunnen functioneren. In het stroomgebied liggen prachtige natuurgebieden zoals de bossen rond Mantinge, de Boerenveense Plassen, Landgoed Vossenberg en de bossen bij Echten. In combinatie met een weer meanderende beek zou er een prachtig gebied ontstaan met nieuwe kansen voor flora en fauna, maar ook voor recreatie.

Hier word je blij van het landschap 

En… het gebeurde !  De kar werd getrokken door Het Drentse Landschap. Samen met

Wandelgids Loop van het Oude Diep

organisaties als Waterschap Drents Overijsselse Delta, Provincie Drenthe, Natuurmonumenten, gemeentes e.d. wordt het beekdal ingericht voor de toekomst. Pas in 2027 zijn de werkzaamheden afgerond. Een proces van meer dan 30 jaar ! Een bezoek aan het beekdal van Oude Diep bezorgt je  een soort landschapsvreugde. Je kunt er prachtig fietsen en wandelen, ook al is de beek niet overal bereikbaar. Wil je het onderste uit de kan?  Ga dan  De Loop van het Oude Diep wandelen. Dat is een langeafstandswandeling van bijna  120 kilometer. Dan krijg je echt een indruk  van de wedergeboorte van deze Drentse beek.

Uitzicht vanuit De Blinkerd

De bult op 

Een mooi wandelgebied binnen het beekdal De Zuidmaten ten zuiden van Drijber. Stichting Het Drents Landschap heeft hier een prachtige wandelroute uitgezet. Op de westflank van het beekdal liggen de Drentse Alpen. Hoge bergen van meer dan 50 meter hoog. Afgedekte afvalbulten zijn het, afgedekt met gras. Bulldozers zijn bezig om ze nog hoger te maken. De grote pijp van de Attero verbrandingsovens stoot een witte pluim uit. Wandelen in de buurt van een afvalverwerkingsbedrijf, is dat leuk ? Het is maar hoe je het bekijkt. Je mag de hoogte namelijk in. Op een hoogte van 56 meter staat de “De Blinkerd”, een futuristisch aandoende gebouwtje met informatie over het gebied en moderne afvalverwerking. Het gebouw is in 2001 geopend. Bij helder weer ligt Midden Drenthe aan je voeten. Voor de natuurliefhebber is het onder aan de berg interessant. Aan de voet van de afvalberg loopt de route langs een sloot die gegraven is om het water op te vangen dat van de bult naar beneden komt. De slootkanten zien er erg natuurlijk uit. Het water is erg helder en er komen veel soorten planten voor. ’s Zomers staat het paars van de kattenstaarten en orchideeën. Langs de oevers bloeien in het voorjaar gele primula’s.

Een voorde van stapstenen is onderdeel van de route

De Zuidmaten

Aan de andere kant van de asfaltweg stroomt het Oude Diep. Dit gebied heet De Zuidmaten. Het beekje meandert hier weer door het landschap. De wandelroute loopt een

Eiken en esdoorn is oude houtwal

stukje langs de oever van het Oude Diep, dwars door de natte hooilanden. In de maanden mei en juni staan deze graslanden vol met prachtige planten. Via een voorde van zwerfkeien wordt de beek overgestoken. Tijdens de ongeveer 5 kilometer lange wandeling is het bijna niet voor te stellen, dat op veel plaatsen een paar jaar geleden nog aardappelen werden verbouwd. En dan hebben we het niet eens over de vuilstort van de voormalige VAM , die op een bijzondere manier in het landschap is “weggewerkt”. Een mooi voorbeeld waaruit blijkt dat het maken van nieuwe natuur erg succesvol kan zijn.

 

 

Geplaatst in Beekdalen, Natuur | Getagd , , , , | 1 reactie

Oude hulstbossen

Hulstbomen in het Mantingerbos

Nee, je mag er niet rondstruinen. Er lopen ook geen paden door dit bos. En dat is maar goed ook, want het 47 ha tellende Mantingerbos ( Midden Drenthe) is het oudste bos van ons land. Verwacht hier geen grote oeroude woudreuzen, het is geen Pools Bialowieza, het bijzondere van dit bos is de bodem. Dit bos is één van de weinige plekken waar nog het oerbos, het prehistorische bos, onderzocht kan worden omdat de bodem niet is aangetast. Vanaf de weg loop ik toch even een paar meter het bos in. Even maar, om wat sfeer te proeven en een paar foto’s te maken. Wat al gauw opvalt is de hoeveelheid hulstbomen die hier staan. Waarom juist hier en waardoor ontbreken ze vaak in andere bossen ?

Mantingerbos

Leeggeschraapt

Hoogleraar Landschapsgeschiedenis Theo Spek, bekend geworden door zijn boek “Het Drentse esdorpenlandschap”, zegt er in een interview het volgende van : ” Het is nauwelijks voor te stellen, maar Drenthe is vroeger leeggeschraapt. Bosbodems verdwenen in de potstal om, vermengd met mest, op de es te belanden voor de vruchtbaarheid van de akkers. Pas toen het strooisel op was, raakte het steken van heideplaggen in zwang. Ondertussen groeide de bevolking en nam de veestapel toe. Het plaggen en de schapenhoeven werden het landschap te veel, zoals blijkt uit zandverstuivingen als het Mantingerzand. ,,Iedereen denkt dat Drenthe rond 1900 een uiterst gevarieerd landschap had, maar in wezen was het kaalgevreten. Rond 1600 was het vele malen mooier, daarvan ben ik overtuigd.” Dat de bodem van dit stukje Drenthe met rust gelaten werd had een oorzaak. “Dat komt omdat deze streek extreem dunbevolkt was, er waren alternatieven om als strooisel te gebruiken. Bovendien was het hier vaak kletsnat”, legt Spek uit. Voor landschapshistorici is de bodem van enorme waarde. ,,Dankzij stuifmeel dat we in de bodem aantreffen, weten we bijvoorbeeld dat hier in de prehistorie hulst en grote muur groeide, toen werd deze grond al gebruikt voor beweiding.” 

Hulstbosje achter De Havixhorst

Oude bosbodems 

In jonge bossen zul je hulstbomen nog niet of nauwelijks aantreffen. Deze groenblijvende struik/boom moet je zoeken op plekken met een wat oudere bosbodem. In beekdalen, zoals het Reestdal, vind je ze in oude houtwallen of hakhoutbosjes. Als je vanaf de parkeerplaats naast De Havixhorst richting het ooievaarsbuitenstation De Lokkerij loopt,

Hulst in oude houtwal in beekdal Oude Diep

kom je door een bosje met een grote hulstpopulatie. Vooral ‘s winters vallen ze op ! In Drenthe staan de grootste hulsten in oude bossen als het Asser Bos en het Norgerholt. En natuurlijk in het Mantingerbos. Het Kinholtbos aan de rand van Hoogeveen is ook een mooi voorbeeld van een oud bosrestant uit het verleden. Je kunt je nauwelijks voorstellen, dat dit bos zich vroeger uitstrekte van Fluitenberg tot aan Kalenberg in de Weeribben ! Dat er in Drenthe zoveel hulstbomen voorkomen ( soms zijn ze meer dan 10 meter hoog) heeft alles te maken met het voorkomen van keileem in de bodem. Als een hulst zou kunnen praten zou hij je vertellen dat ie zich heel prettig voelt op een beetje zure, vochtige leemachtige grond. Zo’n bodem is typisch voor Drenthe.  Eiken-Hulstbossen kwamen erg veel voor. Helaas is er nog maar weinig van over.

Hulst in hakhoutbosje op Rabbinge Reestdal

 

Geplaatst in Fauna | Getagd , | Een reactie plaatsen

Op zoek naar de originele genen van de wilde lijsterbes

De rode bessen van de wilde lijsterbes

Opmerkelijk item in het programma Roeg op RTV Drenthe. Ecoloog René van Loon komt  afgelopen zomer helemaal vanuit Nijmegen naar de Drentsche Aa om lijsterbessen te oogsten. Dat is een beetje vreemd, want lijsterbessen kun je overal in ons land wel vinden. Je moet wel een heel bijzondere reden hebben om naar Drenthe af te reizen om daar bessen van bomen te oogsten. Wat is hier aan de hand ?

Autochtone bomen

De boom waar het om gaat is de wilde lijsterbes. Direct komt natuurlijk de vraag bij je op “Is er dan ook een tamme lijsterbes? Nee dus. Alle lijsterbessen die je in Nederland tegenkomt zijn wilde lijsterbessen, alleen….. de ene lijsterbes is net iets wilder dan de andere. Misschien is wildgeen goede benaming en kun je beter spreken over origineel of

wilde lijsterbes langs oud kerkenpad Reestdal

authentiek. René gebruikt een beter woord : autochtoon. De betekenis van dit woord is:  afkomstig van oorspronkelijke bewoners. In het verhaal van de ecoloog wordt al snel duidelijk waarom hij naar het kleinschalige beekdallandschap van de Drentsche Aa is afgereisd. In dit oude cultuurlandschap hebben boeren vroeger ( 19e eeuw) kilometers houtsingels, houtwallen en hakhoutbosjes aangelegd.  Deze landschapselementen zijn in ons land steeds zeldzamer geworden. Als je op zoek bent naar lijsterbessen die oorspronkelijk zijn en niet afkomstig zijn uit boomkwekerijen uit het buitenland, dan moet je de echte originele wilde lijsterbessen zoeken in hele oude landschappen. Daar is de invloed van buitenaf waarschijnlijk minimaal geweest. De geoogste zaden worden gebruikt in de genenbank van Staatsbosbeheer.

Houtwal in oud cultuurlandschap als genenbank voor autochtone bomen en struiken

Zadenbank 

Staatsbosbeheer is in 2006 begonnen met het opzetten van een genenbank van oorspronkelijk autochtone bomen en struiken. Het gebied bevindt zich in het Roggebotzand in Oostelijk Flevoland.  Daar gaan de geplukte bessen van René van Loon ook naar toe. Van de 114 autochtone soorten staan er nu 65 te bloeien en elkaar te bestuiven. De vruchten en zaden worden verstrekt aan kwekerijen die dan voor de

Naaldhout maakt plaats voor loofbomen in het Drents Friese wold

productie van autochtone bomen en struiken zorgen. De laatste jaren zie je bij organisaties als Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten een massale houtkap van  allochtone bomen als Amerikaans eik, Japanse Lariks, Oostenrijkse spar en Corsicaans den. Doel van dit beheer:  terug naar een inheems klimaatbestendig loofbos. Naaldbomen er uit, inheemse loofbomen er in. Daar is niet iedereen blij mee. Roofvogelspecialist Rob Bijlsma ziet dat de kap van grote naaldbomen in het Drents Friese Woud slecht uitpakt voor roofvogels als havik, wespendief en sperwer.  Zo zie je maar weer, natuurbeheer is altijd een kwestie van keuzes maken. En dat is best lastig.

Geplaatst in Flora | Getagd , , | Een reactie plaatsen

Pioniers op een vierkante meter

Pioniersplanten

Op het Rabbingerveld ligt langs het graspad een gegraven laagte. ‘s Zomer regeert hier de droogte, maar zodra de r in de maand zit verandert het terrein. Regenwater blijft langer staan ( er is veel minder verdamping) en er valt gemiddeld meer hemelwater. Afgelopen zomer kleurde dit gebied rood van de zonnedauw. Duizenden stonden er. Loop niet te snel aan de plas voorbij. De oever van dit ven is namelijk interessant. Ga door je knieën en concentreer je op de bodem. Er gaat een wereld voor je open ! Wat een verschillende planten en wat een kleuren !

Pioniersvegetatie op de oever

Gevarieerde flora

Direct vallen de rood gekleurde zonnedauwtjes op, ook al heeft rood zijn beste tijd wel gehad. Veel bladrozetten ook van het gewone biggenkruid, een composiet die op de heide thuishoort. De eerste zaailingen van de struik- en dopheide staan er. Daar zijn een heleboel andere planten niet blij mee, want dat kost ze op termijn hun plek. Heide gaat het hier winnen. Dat proces gaat ook ten koste van dat mooie sporeplantje moeraswolfsklauw dat een bescheiden poging doet om een bestaan op te bouwen, al is het maar tijdelijk.  Vaak zie je zonnedauw en moeraswolfsklauw bij elkaar staan. Ook het haarmos is van de partij met sporendoosjes

De sporendoosjes van haarmos

op kleine steeltjes. Je moet wel erg dichtbij om daar met een macrolens wat leuke plaatjes van te maken. Over de grond kruipen een paar steeltjes met een rij eironde blaadjes. Is dat kleine veenbes ? Het biotoop kan kloppen, maar een plant determineren zonder bloei is lastig. De apps Plantnet en Obsidentify brengen geen 100% zekerheid. De eerste uitgezaaide berken zijn ook van de partij. De kans dat die heel groot worden is klein. De vijf Schotse Hooglanders, de kudde van twintig Schoonebekers en de vrijwilligers van werkgroep Rabbingerveld zullen het niet zo ver laten komen. Het terrein moet wel open blijven. De ontwikkeling van de vegetatie die op deze plek heet pioniersstadium.

moeraswolfsklauw

Pioniersplanten  

De eerste planten die een braakliggend terrein veroveren zijn pioniersplanten. Vaak zijn ze klein en niet opvallend. Deze planten voeren een strijd op leven en dood. De onderlinge concurrentie kan hevig zijn en de vooruitzichten zijn ronduit rampzalig, want na een poosje wordt deze vegetatie overgenomen door een andere. Dichtgroeiende heide bijvoorbeeld kan de pioniers doen verdwijnen. Staat het ene jaar een plek nog vol met zonnedauw, tormentil en moeraswolfsklauw, één of twee jaar later zijn ze verdwenen. Heideplanten zijn in feite ook pioniers, die weer kunnen verdwijnen als de heide niet wordt beheerd en langzaam verandert in een bos. Deze opvolging van vegetatiesoorten heet successie 

dopheide

Meer aandacht

Een pioniersvegetatie verdient meer aandacht. De meeste wandelaars/natuurliefhebbers gaan uit hun dak bij het paars van bloeiende heide, zwevende libellen, een ontmoeting met een adder of een overvliegende rode wouw. Al die kleine plantjes, die een poging doen om zich op dat kale zand te vestigen, daar loopt bijna iedereen aan voorbij. Is dat dan wel zo interessant ? Ja dus . Maar dan moet je er wel de tijd voor nemen. Natuurbeleving krijgt een veel diepere betekenis als je echt de rust hebt om je ergens in te verdiepen. Neem een krukje mee naar buiten en ga gewoon eens twee, drie uur op een mooie plek zitten en kijk om je heen. Of probeer eens een plant te fotograferen, niet snel vastleggen, dat doe je met je telefoon, maar echt de tijd nemen om er een prachtige opname van te maken. Zo gaat het ook bij die oever op het Rabbingerveld. Neem het onverwachte waar in alle rust en probeer door te dringen tot de vezels van het ecosysteem. Het geeft meer voldoening dan je denkt.

Op een schrale bodem: zonnedauw, haarmos en moeraswolfsklauw

 

Geplaatst in Flora | Getagd , , | Een reactie plaatsen

Over dansende beuken, strubben en stoven : hakhout als monument

Eeuwenlang onmisbaar in de agrarische bedrijfsvoering. Brandstof voor oven en kachel, essen stelen voor gereedschap, palen voor hekwerk, eiken gebinten voor de aanbouw van de boerderij of een nieuwe schuur, wilgenhout voor klompen en beukenhout voor een tafel of een stoel. Natuurlijk werd hout voor nog meer dingen gebruikt. De toepassingen van hout waren en zijn oneindig. Het hout dat de boer nodig had verbouwde hij zelf. Vlak bij de boerderij bijvoorbeeld, in de eikengaard, maar het meeste hout werd uit het bos gehaald. Hakhoutbos werd dat genoemd of geriefhoutbosje. De bomen in zo’n bos werden om de tien tot vijftien jaar afgezet ( vlak boven de grond afgezaagd) en groeide daarna weer aan, vaak in grillige vormen. Op een aantal plaatsen in ons land is nog erg mooi te zien, dat er hakhoutbeheer heeft plaats gevonden. Ik noem drie historische plekken….

Kromme beuken in het Speulderbos

Dansende beuken op de Veluwe

Beukenhout is prima timmerhout. Het splintert niet en het is keihard. Op veel manieren toepasbaar, voor meubels, vloeren en drempels, maar ook voor gebinten. De boeren op de Veluwe wisten de kwaliteit van beukenhout wel te waarderen. In het Speulderbos, rond de buurtschap Drie ( vlak bij Ermelo) is dat nog goed te zien. Op zoek naar geschikt hout( in

Oude beuken in het Speulderbos

de 17 e eeuw voor de scheepvaart bijvoorbeeld , werden natuurlijk de dikste beukenbomen met mooie rechte stammen gekapt. De kromme bomen bleven staan. Ze staan er nog ! Soms in slechte staat, of al omgevallen en bezig weg te rotten. Gelukkig zijn er nog honderden redelijk vitale bomen over. Krom en knoestig en dus schilderachtig en erg fotogeniek. Het Speulderbos wordt  “Het bos met de dansende bomen “ genoemd. Het deel met eeuwenoude beuken heeft een oppervlakte van 300 ha. In het voorjaar en in de herfst trekt deze plek erg veel publiek. Het meest sfeervol is het bos bij nevelig en mistig weer. Naast de sfeerbeleving is het bos ook van grote ecologische en historische waarde. Veel dood hout, dus een rijkdom aan schimmels, insecten en vogels. Het wordt het oudste bos van Nederland genoemd.

strubbenbos

Grillige strubben in Drenthe 

Vlak buiten Anloo, in het mooie beekdal van de Drentsche Aa ligt een bijzonder bos. Een wandeling door deze Anlooër Strubben is een bijzondere ervaring. Wat namelijk erg opvalt is de grillige vorm van breed uitgegroeide eiken. Dicht bij de grond vertakken ze zich en

strubben van eikenhout

erg veel bomen hebben meer dan één stam. Veel takken zijn begroeid met mossen en dat geeft het bos een wat mystieke sfeer. Waardoor hebben deze eiken zich niet ontwikkeld tot indrukwekkende rechtopgaande woudreuzen ? Het antwoord is niet zo moeilijk. Vooral mensenwerk ! De strubben bestonden vaak uit eiken en lagen aan de rand van de heide , vlak bij de essen. Eeuwenlang zijn ze gebruikt als hakhout. Het zwaardere rechte hout werd eruit gekapt, het dunnere en kromme hout bleef over. Een herder met een schaapskudde gebruikte de strubben vaak als beschutting tegen kou en regen. De schapen schuurden en knabbelden dan lekker aan de bomen en dat gaf nog meer wonderlijke vormen. Dit soort bossen zijn heel oud. In Drenthe worden ze holt genoemd. Hier en daar zijn nog wat restanten over, zoals het Norgerholt, één van de oudste bossen van ons land. Het woord strubbe  komt van strobbe, wat boomstomp of boomstronk betekent.

hakhoutbosje bij Arriën in het Vechtdal

Oude stobben in het Vechtdal 

Hakhoutcultuur was in de 19e eeuw niet weg te denken in het Vechtdal. Boomsoorten die na het kappen weer snel uitliepen leverden vooral brandhout op. Om de tien jaar werd de

oude stoven van hakhout

stomp ( ook wel stoof genoemd) weer gesnoeid. De polsdikke takken konden naast brandstof ook voor allerlei andere producten worden gebruikt, zoals rijshout voor de bakkers en de palingrokerij. Eikenhakhout leverde ook schors. Deze eek bevatte looizuur, dat gebruikt werd in de leerlooierij. In de omgeving van de Vecht werden vroeger op veel plekken hakhoutbosjes aangeplant. Ab Goutbeek uit Dalfsen schreef hier een boeiende boek over : “Eikenhakhout langs de Vecht”

 

Geplaatst in Flora, landschapselementen | Getagd , , | Een reactie plaatsen

Dartelende kleine vuurvlinders op Landgoed Kateger Bos

natuurakker op landgoed Kateger Bos

Toen de overheid in 1995 met een Landgoedregeling kwam maakten landeigenaren (vaak agrariërs) daar dankbaar gebruik van. Dankzij het verlenen van subsidies werd boerenland veranderd in een nieuw ontworpen landschap met bosaanplant, poelen, oprijlanen, watergangen, houtsingels, boomgaarden en andere landschapselementen. Zo ontstond in 2003 Landgoed Linde en in 2005 Landgoed Nolderhoeve, dat zuidelijker aan de andere kant van de N48 ligt. In 2008 werd landgoed Het Kateger Bos aangelegd. Anno 2020

Landgoed Kateger Bos. De pijl geeft de natuurakker aan.

liggen deze jonge natuurgebieden er prachtig bij. Mooie wandelgebieden zijn het met veel variatie in de vorm van vennetjes, hooilandjes en ruige akkertjes, maar de aangeplante bospercelen zijn nog te jong, te gestructureerd ( bomen in rechte lijnen ) en missen nog de typische biodiversiteit van het bos. Alles heeft nu eenmaal tijd nodig. Zo ontbreekt bijvoorbeeld dood hout, een belangrijk element in het ecosysteem van een bos. De vier etages ( moslaag, kruidlaag, struiklaag en boomlaag) moeten zich ook nog ontwikkelen. Het duurt nog wel even voordat je van een echt volwassen bos kunt spreken.

Wat maakt deze landgoederen dan toch zo interessant ? 

Wat flora en fauna betreft moet je het zoeken in de landschapselementen buiten de

Poel met hooilandje op Landgoed Linde

bospercelen. In de aangelegde poelen bijvoorbeeld of de schrale hooilandjes. Een mooi voorbeeld van een plek waar van alles te beleven valt is de natuurakker in het Kateger Bos. Het landgoed ligt vlak naast de drukke en lawaaierige N48 en zou ooit onderdeel worden van een ecologische verbindingszone tussen Reest-en Vechtdal. Het kwam er nooit van. Een gepland ecoduct over de N377 bij De Pol werd geschrapt en vervangen door een veel goedkopere maar o zo nutteloze faunapassage compleet met camera’s en verlichte knipperende waarschuwingsborden.

Speerdistel

Centraal in het landgoed werd een natuurakker gepland. Dat bleek een geweldig goede keus. In deze oase van licht en kleur dartelen de vlinders, springen de krekels en zoemen de bijen. Nu, in de nazomer en begin van de herfst vallen de enorme aantallen distels op, akkerdistel en speerdistel vooral, hier en daar nog bloeiend, maar vooral wit van het pluis. Duizendblad is bijna uitgebloeid, maar een groepje korenbloemen bloeit nog. Prachtig zijn de uitgebloeide wilde penen. Bloeiend zijn deze schermbloemigen al mooi, maar de echte schoonheid zit in het uitgebloeide stadium. Kan zo in het droogboeket ! Op de bijna uitgebloeide akkerdistels is het een drukte van belang. Hommels, bijen, zweefvliegen, druk op zoek naar de laatste restjes nectar. En overal fladderen kleine prachtig oranje bruine vlindertjes. Moeilijk te determineren zijn ze niet: het zijn kleine vuurvlinders.

Kleine vuurvlinder op akkerdistel

Kleine vuurvlinder 

Het is een vrolijk vlindertje en erg schichtig is ie ook niet. Misschien wat ongedurig. Ga gewoon een poosje tussen de distels zitten en na een klein poosje gaan ze gewoon hun gang, blijven overal maar heel kort even zitten. Al gauw lijken ze je niet meer te  zien. Met je telefoon of camera  een paar leuke foto’s maken ? Geen probleem, de kleine vuurvlinder  werkt probleemloos mee. Het is een prachtig vlinder om te zien:  opvallend zijn de mooie

kleine vuurvlinder op akkerdistel

oranje -bruine vleugels met zwarte stippen. Erg fotogeniek ! De vlinders die hier eind september nog over de natuurakker fladderen zijn exemplaren van de derde generatie. Wat het biotoop betreft zijn ze niet erg kieskeurig : Schrale open plekken op zandgronden zijn populair, denk dan aan graslanden, heidevelden, kapvlakten, duinen, braakliggende gronden, tuinen en bermen. En natuurakkers ! Erg belangrijk is de aanwezigheid van schapenzuring. Op deze (waard)plant leggen de vrouwtjes hun eitjes. Zeldzaam is de kleine vuurvlinder niet, dit in tegenstelling tot zijn grote broer, de grote vuurvlinder, die alleen maar in laagveenmoerassen van  De Wieden, Weerribben en Rottige Meente voorkomt.

Meer info vind je hier :

 

 

- Ook de kale jonker, ook een distel in het Reestdal is belangrijk voor insecten.

- De schapenzuring is de waardpant voor de kleine vuurvlinder.

Geplaatst in Fauna | Getagd , , | Een reactie plaatsen

Een niemendalletje bij het Spookmeer

Het dalletje bij het Spookmeer

Vlak bij het Spookmeer, ten zuiden ervan, ligt een onopvallend dalletje. Een bijna niet te ontdekken zandpad leidt je naar dit mooie stille plekje. Het ligt ingeklemd tussen een paar dekzandruggen en de randen van de bossen van Rabbinge. Dal is een heel groot woord voor dit paradijsje, zelfs met het woord dalletje zeg ik nog te veel. Niemendalletje staat voor weinig verhullend of niets voorstellend, maar daar doe ik deze laagte ook weer mee tekort. Misschien is niemanddalletje een beter woord, aangezien lang niet iedereen de locatie weet te vinden. Echter, als je wat blijft rondneuzen en je ogen goed de kost geeft is er veel te ontdekken.

De bessen van de kraaiheide zijn gezond, maar niet erg lekker.

Drie soorten heide 

Het dalletje is bezig dicht te groeien, later daar meer over, maar de heide die er nog is moet je toch even goed bekijken, want op een kleine oppervlakte, soms op minder dan 1 vierkante meter, komen drie soorten voor: struikheide, dopheide en kraaiheide. Lavendelheide zou er een prachtig kwartet van kunnen maken, maar helaas, die staat er niet. Het leuke aan deze heidesoorten is, dat ze alle drie op een verschillend tijdstip bloeien. Kraaiheide is het vroegst, die bloeit ( heel onopvallend) in april en mei. Daarna, in de volle zomer kleuren de paarse belletjes van de dopheide en in de tweede helft van augustus rondt de struikheide het feest af. Over discriminatie gesproken: het is de struikheide die er met alle eer en glorie vandoor gaat. Berichten in de media, prachtige filmpjes op YouTube, het gaat allemaal over de paarse pracht van de struikheide. De minderheidsgroepen dop-en kraaiheide krijgen nauwelijks aandacht .

vuilboom

Boomsoorten 

Zoals eerder opgemerkt, het dalletje groeit dicht. Bomen en struiken zijn bezig om de macht in het gebiedje over te nemen. Dat kan ook bijna niet anders, een open heideveldje midden in het bos wordt het hele jaar door gebombardeerd met zaailingen van allerlei bomen en struiken, zaden die door de wind of door vogels en zoogdieren worden verspreid. Nu we gezien hebben, dat er drie soorten heide in het terreintje voorkomen, is het ook wel aardig om naar de boomsoorten te kijken. En ook hier is het resultaat best aardig: negen soorten kom ik tegen: vuilboom, Hollandse eik, Amerikaanse eik, Amerikaanse vogelkers, grove den, berk, krentenboom, hulst en jeneverbes, al staat de  laatst genoemde soort er als een treurwilg bij.

Door successie verandert het dal langzaam in een bos

Successie

Veel heide hebben we niet meer in ons land, nog maar een fractie van wat er ooit was. Heide is cultuurlandschap. Zonder ingrijpen van de mens verandert het langzaam in bos.

Vrijwilligers verwijderen opslag uit de heide

Dat proces heet successie. De ene vegetatie neemt het van de andere over, totdat er een eindstadium (bos) ontstaat, dat niet meer verandert. Heide is voor natuurbeheerders lastige natuur. Erg bewerkelijk en arbeidsintensief. ( schaapskudde, opslag verwijderen, plaggen) Soms vraag ik me af, waarom veel nieuwe natuur zich moet ontwikkelen tot een open vlakte met alleen maar heide. Het is de weg met de meeste weerstand. Mijn voorkeur gaat uit naar heide afgewisseld met bosjes, boomgroepen en struwelen van braam, sleedoorn en meidoorn. Het half open landschap.

Om weer terug te komen op het Spookmeerdalletje, het groeit dus dicht. De natuur van Rabbinge is eigendom en in beheer bij Het Drentse Landschap. Het dalletjes dus ook. Het DL wil graag dat het terreintje open blijft en dat de heide zich verder kan ontwikkelen. De vraag blijft dan over: wie gaat dat doen ? Wie gaat hier steken, zagen, snoeien,knippen en slepen ?

Vrijwilligerswerk

Het Drentse Landschap beheert in de provincie meer dan 9100 ha natuur ( waarvan 1700 ha heide) en zou zonder de 400 vrijwilligers in de problemen komen. Op veel plekken in de provincie zijn werkgroepen actief. In Overijssel is het niet anders.

aanleg zandplekken voor insecten

In het najaar van 2019 is vanuit de natuurwerkgroep de Reest de Werkgroep Rabbingerveld opgericht. De acht vrijwilligers komen een middag in de week bij elkaar en zijn actief op het Rabbingerveld. Op dit meer dan 30 ha grote natuurgebied wordt opslag verwijderd, zandplekken voor insecten gecreëerd, takkenrillen aangelegd, struweel geplant en nog veel meer. Mooi en gezond werk ! De werkgroep heeft zich aangesloten bij Het Drentse Landschap en gaat in het komende werkseizoen op vier locaties aan de slag. Eén van de werkplekken is………………. het niemendalletje ! Dat moet weer open terrein worden.  Een hele klus!  In het komende voorjaar vertel ik over het resultaat.

Drie heidesoorten bij elkaar: A dopheide B struikheide C kraaiheide

 

 

 

Geplaatst in Bescherming, De mooiste plekjes | Getagd , , | Een reactie plaatsen

‘t Ende: hier is het stil, heel stil

De monumentale boerderij 't Ende als beginpunt van een mooie wandeling of fietstocht

Het Reestdal is populair. Vooral in de afgelopen corona-maanden was het op sommige plekken druk, heel druk. Overvolle parkeerplaatsen achter De Wheem en de Reestkerk, rijen auto’s in de bermen bij de ingang van Takkenhoogte, drukte bij De Havixhorst en ooievaarsbuitenstation De Lokkerij. Gelukkig deed/doet die drukte zich vrijwel alleen voor in het weekend en dan met name op de zondag. Door de week is het beekdal van de Reest vaak stil en wat verlaten en heb je de wereld voor je alleen. Dat moet ook zo blijven. De kracht van dit mooie en kwetsbare beekdal is de rust die je hier ontmoet. Een tijdflits naar het kleinschalige boerenland van 100 jaar terug. Een mooie plek om die stilte en verlatenheid te ervaren is de directe omgeving van boerderij ‘t Ende aan De Stapel.

Uitzicht over het beekdal

 

Dat hier zo weinig wandelaars komen heeft o.a. te maken met de ligging en bereikbaarheid. Je moet de oprit naar de boerderij wel weten, anders rijd je er zo aan voorbij. Een infobord van Het Drentse Landschap helpt wel, maar komend vanaf De Bloemberg maakt een scherpe bocht het allemaal wat lastig. Maar goed, als je eenmaal de

kaartje wandelroute

kleine parkeerplaats hebt bereikt, kan het feest beginnen ! Het hele gebied is eigendom en in beheer van Het Drentse Landschap, dat met ( slechts) 16.000 beschermers veel te weinig waardering krijgt voor haar werk. Wat hadden we tijdens de intelligente Lock-down  met z’n allen een behoefte om naar buiten te gaan, vaak ook om de eigen omgeving weer te (her)ontdekken. Het zou provinciale landschappen eigenlijk  veel nieuwe leden moeten opleveren…….Voor 20 euro per jaar

Natuurakker bij de boerderij

Natuurakker

Langs de oprit naar de boerderij ligt aan de rechterkant een natuurakker. In het voorjaar van 2020 is deze es in stroken ingezaaid met akkerbloemen, boekweit en zomergerst. Dit is gedaan door vrijwilligers van de Werkgroep Rabbingerveld ( onderdeel van natuurwerkgroep de Reest) in samenwerking met Het Drentse Landschap. Inmiddels wordt de vegetatie hier en daar gedomineerd door bijvoet, maar een groot aantal boekweitplanten staat nog in bloei. De meest akkerbloemen, zoals korenbloem, bolderik en gele ganzenbloem hebben hun glorietijd wel gehad. De akker blijft in de komende herfst en winter onaangetast en is dan een voedselparadijs voor kleine zoogdieren en vogels.

Infocentrum met exposities over bijen en Reestdal

Bezoekerscentrum

In de staart van de boerderij kun je terecht in het onbemande informatiecentrum van Het Drentse Landschap. Hier vind je folderinformatie, een foto-expositie van alle Reestbruggen, een tentoonstelling over de imkerij ( buiten staat een bijenstal) en op grote panelen lees je van alles over het Reestdal. Van april tot en met oktober is de ruimte van 11.00 tot 17.00 u.  open.

Ga eens een poosje zitten op de picknickbank buiten en kijk goed om je heen. Typische kenmerken van een Reestdalboerderij moeten dan wel opvallen: de hoge eiken van de eikenboomgaard, het erf met de zwerfkeien (kinderkopjes), de grote baander (deur) aan de achterkant van de schuur, het uilenbord in de punt van het dak, het rieten dak, de houten zijwanden, enz.

Tijdens de wandelroute steek je twee keer de Reest over

Wandeling 

Het Drentse Landschap heeft vanaf deze plek een 6 km korte wandeling uitgezet. Gewoon de paaltjes met paarse koppen volgen en verbaas je over deze plek. Het mooiste deel van de route bevindt zich aan deze kant van de Stapelerweg. Je mag hier zelfs een stukje langs de Reest lopen. Dat kan maar op weinig plekken. Aan de andere kant van de Stapelerweg loop je door het Stapelerveld. Nu een mooi bos, maar vroeger een uitgestrekt heideveld.

Voor meer foto’s klik je hier 

Voor een korte video over de boerderij klik je hier 

Geplaatst in Boerderijen, De mooiste plekjes | Een reactie plaatsen

Klokjesgentiaan: diepblauw, maar op de rode lijst

Klokjesgentianen vind je in natte (dop) heide

Diep blauw. Wat een prachtig plantje om te zien! Blauw wordt gezien als de kleur van vertrouwen, duidelijke communicatie en betrouwbaarheid. Allemaal leuk om te weten, maar naast de kleur is het meest bijzondere van de klokjesgentiaan dat dit plantje nog maar erg weinig in ons land voorkomt. Dat geldt zeker voor het Reestdal. In het beekdal zelf zul je de plant niet snel vinden.  Misschien nog in een blauwgraslandje.  Nee, je moet op de flanken van het beekdal zijn waar nog wat natte heide en veentjes de verkaveling van de woeste gronden hebben overleefd. Staan de diepblauwe klokjesgentianen op het Dwingelderveld gewoon langs het fietspad, in het Reestdal zijn ze dus zeldzaam. En voor  heel Nederland: sterk achteruit gegaan. Dus te vinden op de Rode Lijst.

De bloemkroon van de klokjesgentiaan heeft de vorm van een trechter

Bloeitijd in de nazomer 

Klokjesgentianen bloeien in de periode juli tot en met september. Groot wordt de plant niet, opvallen doet ie door zijn kleur. Bij het vinden van een groepje klokjesgentianen moet je eigenlijk even door de knieën. Pas dan zie je hoe mooi deze gentiaan is. De bloemkroon heeft de vorm van een trechter en aan de binnenkant van de kroonbladen zie je allemaal groene stippen. De plant voelt zich thuis op plekken, die ‘s winters drassig of nat zijn. Het zijn planten van de natte (dop)heide en veengronden en vaak zijn ze in gezelschap van andere planten als dopheide, beenbreek en blauwe zegge. Het

Dopheide is voor het gentiaanblauwtje een nectarplant

is arme grond waar ze op groeien en bloeien. Stikstof is de grote vijand.  Oprukkende grassen als pijpenstrootje en bochtige smele beconcurreren andere karakteristieke planten van de natte hei. Dus alarmfase 1 voor de klokjesgentiaan !

Kwetsbare plant en daardoor zeldzame vlinder 

Naast algemene soorten als paardenbloem, fluitenkruid, brandnetel en jakobskruiskruid hebben we in ons land een heleboel planten die het moeilijk hebben. Dat geldt zeker voor de klokjesgentiaan. Er zijn verschillende oorzaken voor de achteruitgang. Lage grondwaterstanden en het neerdwarrelen van stikstof zorgen op de hei voor een versnelde ontwikkeling van grassen en opslag van bomen . Groeiplaatsen en plekken voor verjonging van klokjesgentianen nemen dan snel af. Door de vergrassing met pijpenstrootje bijvoorbeeld verspreidt het zaad zich niet verder dan een halve meter en zal het niet gaan kiemen. Vergeet ook de droge hete zomers van de laatste jaren niet !

Gentiaanblauwtje bron: Vlinderstichting

Zonder heidebeheer van de natte heide zal de klokjesgentiaan langzaam verdwijnen. Voor één bepaalde vlinder is dat rampzalig: het gentiaanblauwtje. Dit vlindertje gebruikt alleen de klokjesgentiaan als waardplant. Dat wil zeggen, dat op deze plant de eitjes worden gelegd. Het verhaal wordt nog ingewikkelder als blijkt dat de rupsen van het gentiaanblauwtje bepaalde mieren nodig hebben om zich te kunnen ontwikkelen als vlinder. Voor een vitale populatie gentiaanblauwtjes zijn minimaal 500 bloeiende gentiaanklokjes nodig, in de directe omgeving vele knoopmiernesten en bloeiende nectarplanten voor de vlinders. Het aantal populaties gentiaanblauwtjes is de laatste jaren sterk gedaald. Kwetsbare natuur pur sang !

Klokjesgentiaan: bloem in knop

Blauwe Brigades

In 2001 werd in Overijssel de Blauwe Brigade opgericht. Deze bestaat uit vrijwilligersgroepen die met kleinschalig beheer het biotoop van het gentiaanblauwtje verbeteren. Met plagschoppen worden dicht bij een plek met klokjesgentianen kleine plagplekken gemaakt. Met handzagen wordt opslag verwijderd om de heide open te houden. Al snel volgde de oprichting van brigades in andere provincies. Met succes. Soms gaat het beheer wel erg ver. Naast het plaggen worden sommige stukken natuur bekalkt en bezaaid met strooisel en gentianenzaad. Prachtig en zinvol werk, maar het maakt ook duidelijk dat de natuur in Nederland vrijwel altijd mensenwerk is. Natuurbeheer in ons land is één groot gevecht tegen successie. Op de hei, in watergangen, in bermen, in petgaten, in graslanden, overal wordt het proces van successie getemd. In feite zijn we als natuurbeheerders allemaal aan het tuinieren. Daar is niks mis mee. In een mooie tuin is ook genoeg te zien.

Natte heide: biotoop van de klokjesgentiaan

 

 

Geplaatst in Flora | Een reactie plaatsen