Hopbellen als de zomer bijna voorbij is

Hopbellen in de houtwal

Een beetje depri en weemoedig worden van bolchrysanten. Sommige mensen kampen hiermee.  De oorzaak is niet de chrysant, maar de periode waarin ze massaal worden aangeboden: de nazomer. In de maand september realiseer je dat de zomer op zijn eind loopt en dat we weer de winter induiken. Het wordt eerder donker, het klimaat wordt vochtiger en vaak ruik je al de herfst. Daar worden we meestal niet vrolijker van. De bolchrysant staat dan symbool voor de wetenschap dat die mooie warme zonnige dagen straks weer voorbij zijn.

Ook de hop is een plant van de nazomer. Deze klimmer en woekeraar kun je in het voorjaar en in de zomer ook wel zien, maar in de maanden augustus en september valt de hop op door de geelgroene hopbellen die je in houtwallen en houtsingels aantreft. Een

Hopbellen in de houtwal

prachtig gezicht ! Van al die slierten hopbellen word je niet depri. Wel slaperig. Neem een sliert hopbellen mee naar huis en doe ze in je kussen. Je wordt er rustig en loom van. De juiste stemming om in slaap te vallen. Wel steeds verversen, want de olie die in de hopbellen zit is nogal vluchtig. Een poos geleden, toen de tuinen van A.Vogel nog in Elburg lagen, vertelde een medewerkster tijdens een rondleiding, dat het personeel na het plukken van hopbellen niet direct in de auto mocht stappen. De bedwelmende werking van de hop liet dat niet toe. Surfend op het internet kom je op veel sites tegen wat hier de oorzaak van is : in hopbellen zitten erg veel werkzame stoffen o.a. tegen slapeloosheid. De hop maakt in de hopbellen lupuline aan en dat is de leverancier van al die stoffen.

Gele korreltjes tussen de schubben van de hop

Mannelijke en vrouwelijk hoppen

In een artikel op deze website ´hopman en hopvrouw bloeien apart´kun je lezen dat de hopbellen aan de vrouwelijke hoppen zitten. In een houtwal komen mannetjes en

mannetjeshop

vrouwtjes voor.  De mannetjes hebben onopvallende stuifmeelbloemen die via de wind de vrouwelijke katjes bevruchten. De bellen die zich hieruit ontwikkelen zijn vaak bevrucht en leveren niet alleen lupuline, maar ook zaden. De bierbrouwer wil geen hopbellen met zaden. Het bier wordt er niet lekker van en schuimt niet. Dus in de hopteelt zie je alleen vrouwelijke hoppen.

Kleine gele bolletjes 

Peuter voorzichtig een hopbel open en je vindt aan de voet van de schubben kleine gele bolletjes. Dat is lupuline. Voor de bereiding van bier en andere  producten worden de hopbellen gedroogd. Er zijn ook bierbrouwers die gebruik maken van verse hop. De zuren in de lupuline zorgen voor de bittere smaak en het aroma van het bier. Maar niet tegelijk. De hopteelt kent bittere hoppen en aroma hoppen. Het ene lupuline is het andere niet. Voor het bereiden van bier worden dus meerdere soorten hop gebruikt.  Vierhonderd gram hopbellen volstaan om 100 liter bier maken. Vooral kleine brouwerijen van lokale speciaalbieren gebruiken veel hop. Doordat de variatie aan bieren toeneemt, wordt de vraag naar hop groter. In België bijvoorbeeld is de vraag veel groter dan het aanbod.

Hopteelt in Nederland 

Wil je zien hoe hop massaal wordt geteeld, dan moet je naar Duitsland. Langs de autobanen in Zuid/Duitsland bijvoorbeeld, zie je naast enorme velden met zonnepanelen ook veel hopplantages. In ons eigen land neemt de populariteit van hop toe. De Limburgse brouwer Gulpener bijvoorbeeld haalt biologische hop uit de regio en organiseert een groot hopfeest als de hop in september wordt geplukt.

Vroeger werd er veel hop in ons land verbouwd, meestal kleinschalig. De Nederlandse hop had echter  geen goede naam. Wil je meer weten over de geschiedenis van de hopteelt in ons land, lees dan het artikel ´Nieuwe hoop voor de Nederhop?

hopteelt in Dedemsvaart

Tegenwoordig zijn er op veel locaties initiatieven om kleinschalig hop te telen. Een voorbeeld daarvan is de hopkwekerij in Dedemsvaart. Naast het landbouwmuseum/ brouwerij aan de Langewijk staat sinds kort een houten constructie waar hopplanten worden geteeld. Het is allemaal nog in ontwikkeling,maar een leuk initiatief is het wel.

Meer info:

De geneeskracht van hop 

Het groene goud van Belgie 

Hop is hot 

Hopteelt in Nederland 

Hopveld Avereest 

 

Geplaatst in Flora | Getagd , , | Een reactie plaatsen

De Vledders/ Leyer Hooilanden wordt parel in het Reestdal

Moerassprinkhanen springen voor ons uit. Een groepje putters gaat er vandoor. We banjeren door het hoge gras. Om ons heen ruimte, vooral heel veel ruimte. En het is stil. Erg stil. In de verte graast een kudde koeien. Een echte kudde met een stier, koeien en kalfjes. Het gebied bestaat vooral uit hooiland, afgewisseld met struweel van wilgen, riet en moerasbosjes. En slootjes, erg veel kleine waterloopjes vrijwel allemaal begroeid met prachtige planten als moerasspirea, valeriaan en koninginnenkruid. Wat een prachtig stukje Reestdal is dit !  En dan te bedenken, dat dit laaggelegen landschap in de komende jaren nog mooier gaat worden. Landschap Overijssel en Waterschap Drents Overijsselse Delta gaan hier in 2019 aan het werk.

Met Jacob van der Weele, ecoloog bij Landschap mag ik De Vledders in. Bof ik even !

Kale jonkers in hooiland

Wat zijn kenmerken van dit gebied ?

´De Vledders en Leyer Hooianden is een zijdal van het Reestdal. Het is een komvormige laagte tussen dekzandruggen waar in het verleden hoogveen heeft gelegen. Dit veen is drooggelegd, er is dekzand ingewaaid en nu is het eigenlijk een droge kom tussen hoge ruggen van dekzand. Er ligt nog steeds een vrij dik veenpakket onder deze graslanden. En dat is interessant, net als de overgangen naar die ruggen die om de Vledders heen liggen. Aan de oostkant ligt het Carstenbos, je ziet ook de bossen van de boswachterij Staphorst liggen. Die overgangen met verschillen van zo’n meter, anderhalve meter maken van dit gebied een soort kommetje, dat gevoed wordt met grondwater vanuit die randen.´

Nieuwe natte natuur in De Vledders

Landschap Overijssel heeft grote plannen met dit gebied. Wat gaat er allemaal gebeuren ?

´We kunnen hier dingen doen met de waterhuishouding die heel erg positief zullen zijn voor flora en fauna. Het gebied gaat natter worden, het wordt een soort doorstroommoeras. We willen het grondwater meer omhoog hebben, zodat de vegetatie gevoed wordt door grondwater en minder door regenwater. Het water moet wel afstromen, ook al zetten we de grondwaterkraan aan. Het water wordt, net als nu, afgevoerd door de Streitenvaart. Deze voert het water af naar de Reest. We gaan wel dingen veranderen. We gaan kijken of het gemaaltje verderop moet blijven. Misschien moeten we het vervangen door een stuw. De Streitenvaart gaan we ook ondieper maken, want de watergang ligt veel te diep in het landschap. Een van de doelstellingen is ook het gebied te gebruiken voor waterberging als dat nodig is. We kunnen hier dan bij extreme neerslag een hele grote plas water kwijt.

Als we om ons heen kijken zien we een soort verruigd agrarisch landschap. Niet gemaaid hooiland met kale jonkers, we horen allerlei vogels om ons heen. Verruigde natuur zie je bijna nergens meer in het Reestdal.

´Dat klopt. Dit soort landschap levert hele mooie natuurwaarden op.´ Jacob wijst naar een stukje rietland. ´Dit is geen petgat, maar een rootgat. Dat is een plek waar vlas in het water werd gelegd om het te bewerken. Voordat je vlas kunt gebruiken moet je dit gewas eerst nog een poosje laten roten of rotten om zodoende de vezels vrij te maken. Nu is deze

Poel is onderdeel van landgoed

plek helemaal dichtgegroeid met riet en wilgenbos en ook dat levert weer boeiende natuur op. Geelgors, gekraagde roodstaart, specht, blauwborst, roodborsttapuit, ze zitten hier. Verderop in het gebied hebben bijvoorbeeld twee paartjes watersnip gebroed. Als je hier riet gaat maaien en andere stukken juist laat staan krijg je veel meer variatie in vogelsoorten.´

Is de hele Vledders in beheer van Landschap Overijssel ?

´Nee, een deel van het gebied is in particulier bezit. Deze poel bijvoorbeeld is onderdeel van een landgoed. Hier is zelfs al een otter gezien. Dit is natuurlijk ook wel een ideaal biotoop. Er is veel rust, water om naar voedsel te zoeken en riet om in te schuilen. De Vedders / Leyer Hooilanden is 200 hectare groot. Ongeveer 20 hectare is vrij nat. Als dat meer wordt gaan we hier een geschikt biotoop voor otters krijgen. En niet alleen voor de otter, maar voor een heleboel andere dieren. Dan gaan we hier ook de zilveren maan zien. Landschap Overijssel heeft ongeveer 140 hectare in eigendom en beheer. Ik schat dat het landgoed ongeveer 25 hectare groot is en her en der liggen er ook stukken land die nog in agrarisch beheer zijn. Als straks de ruilverkaveling Staphorst is afgerond gaan de percelen vanuit landbouw naar natuur. Voor de percelen die vrijkomen en geschikt zijn is Landschap Overijssel de eerste gegadigde om ze te kopen.´

Wordt dit gebied een pareltje onder de bezittingen van Landschap Overijssel ?We lopen hier door een prachtig gebied waar straks alleen mensen die in de natuur-bescherming werken van kunnen genieten. Of mag iedereen er straks rondstruinen ?

Greppels gaan minder kwelwater afvoeren als ze ondieper zijn gemaakt.

´We zijn op zoek naar een goede balans. We gunnen iedereen een mooie wandeling door een mooi gebied, maar we willen de natuurwaarden ook geen geweld aandoen. Dat is best lastig. We hebben hier goed over nagedacht en veel mensen gesproken. Wat zou je hier nu kunnen en willen. Veel mensen horen we zeggen “ Je moet het gebied niet helemaal open gooien. Maak er geen natuurpark van. Laat het ook vooral een plek zijn waar rust heerst.” Los van alle planten dieren is rust een grote kwaliteit van dit gebied. Wat wij als organisatie graag willen is voor belangstellenden een paar keer per jaar een excursie te organiseren om in het gebied mooie plekjes te bekijken. We gaan aan de randen van het gebied uitzichtpunten realiseren. En we denken ook aan een struinpaadje. Je kijkt dus straks vanaf de randen de Vledders en Leyer Hooilanden in en als je graag meer van het gebied wilt zien kun je met een gids het terrein in. We moeten het ook samen met de buurt doen. We zitten tegen de rand van IJhorst aan en ik kan me voorstellen dat er mensen uit het dorp nieuwsgierig zijn en straks het gebied een keer in willen.´

Jacob van der Weele is ecoloog bij Landschap Overijssel

Wat opvalt is de grote hoeveelheid slootjes in het terrein.

´Hoewel het hele gebied momenteel erg droog is, zien we toch in deze sloot water staan. Je ziet op het water dat bekend olieachtige filmpje. Het is dus kwel. Dat vliesje wordt veroorzaakt door ijzer bacteriën in het grondwater. Dit water is rijk aan mineralen en dat levert voor de plantenwereld in dit gebied erg veel kansen op. We willen dit kwelwater, dat nu nog veel te diep ligt, in de wortelzone van de planten zien te krijgen. We gaan dan heel andere soorten krijgen. In plaats van witbolgrasland met hier en daar een pitrus ga je dan veel meer diversiteit krijgen. Dan komen de zeggensoorten terug, de dotterbloem, moerasspirea en allerlei kruiden. Nu wordt het kwelwater via de sloten en greppels afgevoerd. Je ziet dat de slootjes erg dicht bij elkaar liggen. Het moet hier dus erg nat geweest zijn. Als we deze sloten en greppels gaan verondiepen of dicht gooien gaat het water vanzelf omhoog komen. Het komt dan veertig, vijftig centimeter omhoog. Het water wordt dan afgevoerd over het maaiveld en dat is precies wat we willen. Zo ontstaat dan het doorstroommoeras waar ik het eerder over had. Dat kun je niet zo maar doen. Samen met het waterschap hebben we gekeken naar wat er gebeurt als je al deze sloten en greppels gaat aanpassen. Het uitgangspunt is altijd geweest het mag geen nadelige effecten hebben voor de omgeving.´

Bloemrijke slootrand

Simpel gezegd: als het grondwater in dit gebied omhoog gaat, gaan er wat flora en fauna betreft hele mooie dingen gebeuren.

´Dat klopt, maar zover zijn we nog niet. Als je hier gaat graven kom je veen tegen. Dat veen is al een poosje bezig om uit te drogen en in te klinken. Tijdens dit proces komen er heel veel voedingsstoffen vrij en daar profiteren vooral de grassen van.´

Kwelwater

Dat zie je bijna overal in het Reestdal

´Precies. Veel snelgroeiende grassen die al die kruiden verdringen. Je ziet in veel gras-en hooilanden een hele eentonige vegetatie. Door het natter maken ga je de afbraak van veen tegen en is het mogelijk dat er zelfs weer nieuw veen gaat groeien. Het mooie van dit gebied is dat er hoogteverschillen zijn. Dat zorgt voor veel variatie. Plekken waar straks kwelwater blijft staan of tijdelijk. Of helemaal niet. Of andere plekken met vooral regenwater. Die verschillen zijn voor ons heel interessant.´

Je had het over de term doorstroommoeras. Welke maatregelen moet je nemen om dat hier voor elkaar te krijgen ?

´We staan hier in een grasland met veel pollen en met een lage natuurwaarde. Zo’n 250 meter van ons vandaan stroomt de Streitenvaart. We gaan van dit grasland een heel dun laagje afhalen, hierbij moet je denken aan een soort kaasschaaf, zodat het langzaam als een hele flauwe helling gaat aflopen naar het centrale deel richting de Streitenvaart. Zo krijg je een langzaam afstromend maaiveld met af en toe wat zandkopjes, zodat je ook weer mooie overgangen krijgt van nat naar droog. Het grasland is dan ook beter te maaien dan nu. Je krijgt hier straks een hooiland dat veel vochtiger is. Laten we hopen

Komen de weidevogels weer terug ?

dat de weidevogels zich hier weer thuis gaan voelen. De grutto gaan we, denk ik, nietmeer terugkrijgen, maar de kieviten die we net over zagen vliegen zullen het hier leuk gaan vinden, net als de tureluur, de wulp en misschien ook nog de scholekster. Een stukje verder het gebied in is 15 jaar geleden geplagd ( lees: voedselrijke bovenlaag verwijderd) en daar hebben dit jaar twee paartjes watersnippen gebroed. Het afstroommoeras gaat dus het kwelwater heel langzaam afvoeren. De koeien die we daar zien staan ( een kudde Maine Anjou, ook wel bekend als Reestdalrunderen) moeten straks dus gewoon naar grasland dat hoger ligt. Het grondwater ligt nu erg diep. De bodem is ook bezig in te klinken. De veenbodem zakt hier nog steeds. Op het moment dat we hier de waterhuishouding gaan veranderen, kan het weer een beetje als een spons gaan werken. Het bovenste deel van de bodem wordt dan ook natter.´

De Reestdalrunderen hebben in de Vledders een prima leven

We staan hier voor een behoorlijke sloot…

´Ja, dat is de Streitenvaart, die stroomt van zuid naar noord centraal door het gebied. Deze watergang ligt heel diep in het landschap, zeker een meter dieper dan het grasland waar we hier staan. Het water in De Vledders en Leyer Hooilanden wordt versneld afgevoerd naar de Reest. In de afgelopen jaren is de vaart breder en dieper geworden, met name in de tijd van de grote ruilverkavelingen van de jaren ’70. Nu is het een diepe ontwaterende sloot. We laten de Streitenvaart in onze plannen gewoon liggen. Naast een

De Streitenvaart voert water af naar de Reest

waterhuishoudende functie heeft het water ook een cultuur historische waarde. De vaart staat al op hele oude kaarten van rond 1800, maar waarschijnlijk ligt ie er al honderden jaren al zal het water toen niet zo diep en breed geweest zijn. Vroeger wisten ze ook al heel goed hoe je natte gronden geschikt moest maken voor agrarisch gebruik. Het rechtlijnige van de vaart blijft in tact, maar we gaan hem wel veel minder diep maken. Verderop wordt het gemaaltje vervangen door een stuwtje.´

Wat verder in het gebied ziet de vegetatie er opvallend anders uit. Niet zo hoog als de andere graslanden en de bodem is ook natter. Jacob vertelt met trots dat hier drie soorten orchideeën hebben gebloeid en dat er parnassia is waargenomen.

Het hooiland hier is geplagd. Staat dit symbolisch voor de Vledders in de komende jaren ?

´Vijftien jaar geleden is dit hooiland, als een soort experiment, geplagd om te kijken hoe het zich zou gaan ontwikkelen. Je ziet hier veel wilgenopslag, dat hadden we kunnen voorkomen door het in de eerste jaren intensief te beheren tot de nieuwe vegetatiemat

Moerasspirea

gesloten was. Dat is niet gebeurd, maar daar hebben we van geleerd. Als je goed tussen de wilgen kijkt zie je al gauw andere vlinders, andere planten. Het is hier geel van de moerasrolklaver, we ruiken de watermunt, overal zie je holpijp staan, het geeft aan dat de omstandigheden hier heel anders zijn. De vegetatie is hier veel soortenrijker dan de droge graslanden die je hiernaast ziet. In dit stuk staan bijvoorbeeld drie soorten orchideeën, verderop hoor je een kleine karekiet zingen. Dit komt in de buurt van de natuur die we voor ogen hebben. We zien hier, dat als je gaat plaggen, het hier veel mooier gaat worden. Maar hier hebben we het water nog niet in het maaiveld staan. Dus als het grondwater hier nog meer omhoog komt gaan we hier nog veel meer spectaculaire ontwikkelingen meemaken.´ 

Klik hier voor de projectkaart

Geplaatst in Bescherming, Flora, Interviews | Getagd , , , | Een reactie plaatsen

Droge zomer: net als vroeger over een voorde naar Drenthe en andersom

Drempel in de Reest op 21 juli 2018

Een blauwe reiger vliegt op.  Ook twee witte kwikstaarten gaan er vandoor. Tussen de trappen van de drempel overheersen slib en dode plantenresten. Hier en daar sijpelt nog wat Reestwater stroomafwaarts. De bladeren van het fonteinkruid zullen het nog moeilijk krijgen, net als het moerasvergeet-mij-nietje en de gele bloemetjes van de rolklaver. Maar stroomopwaarts, aan het begin van de drempel bloeit kikkerbeet. Talrijke witte bloemen bedekken het wateroppervlak.  Nog even en de drempelbakken zullen toch  helemaal droog komen te staan.

Voorde 

Het is zomer 2018. De Reest zal niet zoals veel zandbeken in Twente, Drenthe en de Veluwe opdrogen.  Het gebeurt niet vaak, dat je zo makkelijk de Reest kunt oversteken. Net als  vroeger , via een bed van keien. Over een voorde of drempel. Maar dit doet wel pijn aan je ogen.

Drempel in de Reest op 26 juli 2018

Water op Maat

In 2015 werd het project `Water op maat` afgerond.  Eén van de doelstellingen van dit project: verdroging van het Reestdal tegengaan. De Reest werd op een aantal plaatsen ondieper gemaakt, net als een aantal op de Reest afwaterende sloten en greppels. Bestaande drempels werden verhoogd. De gedachte achter deze ingrepen : de Reest moet het water minder snel afvoeren. Hierdoor blijft er meer kwelwater achter in het beekdal en dat is goed voor de natuurwaarden in de aangrenzende hooilanden.  Minder pitrussen en witbol en meer dotterbloemhooilanden.

Droge drempelbakken. Makkelijke oversteek naar Drenthe en andersom

In 2014 werd tussen Den Kaat en Rabbinge een drempel in de Reest aangelegd. Hierdoor werd het waterniveau voor de drempel verhoogd en de hooilanden natter.  Onder normale omstandigheden is het leuk om bij de drempel een kijkje te nemen. Nu dus even niet.

Kikkerbeet

 

Geplaatst in De Reest | Getagd , | Een reactie plaatsen

Droog en geel hooiland

gele hooilanden in droog Reestdal

Voor de komende vijftien dagen worden tropische temperaturen en droogte voorspeld. Voor de natuur die afhankelijk is van regenwater en een hoge grondwaterstand is dat natuurlijk gewoon slecht.  In de afgelopen twee en een halve maand is er nauwelijks regen gevallen. Een paar cijfers:

Op maandag 9 juli  plensde het in IJhorst een korte tijd en op dinsdag 10 juli viel er in Dedemsvaart 3 mm regenwater. En daarvoor ? Op vrijdag 8 juni  ook slechts 3 mm.  Eind mei onweerde het en dat bracht op 29 mei 22 mm regen in de meter. Op vrijdag 1 juli nog eens 25 mm.  Daar moeten we het voorlopig mee doen. Een kurkdroge zomer dus.

We moeten het de komende weken doen met de kleur geel. De kleur van de droogte. Op de foto het graspad tussen De Wildenberg en Den Westerhuis.

Geplaatst in Algemeen | Een reactie plaatsen

Moerassprinkhaan : op de vlucht voor de maaibalk

Een sprinkhaan van de Rode Lijst. Dus zeldzaam. Maar niet in het Reestdal. Als je in juli of augustus op een mooie zomerse dag of avond door een hooilandje loopt, springen de moerassprinkhanen soms voor je uit. En met een beetje geluk en geduld zijn ze zo nieuwsgierig dat ze bij een grasstengel omhoog kruipen om je eens goed te bekijken. Een mooie kans om ze te fotograferen.

Rode billen 

De moerassprinkhaan is een grote veldsprinkhaan. Hij is vrij makkelijk te herkennen. De kleur van het beestje is geelgroen soms met rode vlekjes. De dijen zijn rood gekleurd. Het is de sprinkhaan met “de rode billen”.

Schrikdraad

Het mannetje van de moerassprinkhaan maakt een kenmerkend knappend geluid. Vaak wordt gezegd, dat het lijkt op het geluid van tikkend schrikdraad. Alleen bij zonnig weer kun je dit getik horen. Het dier eet grassoorten.

Vochtig terrein

De moerassprinkhaan komt voor in vochtig terrein. Dat mag je met zo’n naam ook wel verwachten,De soort komt vooral voor in beekbegeleidende schrale natte hooilanden, vochtige heideterreintjes en op oevers van kleine plasjes. In de zomermaanden juli en augustus zijn ze het meest actief.

biotoop moerassprinkhaan

In het Reestdal komen grote populaties voor. Ze verstoppen zich graag  in de hoge grassen van de hooilanden langs de Reest.  Ook op de heide van De Wildenberg zijn vaak moerassprinkhanen te vinden. Hoewel dit terrein wat aan de droge kant is, lijkt het vooral in de nazomer tijdelijk veel dieren aan te trekken als ze op de vlucht zijn voor de maaimachines in nabijgelegen hooilanden langs de Reest.

Niet gemaaide randen gunstig voor de insecten

Maaien 

Wat niet gunstig voor de moerassprinkhaan is, is de “heilige datum” 15 juni. Dan gaan alle lichten op groen en mag er in veel graslanden eindelijk gemaaid worden. Dat gebeurt dan op zo’n grote schaal dat van de ene week op de andere een groot deel van het sprinkhaan biotoop wordt aangetast. Maaien in juni en juli is nadelig voor de aanwezige nimfen en kan zeer schadelijk zijn voor de populatie. Om deze rode lijst een beter biotoop te geven is het beter het maaibeleid aan te passen. Meer hooilanden helemaal niet maaien (ook gunstig voor de kwartelkoning), pas na half juli maaien of veel meer randen en hoekjes laten staan.

Vijanden

Het leven van een moerassprinkhaan duurt maar kort. En het staat ook nog bol van gevaren. Niet alleen de maaimachines, maar ook ooievaars zijn dodelijk voor de moerassprinkhaan. Je ziet ze vaak door de hooilanden struinen. Veel sprinkhanen verdwijnen in rode hongerige snavels .Ook spinnen vangen sprinkhanen. Het hoge gras is als een gevaarlijk jungle. Voordat je het weet zit je vast in een groot web.

Meer lezen ? Er is veel informatie op het web:

moerassprinkhaan in soortenregister 

moerassprinkhaan op Belgische site Ecopedia

oud artikel, maar wel erg informatief 

sprinkhanen determineren 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Fauna | Getagd | Een reactie plaatsen

De winterrogge wordt geoogst in juli

Twee reekalfjes moeten even wennen aan de geoogste rogge akker

In het Reestdal wordt veel winterrogge verbouwd. Landschap Overijssel en Het Drentse Landschap zaaien deze graansoort in op hooggelegen essen (akkers). De teelt van rogge was vroeger een belangrijk onderdeel van de agrarische bedrijfsvoering. Juli is de oogstmaand. Het is altijd wel weer even wennen, zo´n kaalgeschoren akker.

Winterrogge in de wintermaanden

Wintergraan

Landschap Overijssel verbouwt in het Reestdal jaarlijks op zo’n 50 hectare winterrogge. In de eerste helft van oktober wordt het gewas ingezaaid. Net als spelt is het een wintergraan. In de herfst vormt de rogge een groen tapijt van kleine plantjes. Na de winter ontwikkelt het gewas zich snel. Het verandert dan ook van kleur: van zachtgroen naar goudgeel.

 

Braakliggende es

Cyclus

De roggeteelt heeft een cyclus van zes jaar. Tijdens de eerste vijf jaar wordt gezaaid en geoogst. De bodem wordt om de twee jaar licht bemest met vaste stalmest uit de potstal. In het zesde jaar krijgt de grond rust en wordt de es ingezaaid met gras en klaver. De akker ligt dan braak.

Kringloop

Op de essen  wordt geen gif gebruikt. Ook geen kunstmest. De teelt levert een gezond product op. De voedzame korrels van de rogge worden verwerkt in veevoer. De mest van de runderen komt weer op de akker terecht. De kringloop is dan weer rond.

Runderen ´s winters in de potstal

Gele ganzenbloem

Akkerkruiden

In de zomer bloeien tussen de rogge allerlei akkerkruiden. De korenbloem valt natuurlijk op, maar let ook eens op de bolderik, de ganzenbloem, de kamille, de wikke en het akkerviooltje. De kruiden trekken veel insecten aan.

 

 

 

De korrels zijn klaar voor de oogst

 

Geplaatst in Akkerbouw, Landbouwgewassen in het Reestdal | Getagd | Een reactie plaatsen

De giftige schoonheid van de bolderik

De bolderik vind je in graanakkers

Bolderik ? Veel mensen kennen deze plant niet. Is ook niet vreemd, want de bolderik staat in Nederland op de Rode Lijst en dat zegt genoeg.  Officieel is de bolderik een zeldzame plant. In zijn natuurlijke biotoop, de graanakker, is de plant vrijwel verdwenen toen de graanboeren overgingen op `geschoond` zaaigoed. Het laatst was deze akkerbloem nog te vinden in zuidelijk Limburg.  Door zaaizaadselectie verdween een opvallende plant uit de graanakkers. Of toch niet ?

De bolderik is viltig behaard

Comeback 

De laatste jaren is de bolderik namelijk bezig met een comeback. Weliswaar wat gekunsteld, maar toch. Spontaan zal de bolderik, net als zijn maatjes korenbloem en klaproos, veel moeite hebben om in de graanakker voor wat kleur te zorgen. We kunnen deze akkerkruiden wel een handje helpen. In akkerranden en natuurakkers worden bloemenmengsels gezaaid die o.a. zaden van de bolderik bevatten. Er zijn bedrijven waar je tegen een redelijke vergoeding een zakje bolderikzaden kunt kopen. Zo krijgen we deze mooie opvallende bloemen terug in de akker. Tijdens een wandeling door het Reestdal kom je natuurakkers en akkerranden tegen met daarin bloeiende bolderik.

Giftige zaden 

De bolderik is een prachtige plant om te zien. Je herkent hem aan de onvertakte, rechtopstaande bloeistengel en smalle bladeren met een spitse top.  De stengel is viltig behaard. En dan natuurlijk die prachtige lila bloem ! Erg mooi is de kelk. De lange spitse kelkblaadjes steken een heel eind buiten de bloem uit. Maar zoals wel vaker het geval is… schoonheid kan verraderlijk zijn. De bolderik heeft de naam giftig te zijn. Niet zozeer de bloem, dan wel de zaden. Bij het oogsten van de graankorrels gingen  vroeger de zaadjes van de akkerbloemen mee. Ook die van de bolderik. Dat leverde narigheid op :  meelvergiftiging , een probleem dat we tegenwoordig niet meer kennen.

Bolderik met ganzenbloemen in de natuurakker

Geplaatst in Flora | Getagd | Een reactie plaatsen

Welkom, wouw!

rode wouw boven Reestdal juni 2017

Vorig jaar meldde ik op deze website dat boven het Reestdal regelmatig overvliegende rode wouwen te zien waren. Van een broedgeval was niets bekend. Waarschijnlijk ging het om zwervende exemplaren. Ik kon er in ieder geval één aardig goed fotograferen. Nu zijn we een jaartje verder en wat meldde RTV Drenthe afgelopen week ? De wouw is met zekerheid terug in Drenthe als broedgeval.  In drie nesten werden jongen aangetroffen en geringd. Twee nesten in het Reestdal. Waar ? Dat werd natuurlijk niet vermeld. RTV Drenthe maakte van het ringen van drie volgroeide jongen een leuke reportage. Zie Facebookpagina Het Drentse Landschap.  Even doorscrollen.

Geplaatst in Fauna | Getagd | Een reactie plaatsen

De grauwe klauwier is niet grauw deel 2 : veelzijdig menu

grauwe klauwier nestelt vaak in braamstruiken

In het kleine bloeiende braamstruikje zit het nest. Diep verborgen in een wirwar van stekelige takken wachten de jonge klauwiertjes op eten. Hoeveel het er zijn ? Ik weet het niet en ik wil het niet weten ook. Op gepaste afstand ga ik op mijn krukje zitten, sla het camouflagenet om me heen en wacht af. Bij grauwe klauwieren hoef je nooit lang geduld te hebben. Die vliegen namelijk af en aan. Vooral het mannetje is erg actief. Het gedrag is na een poosje kijken nogal voorspelbaar. De klauwier komt aanvliegen met een prooi in zijn bek, gaat in de top van een berkenboom zitten, blijft een poosje om zich heen kijken en vliegt dan naar de plek van het nest. Verdwijnt met prooi in de struik en is gauw weer gevlogen.

Prooidieren

Grauwe klauwieren zijn typische zichtjagers. Een goed uitzichtpunt is erg belangrijk. Grote vlaktes zonder bomen en struiken zijn voor klauwieren niet aantrekkelijk. Vanaf zo´n uitkijkpost loert de klauwier op prooien als vlinders, libellen e.d. maar ook zijn vijanden sperwer en havik houdt ie goed in de gaten. Draden, boomtoppen, paaltjes e.d , daar houden grauwe klauwieren van. In het gebied moeten nog twee andere voorwaarden aanwezig zijn: struweel voor het bouwen van een nest en een groot voedselaanbod. Wat dat voedsel betreft moet de grauwe klauwier leven met het vooroordeel dat hij een moordenaar is van muizen, jonge vogels, hagedissen en kikkers. Het grootste deel van zijn voedsel bestaat echter uit grote insecten, spinnen en rupsen. Het is erg sensationeel om een klauwier met een hagedis of kleine adder in de bek te zien, maar in verreweg de meeste gevallen komt de vogel aan met een insect in zijn haaksnavel. Bovendien, komt een klauwier vaak aanvliegen met een hagedis, dan zijn die er ook veel ! De vogel is een opportunist, hij pakt gewoon wat hem voor de bek komt.  In bepaalde natuurgebieden kruipen veel meer reptielen en amfibieën rond dan je denkt. Een adderonderzoeker schat het aantal adders in het Dwingelderveld  op duizenden exemplaren !!! Zie uitzending Vroege vogels van 1 juni 2018

grauwe klauwier met libelle

Maar één prooi tegelijk 

Op zoek naar prooi en dan met een volle krop terug naar het nest is er niet bij. Grauwe klauwieren nemen maar één prooi tegelijk mee naar het nest. Anders kunnen ze niet.  Met hun relatief kleine zangvogelpootjes kunnen ze geen prooi pakken en meenemen. Dat betekent dus veel heen en weer vliegen en een druk bestaan. De ene keer terugkomen met een kleine rups, de andere keer met een grote dikke mestkever. Prooien worden vaak  in de buurt van het nestterritorium gevangen. Ik zag het mannetje vanaf zijn uitkijkpost een  insect uit de lucht pikken. Een duik naar de grond komt ook vaak voor. De vegetatie moet dan niet te hoog zijn. Dit gaat met zo´n enorme snelheid, voordat je het weet is zo´n actie weer voorbij. Soms is de klauwier onnavolgbaar. Je ziet hem wegvliegen naar links en tien seconden later komt ie vanaf rechts weer binnenzeilen. Soms denk ik, dat twee mannetjes  de jongen voeren.

Als de jongen groter worden verandert de prooikeuze 

Nadat de eieren zijn uitgekomen ontwikkelen de jongen zich in ongeveer 14 dagen tot

vrouwtje grauwe klauwier met prooi

vliegklare vogels. Onderzoek heeft aangetoond, dat gedurende de nestperiode de ouders het voedselaanbod voor de jongen aanpassen. In het begin, als de jongen nog erg klein en kwetsbaar zijn, zijn de prooien die door de ouders worden gevangen ook klein en bovendien vaak zacht. Rupsen, spinnen, vliegen en muggen vormen dan het basisvoedsel. Dat gaat veranderen als de jonge vogels ouder worden. In de tweede week bijvoorbeeld worden de prooidieren groter. Dan zie je de klauwieren aanvliegen met sprinkhanen, libellen, vlinders en ook muizen en hagedissen.

Een koud en nat voorjaar is funest

De jongen van de grauwe klauwier zijn in het voorjaar of vroege zomer kwetsbaar. Niet alleen voor predatie van kraai, vlaamse gaai, vos, havik of hermelijn, maar voor slechte weersomstandigheden. Bij koud en regenachtig weer zijn er bijna geen prooidieren actief. Als er geen voedselvoorraad is aangelegd moeten de ouders op zoek naar alternatieve prooien. Dan staan er vooral regenwormen op het menu. Dit voorjaar is voor de grauwe klauwier een topseizoen. Veel zon, veel hoge temperaturen, dus een prima aanbod van actieve insecten, spinnen, reptielen en amfibieën. Het jaar 2018 kon nog wel eens een prima jaar worden voor de populatie in ons land.

echtpaar grauwe klauwier op de uitkijk

 

 

Geplaatst in Fauna | Getagd , | Een reactie plaatsen

Even niet over het kerkbruggetje van Oud Avereest

kerkbruggetje wordt vervangen door een nieuwe

Het zat er al een poosje aan te komen, maar nu is het dan echt zover.  Het kerkvonder achter de Reestkerk van Oud Avereest is door de gemeente Hardenberg gecontroleerd en niet veilig bevonden. Verrassend was dit niet, want iedere wandelaar die van het bruggetje gebruik maakte kon wel zien dat het houtwerk niet meer in een geweldig

Oude eikenhouten paal was fundering voor oudere brug

conditie verkeerde. En nu ligt de brug er dus uit………..

Oud hout 

De nieuwe brug wordt gebouwd door aannemersbedrijf Poortman uit De Bloemberg. Twee werknemers zijn vanmorgen druk bezig. De brug wordt gebouwd van azobé hout met FSC keurmerk. De oude eikenpalen waarop de oude brug steunde werden niet vervangen, dat hout bleek niet aangetast.  Ook wel logisch, het hout bevindt zich onder water.  Wel laten de beide mannen nog een deel van de fundering van een nog oudere periode zien. De paal steekt boven water uit en is begroeid met gras. `Dit hout moet wel erg oud zijn`. Misschien nog van de eerste brug die hier gebouwd is ? Dan hebben we het wel over een drie, vier eeuwen terug.

Omleiding

Voor wandelaars zijn er nog twee andere wegen die naar Drenthe lopen en andersom. Vanaf infocentrum De Wheem is een alternatieve route via Den Westerhuis op kaart gebracht. De route is duidelijk aangegeven. Je kunt ook via Rabbinge aan de overkant van de Reest komen. Tegenover de basisschool van Oud/Avereest loopt een pad zo Drenthe in.  Vroeger zocht men ondiepe plekken in de Reest, zogenaamde voordes, om de overkant te bereiken.  Ook een optie.  Je kunt het ergens proberen, maar de kans dat je tot aan je middel in de venige bodem van de beek wegzakt is erg groot. Niet doen dus.

Even wachten tot 8 juni, dan is de brug klaar !

 

 

Geplaatst in Algemeen | Een reactie plaatsen