Moerassprinkhaan : op de vlucht voor de maaibalk

Een sprinkhaan van de Rode Lijst. Dus zeldzaam. Maar niet in het Reestdal. Als je in juli of augustus op een mooie zomerse dag of avond door een hooilandje loopt, springen de moerassprinkhanen soms voor je uit. En met een beetje geluk en geduld zijn ze zo nieuwsgierig dat ze bij een grasstengel omhoog kruipen om je eens goed te bekijken. Een mooie kans om ze te fotograferen.

Rode billen 

De moerassprinkhaan is een grote veldsprinkhaan. Hij is vrij makkelijk te herkennen. De kleur van het beestje is geelgroen soms met rode vlekjes. De dijen zijn rood gekleurd. Het is de sprinkhaan met “de rode billen”.

Schrikdraad

Het mannetje van de moerassprinkhaan maakt een kenmerkend knappend geluid. Vaak wordt gezegd, dat het lijkt op het geluid van tikkend schrikdraad. Alleen bij zonnig weer kun je dit getik horen. Het dier eet grassoorten.

Vochtig terrein

De moerassprinkhaan komt voor in vochtig terrein. Dat mag je met zo’n naam ook wel verwachten,De soort komt vooral voor in beekbegeleidende schrale natte hooilanden, vochtige heideterreintjes en op oevers van kleine plasjes. In de zomermaanden juli en augustus zijn ze het meest actief.

biotoop moerassprinkhaan

 

 

 

 

 

 

In het Reestdal komen grote populaties voor. Ze verstoppen zich graag  in de hoge grassen van de hooilanden langs de Reest.  Ook op de heide van De Wildenberg zijn vaak moerassprinkhanen te vinden. Hoewel dit terrein wat aan de droge kant is, lijkt het vooral in de nazomer tijdelijk veel dieren aan te trekken als ze op de vlucht zijn voor de maaimachines in nabijgelegen hooilanden langs de Reest.

Niet gemaaide randen gunstig voor de insecten

Maaien 

Wat niet gunstig voor de moerassprinkhaan is, is de “heilige datum” 15 juni. Dan gaan alle lichten op groen en mag er in veel graslanden eindelijk gemaaid worden. Dat gebeurt dan op zo’n grote schaal dat van de ene week op de andere een groot deel van het sprinkhaan biotoop wordt aangetast. Maaien in juni en juli is nadelig voor de aanwezige nimfen en kan zeer schadelijk zijn voor de populatie. Om deze rode lijst een beter biotoop te geven is het beter het maaibeleid aan te passen. Meer hooilanden helemaal niet maaien (ook gunstig voor de kwartelkoning), pas na half juli maaien of veel meer randen en hoekjes laten staan.

Vijanden

Het leven van een moerassprinkhaan duurt maar kort. En het staat ook nog bol van gevaren. Niet alleen de maaimachines, maar ook ooievaars zijn dodelijk voor de moerassprinkhaan. Je ziet ze vaak door de hooilanden struinen. Veel sprinkhanen verdwijnen in rode hongerige snavels .Ook spinnen vangen sprinkhanen. Het hoge gras is als een gevaarlijk jungle. Voordat je het weet zit je vast in een groot web.

Meer lezen ? Er is veel informatie op het web:

 

 

 

Geplaatst in Fauna | Een reactie plaatsen

De winterrogge wordt geoogst in juli

Twee reekalfjes moeten even wennen aan de geoogste rogge akker

In het Reestdal wordt veel winterrogge verbouwd. Landschap Overijssel en Het Drentse Landschap zaaien deze graansoort in op hooggelegen essen (akkers). De teelt van rogge was vroeger een belangrijk onderdeel van de agrarische bedrijfsvoering. Juli is de oogstmaand. Het is altijd wel weer even wennen, zo´n kaalgeschoren akker.

Winterrogge in de wintermaanden

Wintergraan

Landschap Overijssel verbouwt in het Reestdal jaarlijks op zo’n 50 hectare winterrogge. In de eerste helft van oktober wordt het gewas ingezaaid. Net als spelt is het een wintergraan. In de herfst vormt de rogge een groen tapijt van kleine plantjes. Na de winter ontwikkelt het gewas zich snel. Het verandert dan ook van kleur: van zachtgroen naar goudgeel.

 

Braakliggende es

Cyclus

De roggeteelt heeft een cyclus van zes jaar. Tijdens de eerste vijf jaar wordt gezaaid en geoogst. De bodem wordt om de twee jaar licht bemest met vaste stalmest uit de potstal. In het zesde jaar krijgt de grond rust en wordt de es ingezaaid met gras en klaver. De akker ligt dan braak.

Kringloop

Op de essen  wordt geen gif gebruikt. Ook geen kunstmest. De teelt levert een gezond product op. De voedzame korrels van de rogge worden verwerkt in veevoer. De mest van de runderen komt weer op de akker terecht. De kringloop is dan weer rond.

Runderen ´s winters in de potstal

Gele ganzenbloem

Akkerkruiden

In de zomer bloeien tussen de rogge allerlei akkerkruiden. De korenbloem valt natuurlijk op, maar let ook eens op de bolderik, de ganzenbloem, de kamille, de wikke en het akkerviooltje. De kruiden trekken veel insecten aan.

 

 

 

De korrels zijn klaar voor de oogst

 

Geplaatst in Akkerbouw, Landbouwgewassen in het Reestdal | Getagd | Een reactie plaatsen

De giftige schoonheid van de bolderik

De bolderik vind je in graanakkers

Bolderik ? Veel mensen kennen deze plant niet. Is ook niet vreemd, want de bolderik staat in Nederland op de Rode Lijst en dat zegt genoeg.  Officieel is de bolderik een zeldzame plant. In zijn natuurlijke biotoop, de graanakker, is de plant vrijwel verdwenen toen de graanboeren overgingen op `geschoond` zaaigoed. Het laatst was deze akkerbloem nog te vinden in zuidelijk Limburg.  Door zaaizaadselectie verdween een opvallende plant uit de graanakkers. Of toch niet ?

De bolderik is viltig behaard

Comeback 

De laatste jaren is de bolderik namelijk bezig met een comeback. Weliswaar wat gekunsteld, maar toch. Spontaan zal de bolderik, net als zijn maatjes korenbloem en klaproos, veel moeite hebben om in de graanakker voor wat kleur te zorgen. We kunnen deze akkerkruiden wel een handje helpen. In akkerranden en natuurakkers worden bloemenmengsels gezaaid die o.a. zaden van de bolderik bevatten. Er zijn bedrijven waar je tegen een redelijke vergoeding een zakje bolderikzaden kunt kopen. Zo krijgen we deze mooie opvallende bloemen terug in de akker. Tijdens een wandeling door het Reestdal kom je natuurakkers en akkerranden tegen met daarin bloeiende bolderik.

Giftige zaden 

De bolderik is een prachtige plant om te zien. Je herkent hem aan de onvertakte, rechtopstaande bloeistengel en smalle bladeren met een spitse top.  De stengel is viltig behaard. En dan natuurlijk die prachtige lila bloem ! Erg mooi is de kelk. De lange spitse kelkblaadjes steken een heel eind buiten de bloem uit. Maar zoals wel vaker het geval is… schoonheid kan verraderlijk zijn. De bolderik heeft de naam giftig te zijn. Niet zozeer de bloem, dan wel de zaden. Bij het oogsten van de graankorrels gingen  vroeger de zaadjes van de akkerbloemen mee. Ook die van de bolderik. Dat leverde narigheid op :  meelvergiftiging , een probleem dat we tegenwoordig niet meer kennen.

Bolderik met ganzenbloemen in de natuurakker

Geplaatst in Flora | Getagd | Een reactie plaatsen

Welkom, wouw!

rode wouw boven Reestdal juni 2017

Vorig jaar meldde ik op deze website dat boven het Reestdal regelmatig overvliegende rode wouwen te zien waren. Van een broedgeval was niets bekend. Waarschijnlijk ging het om zwervende exemplaren. Ik kon er in ieder geval één aardig goed fotograferen. Nu zijn we een jaartje verder en wat meldde RTV Drenthe afgelopen week ? De wouw is met zekerheid terug in Drenthe als broedgeval.  In drie nesten werden jongen aangetroffen en geringd. Twee nesten in het Reestdal. Waar ? Dat werd natuurlijk niet vermeld. RTV Drenthe maakte van het ringen van drie volgroeide jongen een leuke reportage. Zie Facebookpagina Het Drentse Landschap.  Even doorscrollen.

Geplaatst in Fauna | Getagd | Een reactie plaatsen

De grauwe klauwier is niet grauw deel 2 : veelzijdig menu

grauwe klauwier nestelt vaak in braamstruiken

In het kleine bloeiende braamstruikje zit het nest. Diep verborgen in een wirwar van stekelige takken wachten de jonge klauwiertjes op eten. Hoeveel het er zijn ? Ik weet het niet en ik wil het niet weten ook. Op gepaste afstand ga ik op mijn krukje zitten, sla het camouflagenet om me heen en wacht af. Bij grauwe klauwieren hoef je nooit lang geduld te hebben. Die vliegen namelijk af en aan. Vooral het mannetje is erg actief. Het gedrag is na een poosje kijken nogal voorspelbaar. De klauwier komt aanvliegen met een prooi in zijn bek, gaat in de top van een berkenboom zitten, blijft een poosje om zich heen kijken en vliegt dan naar de plek van het nest. Verdwijnt met prooi in de struik en is gauw weer gevlogen.

Prooidieren

Grauwe klauwieren zijn typische zichtjagers. Een goed uitzichtpunt is erg belangrijk. Grote vlaktes zonder bomen en struiken zijn voor klauwieren niet aantrekkelijk. Vanaf zo´n uitkijkpost loert de klauwier op prooien als vlinders, libellen e.d. maar ook zijn vijanden sperwer en havik houdt ie goed in de gaten. Draden, boomtoppen, paaltjes e.d , daar houden grauwe klauwieren van. In het gebied moeten nog twee andere voorwaarden aanwezig zijn: struweel voor het bouwen van een nest en een groot voedselaanbod. Wat dat voedsel betreft moet de grauwe klauwier leven met het vooroordeel dat hij een moordenaar is van muizen, jonge vogels, hagedissen en kikkers. Het grootste deel van zijn voedsel bestaat echter uit grote insecten, spinnen en rupsen. Het is erg sensationeel om een klauwier met een hagedis of kleine adder in de bek te zien, maar in verreweg de meeste gevallen komt de vogel aan met een insect in zijn haaksnavel. Bovendien, komt een klauwier vaak aanvliegen met een hagedis, dan zijn die er ook veel ! De vogel is een opportunist, hij pakt gewoon wat hem voor de bek komt.  In bepaalde natuurgebieden kruipen veel meer reptielen en amfibieën rond dan je denkt. Een adderonderzoeker schat het aantal adders in het Dwingelderveld  op duizenden exemplaren !!! Zie uitzending Vroege vogels van 1 juni 2018

grauwe klauwier met libelle

Maar één prooi tegelijk 

Op zoek naar prooi en dan met een volle krop terug naar het nest is er niet bij. Grauwe klauwieren nemen maar één prooi tegelijk mee naar het nest. Anders kunnen ze niet.  Met hun relatief kleine zangvogelpootjes kunnen ze geen prooi pakken en meenemen. Dat betekent dus veel heen en weer vliegen en een druk bestaan. De ene keer terugkomen met een kleine rups, de andere keer met een grote dikke mestkever. Prooien worden vaak  in de buurt van het nestterritorium gevangen. Ik zag het mannetje vanaf zijn uitkijkpost een  insect uit de lucht pikken. Een duik naar de grond komt ook vaak voor. De vegetatie moet dan niet te hoog zijn. Dit gaat met zo´n enorme snelheid, voordat je het weet is zo´n actie weer voorbij. Soms is de klauwier onnavolgbaar. Je ziet hem wegvliegen naar links en tien seconden later komt ie vanaf rechts weer binnenzeilen. Soms denk ik, dat twee mannetjes  de jongen voeren.

Als de jongen groter worden verandert de prooikeuze 

Nadat de eieren zijn uitgekomen ontwikkelen de jongen zich in ongeveer 14 dagen tot

vrouwtje grauwe klauwier met prooi

vliegklare vogels. Onderzoek heeft aangetoond, dat gedurende de nestperiode de ouders het voedselaanbod voor de jongen aanpassen. In het begin, als de jongen nog erg klein en kwetsbaar zijn, zijn de prooien die door de ouders worden gevangen ook klein en bovendien vaak zacht. Rupsen, spinnen, vliegen en muggen vormen dan het basisvoedsel. Dat gaat veranderen als de jonge vogels ouder worden. In de tweede week bijvoorbeeld worden de prooidieren groter. Dan zie je de klauwieren aanvliegen met sprinkhanen, libellen, vlinders en ook muizen en hagedissen.

Een koud en nat voorjaar is funest

De jongen van de grauwe klauwier zijn in het voorjaar of vroege zomer kwetsbaar. Niet alleen voor predatie van kraai, vlaamse gaai, vos, havik of hermelijn, maar voor slechte weersomstandigheden. Bij koud en regenachtig weer zijn er bijna geen prooidieren actief. Als er geen voedselvoorraad is aangelegd moeten de ouders op zoek naar alternatieve prooien. Dan staan er vooral regenwormen op het menu. Dit voorjaar is voor de grauwe klauwier een topseizoen. Veel zon, veel hoge temperaturen, dus een prima aanbod van actieve insecten, spinnen, reptielen en amfibieën. Het jaar 2018 kon nog wel eens een prima jaar worden voor de populatie in ons land.

echtpaar grauwe klauwier op de uitkijk

 

 

Geplaatst in Fauna | Getagd , | Een reactie plaatsen

Even niet over het kerkbruggetje van Oud Avereest

kerkbruggetje wordt vervangen door een nieuwe

Het zat er al een poosje aan te komen, maar nu is het dan echt zover.  Het kerkvonder achter de Reestkerk van Oud Avereest is door de gemeente Hardenberg gecontroleerd en niet veilig bevonden. Verrassend was dit niet, want iedere wandelaar die van het bruggetje gebruik maakte kon wel zien dat het houtwerk niet meer in een geweldig

Oude eikenhouten paal was fundering voor oudere brug

conditie verkeerde. En nu ligt de brug er dus uit………..

Oud hout 

De nieuwe brug wordt gebouwd door aannemersbedrijf Poortman uit De Bloemberg. Twee werknemers zijn vanmorgen druk bezig. De brug wordt gebouwd van azobé hout met FSC keurmerk. De oude eikenpalen waarop de oude brug steunde werden niet vervangen, dat hout bleek niet aangetast.  Ook wel logisch, het hout bevindt zich onder water.  Wel laten de beide mannen nog een deel van de fundering van een nog oudere periode zien. De paal steekt boven water uit en is begroeid met gras. `Dit hout moet wel erg oud zijn`. Misschien nog van de eerste brug die hier gebouwd is ? Dan hebben we het wel over een drie, vier eeuwen terug.

Omleiding

Voor wandelaars zijn er nog twee andere wegen die naar Drenthe lopen en andersom. Vanaf infocentrum De Wheem is een alternatieve route via Den Westerhuis op kaart gebracht. De route is duidelijk aangegeven. Je kunt ook via Rabbinge aan de overkant van de Reest komen. Tegenover de basisschool van Oud/Avereest loopt een pad zo Drenthe in.  Vroeger zocht men ondiepe plekken in de Reest, zogenaamde voordes, om de overkant te bereiken.  Ook een optie.  Je kunt het ergens proberen, maar de kans dat je tot aan je middel in de venige bodem van de beek wegzakt is erg groot. Niet doen dus.

Even wachten tot 8 juni, dan is de brug klaar !

 

 

Geplaatst in Algemeen | Een reactie plaatsen

Onder de es ligt de laatste ijstijd

De natuurwerkgroep de Reest plaatst ieder voorjaar infopaneeltjes op mooie locaties in het Overijsselse deel van het Reestdal rondom Oud-Avereest. Op die paneeltjes vind je leuke wetenswaardigheden over o.a. landbouwgewassen, natuurakkers en bloemrijke akkerlanden. In het najaar worden ze weggehaald en in het voorjaar weer geplaatst. Dat neerzetten van zo’n paneel is een vrij zware klus. De poten moeten bijna een meter de grond in. Dat is dus graven geblazen.

Twee kleuren zand

Langs het graspad van de es tussen de begraafplaats van Oud-Avereest en Den Westerhuis heeft de werkgroep zes gewassen ingezaaid: spelt, zomertarwe, haver,zomergerst,boekweit en winterrogge. Bij elke strook worden in de komende weken paneeltjes geplaatst. Bij het graven moet je eerst door een laag donkere grond. Na ongeveer 80/90 centimeter gaat de kleur van het zand veranderen. Het wordt geel.  Vanwaar dat kleurverschil ?

infopaneeltjes plaatsen op Den Westerhuis

Dekzand 

Tijdens de laatste ijstijd, in het Weichselien, zo’n 20.000 jaar geleden, bestond het Nederlandse landschap uit koude steppe, toendra of zelfs poolwoestijn. Er was weinig begroeiing en er liepen grote zoogdieren zoals mammoeten rond. Doordat het Nederlandse landschap kaal was, konden fijne zanddeeltjes van bijvoorbeeld stuwwallen en uit rivierbeddingen worden geblazen. Vervolgens werd dit zand als een deken over grote delen van Nederland afgezet. Het dekzand vormt niet alleen een deken maar is ook terug te vinden in de vorm van langgerekte dekzandruggen en duinen.

Boerderij gebouwd op dekzandrug

Wonen en werken op de zandrug

Toen het Reestdal bewoners kreeg ( gebeurde pas in de middeleeuwen) was het beekdal een groot veenmoeras. Hier en daar staken zandruggen boven het veen uit. Op die verhogingen in het landschap probeerden de eerste boeren een bestaan op  te bouwen. Veel ruimte was er niet. Hooguit voor een paar gezinnen. De zandrug werd gebruikt als bouwland. Ieder jaar werd deze es bemest met plaggen en schapenmest. Bovenop het gele zand van de dekzandrug ontstond zo een donkere voedselrijke  bouwvoor. Eerst nog heel dun, maar gedurende de eeuwen natuurlijk steeds dikker. Inmiddels is deze bemeste en vruchtbare toplaag behoorlijk dik. Daaronder ligt nog steeds dat gele dekzand dat in de laatste ijstijd over ons land werd geblazen en in het oosten en midden van ons land dekzandruggen deed ontstaan.

bolvormige es in het Reestdal

 

Geplaatst in Landbouwgewassen in het Reestdal, Vroeger en nu | Een reactie plaatsen

Mei: veenpluis in volle bloei

Veenpluis bloeit bij de Meeuwenplas

Het veenpluis bloeit. Bij de Meeuwenplas aan de Nieuwe Dijk ( gemeente De Wolden) staat de plant massaal te pluizen op plekken waar je niet kunt komen. Daar groeit namelijk  veenmos en dat is verraderlijk spul. Je zakt er makkelijk in weg. Veenpluis wordt vaak in één adem genoemd met wollegras. De planten lijken wel wat op elkaar. Maar als je goed kijkt naar de bloeiwijze is het verschil makkelijk te zien. Veenpluis heeft meerdere

Veenpluis heeft meerdere aren

aren. Wollegras maar één. Een aar bestaat uit tientallen kleine bloemen.

Voedselarm 

Kijk naar de planten en je weet van alles over de bodem. Zo groeit veenpluis het liefst op natte voedselarme en wat zure plekken. Typische planten van het (hoog) veen dus. De plant kan ook goed tegen wisselende waterstanden.

Meer weten over veenpluis ?

Flora van  Nederland

Wilde planten in Nederland en België 

Floron verspreidingsatlas  

Geplaatst in Flora | Getagd | Een reactie plaatsen

De grauwe klauwier is niet grauw: deel 1

De grauwe klauwier is terug

Het woordje grauw  heeft een vrij negatieve lading. In onze taal wordt het in meerdere contexten gebruikt: askleurig, kleurloos, bleek, groezelig, mistroostig, niet goed schoon, enz.  In 2011 verscheen het boek “De grauwe klauwier- ambassadeur voor natuurherstel” .Een schitterend boek over een vrij onbekende maar erg fascinerende vogel. De naam grauwe klauwier  is niet goed gekozen. De vogel is allesbehalve kleurloos, mistroostig en groezelig. En helemaal grijs is ie ook niet ! Sterker nog: de kop van het mannetje heeft een zorro-achtig zwart masker dwars over zijn ogen. Deze zwarte band vormt een mooi contrast met het grijs van zijn kop. De rug is roodbruin. Het is een prachtige vogel om te zien ! De vrouwtjes zijn wat minder opvallend, maar hebben naast hun bruine veren ook hele fijne tekeningen op borst en flanken. Jammer, dat je als vogel zo ondergewaardeerd door het leven moet……

Kenmerken 

De grauwe klauwier is ongeveer 17 cm groot en behoort tot de groep van de klauwieren. In Nederland broedden ooit drie soorten klauwieren: de roodkopklauwier ( al heel lang niet meer), de klapekster ( vroeger broedvogel, nu vooral wintergast) en de grauwe klauwier. Klauwieren hebben een paar specifieke kenmerken. Vanuit een hoog gelegen zitpost (struik,boom, paaltje) hebben ze graag een goed zicht op de nabije omgeving. Ze doen bijvoorbeeld vanaf hun plek uitvallen naar allerlei insecten. Klauwieren staan er om bekend kleine voedselvoorraden aan te leggen door hun prooi aan doorns of prikkeldraad te spietsen. Verder kunnen ze maar één prooidier tegelijk naar hun jongen brengen.

Mannetje op jacht . Vrouwtje kijkt vol bewondering toe.

Biotoop 

Het ideale landschap voor een grauwe klauwier komt in Nederland op niet veel plekken voor. Dat zie je terug in de cijfers, want in ons land komen maar tussen de 300 en 400 broedparen voor. Drenthe en Overijssel zijn vrij populair onder de grauwe klauwieren. Het biotoop bestaat uit halfopen landschap: beekdalen, heidevelden, duinen en kleinschalige agrarisch landschappen hebben de voorkeur. Als er maar mogelijkheden zijn om het landschap te overzien. Grauwe klauwieren zitten graag op solitaire struikjes of in randen met braamstruwelen. Als ze maar een goed uitzicht hebben. In bossen tref je de grauwe klauwier niet aan. In grootschalige agrarische gebieden trouwens ook niet, want in het voorkeursbiotoop moeten vooral veel (grote) insecten voorkomen. Dat is het hoofdvoedsel.

Half open heidelandschap

Laat

De grauwe klauwier is één van de laatste zomergasten die binnen komt zeilen. Je zult tot in de eerste week van mei  moeten wachten om de eerste grauwe klauwier tegen te komen. Ze hebben een lange reis achter de rug. Vanuit zuidelijk Afrika via het Arabische schiereiland vliegen ze naar Europa. Ze zijn ongeveer 60 dagen onderweg. Ringonderzoek heeft aangetoond dat ze erg plaatstrouw zijn. De mannetjes komen het eerst aan, een paar dagen later komen de vrouwtjes. Dan kan het broedseizoen beginnen !

Grauwe klauwier houdt van uitzicht

Vervolg 

In het Reestdal komen grauwe klauwieren voor. Op deze website ga ik een broedpaartje de komende weken volgen en in woord en beeld houd ik je op de hoogte van het reilen en zeilen van deze schitterende vogels.

 

Geplaatst in Fauna | Getagd | Een reactie plaatsen

De meidoorn hoort in het Reestdal

Bloeiende meidoornhaag langs es met winterrogge

Heggen of hagen bestaan in ons land vaak uit struiken als meidoorn, sleedoorn, vlier, Gelderse roos, braam e.d. Vroeger deden ze dienst als perceelscheiding en/of als veekering. In de afgelopen eeuw zijn in ons land en zeker ook in het Reestdal veel hagen verloren gegaan. Gelukkig worden de laatste jaren op veel plaatsen houtwallen, houtsingels en hagen in oude glorie hersteld. Dit gebeurt door de provinciale landschappen, maar ook door particulieren die oog hebben voor het oude cultuurlandschap.

winterkoning houdt van dichte vegetatie

Linten in het landschap

Hagen zijn in het landschap erg waardevol. Natuurlijk zijn ze gewoon mooi om te zien, maar er is meer. Voor vogels en zoogdieren geven ze veel gelegenheid om te schuilen en te nestelen. Er is ook veel voedsel te vinden. Veel zoogdieren, amfibieën en vlinders gebruiken deze “linten in het landschap” als een verbindingsweg. De das doet dat bijvoorbeeld, en voor vleermuizen zijn ze belangrijk voor het ontvangen van de echo’s.

Ondoordringbaar

De meidoorn is erg geschikt voor het vormen van een heg. Hij groeit snel, kan erg goed tegen snoeien, is dicht en is ondoordringbaar vanwege zijn doornen. Juist hierdoor was de boom vroeger geschikt als veekering. De meidoorn kan wel 7 meter hoog worden. De bladeren zijn drielobbig en hebben een gezaagde bladrand. De bloemen ruiken sterk en

Bloemen meidoorn

openen zich in mei. In oktober hangt de boom vol met rode appelvruchten. In het Reestdal kun je op meerdere plekken meidoornhagen vinden. Vaak staan meidoorns met andere struiken zoals sleedoorn en vlier in houtsingels en houtwallen.

Onderhoud is is nodig

Snoeien doet groeien. Voor een meidoornhaag gaat dit gezegde zeker op.  Om een haag mooi dicht te houden moet deze om de vijf, zes jaar worden gesnoeid. En dan bedoelen we ook echt gesnoeid. De struiken worden afgezet tot vlak boven de grond. Het snoeien van meidoorn is soms vervelend werk. De takken zitten vol verraderlijke doorns en zitten vaak in elkaar verward. Bij het snoeien is een beschermende bril en stevige werkhandschoenen absolute noodzaak. Ondanks deze bescherming kom je er niet zonder schrammen van af. Meters lange takken van de braam maken het er ook niet prettiger op. In Drenthe wordt de meidoorn ook wel kribbelhegge genoemd. Ondanks deze schaduwkanten is  het snoeien natuurlijk best leuk werk, je ziet tenminste resultaat. Aan dat resultaat moet je wel wennen, want een gesnoeide haag doet je zeer aan de ogen. Alles is weg! Een complete cultuurshock is het! Jammer voor de heggenmus, merel en kneu die misschien in de haag hadden willen broeden. Of voor de kleine zoogdieren, zoals de bosmuis, de veldmuis en de egel die er hadden willen schuilen. Toch is het snoeien van heggen en hagen noodzakelijk om een oud cultuurlandschap in stand te houden.

Vrijwilligers zetten meidoornhaag af

Vrijwilligers doen nu het werk van de vroegere boeren

Vroeger deden de boeren het, nu zijn het vrijwilligers die deze klussen doen. In het Reestdal wordt de laatste jaren gelukkig steeds vaker meidoorn aangeplant. Het is een struik die in een beekdal thuishoort. Het nut van hagen en heggen is groot:

jonge aanplant goed voor biodiversiteit

- ze bieden nest- en schuilgelegenheid voor vogels en zoogdieren
- het zijn verbindingswegen voor zoogdieren, amfibieën en vlinders
- ze verhogen de aantrekkelijkheid van het landschap
- het zijn cultuurhistorische elementen die we graag willen behouden

Vlechten

Heggenvlechten is een eeuwenoud boerenambacht bedoeld om heggen en houtwallen ondoordringbaar te maken. Ondoordringbaar voor wild en vee om te voorkomen dat ze de akkers niet kaal zouden vreten. Het werd ook, maar pas veel later, gedaan om koeien en schapen in de wei te houden. Bij het vlechten worden stammen en takken ingekapt (soms ook geleid, gebogen of geknikt) en daarna bijna horizontaal neergelegd en door elkaar gevlochten. Meestal deed men dit met doornstruiken. Zo ontstaat er een ondoordringbare

foto : vroege vogels bnn-vara

barrière. Vrijwel overal in Europa werden vroeger heggen en houtwallen gevlochten. Met de introductie van het prikkeldraad 100 jaar geleden, is het heggenvlechten snel de rug toe gekeerd. Maar het heggenvlechten komt terug. Zo worden overal in ons land cursussen gegeven. Heggenvlechten is 2015 op de Nationale Inventaris Immaterieel Erfgoed geplaatst. Daarmee maakt het oude ambacht kans om als UNESCO Werelderfgoed aangemerkt te worden.

Meer lezen over de meidoorn?

Flora van Nederland 

Mens en gezondheid 

Landschap Overijssel 

Geheugen van Drenthe 

Geplaatst in Flora, kleinschalig landschap | Getagd , , , | Een reactie plaatsen