Dag bloemen, dag vlinders en…..dag grutto ? Of toch niet ?

´Grrutto, grrutto, grrutto ! ´ Wat is er nu mooier dan dit geluid ?

Op woensdag 10 april 2019 kwam dagblad Trouw met een artikel over de grutto: ´De koning van de weide moet behouden blijven´. Deze noodkreet gaat over  het verdwijnen van de mooiste weidevogel die er is, maar in feite gaat het over de dramatische  achteruitgang van de biodiversiteit in ons land. De laatste jaren gaat dit heel erg hard. Het is net alsof het afweersysteem van onze natuurlijke ecosystemen zijn plafond heeft bereikt en dat de hele boel bezig is in elkaar te klappen.

Gelukkig gaat het niet overal slecht met onze flora en fauna. Het moderne agrarische

artikel Trouw

landschap (60%  van ons land)  is een drama, maar er zijn ook landschappen die het goed doen. Een mooi voorbeeld is de ontwikkeling van ´natte natuur ´. Denk hierbij aan meer ruimte voor de rivier, herstellen van beekdalen, aanleggen van waterbergingsgebieden e.d. Juist hier zie je dat een aantal soorten juist toenemen. Zeearend, visotter en bever zijn hier voorbeelden van.

de achteruitgang van de grutto in Nederland

De grutto verdwijnt uit ons land (als er niets gebeurt) 

´Het lijntje van de grafiek loop snel naar beneden. Als aandelen zo zouden kelderen was er allang een economische crisis uitgebroken.´ Zo begint bovengenoemd artikel. Het aantal grutto´s is in twintig jaar gedaald van 100.000 naar 35.000 broedparen. De wereldpopulatie grutto´s is voor 85 % aangewezen op open graslanden in laaggelegen delen van Nederland. Dat grasland moet aan een aantal voorwaarden voldoen om het grutto´s naar hun zin te maken.

- de oppervlakte mag niet te klein, het liefst grote aaneengesloten gebieden van 1000 ha met zo weinig mogelijk verstoring. Een vijfde deel moet natuur zijn waar jonge grutto´s kunnen schuilen voordat ze uitvliegen.

De sierlijke grutto is de koning van de weide

- In het vroege voorjaar moet het water maximaal 10 tot 20 centimeter onder het maaiveld staan. Plasdras met een zachte voedselrijke bodem.

-  Het grazen van vee moet verminderd en het maaien van gras moet veel later dan nu gebeurt. Pas half juni , want de jonge vogels moeten zich kunnen verstoppen in hoog gras.

- Het injecteren van de bodem met drijfmest doodt het bodemleven (wormen) en hier voor in de plaats kan  het land beter worden verrijkt met ruige ( ouderwetse) stalmest. Deze mest bevordert de aanwezigheid van insecten, het basisvoedsel voor jonge grutto´s.

- Het moet roofdieren moeilijk gemaakt worden om eieren en jonge weidevogels kapot te maken. Het landschap moet zo worden aangepast, dat roofdieren zich er niet meer thuis voelen. Bijvoorbeeld door het weghalen van verruigde plekken en uitzichtpunten voor roofvogels. Predatoren kun je ook actief verjagen.

Maar…..waar vind je als grutto  anno 2019 nog zo´n plek ?

De grutto houdt van plas dras grasland

Hopeloos of toch niet ? 

De initiatiefnemers van dit Aanvalsplan Grutto ( samenwerkingsverband groot aantal organisaties) zijn optimistisch. In het verleden zijn er successen geboekt met reddingsplannen als ´Red de zeehond´ en ´Breng de zalm terug in de Rijn´, dus waarom zou dit niet lukken met de grutto ? Landbouw minister Schouten en een groot deel van haar achterban wil  graag meewerken. Veel agrariërs  zijn enthousiast, maar of het er allemaal van komt zal de toekomst uitwijzen.

Lees hier het volledige artikel uit dagblad Trouw van woensdag 10 april 2019

Onze sierlijkste weidevogel verdient een beter biotoop

Meer weten ?

Murk Nijdam is een Friese boer die aan weidevogelvriendelijk beheer doet.

Geplaatst in Fauna | Getagd , , , | Een reactie plaatsen

Dotterbloemen houden van kwel

Honderd jaar geleden was half Nederland in april knalgeel van de dotters. Het grootste deel van onze graslanden, dan hebben we het over honderdduizenden hectares, was schraal en meestal erg vochtig. Vaak werden de dotterbloemen in mei opgevolgd door

Boerenlandschap van Nederland anno 1900.

bloeiende veldzuring, echte koekoeksbloem, moerasrolklaver en ratelaar. De dotterbloemhooilanden werden in het voorjaar niet beweid. Het was er te nat. Van deze graslanden is nog ongeveer 1% over. Dotterbloemen zijn niet algemeen meer. In intensief bewerkt grasland zul je ze niet aantreffen. Dotterbloemen houden niet van een plek met een lage grondwaterstand en bemeste grond. Een huwelijk tussen de hedendaagse agrarische bedrijfsvoering en de dotterbloem zal snel uitlopen op een mislukking.

In natuurterreinen 

Nee, om dotterbloemen te kunnen zien moet je naar natte vrij schrale hooilandjes en dan kom je in dit land al gauw in natuurreservaten terecht. In het Reestdal bijvoorbeeld bloeien dotters vrijwel alleen in terreinen van Landschap Overijssel en Het Drentse Landschap. Mooie dotterbloemhooilanden tref je aan achter het kerkje van Oud-Avereest, langs de wandelroute bij boerderij ’t Ende bij De Stapel en in de Reestlanden op landgoed De Havixhorst even buiten De Wijk.

Meeldraden en stamper in een dotterbloem

Biotoop

Dotterbloemen zijn vrij kritisch. Lang niet overal voelen ze zich thuis. Van een zoute bodem houden ze niet. Net als te zure grond. Fosfaat en ammoniak ( mest) is voor de dotter een ramp. Het meest ideaal voor deze plant zijn de volgende milieuomstandigheden:

-       het land moet periodiek onder matig water staan, dat                  matig voedselrijk en zuurstofrijk is.

 

-       het beheer moet extensief zijn, dat wil zeggen er moet n                                                                 niet of nauwelijks worden bemest en er moet in het                                                                         voorjaar nog geen begrazing door vee zijn.

-       ijzerhoudend kwelwater komt aan de oppervlakte

-       lage oevers van sloten,plassen en beken met niet te voedselrijk water

-       Er mag niet eerder gemaaid worden dan na half juni

 

Bloem

De grote gele bloemen zijn erg opvallend. Het woordje ´dotter´ schijnt een relatie te hebben met het woord ´dooier´.  Zou best kunnen. De plant met de dooiergele bloemen: dooierbloem wordt dotterbloem. De bloemen maken nectar. De nectarkliertjes zitten

Bij zit onder het stuifmeel van de dotterbloemen

onder in de bloem aan de voet van de stamper. De bloem heeft erg veel meeldraden en produceert dus veel stuifmeel. Dotters worden door veel insecten bezocht. Al gauw zitten hommels en bijen onder het gele poeder. Bij het vliegen van bloem naar bloem doen ze aan bestuiving. Ook hier zie je weer hoe belangrijk insecten zijn ! Na de bloei ontstaan de vruchten. In juni is het zaad rijp en bij regenachtig weer spatten de zaden naar buiten. Droge zomers zijn voor dotterbloemen dus niet gunstig.

echte koekoeksbloem

Herstelplan 

Dotterbloemen bloeien vaak in combinatie met echte koekoeksbloem en moerasvergeetmeniet. Er mogen dan mooie dotterbloemhooilanden in het Reestdal zijn, toch is de situatie verre van optimaal. Het Reestdal is nog steeds te droog en veel graslanden zijn te voedselrijk. In 2015 werd een beekherstelplan ( Water op maat) afgerond met als doel het Reestdal natter te maken. De twee knijpstuwen  bij Den Kaat en Rabbinge werden gebouwd om in noodsituatie water te bergen in de bovenloop/middenloop. Er zijn inmiddels hooilanden die natter zijn dan voor de werkzaamheden, maar pas over een aantal jaren kan de balans worden opgemaakt.

Dotterbloemen staan het liefst met hun voeten in kwelwater

Verondiepen van greppels 

Wat een positieve invloed heeft op de karakteristieke flora van de ( schrale) hooilanden is het verondiepen van greppels die water op de Reest afvoeren. Verondiepen is wat anders dan gewoon maar dichtgooien. Er komt veel meer bij kijken. Het vergt nogal wat ingrepen om een greppel wel overtollig regenwater af te laten voeren om vervolgens kwelwater in de wortelzone van planten te houden. Als blijkt dat grassen als witbol en vossenstaart terrein verliezen en plaats maken voor planten als  holpijp en allerlei zeggensoorten, mag je er van uitgaan dat het met het beheer van het hooiland de goede kant op gaat.

dotterbloem en holpijp in kwelwater

lees ook:

Uko Vegter over planten in het Reestdal 

Geplaatst in Flora | Getagd , , , | Een reactie plaatsen

De holwortel bloeit op Dickninge !

Massale bloei van holwortels in de tuin van Dickninge

In het Reestdal is de holwortel  de bekendste vertegenwoordiger van de stinzenflora. De tuin van Landgoed Dickninge trekt in het vroege voorjaar veel wandelaars. Iedereen wil ze namelijk zien; de duizenden bloeiende holwortels. Er wordt naar hartenlust gefotografeerd en gefilmd en dat is ook geen wonder, want in het vroege voorjaar is de tuin van Dickninge een paradijs voor plantenliefhebbers.

Hommel haalt nectar uit bloemen van de holwortel

Helmbloem

De holwortel hoort bij de helmbloemen. Ze zijn er in het wit en in het paars. De bloemen worden vooral bezocht door bijen en hommels, ook citroenvlinders zijn in bloeiende holwortels geïnteresseerd. Bij de landing op de bloem buigt de vergroeide onderlip van de bloem een beetje door. Zo komen de meeldraden en de stamper vrij en slaan tegen de buik van het insect. Met de buik vol stuifmeel vliegt de hommel naar een andere bloem. De knol van de holwortel is, zoals de naam al doet vermoeden, hol van binnen. De plant groeit het liefst op luchtige humusrijke grond.

Geneeskrachtig

In de holle wortels zitten geneeskrachtige stoffen. In het boek “De plant in de geneeskunde” (uitgeverij Atrium) worden corydaline en bulbopadine genoemd. Deze stoffen hebben een kalmerende en verdovende werking en worden toegepast bij ziekten met spiersamentrekkingen. In de omgeving van landgoed Dickninge wordt deze stinzenplant ook wel kloosterkruid genoemd. In de middeleeuwen werd op deze plek vanuit Ruinen een klooster gesticht. Landgoed Dickninge ligt tussen De Wijk en Meppel. Een deel van de tuin rondom het landhuis is vrij toegankelijk.

bosanemoon op zoek naar licht

Bosanemoon 

Het zijn niet alleen de duizenden holwortels die de tuin van Dickninge zo aantrekkelijk maakt. Je kunt er ook genieten van prachtige witte tapijten van bosanemonen. Ook bloeien de gele sterretjes van het speenkruid. Als de voorjaarszon schijnt is het een feest om al die voorjaarsbloeiers te bekijken. Deze planten hebben veel licht nodig om te groeien en te bloeien. Ze zijn er dus altijd vroeg bij en komen tot ontwikkeling in een periode dat de bomen nog geen bladeren hebben. Wil je weten op welke plekken in het Friesland nog meer stinsenplanten te zien zijn, kijk dan op de website van de stinze Stiens. 

Tapijt van bosanemonen

 

Geplaatst in Flora | Getagd , | Een reactie plaatsen

Stinzenflora

Gevlekt longkruid in de tuin van Jongema State in Raerd

Landgoed Dickninge heeft in onze regio, maar ook ver daar buiten, naamsbekendheid als het gaat om de bijzondere flora in april. Als de bomen nog kaal zijn is het voorjaar in de tuin al lang begonnen. In  februari en maart komen de sneeuwklokjes massaal boven de grond  en in eind maart  is de bodem van het bos bedekt met de kleurrijke tapijten van holwortels en ander vroege bloeiers.

En eigenlijk moet het voorjaar dan nog beginnen. Opvallend is de plek waar deze planten

lenteklokje

hun snelle explosieve groei laten zien; waarom alleen daar en niet ergens anders, waarom wel in de tuin van Dickninge en niet daarbuiten ? Het antwoord is niet zo moeilijk te geven. We hebben het hier over een bijzonder groep binnen de Nederlandse flora : de stinzenplanten

Narcissen in de tuin van Martena State Kornjum

Stins

Het woord stins is een Fries woord. Het betekent versterkt en stenen huis.  In Friesland is men ooit begonnen om de typische flora van de stinzentuinen te beschrijven. De rijke bewoners van veel stinzen waren waarschijnlijk niet echt tevreden over hun tuinen, want men liet uit Midden-en Zuid-Europa rijkbloeiende en sierlijke gewassen importeren om de tuinen en parken wat meer aanzien te geven.

 

holwortel

Holwortel

Ook bij kloosters werden deze tuinen met stinzenflora aangelegd, maar dat gebeurde vaak om een andere reden. Men had ontdekt, dat er ook planten tussen zaten met  geneeskrachtige eigenschappen. De holwortel op Dickninge heeft zeer waarschijnlijk alles te maken met  het dubbelklooster Dickninge , dat eeuwenlang op de plaats van het huidige landgoed heeft gelegen. Niet voor niets wordt de holwortel door veel mensen kloosterkruid genoemd.

 

Wat zijn stinzenplanten ? In een oude uitgave van de KNNV getiteld “stinzenplanten in Nederland” staat de volgende omschrijving: “onder stinzenplanten verstaan wij een soort die in zijn verspreiding binnen een bepaald gebied vrijwel uitsluitend beperkt is tot stinzen, buitenplaatsen, oude boerenhoeven, pastorietuinen en aanverwante milieus, zoals kerkhoven en oude stadswallen.Het gaat in de regel om soorten met opvallende bloemen, die vroeger op buitenplaatsen e.d. zijn aangeplant en die vervolgens zijn verwilderd en ingeburgerd”.

Martena State in Kornjum is een mooi voorbeeld van een stins

Mensenwerk 

Het milieu voor de stinzenplanten is geen natuurlijk milieu. Het is een omgeving die door toedoen van menselijk ingrijpen anders is dan de directe omgeving. Door vergraven, bemesten, aanvoer van aarde, door aanplant van bijvoorbeeld beuken, e.d. ontstond een

speenkruid

geschikt biotoop voor een stinzenflora. Er zullen dan ook heel wat jaren verstreken zijn voordat de biotische en abiotische omstandigheden optimaal genoemd konden worden. Overigens profiteren ook andere planten van deze omstandigheden. In tuinen met stinzenflora komen ook veel soorten voor, die ook buiten het landgoed zijn te bewonderen. Fluitenkruid, speenkruid, look zonder look, dagkoekoeksbloem en zevenblad zijn daar voorbeelden van.

Waar komen ze vandaan ?
Over het algemeen zijn stinzenplanten niet inheems. Veel soorten komen oorspronkelijk uit zuidelijk en oostelijk Europa.. Omdat ze inmiddels zijn ingeburgerd worden ze nu gewoon bij de Nederlandse flora  gerekend. Ze zijn dan ook in iedere plantengids te vinden.

bosgeelster

Een paar voorbeelden van stinzenplanten en hun herkomstgebied zijn:

Holwortel                                       - Centraal- en zuid-Europa
Sneeuwklokje                                 – Zuid-Europa
Maagdenpalm                                 – Zuid- en Midden-Europa
Breed Longkruid                             – Midden- en Noord-Europa
Crocus                                            -   Alpen, Pyreneeën en Balkan

 

daslook bloeit pas in april of mei

Wanneer bloeien ze?
Stinzenplanten zijn typische voorjaarsbloeiers. Ze bloeien in de vroege lente en als de zomer begint zijn ze bijna allemaal al weer verdwenen. Een kort en heftig bestaan dus. Alles moet gebeuren in een korte periode : groeien, bloeien, vruchten en zaden maken  en reservevoedsel maken voor het overleven onder de grond.

Hoe overleven ze?
In de zomer en winter zijn de bovengrondse delen van de meeste stinzenplanten niet te zien. Onder de grond bevinden zich de knollen (van bijvoorbeeld holwortel, crocus en voorjaarshelmbloem) , de bollen (van bijvoorbeeld vogelmelk, daslook en sneeuwklokje), of wortelstokken, zoals bij de gele anemoon. In het voorjaar is de groei van de planten, vooral bij warm voorjaarsweer, explosief. De meeste stinzenplanten horen thuis in de bossen, waar ’s zomers weinig licht is. Trouwens de meeste tuinen van landgoederen, buitenverblijven e.d. zijn in het vroege voorjaar rijker aan bloeiende planten dan in de zomer.

Rondom de Schierstins in Veenwouden staan veel soorten stinzenplanten

In welk milieu voelen de zich thuis?
Stinzenplanten komen in Nederland op verschillende grondsoorten voor, maar op de lichte zandgrond willen ze nauwelijks groeien. De bodem moet voedselrijk zijn, maar ook los en luchtig. Als een buitenverblijf op arme zandgrond lag moest er dus veel gebeuren om de bodem voor stinzenplanten geschikt te maken. De grond moest worden bemest. Dat kon door de vijvers en grachten op te schonen en de humusrijke modder in de tuin te deponeren. En dan natuurlijk de bomen en de struiken. Die moesten al flink gegroeid zijn voordat het milieu voor stinzenplanten geschikt was. Een biotoop maken voor stinzenplanten was geen eenvoudige zaak, het was vaak een kwestie van lange adem en veel geld.

Geplaatst in Flora, Natuur | Getagd , , | Een reactie plaatsen

Feest voor insecten: de wilgen gaan bloeien

Als hongerige wolven zie je ze de bloeiende takken van de boswilg afstruinen. Het zijn vooral honingbijen en hommels die van bloem naar bloem dansen op zoek naar stuifmeel en nectar. Elzen en hazelaars bloeien in het vroege voorjaar ook, maar dat zijn windbestuivers. Insecten hebben er nauwelijks belangstelling voor. Nectar leveren deze bomen niet of nauwelijks.

Laurierwilg groeit o.a. op Landgoed de Havixhorst

Tien soorten

In Drenthe en Overijssel komen zo´n tien soorten wilgen voor. Boswilgen bloeien al heel vroeg in het voorjaar, laurierwilgen bijvoorbeeld pas in juni. Wilgen zijn tweehuizig.  Dit wil zeggen, dat je mannelijke en vrouwelijke wilgen hebt. De mannelijke wilgen met hun gele  meeldraadkatjes vallen vaak op afstand al op. De bloemen ( nou ja, bloemen) hebben honingkliertjes en maken veel stuifmeel.

 

Geen wilgen, geen bijen

De gele mannelijke katjes leveren veel stuifmeel en weinig nectar en de groene vrouwelijke katjes leveren veel nectar en geen stuifmeel. Stuifmeel is een bron van eiwit nodig voor de ontwikkeling van gezonde jonge bijen. De suikerhoudende nectar is een bron van energie voor de volwassen bijen. Sommige wilde bijen halen het voedsel voor hun larven zelfs uitsluitend van wilgen, zodat voor deze soorten geldt: geen wilgen, geen bijen. (bron:  artikel over relatie tussen wilgen en bijen van nmf Groningen )

Lees ook:

De grauwe wilg is een insectenbloeier 

De knotwilg als ecosysteem 

Knotbomen

 

 

 

Geplaatst in Flora | Getagd , | Een reactie plaatsen

Water : er valt veel te kiezen !

Juli 2018 -Drempel in de Reest staat bijna droog

De droge zomer van 2018 heeft ons wakker geschud. De aanwezigheid van water is geen zekerheid meer. Weken achtereen zonder een drup regen!  Dalende grondwaterstanden  met grote gevolgen voor landbouw en natuur . Droogvallende beken en rivieren. On-Nederlandse taferelen ! We zijn een half jaar verder. Ondanks de regen van de afgelopen dagen is de situatie op de (hogere) zandgronden nog lang niet hersteld. Voor het groeiseizoen begint moet daar nog veel meer regen vallen. In andere lager gelegen delen in ons land gaat het de goede kant op.

Afvoeren of vasthouden ?

Volle regenmeter

Met regenwater kun je twee dingen doen. Snel afvoeren ( daar zijn de Waterschappen nog steeds heel erg bedreven in, nergens lees je dat ze nu buffers aanleggen) of proberen om het vast te houden. Het veranderende klimaat wordt steeds extremer. Uitzonderlijk droogte, de warmste februarimaand, superstormen, extreme regenval in korte tijd. Het is allemaal mogelijk.

In de afgelopen jaren hebben de Waterschappen zich voorbereid op extreme neerslagperioden. Beekdalsystemen werden hersteld, rivieren kregen meer ruimte, waterbergingsgebieden aangelegd. Dit alles leverde veel op : meanderende beken en rivieren, herstel van kleinschalige landschappen, verbetering van de biodiversiteit en meer mogelijkheden voor recreatie. Na de zomer van 2018 is duidelijk, dat de Waterschappen niet alleen een antwoord moeten hebben op wateroverlast, maar ook op een watertekort. Een waterbergingsgebied gebruiken als buffer om in tijden van grote droogte water op te slaan, wie had dat ooit gedacht ? De vraag alleen is of dit ooit gebeurt.

De Regge kreeg haar meanders weer terug

Wat doen waterschappen ?

Waterschappen in Nederland zorgen voor de waterhuishouding. Ze zorgen voor het beheer van dijken en sluizen, de juiste waterstand en voor zuivering van afvalwater. Op de website waterschappen.nl vind je maar liefst negen taken waar het waterschap zich mee bezighoudt. Er zijn 21 waterschappen in Nederland. Dat waren er in het verleden veel meer. Elk waterschap heeft een gekozen algemeen bestuur en een dagelijks bestuur. Beide besturen worden voorgezeten door een dijkgraaf of watergraaf.

nat Reestdal op Landgoed de Havixhorst

Het leeft niet 

Vraag tien willekeurige Nederlanders om een paar taken van het waterschap op te noemen. Bij de meesten blijft het opvallend stil :  ´Waterschap ? Ik weet wel dat ik er voor moet betalen, maar wat ze nou precies doen. Tja…´ Waterschappen doen veel werk in de luwte. Vaak staan de auto´s van het waterschap (met duidelijk herkenbaar logo en wervende tekst !) op plekken waar weinig mensen komen. Onderhoud van stuwen en gemalen, waterzuivering e.d. het zijn niet acties  die de massa bezighouden. “Wat het waterschap precies doet is voor de meeste mensen zo vanzelfsprekend, dat ze het niet eens in de gaten hebben”, vertelt een dijkgraaf uit Zuid-Holland. “Pas als we natte voeten krijgen gaat het opvallen”. Waterschappen hebben zich bovendien jarenlang gedragen als kleine koninkrijkjes, geregeerd vanuit de boerenstand. En wat te denken van de baas van het bedrijf ? De dijkgraaf.  Een afstandelijke middeleeuwse titel, die niet bepaald het ´wij-gevoel´ oproept.

Uitgedroogde grond- dit willen we niet

 

Relatie is sterk verbeterd 

De relatie tussen het waterschap en haar ingezetenen, dat is een ouderwets woord voor de bewoners van het door het waterschap beheerde gebied, is de laatste jaren verbeterd.

aanleg drempel in de Reest

Sinds 2008 houden we om de vier jaar  waterschapsverkiezingen. Vanaf dat moment kregen burgers meer inspraak. En meer informatie. Folders, programma´s op radio en tv, artikelen in de krant. Naast de traditionele partijen als CDA en VVD, die vaak alleen maar oog hadden voor het belang van de boeren, bestond nu ook de mogelijkheid om een stem uit te brengen op burgers met meer oog voor natuur en landschap. Een voorbeeld hiervan is de partij Water Natuurlijk. Wat waterschappen steeds beter gaan doen is zich profileren via website en sociale media. Op elke website vind je bijvoorbeeld een overzicht van projecten in de regio. Er is ook veel meer aandacht voor de combinatie tussen water, natuur en landschap. Dat is een goede zaak.

werkgebied Vechtstromen

Twee waterschappen

Voor het Reestdal en omgeving spelen twee waterschappen een belangrijke rol. Dat zijn het waterschap Vechtstromen en het waterschap Drents Overijsselse Delta. De inwoners van de gemeente Hardenberg stemmen op kandidaten van deze twee waterschappen. De Reest valt onder het beheer van Drents Overijsselse Delta. Het werkgebied van deze organisatie is erg groot en ligt in de provincies Drenthe

werkgebied Drents Overijsselse Delta

en Overijssel. Ten zuiden van IJhorst gaat dit waterschap hier binnenkort beginnen met een groot natuurherstelproject in De Vledders.  Op de website vind je hier veel informatie over. Waterschap Vechtstromen beheert Zuidoost Drenthe en Noordoost Overijssel/Twente. Drie belangrijke rivieren/beken zijn hier de Vecht, de Regge en veel Twentse beken, zoals de Dinkel.

Weet je niet wat of wie je moet stemmen ? 

Beide waterschappen hebben op hun website een stemwijzer die je misschien helpt om je stem uit te brengen. Het allerbelangrijkste is natuurlijk dat je gaat stemmen.

Stemwijzer Drents Overijsselse Delta 

Stemhulp Vechtstromen

 

 

 

Geplaatst in Algemeen | Een reactie plaatsen

De witte sleedoorn kondigt de lente aan

Na de hazelaar gaan sleedoorn,els, wilg, es en populier bloeien. De sleedoorn spant hier de kroon, want die bloeit erg opvallend. Honderden kleine witte bloemen vind je aan deze struik ( of is het een boom? ).De sleedoorn bloeit voordat de bladeren verschijnen. Wandelen of fietsend door het kleinschalig landschap vallen de sleedoorns direct op.

Sleedoorn heeft puntige doorns

Haag

Net als de meidoorn werd deze struik vroeger geplant in hagen, die moesten dienen als veekering of om een eigen stukje grond af te palen. In boerenhagen werden ook soorten als hazelaar en hondsroos geplant. Zo’n gemengde haag werd dan ondoordringbaar. Daar zorgden de lastige doornachtige takken van meidoorn en sleedoorn wel voor. De komst van prikkeldraad maakte deze groene afrasteringen overbodig. Honderden kilometers aan sleedoorn- en meidoornhagen verdwenen. Zoals zoveel……

UiItbundige bloei van de sleedoorn

Opnieuw aangeplant

Voor vogels is een haag met een grote variatie aan struiken belangrijk.

sleedoorn bloesem in de knop

Er kan veilig in worden genesteld. In de nazomer barst het er van allerlei eetbare vruchten en zaden. Tegenwoordig planten organisaties als Landschap Overijssel en Het Drents Landschap houtsingels op plekken waar ze ooit hebben gestaan. Het plantgoed bestaat dan uit typische inheemse bomen en struiken als bijvoorbeeld  Gelderse roos, hondsroos, hazelaar, eik, meidoorn,sleedoorn en vogelkers.De sleedoorn bloeit in maart/april. De witte bloemen staan vaak in groepjes bij elkaar.Ze hebben vijf kroonbladen. De sleedoorn laat zich mooi fotograferen tegen een strak blauwe lucht. Het contrast tussen de witte bloemen en de blauwe lucht is dan een lust voor het oog. In het vroege voorjaar valt de sleedoorn gauw op. Er is geen inheemse boom, die op hetzelfde moment net zo mooi bloeit als de sleedoorn. De meidoorn bloeit later. Bloeiende krentenbomen zijn ook wit, maar het wit van de sleedoorn is intenser.

Eitje sleedoornpage foto: Vroege Vogels

Sleedoornpage

De sleedoornpage is in ons land een zeldzame vlinder, die een sleedoorn  zoekt om er eitjes op te leggen. De vlinder heeft het moeilijk omdat veel landschapselementen als houtwallen, houtsingels en heggen verdwenen zijn. De eitjes worden in de oksel van een tak gelegd. In april komen ze uit. De rupsen eten de blaadjes die dan uitkomen. Er zijn vlinderwerkgroepen die in de winter op zoek gaan naar eitjes in sleedoornstruweel. De vindplaatsen worden dan gemarkeerd. Bij het onderhoud van een houtwal weten de beheerders dan precies welke takken ze niet moeten snoeien. Het is een erg secuur werkje dat zoeken , want de eitje meten slechts 1 tot 2 millimeter !

sleedoorn in houtwal

 

 

 

Geplaatst in Flora | Getagd , | 1 reactie

Het oude cultuurlandschap kan niet zonder vrijwilligers

Maak in deze tijd van het jaar een tochtje door het Reestdal en je ziet het op veel plekken: stapels brandhout klaar om opgehaald te worden. De werkplek is vaak een klein bosje. Of een houtwal. Van die kleine solitaire hakhoutbosjes zijn er gelukkig nog genoeg. Vroeger hoorden ze bij de bedrijfsvoering van de boer. Uit de bosjes werd veel geriefhout gehaald. Hout dat gebruikt werd voor het maken van afrasteringpalen (rikkepalen) , voor gereedschap en bouwmateriaal, maar ook voor het stoken van de oven of de kachel.  Eikenhakhout leverde vroeger ook een grondstof voor het looien van leer. (run) De grootte van de bosjes varieert nogal, ze zijn soms erg klein met een oppervlakte van nog geen 200 m2, de meeste bosjes zijn niet groter dan 2500 m2.

Eigendom van provinciale landschappen

Kenmerkende boomsoorten op de zandgronden zijn eik ,els en berk. Tegenwoordig wordt het hout vooral gebruikt als brandhout. De stammetjes van eiken worden ook nog wel eens gebruikt om er rikkepalen van te maken.Veel geriefhoutbosjes in het Reestdal  zijn eigendom van Landschap Overijssel of Het Drentse Landschap, maar er zijn ook particulieren die kleine bosjes in bezit hebben. Voor advies over hakhoutbeheer kunnen zij gebruik maken van organisaties als Groene en Blauwe Diensten . Hout wordt “op stam” verkocht.

Vrijwilligerswerk 

Net als hakhoutbosjes moeten ook houtwallen en houtsingels om de zoveel tijd worden afgezet. De werkgroep landschapsbeheer van de natuurwerkgroep de Reest heeft op dit gebied inmiddels een schat aan ervaring opgebouwd. In overleg met beheerder Landschap Overijssel wordt iedere winter altijd wel ergens in het Reestdal een houtwal of houtsingel onder handen genomen. Er wordt altijd gewerkt met handgereedschap. Beugelzagen of trekzagen doen het werk. Net als hakhoutbosjes leverden houtwallen vroeger geriefhout voor de boer op. Het afzetten gebeurde om de tien tot vijftien jaar. In het moderne agrarische landschap zijn veel van dit soort landschapselementen opgeruimd. Ze pasten niet in de moderne agrarische bedrijfsvoering. Dit is een van de oorzaken van de enorme terugval in biodiversiteit in het grootschalige boerenland.

Vrijwilligers aan het werk in een houtwal

Hakhoutbosjes op wandelroute

Tijdens een wandelroute bij boerderij ’t Endeloop je aan de Overijsselse kant langs een

Stobben lopen weer uit

strook geriefhout. Aan de stobben is te zien, dat de bomen ooit zijn afgezet. Een boom die tot op de grond wordt omgezaagd loopt namelijk met meerdere stammetjes uit. Het bosje wordt dan wat dichter en na een jaar of tien kan er weer geoogst worden. Stobben worden ook wel strubben genoemd. Het mooiste Strubbenbos in ons land vind je in de omgeving van het Drentse Anloo, in het esdorpenlandschap van de Drentsche Aa. Hakhoutbosjes moeten worden beheerd, willen ze hun functie behouden.

Strubbenbos bij Anloo

Zijn ze er straks nog ? 

Voor het in stand houden van ons oude cultuurlandschap zijn vrijwilligers nodig. Natuurbeheerders en vaak ook particulieren kunnen het niet alleen af.  Zijn die vrijwilligers er  straks nog ? Veel jongeren hebben geen tijd voor vrijwilligerswerk of kennen het begrip niet of nauwelijks. De wat oudere generatie moet steeds langer doorwerken. En de vele pensionado´s van nu gooien over een poosje ook het bijltje er bij neer. Gaat dat goed komen ?

Oud cultuurlandschap bij De wijk

Op de foto hierboven zie je het oude en kleinschalige cultuurlandschap bij De Wijk. Landgoederen, bosjes, houtwallen en houtsingels. Allemaal ontstaan door mensenhanden. Maar die handen zijn nu nodig om het landschap mooi te houden.

 

 

Geplaatst in Boerderijen, kleinschalig landschap, landschapselementen | Getagd , , , | Een reactie plaatsen

Met de ooievaar gaat het goed

Het gaat goed met de ooievaars in Nederland. Dagblad Trouw kwam op vrijdag 1 maart met een artikel  over de comeback van de ooievaar in ons landschap. Eindelijk eens een verhaal over een vogel  waar het wel goed mee gaat. Oorzaak van de redding van de ooievaar ? Zijn populariteit en de bijzondere band met de mens. Natuurlijk kennen we de mythe van de ooievaar als babybrenger. In ander landen is dat bijgeloof ook aanwezig.  In Bulgarije, zo vermeldt het artikel, geven de mensen elkaar met de jaarwisseling een armbandje dat pas af mag bij het zien van de eerste ooievaar. De  ooievaar is een echte mensenvogel. Plaatstrouw en monogaam, twee eigenschappen die het in de mensenwereld goed doen. De vogel profiteert ook van de mens. Broeden op hoogspanningsmasten, schoorstenen of paalnesten, uitkijken vanaf lantarenpalen en zoeken naar voedsel  achter de machine aan als de boer het gras maait.

Niet alle ooievaars trekken 

Tijdens de jaarlijks wintertelling in januari 2019 werden meer dan 500 ooievaars in ons land geteld. Iets meer dan 100 werden waargenomen in het Reestdal. Oudere ooievaars bleven altijd al vaak hangen, omdat ze gewend waren om gevoerd te worden. De jonge ooievaars trekken bijna allemaal naar het zuiden. In zachte winters eten de blijvers vaak wormen, muizen en mollen . Of worden nog bijgevoerd.

Niet meer op de Rode Lijst 

In 2009 werd de ooievaar van de Rode Lijst gehaald.  ( lijst met bedreigde vogelsoorten) Inmiddels vliegen er in het broedseizoen rond de 2000 ooievaars in ons land. Dat is een ander getal dan de twintig die we in de jaren´60 nog hadden. Toen was het zien van een ooievaar een bijzondere  gebeurtenis !   In 1969 startte een herintroductieprogramma . Er kwamen 12 ooievaarsbuitenstations door het hele land. Moederstation ´Het Liesvelt´bij Groot Ammers fokte en verzorgde ooievaars in gevangenschap. Een deel van die ooievaars werd vervolgens uitgezet bij buitenstations, waar het voeren en verzorgen langzaam werd afgebouwd. Uiteindelijk moesten de ooievaars  zich zonder mensenhulp zien te redden. Zo ver zijn we nu al een poosje. Een aantal stations is nu gesloten. De anderen zijn nog open om ooievaars te blijven volgen en om informatie te verzamelen.

Link naar het artikel. 

artikel uit Trouw vrijdag 1 maart 2019

Geplaatst in Fauna | Een reactie plaatsen

Pollenfabriek zwarte els houdt van natte plekken

De zwarte els produceert enorme hoeveelheden stuifmeel

Silhouet takken zwarte els in de winter

Als één boom in de wintermaanden makkelijk te herkennen is, dan is het wel de zwarte els. Het silhouet wordt namelijk bepaald door de aanwezigheid van honderden zwarte elzenproppen, de vrouwelijke katjes van vorig jaar. En als je wat dichterbij komt vallen de paars gekleurde knoppen op.

 

 

Eenhuizig

Elzen zijn eenhuizig. Dat wil zeggen, dat de boom mannelijke én vrouwelijke bloemen

mannelijke meeldraadkatjes zwarte els

draagt. De bloemen worden katjes genoemd. Het zijn windbloemen en ze vallen niet echt op. Lekker ruiken doen ze ook al niet, insecten vliegen er aan voorbij. De mannelijke katjes, lange gele “snottebellen” , produceren enorme hoeveelheden stuifmeel. Schud aan een elzentak met rijpe meeldraadkatjes en je ziet het. Wolken geel poeder vliegt je om de oren. De vrouwelijk bloemen (stamperkatjes) vallen helemaal niet op. Het zijn ovaalronde

Stuifmeel op de schubben van de vrouwelijke elzenkatjes

rode knopjes die uit kleine schubben bestaan. Het stuifmeel van de meeldraadkatjes moet tussen deze schubben terechtkomen. Als de stamperkatjes bestoven en bevrucht zijn veranderen ze in groene kegeltjes. Het jaar erop zijn ze rijp en bruin/zwart van kleur. Ze worden dan elzenproppen genoemd.

 

Stuifmeel

In de plantenwereld wordt stuifmeel op verschillende manieren verspreid. Insecten doen

Pollenkorrels zwarte els ( bron : www.vcbio.science.ru.nl )

dit, de wind natuurlijk en er zijn ook planten die de pollen via het water kwijt raken. De zwarte els is een windbloeier. Net als de berk en de hazelaar. De bloei komt vroeg als de boom nog niet in het blad staat. Logisch, de wind moet de katjes goed kunnen bereiken. Typische kenmerken van windbloeiers zijn verder de vrij onopvallende bloei, enorme stuifmeelproductie, geen of heel weinig nectar, relatief lichte pollenkorrels.

Het oppervlak van de pollenkorrels bij de zwarte els is lichtgolvend met goed zichtbare, kleine uitsteekseltjes die soms ribbels lijken te vormen. De kleur van het pollen is lichtgeel.  (bron : www.vcbio.science.ru )

 Knoppen

Aan het blad herkent men de boom. Dat is waar, maar vergeet de knoppen niet. Er zijn veel bomen en struiken met karakteristieke knoppen. Denk maar aan de paardenkastanje met zijn kleverige grote bruine knoppen of de zwarte knoppen van de es. De eironde elzenknoppen zijn prachtig paars van kleur en ze staan op kleine steeltjes. Vooral in de maanden februari en maart, net voordat ze openbarsten, zijn ze goed te zien.

Hout

Het hout van de zwarte els is niet erg duurzaam, daar is het te zacht voor. Onder water en afgesloten van zuurstof is elzenhout wel in staat om lang goed te blijven. Het heeft ook een bijzonder eigenschap. Als het hout in aanraking komt met de buitenlucht verandert het sterk van kleur. Het blanke hout krijgt dan een oranjerode kleur. De oorzaak van die kleurverandering is niet helemaal duidelijk. Er wordt beweerd dat koolmonoxide de oorzaak hier van is. De rode kleur van gezaagd elzenhout heeft altijd tot de verbeelding van de mens gesproken, want er zijn vele sagen en legendes over gemaakt. Bijgeloof viert hier hoogtij. Zo zou een bloedende els een kwade geest herbergen. Tijdens de Middeleeuwen was het kappen van elzen in Ierland verboden.

Zwarte els op een mooie esrand bij Rabbinge

Elzensingels en moerasbosjes

Moerasbos

In het Reestdal tref je op verschillende locaties elzensingels aan. Vaak langs sloten of langs graslanden en akkers. Vroeger werden elzensingels geplant als windsingels of om er brandhout of geriefhout uit te halen. In dat geval werden de elzen tot op de grond afgezet. Dat gebeurde om de acht tot tien jaar. Na het omzagen groeiden de elzen dan weer opnieuw uit. Zwarte elzen tref je ook in kleine natte bosperceeltjes aan. Moerasbosjes kwamen vroeger veel voor op de flanken van een beekdal.

Elzensingellandschap als erfgoed

Een gebied, waar je mooie elzensingels kunt zien is de omgeving van Staphorst en Rouveen. Toen dit gebied nog niet door ruilverkavelingen was verknald stonden hier duizenden elzen. Kilometers lange singels bepaalden het landschap. Daar is veel van verdwenen. Gelukkig ziet men nu de waarde van dit oude cultuurlandschap in. De Vereniging Nederlands Cultuurlandschap ziet dit landschap zelfs het liefst op de lijst van de Unesco.  In 2010 startte een project van de Provincie Overijssel i.s.m. netwerkbeheerder Tennet, de gemeente Staphorst en andere organisaties om het oude cultuurlandschap in de omgeving van Rouveen (o.a. langs de A28) een beetje de glans te geven van vroeger. Uiteindelijk moet zo’n 50 kilometer aan elzensingels worden hersteld of geplant. Tennet speelt hierin een rol als “goedmaker”, omdat een hoogspanningskabel die het Reestdal doorkruist niet werd verwijderd.

Meer lezen ? 

Een boeiend artikel over windbestuiving

Over de drie manieren waarop stuifmeel wordt verspreid

Informatie over de zwarte els op website Flora van Nederland

Last van pollenallergie ?  Kijk op de Hooikoortsradar voor de meest actuele info.

Over elzensingels in ons land

 

 

Geplaatst in Flora | Getagd , , | 1 reactie