Er staan weer ooievaars op het nest

Het nest op Oud-IJhorst is al weer bezet

Ooievaars zijn echte cultuurvolgers. Van oorsprong weliswaar boombroeders, maar  een nest maken  op een schoorsteen, mestsilo, hoogspanningsmast of paal met wagenwiel vinden ze ook prima. In het Reestdal kom je ze overal tegen. Dat is wel eens anders geweest, in de jaren ’70 haalde een ooievaar in een weiland nog de krant.

Met een beetje hulp 

Eind jaar ’60, begin jaren ’70 was de ooievaar bijna uit het Nederlandse landschap verdwenen.  Minder dan tien broedparen werden nog geteld. Nog even en de statige langpoot zou je nergens meer tegen komen. Om dit rampscenario te voorkomen startte Vogelbescherming Nederland een uniek project. Op een aantal locaties werden (12 )ooievaarsstations ( buitenstations genoemd ) gesticht,  allemaal met hetzelfde doel : de  herintroductie van de ooievaar. En met succes. Op de website van ooievaarsbuitenstation De Lokkerij lees je meer over de geschiedenis van dit project. De ooievaar is overigens niet de enige vogel die dankzij hulp terug is gekomen. Er zijn er meer. Wat dacht je van de kerkuil ? Midden jaren ’60 zo goed als verdwenen. Het massaal plaatsen van nestkasten in (boeren)schuren  gecombineerd met biotoopverbetering gaf deze uil een enorme boost. Inmiddels broeden ongeveer 2600 paartjes in ons land. En wat moeten onze oeverzwaluwen zonder zandafgravingen en oeverzwaluwwanden ?  En bonte vliegenvangers zonder nestkasten ? Zo kunnen we nog wel een poosje door gaan. Veel vogels helpen we met een steuntje in de rug.

Kleumend in de waterkou van eind februari

Op het nest

Eind februari, begin maart  zie je op steeds meer plekken bezette nesten. Vaak met een kleumend mannetje, nog niet vrolijk klepperende naar zijn vrouwtje, eerder bibberend en klapperend met zijn snavel. Het zijn de kerels die alvast het nest verdedigen. De vrouwtjes komen  meestal later. Ooievaars die in de winter zijn gebleven ( wintertelling 2020) hebben de eerste keus.  Woningnood kennen de ooievaars niet. Er is voldoende plek.

 

Veel informatie 

Er is veel info bekend over de ooievaar. Stichting STORK Stichting Ooievaars Research & Knowhow spant op dit gebied de kroon. Maar ook  op andere sites kun je veel over ooievaars vinden.

STORK: www.ooievaars.eu 

Vogelbescherming Nederland

ooievaarsbuitenstation De Lokkerij 

Het nest moet weer opgebouwd

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Fauna | Een reactie plaatsen

Barbizon van het noorden :verlangen naar een verdwenen landschap

Een doordeweekse dag in het Drents Museum. Het is er druk. Oorzaak ? De expositie “Barbizon van het noorden”. Opvallend veel jongeren. Nu eens niet alleen maar “Boomers” die langs schilderijen schuifelen, maar ook bezoekers die nog lang niet aan hun oude dag toe zijn. Vanwaar deze interesse ? Wat is het bijzondere aan deze expositie ?

Fascinatie voor het Drenthe landschap

De provincie Drenthe heeft kunstenaars altijd wel gefascineerd, maar nooit zoveel als in de periode tussen 1850 en 1950. Volgens Annemiek Rens, hoofdconservator van het museum, is nu de tijd rijp voor een tentoonstelling die laat zien hoe Drenthe er in die periode uitzag. Het blijkt een schot in de roos. De expositie loopt als een trein. Zwervend door de museumzalen ontdek je allerlei bijzondere plekken in Drenthe: heidevelden, akkers, schilderachtige dorpen, slingerende beekjes, veel woeste natuur en stille verlaten landschappen.

Barbizon

Het is een verrassende titel : “Barbizon van het noorden”. Barbizon was in de 19e eeuw een dorp in de buurt van Parijs. De omgeving trok kunstenaars die op zoek waren naar ongerepte landschappen en het eenvoudige boerenleven. Het was de tijd van de opkomende industrialisatie en verstedelijking. Kwam de wil om dat mooie landschap vast te leggen voort uit de angst dat het voorgoed zou verdwijnen? Ook Nederlandse schilders trokken naar Barbizon en kwamen geïnspireerd terug. Frankrijk was  prachtig, maar Nederland had toch ook nog woeste natuur en boerenlandschappen ? Samen met andere mooie plekken in ons land ging Drenthe dezelfde rol spelen als Barbizon. Dus trokken kunstenaars als Jozef Israëls, Hendrik Willem Mesdag, Georg Hendrik Breitner, Max Lieberman en Julius van de Sande Bakhuyzen naar de idyllische en pittoreske plekken. Dat mooie romantische Drentse landschap verkocht goed in die tijd. Het was een beetje van “U vraagt, wij draaien”.Kunstenaars moesten tenslotte ook eten.

Vincent van Gogh

Je hebt het ‘Zand-Drenthe’ en het ‘Veen-Drenthe’ . De kunstenaars waren vooral te vinden in het Drenthe van de zandgronden. Daar liep je door het oude sfeervolle cultuurlandschap met rietgedekte boerderijtjes, oude kerken, schaapskuddes,  hooilandjes en bebouwde akkers. Echt ongerept was het niet, maar omdat er zoveel natuur te vinden was, voelde het als ongerept. Je zou kunnen zeggen, dat de schilders de zonnige kant van Drenthe opzochten. Er was namelijk ook nog een schaduwzijde: Drenthe van de veengronden. Geen rietgedekte boerderijtjes langs mooie slingerende lommerrijke weggetjes, maar donkere hutten met armoedige veenarbeiders levend in armoede. In 1833 verbleef Vincent van Gogh bijna drie maanden in het arme deel van Drenthe en was diep onder de indruk van de sfeer van de veengronden en de uitgestrekte woeste gronden. Hij schilderde meerdere landschappen in donkere kleuren, soms met werkende mensen erop. Hij maakte zo’n 18 werken, die bijna allemaal verloren zijn gegaan. Vijf schilderen uit de Drentse periode zijn bewaard gebleven. Het Drentse museum heeft er twee: De Turfschuit en sinds kort ook de Onkruid verbrandende boer.

Mien Plekkie

In de hal van het museum, vlak bij de ingang naar de expositiezalen vind je een groot tv-scherm. Het is de plek voor een fotografische ode aan het mooie Drenthe. Onafgebroken zie je het unieke Drentse landschap voorbij komen. Foto’s genomen op de mooiste locaties. Iedereen die een eigen ‘plekkie’ in de Drentse natuur heeft mag een foto insturen. Dit onderdeel van de expositie is een groot succes. Veel bezoekers blijven lang staan en je ziet ze denken “Ik wist niet dat Drenthe zo mooi was “ 

Reestdal

Naast de vele schilderijen vind je ook leuke achtergrondinformatie. Een video over kringlooplandbouw bijvoorbeeld. Hierin vertelt Gerrit Schuurhuis, natuurboer en medewerker bij Het Drentse Landschap over zijn werk in het Reestdal. Gerrit woont in de beheersboerderij ‘De Uilenburcht’ op Rabbinge. Het Landschap boert al jarenlang op een duurzame manier. In de winter staan de runderen in de potstal. De mest wordt uitgereden over de essen (akkers) waarop graan wordt verbouwd. De oogst dient weer als veevoer. Hoe simpel kan het zijn.

Het Drentse Landschap

Dit jaar viert de stichting Het Drentse Landschap een bijzondere verjaardag. Het is namelijk 85 jaar geleden dat de stichting werd opgericht. Een mooie aanleiding om dat samen met het Drents Museum te vieren. Directeur van het Landschap Sonja van der Meer vertelt met trots:” De expositie laat heel mooi zien hoe wij als het Drentse Landschap en het Drents Museum twee werelden met elkaar verbinden. Die van dat prachtige landschap en wij mogen laten zien hoe belangrijk het is om het te behouden”

energielandschap

Zorgen om het landschap van de toekomst

De komende jaren worden cruciaal voor het Nederlandse landschap dat we nog hebben. Niet alleen de bestaande natuur, maar vooral het open nog niet bebouwde landschap. We hebben te maken met gevolgen van klimaatverandering. Nederland heeft gekozen voor een grote energietransitie, intensieve landbouw heeft geresulteerd in ecologische woestijnen, de overheid wil jaarlijks 75.000 woningen bouwen, oerlelijke bedrijventerreinen ( Nederland is aan het ‘verdozen’) slokken duizenden hectares groen op, we blijven maar nieuwe wegen aanleggen, enz. Welk Nederland laten we onze kinderen en kleinkinderen na? Is het dan toch de weemoed, het verlangen naar een woest en ledig landschap, dat deze expositie zoveel mensen doet trekken ? Waardoor zijn kleinschalige beekdallandschappen als Reestdal en de Drentsche Aa zo geliefd ? Is het omdat we zo graag dát vast willen houden, wat bijna overal verdwenen is ? Het wordt heel lastig om karakteristieke landschappen en natuur te beschermen en te behouden. Misschien is het bezoeken van ‘Barbizon van het noorden’ zo iets als plaats nemen in een tijdmachine en teruggeflitst worden naar een tijd en een landschap die we steeds vaker missen.

 

Geplaatst in Vroeger en nu | Getagd , , | Een reactie plaatsen

Bijna duizend ooievaars vinden het deze winter prima in Nederland

januari 2020 : ooievaars in het Reestdal

Zo, de ooievaarswintertelling is weer achter de rug. Nog nooit werden zoveel ooievaars in een winter waargenomen. Stichting STORK, die de telling elk jaar organiseert meldt op haar website dat in het weekend van 18 en 19 januari 2020 921 ooievaars geteld werden door 550 waarnemers. Er werden meerdere groepen waargenomen. De groep Reestdal-ooievaars was 138 exemplaren groot. ( geteld op zaterdag 18 januari). Zoals altijd verblijven de ooievaars in de natte hooilanden  achter ooievaarsstation De Lokkerij ( De Schiphorst) en kun je ze goed zien en tellen vanaf de Lankhorsterweg. Sinds een paar weken hebben de ooievaars gezelschap van een roze pelikaan.

Wintertelling 2020 : 138 getelde ooievaars in het Reestdal

Waarom een telling in de winter ? 

We denken heel vaak nog dat de ooievaar een zomergast is, een trekvogel die aan het eind van de zomer naar het zuiden trekt en in het voorjaar weer terug komt. Die gedachte klopt niet helemaal. Vroeger bleven ooievaars ook nog wel eens in de winter hangen, maar ze werden nooit geteld. Nu doen we dat wel, over een periode van twintig jaar zelfs.  We weten dat jonge ooievaars wel allemaal naar het zuiden trekken, die hebben dus een duidelijke trekdrang. De ooievaars die in ons land de winter doorbrengen zijn vrijwel allemaal volwassen vogels. Vaak zie je ze op plekken waar veel voedsel te vinden is, zoals milieustraten met organisch afval of bij ooievaarsstations waar nog gevoerd wordt.

De roze pelikaan voelt zich thuis tussen de ooievaars

Zachte winters

In zachte winters blijven de volwassen ooievaars vaak in de buurt van hun broedplek. Ze kennen de omgeving en weten precies waar wat te halen valt. Ooievaars zijn opportunisten, ze pakken wat ze voor de snavel komt. Veel energie steken in voedsel zoeken doen ze niet. Het zijn consumenten van de makkelijke en snelle hap: regenwormen, insecten, muizen, mollen gaan er in als koek. Momenteel hebben veel gebieden last van muizenplagen, dus er is voedsel genoeg. Ook al  is het winter. Het lijkt erop, dat de winters steeds zachter worden. De kans dat steeds meer ooievaars in ons land blijven is dan ook groot.

Stichting STORK geeft veel informatie over ooievaars in het algemeen en de ooievaar in Nederland in het bijzonder.

Ooievaars langs de Lankhorsterweg

 

 

Geplaatst in Fauna | Getagd , , | Een reactie plaatsen

Een sprong reeën : stresskippen of alles onder controle ?

Roedel (edelherten), zwerm (bijen), school (haringen) ,kudde (schapen)  meute (jachthonden) :  bekende woorden die een groep aanduiden. Weinig mensen kennen het woord sprong als benaming voor een groep. Een sprong is een groep reeën.  De meeste jagers kennen het woord wel. De jacht heeft een eigen jargon. Een paar voorbeelden over reewild ? Schort ( wit/geel haartoefje onder aan de spiegel van de geit), windvang (neus) ,spiegel ( wit haarveld aan de achterkant van een ree) en laveien (eten).

Bescherming zoek je bij elkaar.

Kruiden in het grasland 

Het gebied waar een ree zich in de winter ophoudt is aanmerkelijk groter dan het terrein in de zomer. Dat heeft alles met het aanbod van voedsel te maken. Reewild houdt heel erg van jong blad. Meer dan 60% van het voedsel bestaat uit bladeren en knoppen van bomen en struiken. Daarnaast eet een ree veel kruiden. Gras wordt wel gegeten, maar is vaak moeilijk verteerbaar. In de wintermaanden is er weinig blad. Misschien hier en daar  een braamstruik die nog wat lekker blaadjes te bieden heeft, maar veel is het niet. Om toch aan de kost te komen verlaten reeën vaak de dekking en zoeken de vlakte op. In grasland, vooral als het niet te intensief wordt gebruikt, groeien kruiden (madelief, klaver, leeuwentand, weegbree e.d) en daar zijn reeën ‘s winters dol op.

Stresskippen of de rust zelve ?

Op de vlakte val je op en ben je kwetsbaar. Reeën lossen dit probleem op door op veilige afstand van wegen te foerageren. De hele tijd houden ze de omgeving in de gaten. Uit ervaring weten ze wanneer auto’s, fietsers en wandelaars gevaar kunnen opleveren. Een sprong van acht reeën die ik in De Paardenlanden fotografeerde stonden ongeveer 100 meter van de weg af. Ze maakten een erg relaxte indruk. “Alles onder controle, hier kan ons niets gebeuren”, leken ze te zeggen. Je zag ze ook echt in het gras zoeken. Dan weer een stukje naar links, dan weer naar rechts, maar nooit (helaas) iets dichter naar de weg toe. Gelukkig kan een telelens van 500 mm veel. De groep op de bovenste foto stond in de hooilanden van Rabbinge, heel ver van de weg. Het waren er maar liefst elf.  De sprong was te uitgerekt om ze allemaal op de foto te krijgen. Maar met negen neem ik ook genoegen. Toch lijkt de rust niet op wat het is . Echt op hun gemak zijn reeën nooit. Voortdurend gaan de koppies omhoog en draaien de grote oorschelpen alle kanten op. Ze doen zelfs aan schijngrazen ! Net doen alsof je eet, maar ondertussen alles om je heen checken. Stresskippen zijn het !

Reegeit met twee kalveren van afgelopen zomer

Samenstelling van de wintersprong 

In de  herfst wordt de zomersprong (reegeit met haar kalveren) uitgebreid met een smalree, dat is een vrouwelijk kalf van het jaar ervoor. Ook een volwassen reebok sluit zich aan. Reebokken hebben in de winter nog geen ontwikkeld gewei. Op afstand is aan de kop moeilijk te zien of je een bok of een geit in de kijker hebt. Het is beter om dan naar de spiegel (achterste) te kijken. Geiten dragen voor hun geslachtsopening een schortje (toefje) Reebokken missen zo’n staartje. Een grote sprong reeën ontstaat doordat meerdere wintersprongen elkaar op zoeken. Soms worden er wel eens wintersprongen van meer dan twintig reeën gezien.

 

De dames hebben de leiding

Een sprong is geen mannenzaak. Meestal maakt een bok wel onderdeel uit van de sprong,maar veel in de melk te brokkelen heeft ie niet. Dat komt waarschijnlijk door zijn lage testosteronspiegel en de ontwikkeling van zijn gewei, want dat laatste kost bergen energie. Nee, de leiding in een sprong berust bij een oudere sterke reegeit. Zij bepaalt de strategie. Ze waarschuwt bij gevaar, beslist over de vluchtrichting e.d. De leden van een sprong houden haar voortdurend in de gaten en kijken goed wat ze doet.

Benaderen van reewild 

Kijken naar reeën is erg leuk. Het zijn prachtige en sierlijke dieren om te zien. Hoe dichter je bij een ree komt, des te meer kom je onder de indruk van de schoonheid van dit dier. Een nadeeltje is echter, dat een ree jou eerder waarneemt dan andersom. Reewild heeft zulke scherpe zintuigen, daarmee vergeleken zijn wij stumperds ! Natuurlijk benaderen je reewild met de windrichting naar jezelf toe, maar hoe zit het met je kleding ? Lang werd gedacht dat reeën weinig tot geen kleuren zien.  Maar deze veronderstelling bleek onjuist. Onderzoek wees uit dat in het blauwe deel van het kleurenspectrum een ree wel degelijk kleur zien. Dat is de reden dat in sommige provincies de witte reflectoren langs de weg steeds vaker worden vervangen door blauwe. Mensen die dus in een blauwe jas en spijkerbroek reeën gaan spotten, hebben grote kans zelf eerder te worden gezien dan dat zij de reeën zien. Dus niet in spijkerbroek op zoek naar reewild !

 

Informatieve websites over reewild:

-Vereniging het reewild 

-Zoogdiervereniging 

-Kenniscentrum- reeën 

Geplaatst in Fauna | Getagd , | Een reactie plaatsen

De knotwilg in de kunst

Vincent van Gogh - Landschap met knotwilgen

Een knotwilg is deels mensenwerk. Vaak is het een schietwilg die een paar meter boven de grond wordt teruggesnoeid. Lang geleden al ontdekte men dat je met de buigzame takken (tenen) hele mooie dingen kon doen: boerengeriefhout om te gebruiken bij het vlechten van manden, of het maken van fuiken. Men denkt dat het knotten van bomen voor onze jaartelling al in gebruik was. De grillige vorm van een rij knotwilgen in een winters landschap heeft kunstenaars altijd aangesproken.  Vroeger en nu nog steeds. In dit artikel een greep uit de knotwilg in de kunst.

Dit is het eerste  artikel uit een driedelige serie over de  knotwilg. 

Afbeeldingen uit het boek van Drago Pecenica

Drago Pecenica

“Die bomen lijken op mij. In 1992 ben ik naar Nederland gevlucht met mijn vrouw en dochter toen het oorlog was in Bosnië. In Oosterbeek zaten we in een asielzoekerscentrum. Daar zag ik voor het eerst knotwilgen. Ik voelde verwantschap met deze bomen, zo kaal geknot en teruggebracht tot de kern. Bij mij was alles weggevallen, ik had niks meer en wist niet wat er van het leven moest worden. Maar ik probeerde positief te zijn, misschien moest ik door deze loutering heen. Net als die bomen kan ik weer gaan bloeien. Mijn uitgangspunt is: zoals je denkt, zo is je leven.’  Drago Pecenica, kunstenaar uit Nijkerk, is helemaal gek van knotwilgen. Talloze schilderijtjes maakte hij van de boom, die zo symbool staat voor zijn leven,  bijeengebracht in het prachtige boek Boom van het leven.  “Ik laat me vooral inspireren door de natuur met karakteristieke bomen als hoofdobjecten”.

Aquarel De Knotwilg van Vincent van Gogh

Vincent van Gogh

Drago Pecenica is niet de enige kunstenaar die inspiratie haalt uit een grillige knotwilg. Wat te denken van Vincent van Gogh ? In 2012 koopt het Van Gogh Museum voor 1,5 miljoen euro de ‘Knotwilg’. Het is een aquarel, die de kunstenaar maakte in Den Haag in juli 1882.Het werk toont een weggetje langs een sloot waaraan een knotwilg staat. Op de achtergrond zijn de remisegebouwen van het Haagse station Rijnspoor zichtbaar. Van Gogh kwam deze plek tegen op een van zijn vele tochten in de omgeving van zijn huis. De waterverftekening van de knotwilg wordt gezien als een belangrijk werk in de ontwikkeling van de schilder. De conservator van het museum vertelt:“Tot die tijd

Vincent van Gogh - Knotwilgen bij zonsondergang 1888

maakte hij vooral figuurstudies en werken in zwart-wit. Toen schakelde hij opeens over naar landschappen en stadsgezichten en werken in kleur.” In de zomermaanden van 1882 had de arme Van Gogh ineens wat geld, maar geen modellen voor handen. Met het geld kocht hij water- en olieverf, en begon hij bij wijze van experiment landschappen te schilderen in de directe omgeving van zijn woonplaats. Van Gogh had een zwak voor knotwilgen. In het begin zag Vincent knotwilgen als dankbare onderwerpen om zijn techniek van figuurtekenen te verbeteren. Naarmate hij ouder werd schilderde Vincent vaak verweerde of eenzame bomen in een stil en verlaten landschap. Misschien was de knotwilg ook voor hem de metafoor voor het weerbarstige, door tegenslagen geplaagde leven.

Anton Mauve Haagse School -Vee aan de waterkant

Gerard Bilders - Haagse School- Koeien bij een plas

De Haagse School

In de tijd van Vincent van Gogh ( 2e helft 19e eeuw) trokken schilders van de Haagse School veel aandacht. Deze kunstenaars werden vooral geïnspireerd door de School van Barbizon. De schilders van deze Franse kunststroming brachten in het buiten Parijs landelijk gelegen dorp Barbizon de zomer door. Ze trokken met hun schildersmaterialen de bossen in om in de buitenlucht te schilderen. Ze gaven de schoonheid van het landschap weer zonder het te verfraaien. De geschilderde landschappen, vaak met ingetogen kleuren,  geven een beeld van het Nederland voor de industriële samenleving. Het is goed mogelijk, dat schilders als Jozef Israëls, Anton Mauve en Willem Mesdag vol weemoed aan het werk waren in de wetenschap dat die mooie landschappen zouden verdwijnen.

Ets Rembrandt

Rembrandt 

Bekendheid als landschapsschilder kreeg Rembrandt niet. Zijn specialiteit lag op andere terreinen.  Naast schilderijen maakte Rembrandt honderden etsen.Daar zit ook een knotwilg bij: de heilige Hieronymus bij een knotwilg.

Geplaatst in Algemeen, Flora | Een reactie plaatsen

De mezen komen !

Pimpelmees ( met Pools accent ?) op de voedertafel.

Dat Nederland een populair immigratieland is, weten we al lang. Vanuit Oost Europa bijvoorbeeld vonden/vinden duizenden arbeidsmigranten hier werk. In de komende winter staat ons land weer een immigratiegolf uit Oost-Europa te wachten. Sterker nog, die is in september al begonnen. Nee, geen auto’s met PL , EST of RO  op het kenteken. Het zijn mezen die komen!  Bij duizenden komen ze onze kant op. Of zijn er al.  De hele winter zullen ze blijven. Oorzaak ? Voedseltekorten in de Oost-Europese bossen.

Koolmees is dol op vet.

Vogelonderzoeker Frank Majoor van Sovon zegt hierover:

“Het gaat om enorme aantallen, hoewel exacte cijfers niet bekend zijn. Dat is anders dan in andere jaren, en dat heeft er mee te maken dat er nu veel mezen zijn. En dat komt weer door een goed mastjaar vorig jaar, waardoor heel veel mezen de winter hebben overleefd. Daardoor zijn er dit voorjaar veel jonge mezen bij gekomen. Een mastjaar is een jaar waarin bomen veel meer vruchten dragen dan gemiddeld. Beukennootjes zijn een belangrijke voedselbron voor mezen in de winter.” 

 

Meer info over deze invasie lees je op de website van Vroege Vogels.

Geplaatst in Fauna, Geen rubriek | Getagd , , | Een reactie plaatsen

Roodborst: mooie vogel met een kort lontje

De oranje-rode borst van de roodborst heeft een signaalfunctie

 “ Voor de roodborst stap ik af”, schrijft Nico de Haan in een januarinummer van het blad Vogels. En gelijk heeft ie, want een roodborst brengt een beetje vrolijkheid en opwinding in de vaak saaie en stille winterperiode. Zelfs op koude dagen zijn de korte concertjes van dit mooie vogeltje te horen. “Alsof je wordt toegezongen, een serenade krijgt, het voelt bijna onbeleefd om verder te fietsen”.

In opengewerkte tuingrond op zoek naar voedsel

Niets is wat het lijkt

Het lijkt zo’n leuk vriendelijk niet al te bang vogeltje. Een rood/oranje bolletje op twee hele dunne pootjes en kraaloogjes die je een beetje brutaal aankijken. Vergis je niet ! De roodborst is misschien wel het meest intolerante vogeltje dat in ons land rondvliegt. Dat heeft te maken met de manier van voedsel zoeken. Daar willen ze geen andere soortgenoten bij hebben. Om goed te zien hoe een roodborst aan zijn voedsel komt, moet je in de tuin aan het werk. Het meeste succes heb je als je een stukje grond omspit. Hoe meer je harkt, schoffelt of spit, des te meer kans op een roodborst die je volgt. En dan zie je het: ze hippen niet over de grond als een mus of andere zangvogel, nee ze jagen meer als een roofvogel. Even stilzitten, een korte duik en de prooi is gepakt. Die prooi bestaat uit wormen, spinnen, insecten als langpootmuggen, rupsen, vliegen en andere geleedpotigen. Een concurrent dulden ze niet. Of het een mannetje is of een vrouwtje, het maakt niet uit. Weg jij ! De rode borst dient als signaalfunctie om de boodschap nog wat duidelijker over te laten komen. Krengen zijn het !

Vogelvriendelijke tuin met klimop, groenblijvende struiken, niet gesnoeide border, rommelige hoekjes, drinkschaal en voederplaats

Een rommelige tuin

In betegelde tuinen met een gazon van kunstgras zul je roodborsten niet gauw tegen komen. In hele nette aangeharkte tuinen ook niet. Net als veel andere vogels houdt de roodborst van rommelige hoekjes. Struiken, stapels hout, schuttingen met klimop, plantenborders die niet gesnoeid zijn, een stapel stenen, een hoop gevallen bladeren, enz. Dat zijn de plekken waar voedsel te vinden is. Als het zoeken naar al dat lekkers moeilijk wordt ( bevroren grond of laagje sneeuw), dan zijn bessen en zaden ook prima. Een voedertafel met een schoteltje meelwormen, daar doet de roodborst een moord voor.

Soms broeden roodborsten in een nestkast

Bosvogels die ook van tuinen houden

Net als de merel was de roodborst vroeger vooral bosvogel. Overal waar herten en zwijnen de bodem los woelden waren ze van de partij. In de 16e eeuw al werd de roodborst in Engeland (‘Robin’) beschreven als een bosvogeltje, dat in de wintermaanden graag de mensen opzoekt om daarna in de zomer weer in de bossen te verdwijnen. Inmiddels broeden roodborsten ook in Engelse tuinen. In Nederland hebben we jaarlijks tussen de 250.000 en 350.000 broedparen. De winteraantallen zijn veel groter, tussen de 500.000 en 1.000.000 roodborsten brengen hier de koude wintermaanden door. Roodborsten ontbreken alleen

Lekker in het najaarzonnetje

in boomarme landschappen. De hoogste dichtheden vind je in bossen met goed ontwikkelde struik- en kruidlagen. Veel minder zie je ze in agrarisch en stedelijk gebied. Hoewel je nog steeds kunt zeggen ‘Hoe meer bos, hoe meer roodborsten’, zien we ook dat ze veel voorkomen in groenvoorzieningen, nieuwe natuur, begraafplaatsen, bungalowparken e.d.

Lichaamstemperatuur

Vogels zijn net als zoogdieren warmbloedige dieren. Ze hebben een constante lichaamstemperatuur, alleen bij vogels ligt die een paar graden hoger dan bij zoogdieren. Bij vogels staat de thermostaat 24 uur per etmaal op 41 graden Celcius. En dat is hoog ! Wel eens een levende vogel in de hand gehad? Die voelt heel erg warm aan, net alsof het beestje gloeit. Maar ja, het verschil tussen de warmte van onze handen en die van een

In de winter zoeken roodborsten vaak rommelige tuinen op

vogellijfje is al gauw vier, vijf graden. Als het buiten erg koud is, is het lastig om op temperatuur te blijven. Gelukkig hebben vogels donsveren die heel goed isolerend werken, maar toch. De behoefte aan brandstoffen is dan ook groot bij onze gevederde vrienden. Kijk op koude dagen maar eens naar de voedertafel in de tuin. Ze weten de vetbollen, pinda’s en stukje brood en aardappelen wel te vinden. Allemaal vet, zetmeel en eiwitten. En daar zit veel energie in!

Strenge winters zijn voor roodborstjes een ramp

Zwaarder vlak voor de winter

Kleine vogels verliezen relatief meer warmte dan grotere collega’s. In verhouding tot hun volume hebben ze een groter huidoppervlak. En die huid straalt altijd warmte uit, of je nu veren hebt of niet. Soorten als winterkoning, goudhaantje en roodborstjes kunnen het in winterse periodes behoorlijk moeilijk krijgen. Bovendien eten ze insecten. En die zijn er ’s winters niet of nauwelijks. Je moet in ieder geval erg veel moeite doen om ze te vinden. En dat kost energie. In het boekje “De roodborst, dichtbij en ver weg” van Jenny de Laet wordt beschreven hoe roodborstje proberen koude winters te overleven. Roodborsten slaan in de herfst een vetvoorraad op. Een roodborst met een zomergewicht van 18 gram (!) heeft vlak voor de winter vaak een lichaamsgewicht van 20 gram. Dat is een toename van 11%. Als koude periodes lang duren moeten de reservevoorraden worden aangesproken. Insecten kruipen weg in spleten en gaten en zijn met het kleine pincetsnaveltje niet meer te bereiken. Hongerige roodborsten worden ook minder schuw en lopen eerder kans te worden gepakt door sperwers of andere rovers.

Het aantal broedparen in ons land kan oplopen tot 350.000

Vogelvriendelijke tuin

Roodborsten komen naar de bewoonde wereld als het erg koud is en genieten van onze voedertafels. Molshopen zijn ook erg populair. Daar is altijd wel wat te vinden. Als de grond maar niet bevroren is. Dichte groenblijvende struiken in de tuin bieden de vogel bescherming en een goede slaapplaats. De meeste roodborsten slapen alleen. Lege nestkasten worden ook gebruikt als slaapplaats, net als oude halfopen schuren. Met een paar simpele maatregelen kun je dus je tuin roodborstvriendelijk maken.

Bronnen:

De roodborst dichtbij en ver weg. Het 112 blz. tellende boekje komt uit de Belgische serie Vogels rondom huis. 

Vogelatlas van Nederland- uitgegeven door Sovon

Eigen waarnemingen

 

Roodborst met voer voor de jongen

Meer weten over de roodborst ? Misschien zit hier wat voor je bij:

De Vogelbescherming over de roodborst 

Artikel Vogelbescherming over de wintertrek van de roodborst

Leuke weetjes van het tijdschrift Roots

Sovon over de verspreiding, aantallen e.d. van de roodborst

 

 

 

 

Geplaatst in Fauna | Getagd , , | Een reactie plaatsen

Bomen houden lang hun blad dit jaar

Nog steeds herfstkleuren in een beukenbos

Het zal veel mensen zijn opgevallen.  Veel bomen staan nog steeds behoorlijk in blad. Wintereiken en hazelaars lijken helemaal nog geen zin te hebben om hun bladeren aan de bodem af te geven, maar ook in beukenbossen overheerst vooralsnog de kleur goud. We  website www.naturetoday.com ( een aanrader!) wijt de late bladverkleuring en bladval aan de warme herfst en het gebrek aan herfststormen. Het najaar van 2019 gaat wat bladval betreft de geschiedenis in als zeer laat.

 

Geplaatst in Algemeen | Een reactie plaatsen

Wat blijft er over van ons landschap ?

Horizonvervuiling op Takkenhoogte

`Nederland is vanaf vandaag een mini-Klimaatakkoord rijker. Daarin schaart de voltallige milieubeweging zich achter afspraken voor grootschalige plaatsing van zonnepanelen. Niet op daken, maar rijendik op het land, hectares vol. Dat is een doorbraak voor zonne-energie.` 

Aanleg windmolenpark in de NOP

Bovenstaand bericht staat in Dagblad Trouw.  Het akkoord is dodelijk voor het Nederlandse landschap. Over een jaar of wat bestaat  Nederland nog uit zo´n 10 % zieltogende natuur en vind je in de rest van ons landschap intensieve landbouw, bedrijventerreinen, woestijnen vol met zonnepanelen, snelwegen, nieuwbouwwijken en talloze windmolenparken. Buiten de beschermde natuurreservaten lijkt de rest van ons land vogelvrij verklaard. Een mooi voorbeeld van het veranderende landschap is bovenstaande foto. Lopend over Meeuwenveen-Takkenhoogte, een van de pareltjes in het Reestdal, misschien wel van de provincie Drenthe, is de horizon permanent vervuild door de aanleg van windmolenpark De Veenwieken ten zuiden van Dedemsvaart. Met dank aan de CO2 hysterie.

 

Geplaatst in Algemeen | 1 reactie

Vliegenzwam en berk zijn beste maatjes

Vliegenzwammen rondom de stam van een berk

Tientallen staan er. Zo maar. Een paar dagen regen en het kleine berkenbosje is bezaaid met vliegenzwammen. Hele kleine nog, maar ook een aantal waarbij de stippen al van de hoed zijn afgespoeld. Weer anderen hebben hun korte leventje achter de rug en verkeren

Vliegenzwam in ontbinding

in verregaande staat van ontbinding. Ze kunnen zich troosten met de gedachte dat ze hun taak hebben vervuld: zorgen voor het verspreiden van sporen. Dat afsterven maakt de schimmel waar ze onderdeel van uitmaken niet uit. De zwam bestaat voornamelijk uit een wirwar van ondergronds draden. Deze zwamvlok (mycelium) is voor ons onzichtbaar, maar speelt in het ecosysteem van het berkenbosje een belangrijke rol. Een rol die alles te maken heeft met samenwerking. Je mag het ook een menselijke eigenschap geven: vriendschap.

Een relatie met voordeel aan één kant   

Soms zijn vriendschappen erg hecht. Intenser nog dan een relatie in familieverband. Woorden als boezemvrienden en hartsvriendinnen geven aan dat de verhouding bijzonder is. In de natuur komen  relaties voor die voor beide partners zo belangrijk zijn, dat je ze rustig een relatie ‘ op leven en dood’ kunt noemen. Een voorbeeld is parasitisme. Hier is de één z’n brood de ander z’n dood. De berkendoder is een zwam die in staat is gezonde levende berken te vellen. Het moeraskartelblad ( komt voor in schraal  Reestdal hooiland )  haalt ten koste van het gras kostbare voedingsstoffen uit de wortels, waardoor grasplanten verzwakken of doodgaan.

Vliegenzwammen in een berkenbos

Een relatie met voordeel aan beide kanten

Een relatie die veel leuker is om te bekijken is symbiose. Twee organismen hebben een vorm van samenwerking  ( soort vriendschap) waarin ze allebei voordeel hebben. Een heel simpel voorbeeld ? De relatie tussen een plant en een bij. De honingbij zorgt ( onbewust) voor de bestuiving en als wederdienst levert de bloem nectar. Voor wat hoort wat. Iedereen tevreden. Nog een voorbeeld. Straks vliegen weer grote groepen koperwieken en kramsvogels door ons land. Op zoek naar bessen. De boom levert voedsel en in ruil verspreiden deze lijsters de zaadjes.

Na een poosje verdwijnen de witte stippen van de hoed.

Ruilhandel 

Bomen hebben bladgroen. Een bladgroenkorrel is een suikerfabriek. Om glucose te kunnen maken zijn twee grondstoffen nodig : water en CO2. Het maken van glucose kost energie. De energie haalt de boom uit het zonlicht. Tijdens het maken van suiker komt zuurstof vrij. Van suiker maakt de boom een heleboel andere stoffen: vetten en eiwitten bijvoorbeeld. Om die te kunnen maken heeft de boom mineralen uit de bodem nodig. Van water alleen kan een boom niet leven. De bodem moet rijk zijn aan anorganische stoffen als ijzer, fosfor, magnesium, stikstof e.d. Deze mineralen ontstaan bij het afbreken van organisch materiaal, zoals dood hout, blad, dode dieren e.d. Schimmels breken dit organisch materiaal af en zetten het om in anorganische verbindingen die de boom kan opnemen. Dat is de ene kant van de relatie. Nu andere.

De vliegenzwam heet lamellen onder de hoed. en is een plaatjeszwam

Schimmels hebben geen bladgroen. Zelf voedsel maken kunnen ze niet. De myceliumcellen van de vliegenzwam hebben suiker nodig om in leven te blijven. In de wortelharen van de berk komt suiker voor. Een ondergrondse voorraad energie en zo dichtbij ! Hier hebben de berk en de vliegenzwam elkaar gevonden. Een afspraak is gauw gemaakt. De schimmeldraden van de schimmels en de haarwortels vergroeien met elkaar en wisselen stoffen uit. Suiker van de boom naar de schimmel en water en mineralen naar de boom. Een samenwerking met wederzijds voordeel: symbiose. Paddenstoelen die met bomen samenwerken worden mycorrhiza-zwammen genoemd.

Eenzame vliegenzwam in het dennenbos

Alleen met de berk ?

De vliegenzwam is niet zo kieskeurig als het lijkt. Naast de relatie met de berk blijkt het een allemansvriendje. De vliegenzwam werkt ook graag samen met de grove den, beuk of eik. Het Vlaamse Natuurpunt, deed eens een oproep om te melden bij welke boom de vliegenzwam stond. Ze ontvingen 1.130 inzendingen. In 45% van de gevallen stonden de vliegenzwammen in de buurt van een berk, gevolgd door beuk (15%), eik (14%), den (8%), spar (3%) en linde (3%)

Meer informatie over de vliegenzwam vind je op de volgende websites:

 waterwereld.nl 

naturalis

vroege vogels

Geplaatst in Flora | Getagd , | Een reactie plaatsen