Hopbellen als de zomer bijna voorbij is

Hopbellen in de houtwal

Een beetje depri en weemoedig worden van bolchrysanten. Sommige mensen kampen hiermee.  De oorzaak is niet de chrysant, maar de periode waarin ze massaal worden aangeboden: de nazomer. In de maand september realiseer je dat de zomer op zijn eind loopt en dat we langzamerhand de winter weer induiken. Het wordt eerder donker, het klimaat wordt vochtiger en vaak ruik je de herfst al. Daar worden we meestal niet vrolijker van. De bolchrysant staat dan symbool voor de wetenschap dat die mooie warme zonnige dagen straks weer voorbij zijn.

Hop valt op in de nazomer 

Ook de hop is een plant van de nazomer. Deze klimmer en woekeraar kun je in het voorjaar en in de zomer ook wel zien, maar in de maanden augustus en september valt de hop op door de geelgroene hopbellen die je in houtwallen en houtsingels aantreft. Een

Hopbellen in de houtwal

prachtig gezicht ! Van al die slierten hopbellen word je niet depri. Wel slaperig. Neem een sliert hopbellen mee naar huis en doe ze in je kussen. Je wordt er rustig en loom van. De juiste stemming om in slaap te vallen. Wel steeds verversen, want de olie die in de hopbellen zit is nogal vluchtig. Een poos geleden, toen de tuinen van A.Vogel nog in Elburg lagen, vertelde een medewerkster tijdens een rondleiding, dat het personeel na het plukken van hopbellen niet direct in de auto mocht stappen. De bedwelmende werking van de hop liet dat niet toe. Surfend op het internet kom je op veel sites tegen wat hier de oorzaak van is : in hopbellen zitten erg veel werkzame stoffen o.a. tegen slapeloosheid. De hop maakt in de hopbellen lupuline aan en dat is de leverancier van al die stoffen.

Gele korreltjes tussen de schubben van de hop

Mannelijke en vrouwelijk hoppen

In een artikel op deze website ´hopman en hopvrouw bloeien apart´kun je lezen dat de hopbellen aan de vrouwelijke hoppen zitten. In een houtwal komen mannetjes en

mannetjeshop

vrouwtjes voor.  De mannetjes hebben onopvallende stuifmeelbloemen die via de wind de vrouwelijke katjes bevruchten. De bellen die zich hieruit ontwikkelen zijn vaak bevrucht en leveren niet alleen lupuline, maar ook zaden. De bierbrouwer wil geen hopbellen met zaden. Het bier wordt er niet lekker van en schuimt niet. Dus in de hopteelt zie je alleen vrouwelijke hoppen.

Kleine gele bolletjes 

Peuter voorzichtig een hopbel open en je vindt aan de voet van de schubben kleine gele bolletjes. Dat is lupuline. Voor de bereiding van bier en andere  producten worden de hopbellen gedroogd. Er zijn ook bierbrouwers die gebruik maken van verse hop. De zuren in de lupuline zorgen voor de bittere smaak en het aroma van het bier. Maar niet tegelijk. De hopteelt kent bittere hoppen en aroma hoppen. Het ene lupuline is het andere niet. Voor het bereiden van bier worden dus meerdere soorten hop gebruikt.  Vierhonderd gram hopbellen volstaan om 100 liter bier maken. Vooral kleine brouwerijen van lokale speciaalbieren gebruiken veel hop. Doordat de variatie aan bieren toeneemt, wordt de vraag naar hop groter. In België bijvoorbeeld is de vraag veel groter dan het aanbod.

Hopteelt in Nederland 

Wil je zien hoe hop massaal wordt geteeld, dan moet je naar Duitsland. Langs de autobanen in Zuid/Duitsland bijvoorbeeld, zie je naast enorme velden met zonnepanelen ook veel hopplantages. In ons eigen land neemt de populariteit van hop toe. De Limburgse brouwer Gulpener bijvoorbeeld haalt biologische hop uit de regio en organiseert een groot hopfeest als de hop in september wordt geplukt.

Vroeger werd er veel hop in ons land verbouwd, meestal kleinschalig. De Nederlandse hop had echter  geen goede naam.

hopteelt in Dedemsvaart

Meer info:

De geneeskracht van hop 

Het groene goud van Belgie 

Hop is hot 

Hopteelt in Nederland 

 

 

Posted in Flora | Tagged , , | Leave a comment

Heide is lastige natuur

Natte heide op het Nolderveld

Heide: Lust of last ?

In augustus trekt de massa naar de paars bloeiende heide. De belangstelling is soms zo groot, dat er moet worden ingegrepen om ongelukken en natuurschade te voorkomen. Heide zien we als natuur, maar dat is het maar ten dele. Zonder ingrijpen raak je de paarse pracht namelijk kwijt. Heide is voor beheerders lastige natuur. Dit artikel maakt dit duidelijk. 

Deel 1 

In Nederland komt niet veel heide meer voor. Slechts 2% van het oppervlak van ons land is nog bedekt met heide. Dat is wel eens anders geweest. Rond 1830 bestond 20% van het Nederlandse landschap uit heide. Na 1900 verdween er steeds meer ‘woeste natuur’. Nu is er nog maar heel weinig van over.

Zonder beheer neemt het bos de heide over

Lastige klus

De paarse vlaktes die we nog hebben moeten we behouden en koesteren. Net als de kleine heideveldjes, je zou ze bijna over het hoofd zien. Dat beschermen is makkelijker gezegd dan gedaan, want heide beheren is een lastige klus. Klaar ben je nooit. Heide mag je nooit met rust laten, in een paar jaar tijd nemen zaailingen van bomen en struiken de macht over en verandert het open landschap in een bos. Dat zou erg jammer zijn, want het ecosysteem van de heide kent een unieke flora en fauna. Heidebeheer gebeurt vaak grootschalig, met machines die plaggen, voedselrijke bodemlagen verwijderen, of vennetjes herstellen. Heide wordt ook kort gehouden met een kudde schapen. Het is vechten tegen successie. ( opeenvolging van plantengemeenschappen met bos als eindresultaat.) Een poosje niets doen en je komt jezelf tegen. Heide moet je voortdurend in de gaten houden, de natuur mag je hier slechts een beperkte vrijheid geven. Geef heide een vinger en het systeem pakt je hele hand. Of alle twee !

Heidebeheer met hulp van de schaapskudde met herder

Van bos weer terug naar heide

Natuurbeschermingsorganisaties zijn dol op deze moeilijke natuur. De laatste jaren is op veel plekken een groot aantal hectares bos gekapt. Doel van deze projecten: terugbrengen van het (half) open heidelandschap en het creëren van natuur met een grotere biodiversiteit dan de gekapte jonge en monotone bossen. Het eindstadium van successie

Ook op de Lemelerberg maakt een deel van het bos plaats voor heide

wordt de nek omgedraaid en het proces mag weer helemaal opnieuw beginnen, maar wordt wel in de kiem gesmoord. Bos worden mag niet meer. Het publiek ( wandelen op zondagmiddag) heeft het moeilijk met deze transitie. Waarom moeten al die bomen gekapt ? Een begrijpelijke reactie, maar toch is het goed dat natuurbeschermingsorganisaties hun oren niet laten hangen naar het geklaag op sociale media. De overgang naar een half open landschap met heide, boomgroepen en struweel  brengt veel meer diversiteit aan flora en fauna dan een saai relatief jong dennenbos . Over een paar jaar hoor je niemand meer.

Waarom heidebeheer ?

Heide is geen natuurlijk landschap. Natuurlijk in de zin van door de natuur ontstaan zonder invloed van de mens. Het heidelandschap is namelijk een product van menselijk handelen. Hoewel, ook niet helemaal. In de laatste ijstijd werden grote delen van ons land bedekt met een deken van dekzand. Toen de aarde opwarmde raakten de zandrijke vlaktes

Pioniersplanten op het kale dekzand

bedekt met pioniersplanten zoals heide. Later veranderde het landschap en ontstonden er bossen. In de prehistorie al, werden bossen gekapt omdat er behoefte was aan landbouwgrond. Akkertjes werden aangelegd, maar de grond raakte al gauw uitgeput. Om aan mest te komen werd vee ( vooral schapen) naar de woeste gronden geleid om daar te grazen. Aan het eind van de dag ging de kudde naar de potstal. Daar werden plaggen en organisch afval met de mest vermengd. Voordat het groeiseizoen begon, werd de mest uitgereden en over de akkers gestrooid. Dat gebeurde eeuwen achter elkaar. De akkers, ( ook wel essen genoemd) werden langzaam hoger en kregen een bolle vorm.

Oude schaapskooi Reestdal

Intensieve landbouw

In dit potstalsysteem stond vee ( runderen en schapen) in dienst van de landbouw. Mest was essentieel. Bij het vergroten van de landbouwgronden ( bevolkingsgroei) werd de behoefte aan mest ook groter en werden de schaapskuddes uitgebreid. Elke dag weer gingen de schapen de woeste natuur in om te grazen. Op veel plekken was door begrazing en plaggen de druk op het ecosysteem zo groot, dat de begroeiing verarmde en uiteindelijk verdween. Het (dek)zand werd niet meer door wortels vastgehouden en begon zich bij harde wind te verplaatsen. Stuifzanden ontstonden. Op andere arme en uitgemergelde grond kwam de heide als pionier juist weer terug.

Struweel en boomgroepen zorgen voor gevarieerd landschap

Gevarieerd landschap

Denk nou niet dat het ‘ ledige’ landschap  alleen maar uit heide bestond. Stel, je wordt als wandelaar zo’n tweehonderd jaar terug geflitst in de tijd en je belandt in de woeste gronden van de 19e eeuw. Als natuurliefhebber loop je dan te kwijlen van genot. Naast heide, kom je ook vochtige laagtes tegen, kleine vennetjes en veenmoerasjes, boekweitakkertjes ook ,struwelen, stuifzanden en bosjes. In de verte lonkt de rand van een beekdal met houtwallen, hooilandjes, boerderijen en schaapkooien. Wat een variatie in het landschap !

Heide werd ontgonnen en omgezet in landbouwgrond en staatsbossen

Kunstmest

Het potstalsysteem heeft heel lang geduurd. Pas aan het eind van de 19e eeuw, als kunstmest de mest uit de potstal overbodig maakt en goedkopere wol uit het buitenland komt, verdwijnen de schaapskuddes. Net als de heide, want die wordt omgezet in landbouwgrond of gebruikt voor de aanleg van bossen. Staatboswachterijen, keurig ingedeeld in vakken. Behalve de heide worden ook aangrenzende prachtige beekdalen ontgonnen. Deze karaktermoord op talloze beken en andere kleine loopjes zou nu half Nederland op de barricades doen belanden. Toen maakte bijna niemand zich er druk over. De tranen springen je in de ogen als je leest wat er toen allemaal weggeschoven is. Er bleven weinig beekdalsystemen ongeschonden. Het Reestdal is er een voorbeeld van.

Uit dagblad Trouw

Je moet veel moeite doen om heide in stand te houden

Was vroeger de heide onderdeel van het agrarisch systeem, nu heeft de paarse pracht een heel andere betekenis. Vereniging Natuurmonumenten bijvoorbeeld beheert in het Nationale Park Dwingelderveld het grootste natte heideterrein van West-Europa en heeft het daar behoorlijk druk mee. Om de heide vitaal te houden wordt heide die aan het vergrassen is machinaal geplagd .Plaggen deden de boeren vroeger ook,  al was dat wel handwerk. Op geplagde grond groeide al snel nieuwe heide. Niks bijzonders, want de bodem zat vol zaden. Natuurmonumenten ziet na het plaggen van verruigde heide hetzelfde gebeuren. Struik- en dopheide komen terug, samen met een aantal andere soorten zoals klokjesgentiaan, moeraswolfsklauw en zonnedauw.

Bezoekers bij de nieuwe schaapskooi van Ruinen

Dan zijn we meteen beland bij de eerste en belangrijkste functie van heidebeheer : het beschermen en vergroten van de biodiversiteit. Heide heeft een karakteristieke flora en fauna en die mag niet verdwijnen. Een tweede doel van het in stand houden van heidebiotopen is recreatie en beleving. Heide is onder wandelaars, fietsers, gezinnen, natuurfotografen e.d. erg populair. “Een toeristische knaller van de eerste orde” (Het Oerboek blz 70/71 – Axel Wiewel).  Niet alleen als in augustus de heide paars kleurt, maar als aan het eind van de middag de schaapskudde terug komt bij de schaapskooi wordt massaal genoten van al die thuis komende blatende grazers.  Heide mag dan moeilijke natuur zijn, we willen het kleine beetje aan paarse pracht niet kwijt.

Dit is het eerste deel uit de serie : Heide: lust of last ? 

Meer weten over de heide van vroeger ?

Albert Dragt uit Meppel overleed in 2012 op 82 jarige leeftijd was . Hij wist heel erg veel over de geschiedenis van het Reestdal. In dit interview vertelt hij over het belang van heidevelden voor de boeren in vroegere tijden.

Posted in Bescherming | Tagged , , , , , , | 1 Comment

Loopneus door de bijvoet

Bijvoet heeft kleine onopvallende bloemen

Heel makkelijk loop en fiets je er aan voorbij. Goed waarnemen is sowieso een vaardigheid. Vaak staan ze massaal in de bermen en opvallen doen ze dan nog niet, al worden ze vaak hoger dan een meter. Een beetje lekker ruiken en een heleboel stuifmeel produceren, daar zijn ze behoorlijk goed in. Ze vallen bij de meeste mensen onder de term “onkruid”. Waar hebben we het over ? Het gaat hier over een plant, waarvan wordt beweerd, dat soldaten in de Romeinse Tijd de bladeren gebruikten om hun vermoeide voeten te verzorgen: de bijvoet.

Bijvoet in de natuurakker

Bijvoet in de natuurakker 

Een mooie plek om bijvoet eens wat beter te bekijken is de natuurakker bij boerderij ‘t Ende aan De Stapel. De akker is in het voorjaar ingezaaid met boekweit, zomergranen en een mengsel van akkerkruiden. De boekweit is (bijna) uitgebloeid en door de slagregens tegen de bodem gedrukt. Bij granen, zoals winterrogge noemen ze dit legeren. Planten die de akker nu bevolken zijn o.a. akkerdistel, duizendknoop , slangenkruid, hennepnetel, margriet en haagwinde. Echt dominant zijn twee andere  planten: de knopherik, die erg op bladrammenas lijkt en de bijvoet. Vooral de bijvoeten kun je niet missen, die komen echt met hun kop boven het maaiveld uit. Soms bijna twee meter hoog ! Vrijwilligers hebben een aantal planten langs het pad verwijderd, zodat het uitzicht over de vlinderrijke akker nog blijft bestaan.

bloeiende bijvoet

Allergeen 

De bloemetjes van bijvoet zijn erg klein. Ze kleuren een beetje bruin/rood. Bijvoet is een windbloeier. Nou, dan weet je het wel. De mannelijke bloemen produceren heel erg veel stuifmeel in de maanden augustus en september. Helaas is dit stuifmeel behoorlijk allergeen. Ander gezegd, het is een ramp voor je als je gevoelig bent voor deze pollen. De website Flora van Nederland zegt er dit over : “De mannelijke bloeiende bloemetjes geven enorm veel pollen af dat door de wind wordt verspreid. Deze pollen zijn sterk allergeen en daarmee is de Bijvoet tijdens zijn bloeitijd van augustus tot september een van de belangrijkste kruidachtige hooikoortsplanten. Een allergie voor bijvoetpollen gaat vaak samen met een allergie voor selderij, peterselie, wortel, venkel, komijn, dille, paprika en anijs. We spreken dan van kruisallergieën” ( Flora van Nederland)

bijvoet en teunisbloem

Makkelijk herkenbaar

Draai een geveerd blad eens om en je ziet een duidelijk kenmerk van de plant. De onderkant van de bladeren is namelijk zilverkleurig en behaard. De kaarsrechte stengels zijn niet glad, maar gegroefd. Als je bijvoet uit de grond trekt, zie je dat de plant zich heeft  ontwikkeld uit een kluwen van wortelstokken. Een plant in alle rust bekijken, we doen het te weinig. Het levert veel op. Lettend op de bloemen, de bladvorm, de stengel, de grootte, de locatie waar de plant zich thuis voelt, je kennis van de plant neemt toe en daarmee ook het respect en de bewondering. Het woord onkruid krijg je niet meer over je lippen. Je gaat ook op een andere manier waarnemen als je een plant inmiddels kent. Het is net als de auto die je net gekocht hebt. Ineens blijken heel veel andere mensen precies hetzelfde merk te rijden. Was je nooit opgevallen !

De bladerenvan bijvoet zijn geveerd.

Bijvoetpad 

Nu laten we de bijvoet staan, of erger nog, we zien hem niet eens staan. Dat was vroeger wel anders. In de prehistorie werd bijvoet (waarschijnlijk) gegeten als groente. In andere culturen verbrandde men de bladeren van de plant om de muggen weg te jagen. In de Middeleeuwen werd gedacht dat bijvoet de duivel op afstand hield. Genoeg redenen om een leuke link te maken tussen de bijvoet en vroegere tijden: Het Bijvoetpad , een rondwandeling over de Drentse Hondsrug vanaf het Hunebedcentrum in Borger.

Meer info over de bijvoet vind je hier:

- Over de plant zelf met veel foto’s 

- Over smaak en geur 

-De geneeskrachtige eigenschappen van bijvoet

 

Posted in Flora | Tagged , | Leave a comment

Feestje biodiversiteit op Landgoed Linde

Poel en hooilandje op Landgoed Linde

Door Landgoed Linde lopen graspaden waar je een prachtige wandeling kunt maken. Je bent er vaak alleen, druk is het er nooit, de geluiden die je er hoort zijn die van het platteland. Het meest voorkomende geluid heet stilte. De meeste paadjes voeren je door jonge bossen en langs grazige weiden,  maar zo nu en dan kom je op een verrassende plek. Aan de zuidoostelijke rand van het landgoed bijvoorbeeld passeer je twee vennetjes. Misschien moet je hier eerder spreken van poelen. Naast de grootste plas ligt nog een natte laagte, een soort hooilandje.

Sint-jans vlinder op knoopkruid

Variatie aan planten en insecten 

Wat een variatie aan planten op deze plek ! De randen langs het graspad worden gedomineerd door knoopkruid. Veel planten zijn al uitgebloeid, maar honderden andere lila bloemen, in Salland worden ze ook wel speldenkussentje genoemd, steken boven het gras uit. Wat opvalt is dat knoopkruid veel door insecten wordt bezocht. Ik zie al gauw de atalanta, het bruine zandoogje, het hooibeestje, Sint-Jansvlinder en de citroenvlinder van bloem naar bloem fladderen. De gele bloemen van de grote wederik, het Jacob kruiskruid en het Sint-Janskruid vallen

Grote pimpernel

natuurlijk direct op.  Vooral het door boeren zo verfoeide Jacobs kruiskruid is bij bijen, zweefvliegen en kevers erg populair. Wat minder opvallend tussen het gras de stijve ogentroost en de gewone brunel. Bijzonder is de grote pimpernel. De langgerekte stelen met de roodbruine bloemen zijn prachtig om te zien. De plant is vrij zeldzaam, in het Reestdal kun je ze vooral vinden in de benedenloop, in de buurt van Meppel. In de natte laagte bloeit de dopheide en is tormentil massaal aanwezig. Hier en daar laat de wilde peen zich zien. Misschien zijn de bloemen van de felgekleurde steenanjers wel de grootste “publiekstrekkers” in dit prachtige terreintje. Vrij zeldzaam en een echte plant van de zandgronden, al zou je dat aan de naam niet aflezen.

Oever met moeraswolfsklauw, zonnedauw en tormentil

Oever

In het water van de grote poel bloeien rode waterlelies, maar mijn aandacht gaat uit naar de zanderige oevers. Ideale plekken voor amfibieën om in de eerste zonnewarmte wat op temperatuur te komen. En natuurlijk voor de pioniers onder de planten. Lang zoeken is

In de poel drijven waterlelies

niet nodig, de ronde zonnedauw staat er bij tientallen. En ja hoor, de moeraswolfsklauw is ook present. Vaak zie je deze twee op vochtige kale plekken bij elkaar staan. Ze mogen maar tijdelijk van hun plekje genieten, want de successie in de natuur is niet tegen te houden. Na verloop van tijd wordt de locatie ingenomen door andere planten ( dopheide bijvoorbeeld) en dan verdwijnen ze.

Beheer 

De eigenaar van het landgoed doet zijn dagelijkse rondje en we komen aan de praat. Landgoed  Linde was eerste landbouwgrond en in 2003 omgezet in nieuwe natuur. Dat kon toen dankzij een voor agrariërs aantrekkelijke landgoedregeling. Je kunt je niet voorstellen dat in een periode van nog geen twintig jaar gras-en maisland kunnen veranderen in een prachtig afwisselend landschap met een boomgaard, hooilandjes, poelen en gemengd loofbos. De hooilandjes/natte laagtes worden in de nazomer gemaaid. Het maaisel wordt afgevoerd om de bodem te verschralen.

Landgoed Linde. Bij de pijl de poeltjes en het hooilandje

Meer landgoederen

Naast Landgoed Linde, vind je in de bovenloop/middenloop van het Reestdal nog meer nieuwe landgoederen: Nolderhoeve, De Steenen Pijp en  het Katiger Bos. Alemaal voormalig landbouwgebied en inmiddels uitgegroeid tot prachtige wandelgebieden met vaak verrassende natuur.

Posted in De mooiste plekjes | Tagged , , | Leave a comment

De vuilboom is een insectenmagneet

Vuilboom: tak met bloemen en bessen

Hommels, zweefvliegen, bijen, wantsen, mieren, het vliegt, kruipt, springt en dwarrelt de hele dag door. Van tak naar tak, Van bloem naar bloem. Als een magneet trekt de vuilboom allerlei soorten insecten aan. Pas als je de boom van dichtbij bekijkt snap je waarom. Dit verhaal gaat over een boom, die eigenlijk in elke tuin zou moeten staan. Bij de massa niet bekend.  Dat is jammer en dat zou moeten veranderen. Dit artikel maakt duidelijk waarom.

De kleine bloemen van de vuilbomen zitten in trosjes.

Onopvallend 

Een spectaculaire boom is het niet, de Rhamnus frangula. De vuilboom bloeit niet zo markant als de vlier, de krent of de meidoorn. Zo’n explosie van kleur en geur, nee daar doet ie niet aan. Bij deze boom is de bloei niet een proces van een paar dagen. Hier is niet het credo “Kort maar krachtig” , deze wat introverte boom smeert de bloeiperiode namelijk uit over de maanden mei tot en met september. Dat is best bijzonder, er zijn maar weinig bomen die zo lang bloeien. De kleine groenachtige en roomwitte bloemetjes staan in trossen. Is een bloem bestoven en bevrucht, dan vormt zich op die plek een bes. Ook apart: een boom/struik met bloemen en vruchten (bessen)  tegelijk aan dezelfde tak.

De bloemen van de vuilboom trekken veel insecten, zoals de smalle randwants

Makkelijke boom met grote biodiversiteit 

Veel eisen aan zijn omgeving stelt de vuilboom niet. Als er maar zonlicht is. Staat ie op een wat zure en vochtige plek, dan is het helemaal feest. Een vuilboom die je in de tuin zet  gaat je belonen met de bloei van honderden kleine bloemetjes en dat de hele zomer door. Ze produceren blijkbaar erg veel nectar en stuifmeel, want het gezoem is niet van de lucht.

Aardhommel op zoek naar nectar.

Ik sta nog wel eens een uurtje ( met camera en macrolens) bij een vuilboom te kijken en de toeloop van insecten is ongekend. Allerlei soorten bijen ( honingbij, blinde bij) hommels ( aardhommel, akkerhommel), wantsen ( de smalle randwants is prachtig om te zien)  zweefvliegen en mieren hebben vuilboom als onmisbare voedselbron. Nog even wat fotograferen betreft. Wat opvalt bij het gedrag van de naar stuifmeel en nectar zoekende insecten is dat ze zo’n klein nauwelijks geopend bloempje heel kort bezoeken. Even stilzitten voor de fotograaf is er niet bij. Vooral hommels kunnen er wat van. Om tureluurs van te

De honingbij weet de vuilboom ook wel te vinden. Echte vuilboomhoning is er niet.

worden! Ook wel logisch natuurlijk, het aanbod van al die minibloempjes mag dan wel erg groot zijn, veel voedsel zullen ze niet bevatten. Je moet er als insect dus honderden bij langs. Citroenvlinders zoeken niet de bloemen, maar de bladeren van de vuilboom op om er eitjes af te zetten. Voor deze vlindersoort is de vuilboom dus de waardplant.

Vuilboom in het landschap

Vroeger werd vuilboom geplant in houtwallen en heggen. Waarschijnlijk omdat men ontdekte dat ze na het afzetten ( houtwalbeheer) weer erg mooi gingen uitlopen. Het is ook een boom die het goed doet in de struiklaag van een (eiken) bos. Als de kronen van de boomlaag maar licht door laten. Kleine heideterreintjes die door bos worden omringd ( in de Haardennen of  in het bos van Rabbinge bijvoorbeeld) groeien zonder beheer dicht. Vooral met vuilboompjes. Vogels eten de bessen, poepen de niet verteerde pitjes uit en een nieuwe vuilboom is geboren. Op sommige plaatsen vind je in zo’n heideveldje honderden zaailingen! Dan komt een belangrijk element van natuurbeheer aan de oppervlakte: je

Door opslag van vuilboom groeide het dalletje bij het Spookmeer bijna dicht.

moet keuzes maken. Wat wil je in stand houden: de bloeiende kraai- en dopheide of kies je voor de ontwikkeling van bos ? Bij de kleinere omsloten heideveldjes is de keus niet moeilijk  en ook logisch. De vuilboom moet eruit ! In ieder geval de meesten. De heide moet blijven. Denk niet, dat je na het afzetten (knippen, zagen) van een vuilboomstruik van de spork ( zo wordt ie ook genoemd) af bent. Sterker nog, de vuilboom komt veel voller terug. Bij het opnieuw uitlopen maakt de struik een krans met erg veel takken. Een blijvertje dus met een sterk karakter.

Rijpe bessen van de vuilboom worden door vogels gegeten.

Wetenswaardigheden/links 

Online is er veel over de vuilboom te vinden. Hieronder staan wat informatieve links. Tijdens het zoeken van informatie kom je soms leuke dingen tegen. Wat voorbeelden:

- Een actie van imkers in België met als doel 100.000 vuilbomen te planten.

- Website met veel foto’s van bladeren bessen, takken en stam

- Hoe komt de vuilboom aan die naam ?

- De geneeskracht van de vuilboom.

 

 

 

 

 

Posted in Flora | Tagged , , | Leave a comment

Meer bloemrijke akkerranden, minder spuiten

Steeds vaker kom je ze tegen : ruige en/of bloemrijke akkerranden. Stroken en randen, ingezaaid met onze eigen inheemse korenbloem, boekweit, kamille, ganzenbloem, klaproos en bolderik. Een akkerrand in bloei is een prachtig gezicht. Veel mensen genieten er van.  Tegenwoordig zijn het niet alleen natuurgebieden waar je ingezaaide stroken langs akkers ziet. Ook particulieren zaaien vaker bloemrijke mengsels in, steeds meer agrariërs doen het ook. Vooral voor deze laatste groep kunnen bloemrijke akkerranden veel voordeel opleveren. Het gaat dan niet alleen over biodiversiteit, maar over het verminderen of stoppen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, met name de insecticiden, de insectendoders. Een onderzoek, deze week verschenen in de media, maakt dit duidelijk.

Dagblad Trouw 28 juni 2021

Ook natuurlijke vijanden spuit je dood 

Het gaat om een onderzoek uitgevoerd door het instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica van de Universiteit Amsterdam.( IBED) Het onderzoek zet grote vraagtekens bij het nut van insecticiden in de landbouw. Het gif doodt naast de schadelijke bedreigers (plaaginsecten) van de oogst namelijk ook de natuurlijke vijanden van de luizen, kevers en rupsen. De plaagsoort profiteert daar dan een poosje later weer van. Eerst lijkt het effect van het gif te werken, maar al gauw nemen de schadelijke insecten weer in aantal toe. Oorzaak: Hun natuurlijke vijanden zijn verdwenen. De plaag herstelt zich sneller dan de vijand. Nog een keer spuiten ? De onderzoekers komen met een belangrijke aanbeveling:  “Het is zinvol geen insecticiden te gebruiken, maar natuurlijke vijanden te stimuleren, bijvoorbeeld door de aanleg van bloemrijke akkerranden”

Meer bloemrijke akkerranden kan bijdragen tot minder spuiten

In 2019 kwam de UvA al met gegevens uit een onderzoek in de Hoeksche Waard.

Monitoring insecten in bloemrijke akkerranden Den Westerhuis Reestdal 

Zweefvlieg op boekweit

In de zomermaanden van 2020 inventariseerde de natuurwerkgroep de Reest de insectenwereld in een aantal bloemrijke akkerranden op Den Westerhuis. De monitoring werd voor het eerst gedaan. Dit jaar 2021 krijgt de inventarisatie een vervolg. In de ingezaaide akkerranden werden vorige zomermaanden de volgende insectensoorten waargenomen:

 

Vlinders

bruin zandoogje                 lieveling                    citroenvlinder                      variabele grasmot

Dagpauwoog                      wortelmot                  gamma-uil                          zwartsprietdikkopje

gewone grasmot                 landkaartje               groot dikkopje                    koolmotje

kamillevlinder                     koevinkje                 klein geaderd witje            kleine vuurvlinder

kleine wortelhoutspanner

Akkerrand als insectenparadijs

Torren en wantsen                                                    

eikenbladrolkever                            aardappelprachtblindwants

gewone distelboktor                        bessenschildwants

groene distelsnuitkever                  koolschildwants

Hemicrepidius niger (kniptor)      zuidelijke schildwants

kleine roodweekschild                     zuringrandwants

koperkleurige kniptor                      muisgrijze kniptor

lieveheersbeestje is natuurlijke vijand voor bladluizen

rozentor

zestienstippelig  lieveheersbeestje

zevenstippelig lieveheersbeestje

zwart soldaatje

zwartpoot soldaatje

 

Vliegen                                                       

bandzweefvlieg

Dambordvlieg

Dexia rustica

pendelvlieg

groene vleesvlieg

grote dansvlieg

grote kommazweefvlieg

grote langlijf

langlijfje

roodbaardroofvlieg

siphona (sluipvlieg)

snorzweefvlieg

terrasjeskommazweefvlieg

Tipula vernalis

Zophomyia temula

Bijen, hommels en wespen 

steenhommel

aardhommel

blinde bij

Duitse wesp

gewone honingbij

pluimvoetbij

honingbij

Natuurlijke vijanden 

Bij deze waargenomen soorten zitten veel insecten waar een landbouwer of fruitteler wel heel erg blij van moet worden. Een paar voorbeelden: lieveheerbeestjes eten bladluizen,

Pyjamawantsen vind je vooral op schermbloemigen

schildwantsen maken korte metten met rupsen, luizen en trips. Van een aantal loopkeversoorten is bekend dat ze veel plaaginsecten eten. Larven van zweefvliegen vullen hun maag met bladluizen. Oorwormen zijn vooral planteneters, maar eten ook rupsen, luizen en allerlei maden. Deze natuurlijke vijanden zijn vrienden van de boer. Alleen niet elke agrariër kent ze. Als een gewas (vaak preventief) wordt bespoten gaan deze soorten dus ook allemaal dood.

Wat te doen ? 

Het is mogelijk, dat het gebruik van een gewasbeschermingsmiddel noodzakelijk blijft, maar liever niet. Met de aanleg van verruigde bloemrijke randen, stroken en overhoekjes stimuleer je de ontwikkeling van een diverse insectenwereld. Natuurlijk zitten daar plaagsoorten in. Maar als uit allerlei onderzoeken blijkt, dat natuurlijke vijanden de schadelijke insecten in toom kunnen houden, waarom zou je dit niet doen ? De

Bermen worden minder vaak gemaaid.

biodiversiteit in het agrarisch landschap krijgt ook nog een steuntje in de rug omdat gemeenten, provincies en waterschappen steeds vaker kiezen voor ecologisch bermbeheer. Het Nederlandse landschap moet veel meer verruigen. Vergroenen wordt dit ook genoemd. Natuur moet veel meer onderdeel worden van de agrarische bedrijfsvoering. Bermen moeten minder gemaaid. Tegeltuinen veranderen in groene oases met plantenborders en bomen die schaduw geven.

De overheid en de EU lossen dit probleem niet op. Jij/U kunt veel meer doen.

Als het allemaal van onze eigen overheid of van de EU moet komen, komen we nauwelijks een stap verder. Veel gepraat, er wordt gesmeten met geld (subsidies die nauwelijks resultaat opleveren) en er worden allerlei compromissen gesloten die geen enkel effect hebben. De omslag

Europees logo biologische voedingsmiddelen

moet komen bij de boer zelf. Die moet het willen en het nut er van inzien. Die boeren zijn er al en er komen steeds meer, agrariërs die meer plezier uit hun mooie werkhalen, als ze kiezen voor meer natuur op hun bedrijf. De boer moet wel geprikkeld worden. De grootste invloed ligt namelijk bij de consument. Jij, U, ik dus. Als bijvoorbeeld alle liefhebbers van zuivel kiezen voor biologische melk, karnemelk en yoghurt, stimuleren ze de opkomst van de biologische veehouderij. Deze bedrijven zijn nog ver in de minderheid ( ongeveer 4%) van het totale aanbod aan

De consument heeft wat te kiezen

zuivel. Het verschil in prijs tussen de “gewone” melk en de biologische is te verwaarlozen. Supermarkt PLUS verkoopt binnenkort alleen nog maar biologische zuivel afkomstig van bedrijven met kruidenrijke graslanden, koeien in de wei, kunstmest wordt niet gebruikt, gewasbescherming al helemaal niet. De prijs is gelijk aan de melk uit de reguliere landbouw. Gaat het nu dan echt veranderen ?

 

 

 

 

 

Posted in Akkerbouw, Algemeen | Tagged | Leave a comment

Zes granen en ruige bloemrijke akkerranden op Den Westerhuis

Graspad tussen de granen van Den Westerhuis

We eten speltkoeken, roggebrood, tarwezemelen en havermout. Bakken misschien pannenkoeken van boekweitmeel en drinken bier gemaakt van gerst. Maar…. wie kent de bronnen ? Anders gezegd: wie weet hoe al deze (oude) granen groeien en bloeien, hoe je ze kunt herkennen,  wat het eindproduct is en wat we daar zoal mee doen? Om dit allemaal te ontdekken, maar vooral om te genieten van al die verschillende granen in combinatie met de mooiste akkerkruiden, moet je in het Reestdal gaan kijken op Den Westerhuis.

Klaprozen in de akkerrand

Samen 

Vanaf de begraafplaats van Oud-Avereest naar buurtschap Den Westerhuis loopt een smal graspad tussen twee hoog gelegen essen (akkers). Je loopt tussen de winterrogge en de korenbloemen door. Klaprozen, kamille en andere kruiden bloeien in de ruige akkerranden. Maar er is meer. Sinds 2010 werken natuurwerkgroep de Reest en Landschap Overijssel samen in het project “Granen, akkerranden en natuurakkers”. LO levert de granen, de natuurwerkgroep investeert in akkerkruidenmensgels. LO bewerkt de grond, nwg de Reest maakt en plaatst infopaneeltjes en zaait de stroken in najaar en voorjaar op ambachtelijke wijze ( met de zaaikorf) in. Strokenteelt. Het woord is gevallen. Staat volledig haaks op de moderne grootschalige akkerbouw van nu. Wat zien we ? De belangstelling voor deze manier van gewassen telen neemt toe.  De biodiversiteit in het agrarisch zal toenemen. Gewassen worden minder kwetsbaar. Hier op Den Westerhuis worden de granen ieder jaar in stroken gezaaid. De granen worden niet geoogst. In de winter mogen vogels en zoogdieren de zaden opeten.

Strokenteelt: boekweit gezaaid tussen winterrogge en zomertarwe

Welke granen ?

Het grootste deel van de beide essen in door Landschap Overijssel ingezaaid met winterrogge. Dit graan wordt altijd in oktober gezaaid. Een groot deel van de oostelijke es is verdeeld in zes lange stroken van ongeveer 15 meter breed. De es grenst aan een houtsingel.

Emmertarwe

In oktober 2020 zaaiden vrijwilligers van de natuurwerkgroep de Reest emmertarwe in. Dit wintergraan is nieuw in het project. Onder normale omstandigheden wordt in het najaar spelt gezaaid, maar het zaaigoed van dit graan was afgelopen najaar moeilijk verkrijgbaar.

In april 2021 was het de beurt aan de zomergranen zomergerst, zomertarwe en haver. Later, in mei 2021 , met afnemende kansen op nachtvorst,  werd boekweit gezaaid. In die zelfde periode werd de rand tussen de es en de houtsingel ingezaaid met een mengsel van akkerkruiden. Akkerranden uit de projecten van 2020 en 2019 mogen zich blijven ontwikkelen.

Korenbloemen in de winterrogge

 

Posted in Flora, kleinschalig landschap, Landbouwgewassen in het Reestdal | Leave a comment

De gekraagde roodstaart: tropische parel uit onze eigen avifauna

Gekraagde roodstaart mannetje

Laat iemand ( het liefst een persoon die geen mus van een merel kan onderscheiden)  uit je familie-of kennissenkring een foto van een gekraagde roodstaart zien en je krijgt reacties als ” Wat een mooie tropische vogel” of  “Wat ? Komt ie in ons land voor ? Zo’n mooie vogel?”. Dan denk ik, dan hebben ze de goudvink, de gele kwikstaart en de ijsvogel ook  nooit gezien. Een vogelgids telt al gauw zo’n 300 vogelsoorten die je in Nederland tegen kunt komen en die zijn lang niet allemaal bruin of grijs. Soms knallen de kleuren je tegemoet. Zoals bij de gekraagde roodstaart, een vogeltje dat je niet meer vergeet als je hem ( vooral hij!) hebt gezien. Een ode aan de GK is hier op zijn plaats !

Het vrouwtje gekraagde roodstaart

Rode staart

De naam zegt het al: deze prachtige vogel heeft een rode staart. Allebei, man en vrouw, zijn te herkennen aan hun oranje-rode staart. Hij zit mooier in de kleuren dan zij, maar dat is in de vogelwereld geen uitzondering. Daar doet niemand in die kringen moeilijk over. Ook overdreven machogedrag is volledig geaccepteerd. Sterker nog, de dames lijken er behoorlijk  van te genieten. Denk nu niet, dat hij alleen maar de stoere jongen uithangt en al het andere aan “de vrouw” overlaat. Dat blijkt niet zo te zijn.

Zorgzaam mannetje

Ik heb een aantal dagen een paartje gekraagde roodstaarten met jongen geobserveerd.  De eitjes werden gelegd in een typische roodstaartkast. Zo’n nestkast heeft niet een gewone ronde vliegopening met een doorsnede van ongeveer 30 mm, nee de vliegopening is lang en smal. Opgemerkt moet worden, dat de GK ook wel  in “gewone” kasten wil broeden. Dit

nestkast met langwerpige opening is favoriet

paartje echter neemt daar geen genoegen mee. Tijdens het broeden laat het vrouwtje zich niet zien.  Dat lijkt logisch. Het mannetje daarentegen vliegt rondom de nestkast van tak naar tak en van paal naar paal. Bang is ie niet, hij laat zich vaak van korte afstand bekijken. Als de jongen uit zijn, zie je beide ouders natuurlijk af- en aanvliegen, maar wat opvalt is dat zo’n 70% van de voerdervluchten door het mannetje wordt gedaan. Vooral in het begin van de voerperiode laat zij zich heel weinig zien. De zorg voor de jongen wordt dan vooral door het mannetje gedaan. Heeft zij na het broeden een aantal dagen zorgverlof ? Het zou kunnen, broeden kost misschien weinig energie, maar gezond en gevarieerd eten is er waarschijnlijk een poosje niet bij. Later, als de jongen wat groter zijn en meer voedsel nodig hebben zie je allebei druk in de weer. Het duurt ongeveer 14 dagen voordat de jongen uitvliegen. Die stuiteren dan alle kanten op, verstoppen zich in struweel en worden nog een poosje gevoerd. Veel paartjes beginnen daarna aan een tweede broedsel.

Biotoop gekraagde roodstaart

Wil je ook zo’n mooie vogel in je tuin of op je erf ? 

Interesse ? Maar je hebt een tegeltuin ? Meer dan een verdwaalde steenloper zul je in die tuin niet tegenkomen. ( een steenloper overigens ook niet). Om een gekraagde roodstaart in de buurt van je huis te krijgen moet de omgeving wel aan een aantal voorwaarden

uitgevlogen jonge gekraagde roodstaart verstopt zich

voldoen. Om een paar voorbeelden te noemen: de aanwezigheid van een bosrand of houtwal, knoestige of oude boomstammen, kruidenrijke plantenborders, stukje kale bodem, oude fruitbomen, een tuinhuisje, een hokje met brandhout, een takkenril. Een gekraagde roodstaart moet er voldoende insecten vinden, maar ook veiligheid. Oude monumentale boerderijen met een oude boomgaard, ze zijn in het Reestdal gelukkig nog aanwezig, zijn prachtige plekken voor een paartje gekraagde roodstaart. Oude bossen met kronkelige verweerde grove dennen zijn onder de GK’s ook populair. Vaak wordt dan gebroed in oude spechtengaten.

Meer weten over deze prachtige vogel?

-Vogelbescherming Nederland geeft veel algemene info over de GK

-Sovon over de cijfers. Meten is tenslotte weten.

- De GK op Waarneming.nl 

 

Posted in Fauna | Tagged , | Leave a comment

De dames zorgen voor de kleur : veldzuring

Hooiland rood van de veldzuring

“Als deze plant bloeit doet het mij elk jaar weer herinneren aan de avondvierdaagse die ik vroeger liep. Al kauwend en sabbelend op de stengel van veldzuring vervolgden we onze weg!“  Zo maar een reactie van iemand op een foto van een rood gekleurd grasland. Sabbelen op zo’n zuringstengel, wie doet dat nog ? Net als het toevoegen van vitamine C-rijke zuringblaadjes aan een salade. Ook vrij onbekend. Het wordt tijd om de wetenswaardigheden rondom de veldzuring eens uit de vergetelheid te halen.

vrouwelijke bloem veldzuring

De vrouwen zijn dominant 

De volgende info moet een feministe goed doen. Veldzuring is tweehuizig. Er zijn vrouwelijke en mannelijke planten. De vrouwelijke planten hebben bloemetjes met stempels, de mannelijke planten hebben meeldraden en maken veel stuifmeel aan. Niks bijzonders, komt bij heel veel andere planten voor. Maar nu komt het. In een weiland vol met veldzuring overheersen de dames. Ze komen niet alleen massaal voor, ze zijn ook veel groter dan de heren. Een grasland met veldzuring is een vrouwenmaatschappij. Net als een bijenkast. De mannen fors in de minderheid, ze mogen een rolletje spelen tijdens het

mannelijke plant veldzuring

bestuiven/bevruchten, maar dan heb je het ook wel gehad. Het zijn de dames die het weiland kleur geven. De rode kleur wordt veroorzaakt door de rode vruchtjes aan de vrouwelijke plant. Als ze rijp zijn worden ze minder kleurrijk en vallen af.

Matig bemest land 

In de natte en schrale hooilanden langs de Reest komt de veldzuring niet massaal voor. De bodem is te arm. Op zwaar bemest grasland hetzelfde verhaal. Nee, veldzuring houdt veel meer van matig bemest grasland. Het liefst niet te nat en niet te zuur. Behalve in grasland voelt de plant zich ook thuis in wegbermen, op kapvlakten, op oevers van beken, rivieren en kanalen. De veldzuring komt in alle provincies voor. Kritisch kun je plant niet noemen. Dat de veldzuring het zo goed doet in ons land komt ook door de stikstofdeeltjes die jaarrond de bodem verrijken.

Meer weten over veldzuring ?

Op waarneming.nl lees je dat de plant vrijwel overal voorkomt.

Info over de plant op Flora van Nederland

Over Veldzuring en gezondheid

Een recept met veldzuring

 

Posted in Flora | Leave a comment

Zes keer stroomde de Reest door het oog van de naald deel 2

Reestdal Den Huizen

De Reest bedreigd. Een overzicht

Even voor de duidelijkheid. De Reest stroomt als vanouds door een prachtig kleinschalig landschap zoals je dat in ons land bijna niet meer aantreft. De beek vormt de grens tussen de provincies Drenthe en Overijssel. Over de toekomst van de Reest werd aan beide zijden van die grens vaak verschillend gedacht. Zelfs binnen de provincies was er verdeeldheid.  Grensperikelen hebben op de achtergrond voortdurend een rol gespeeld. Het bleek uiteindelijk de redding van het beekdal.

Hoog water in het Reestdal. Meppel

Het eerste Reestplan ( 1839)

De kronkelende Reest zorgt bij veel neerslag voor veel wateroverlast. Er wordt behoorlijk over geklaagd. Het is ook niet leuk als het hooi richting Meppel wegdrijft ! Op advies van de provincie Drenthe doet ir. A.Kommers onderzoek en komt met een advies: er moet een kanaal komen van De Steenen Pijp tot aan Zwartsluis. Een groot aantal bochten in de Reest moeten worden afgesneden en de beek moet dieper en breder worden gemaakt. Het komt er niet van. Er is geen geld en de boeren in de regio Rouveen willen geen kanaal door hun land.

Reestdal ter hoogte bij De Steenen Pijp

Het tweede Reestplan ( 1896)

De waterhuishouding in Drenthe is er omstreeks 1880 slecht aan toe. De provincie wil dit probleem aanpakken. Er wordt weer een ingenieur van stal gehaald. Jacob Petrus Havelaar komt met een plan van aanpak, maar wie die plannen moeten uitvoeren is niet duidelijk. Waterbeheer moet een zaak van de boeren blijven! Ingenieur Havelaar wordt minister van Waterstaat en geeft dan flink gas. De afwatering in Nederland moet verbeterd. Daar gaan de mooie beekjes. Ook de Reest staat op de nominatie. In 1896 is het plan klaar: 92 bochten moet eruit, de Reest wordt dan zes kilometer korter. Het water is dan sneller uit het Reestdal weg ! Zes nieuwe stuwen moeten in de beek worden aangelegd om in tijden van droogte toch nog wat water te kunnen vasthouden. Uiteindelijk gaat het plan niet door. Er is geen geld en het Rijk wil financieel niet bijspringen.

Rond 1900 meandert de Reest ongeschonden tussen de Bloemberg en Groot Oever

Het derde Reestplan (1924)

Weer veel klachten. Het Reestdal is te nat om goed te kunnen boeren. Is daar nou niets aan te doen ? Niet alleen het Reestdal kent regelmatig wateroverlast. Ook andere beekdalen in Drenthe kampen er mee. De provincie besluit tot daden over te gaan. Rond 1920 wordt het Drentse Rivierenbureau opgericht. Centrale figuur is ir. Ferdinandus Pieter Mesu. Hij heeft grote plannen met Drenthe. Tien beekdalsystemen moeten grondig

Veel beekdalsystemen werden gekanaliseerd en verkaveld, zoals Het Oude Diep

worden aangepakt. Voor de Reest betekent dat 111 bochtafsnijdingen en op een aantal plekken moet de beek kades krijgen. Bijna zeven kilometer korter wordt de Reest als het plan klaar is. Verder moet het stroomgebied van de Reest door allerlei afkoppelingen kleiner gemaakt worden. In de landbouw breekt in die tijd een crisis uit. De situatie wordt er niet makkelijker op. Veel landeigenaren zien al die plannen niet zitten. Als Mesu dan ook nog voorstelt om een ontwateringsbelasting in te voeren wordt dit massaal weggestemd. Veel draagkracht is er niet langs de Reest. Het derde plan gaat de lade in.

Het vierde Reestplan (1938)

Na enorme regenval in de zomer van 1936 komt de problematiek van de Reest weer eens op de agenda. Vanuit een werkgroep van zes burgemeesters krijgt de Nederlandse

Tegenwoordig wordt de Reest machinaal opgeschoond.

Heidemaatschappij de opdracht een plan te maken. En dat komt er. Geen geluiden meer over bochtafsnijdingen en stuwen. De Reest moet met handkracht worden opgeschoond. De bagger kan over de Reestlanden worden gestort om de landerijen op te hogen en te verbeteren. Meer dan 100 kilometer aan sloten worden onder handen genomen. Werkverschaffing voor tweehonderd arbeiders over de periode van twee jaar. Mooi project in de crisisjaren ! Maar dan…. Dan breekt de oorlog uit en komt er niets meer van het baggeren.

Steeds meer mensen zagen de schoonheid van het Reestdal. Dit moest zo blijven !

Het vijfde Reestplan (1958)

Weer krijgt de Heidemaatschappij een nieuwe opdracht. De landbouwkundige omstandigheden in het Reestdal moeten worden verbeterd. In feite is dit plan een verbeterde versie van de vorige. Maar over het normaliseren van beken wordt inmiddels anders gedacht. Landbouwbelangen boven natuurbelangen is geen automatisme meer. Tijden veranderen en de invloed van natuurbeschermingsorganisaties wordt steeds groter.

Landgoed Dickninge: parel aan de Reest

Een Drents Bekenrapport vermeldt unieke natuurwaarden rond Dickninge en De Wildenberg. Gebieden met een wettelijke meldingsplicht in geval van werkzaamheden. Er wordt weer geruzied tussen de twee provinciale waterstaten. Een deel van het Reestwater afkoppelen richting Ommerkanaal en Hoogeveensche Vaart is ook een mogelijkheid volgens de Provinciale Waterstaat Overijssel. Is dat gebagger in de benedenloop dan nog wel nodig ? Kort samengevat : ook dit plan wordt niet uitgevoerd en de kans op nieuwe aanvallen op het unieke Reestdal wordt steeds kleiner. Steeds meer mensen ontdekken dat het beekdal van de Reest bijna het enige ongeschonden gebleven beekdal in ons land is en daarom bewaard moet blijven.

Reestvervangende Leiding

Reestvervangende Leiding eind jaren ’60 

Het normaliseren van de Reest ging dus niet door. Dat zag inmiddels iedereen wel.  Maar vanuit de agrarische hoek werd nog steeds geklaagd over te natte gronden. De oplossing zag men in het graven van een brede afwateringssloot die de titel “Reestvervangende Leiding” kreeg. De watergang, die min of meer parallel aan de Reest liep, moest snel veel water kunnen afvoeren, water dat eerder in het beekdal van de Reest terecht kwam. Het stroomgebied van de Reest kreeg hierdoor een veel kleiner oppervlakte. Uiteindelijk werd dat ongeveer 5000 ha. Het stroomgebied was ooit meer dan 30.000 ha. Dat het Reestdal langzaam verdroogde, je kon er op wachten. De Reestvervangende Leiding voert water af vanaf de bovenloop van de Reest tot aan de Hoogeveensche Vaart.

Het zesde Reestplan ( 1984)

In dit plan draait het om een waterhuishoudingsplan voor het Reestdal. Men denkt aan onderhoudsstroken langs de Reest voor machinaal onderhoud. Drie aan de Reest gekoppelde leidingen moeten zorgen voor een betere waterbeheersing. Maar er speelt meer. De gronden aan de Reest zijn inmiddels ingedeeld in beheersgebieden en

Op Takkenhoogte werd landbouwgrond succesvol omgezet in natuur

reservaten. ( Relatienota sinds 1974) Boeren krijgen een vergoeding als ze zich in een overeenkomst aan bepaalde afspraken houden. ( bijvoorbeeld geen kunstmest gebruiken, of later maaien). Ze krijgen ook de kans om op vrijwillige basis land te verkopen aan natuurbeschermingsorganisaties. Het wordt steeds lastiger om een afspraak te maken waar iedereen zich in kan vinden. Meer dan twintig (!) instanties zitten aan tafel als er overleg over de toekomst van het Reestdal plaats vindt. Uiteindelijk sneuvelt het Waterhuishoudingsplan in 1989 bij de Raad van State.

Aanleg drempel in de Reest bij Rabbinge/Den Kaat 2014 "Water op maat"

En nu ?

Het beekje de Reest wordt nu gekoesterd en bemind. Begrippen als normalisatie en waterafvoer zijn vervangen door vernatting, hermeanderen, natuurherstel, klimaataanpak, waterberging,  verontdiepen en biodiversiteit. Veel beken krijgen hun oude historische kronkels weer terug, al komt de situatie van 1000 jaar geleden natuurlijk nooit weer terug. De Reest had haar meanders nog, maar kreeg in 2015 een belangrijke up-date : het project Water op maat. Doel: verdroging van het beekdal tegengaan. Veel land grenzend aan de beek is in beheer bij de twee provinciale landschappen, Landschap Overijssel en Het Drentse Landschap. Hopelijk gaat het verwerven van gronden de komende jaren door. Pas als alle agrarische belangen in het Reestdal ondergeschikt zijn aan het verder ontwikkelen van natuurwaarden kan het beekdal uitgroeien tot wat men noemt “robuuste natuur”.

Waterberging bovenloop Reest bij Drogteropslagen.

Voor dit artikel heb ik de volgende bronnen gebruikt:

- Lezing van Bernhard Hanskamp op 24 februari 2018

- Ruilverkavelen Rond Zuidwolde – Bernhard Hanskamp en Hans Dekker

- Beelden van een beek- de Reest uitgave Het Drentse Landschap

- Hoogveen de Reest vaak bedreigd- Willem Wind ( Historische Vereniging Avereest)

 

Posted in De Reest | Tagged | 1 Comment