Welkom, wouw!

rode wouw boven Reestdal juni 2017

Vorig jaar meldde ik op deze website dat boven het Reestdal regelmatig overvliegende rode wouwen te zien waren. Van een broedgeval was niets bekend. Waarschijnlijk ging het om zwervende exemplaren. Ik kon er in ieder geval één aardig goed fotograferen. Nu zijn we een jaartje verder en wat meldde RTV Drenthe afgelopen week ? De wouw is met zekerheid terug in Drenthe als broedgeval.  In drie nesten werden jongen aangetroffen en geringd. Twee nesten in het Reestdal. Waar ? Dat werd natuurlijk niet vermeld. RTV Drenthe maakte van het ringen van drie volgroeide jongen een leuke reportage. Zie Facebookpagina Het Drentse Landschap.  Even doorscrollen.

Geplaatst in Fauna | Getagd | Een reactie plaatsen

De grauwe klauwier is niet grauw deel 2 : veelzijdig menu

grauwe klauwier nestelt vaak in braamstruiken

In het kleine bloeiende braamstruikje zit het nest. Diep verborgen in een wirwar van stekelige takken wachten de jonge klauwiertjes op eten. Hoeveel het er zijn ? Ik weet het niet en ik wil het niet weten ook. Op gepaste afstand ga ik op mijn krukje zitten, sla het camouflagenet om me heen en wacht af. Bij grauwe klauwieren hoef je nooit lang geduld te hebben. Die vliegen namelijk af en aan. Vooral het mannetje is erg actief. Het gedrag is na een poosje kijken nogal voorspelbaar. De klauwier komt aanvliegen met een prooi in zijn bek, gaat in de top van een berkenboom zitten, blijft een poosje om zich heen kijken en vliegt dan naar de plek van het nest. Verdwijnt met prooi in de struik en is gauw weer gevlogen.

Prooidieren

Grauwe klauwieren zijn typische zichtjagers. Een goed uitzichtpunt is erg belangrijk. Grote vlaktes zonder bomen en struiken zijn voor klauwieren niet aantrekkelijk. Vanaf zo´n uitkijkpost loert de klauwier op prooien als vlinders, libellen e.d. maar ook zijn vijanden sperwer en havik houdt ie goed in de gaten. Draden, boomtoppen, paaltjes e.d , daar houden grauwe klauwieren van. In het gebied moeten nog twee andere voorwaarden aanwezig zijn: struweel voor het bouwen van een nest en een groot voedselaanbod. Wat dat voedsel betreft moet de grauwe klauwier leven met het vooroordeel dat hij een moordenaar is van muizen, jonge vogels, hagedissen en kikkers. Het grootste deel van zijn voedsel bestaat echter uit grote insecten, spinnen en rupsen. Het is erg sensationeel om een klauwier met een hagedis of kleine adder in de bek te zien, maar in verreweg de meeste gevallen komt de vogel aan met een insect in zijn haaksnavel. Bovendien, komt een klauwier vaak aanvliegen met een hagedis, dan zijn die er ook veel ! De vogel is een opportunist, hij pakt gewoon wat hem voor de bek komt.  In bepaalde natuurgebieden kruipen veel meer reptielen en amfibieën rond dan je denkt. Een adderonderzoeker schat het aantal adders in het Dwingelderveld  op duizenden exemplaren !!! Zie uitzending Vroege vogels van 1 juni 2018

grauwe klauwier met libelle

Maar één prooi tegelijk 

Op zoek naar prooi en dan met een volle krop terug naar het nest is er niet bij. Grauwe klauwieren nemen maar één prooi tegelijk mee naar het nest. Anders kunnen ze niet.  Met hun relatief kleine zangvogelpootjes kunnen ze geen prooi pakken en meenemen. Dat betekent dus veel heen en weer vliegen en een druk bestaan. De ene keer terugkomen met een kleine rups, de andere keer met een grote dikke mestkever. Prooien worden vaak  in de buurt van het nestterritorium gevangen. Ik zag het mannetje vanaf zijn uitkijkpost een  insect uit de lucht pikken. Een duik naar de grond komt ook vaak voor. De vegetatie moet dan niet te hoog zijn. Dit gaat met zo´n enorme snelheid, voordat je het weet is zo´n actie weer voorbij. Soms is de klauwier onnavolgbaar. Je ziet hem wegvliegen naar links en tien seconden later komt ie vanaf rechts weer binnenzeilen. Soms denk ik, dat twee mannetjes  de jongen voeren.

Als de jongen groter worden verandert de prooikeuze 

Nadat de eieren zijn uitgekomen ontwikkelen de jongen zich in ongeveer 14 dagen tot

vrouwtje grauwe klauwier met prooi

vliegklare vogels. Onderzoek heeft aangetoond, dat gedurende de nestperiode de ouders het voedselaanbod voor de jongen aanpassen. In het begin, als de jongen nog erg klein en kwetsbaar zijn, zijn de prooien die door de ouders worden gevangen ook klein en bovendien vaak zacht. Rupsen, spinnen, vliegen en muggen vormen dan het basisvoedsel. Dat gaat veranderen als de jonge vogels ouder worden. In de tweede week bijvoorbeeld worden de prooidieren groter. Dan zie je de klauwieren aanvliegen met sprinkhanen, libellen, vlinders en ook muizen en hagedissen.

Een koud en nat voorjaar is funest

De jongen van de grauwe klauwier zijn in het voorjaar of vroege zomer kwetsbaar. Niet alleen voor predatie van kraai, vlaamse gaai, vos, havik of hermelijn, maar voor slechte weersomstandigheden. Bij koud en regenachtig weer zijn er bijna geen prooidieren actief. Als er geen voedselvoorraad is aangelegd moeten de ouders op zoek naar alternatieve prooien. Dan staan er vooral regenwormen op het menu. Dit voorjaar is voor de grauwe klauwier een topseizoen. Veel zon, veel hoge temperaturen, dus een prima aanbod van actieve insecten, spinnen, reptielen en amfibieën. Het jaar 2018 kon nog wel eens een prima jaar worden voor de populatie in ons land.

echtpaar grauwe klauwier op de uitkijk

 

 

Geplaatst in Fauna | Getagd , | Een reactie plaatsen

Even niet over het kerkbruggetje van Oud Avereest

kerkbruggetje wordt vervangen door een nieuwe

Het zat er al een poosje aan te komen, maar nu is het dan echt zover.  Het kerkvonder achter de Reestkerk van Oud Avereest is door de gemeente Hardenberg gecontroleerd en niet veilig bevonden. Verrassend was dit niet, want iedere wandelaar die van het bruggetje gebruik maakte kon wel zien dat het houtwerk niet meer in een geweldig

Oude eikenhouten paal was fundering voor oudere brug

conditie verkeerde. En nu ligt de brug er dus uit………..

Oud hout 

De nieuwe brug wordt gebouwd door aannemersbedrijf Poortman uit De Bloemberg. Twee werknemers zijn vanmorgen druk bezig. De brug wordt gebouwd van azobé hout met FSC keurmerk. De oude eikenpalen waarop de oude brug steunde werden niet vervangen, dat hout bleek niet aangetast.  Ook wel logisch, het hout bevindt zich onder water.  Wel laten de beide mannen nog een deel van de fundering van een nog oudere periode zien. De paal steekt boven water uit en is begroeid met gras. `Dit hout moet wel erg oud zijn`. Misschien nog van de eerste brug die hier gebouwd is ? Dan hebben we het wel over een drie, vier eeuwen terug.

Omleiding

Voor wandelaars zijn er nog twee andere wegen die naar Drenthe lopen en andersom. Vanaf infocentrum De Wheem is een alternatieve route via Den Westerhuis op kaart gebracht. De route is duidelijk aangegeven. Je kunt ook via Rabbinge aan de overkant van de Reest komen. Tegenover de basisschool van Oud/Avereest loopt een pad zo Drenthe in.  Vroeger zocht men ondiepe plekken in de Reest, zogenaamde voordes, om de overkant te bereiken.  Ook een optie.  Je kunt het ergens proberen, maar de kans dat je tot aan je middel in de venige bodem van de beek wegzakt is erg groot. Niet doen dus.

Even wachten tot 8 juni, dan is de brug klaar !

 

 

Geplaatst in Algemeen | Een reactie plaatsen

Onder de es ligt de laatste ijstijd

De natuurwerkgroep de Reest plaatst ieder voorjaar infopaneeltjes op mooie locaties in het Overijsselse deel van het Reestdal rondom Oud-Avereest. Op die paneeltjes vind je leuke wetenswaardigheden over o.a. landbouwgewassen, natuurakkers en bloemrijke akkerlanden. In het najaar worden ze weggehaald en in het voorjaar weer geplaatst. Dat neerzetten van zo’n paneel is een vrij zware klus. De poten moeten bijna een meter de grond in. Dat is dus graven geblazen.

Twee kleuren zand

Langs het graspad van de es tussen de begraafplaats van Oud-Avereest en Den Westerhuis heeft de werkgroep zes gewassen ingezaaid: spelt, zomertarwe, haver,zomergerst,boekweit en winterrogge. Bij elke strook worden in de komende weken paneeltjes geplaatst. Bij het graven moet je eerst door een laag donkere grond. Na ongeveer 80/90 centimeter gaat de kleur van het zand veranderen. Het wordt geel.  Vanwaar dat kleurverschil ?

infopaneeltjes plaatsen op Den Westerhuis

Dekzand 

Tijdens de laatste ijstijd, in het Weichselien, zo’n 20.000 jaar geleden, bestond het Nederlandse landschap uit koude steppe, toendra of zelfs poolwoestijn. Er was weinig begroeiing en er liepen grote zoogdieren zoals mammoeten rond. Doordat het Nederlandse landschap kaal was, konden fijne zanddeeltjes van bijvoorbeeld stuwwallen en uit rivierbeddingen worden geblazen. Vervolgens werd dit zand als een deken over grote delen van Nederland afgezet. Het dekzand vormt niet alleen een deken maar is ook terug te vinden in de vorm van langgerekte dekzandruggen en duinen.

Boerderij gebouwd op dekzandrug

Wonen en werken op de zandrug

Toen het Reestdal bewoners kreeg ( gebeurde pas in de middeleeuwen) was het beekdal een groot veenmoeras. Hier en daar staken zandruggen boven het veen uit. Op die verhogingen in het landschap probeerden de eerste boeren een bestaan op  te bouwen. Veel ruimte was er niet. Hooguit voor een paar gezinnen. De zandrug werd gebruikt als bouwland. Ieder jaar werd deze es bemest met plaggen en schapenmest. Bovenop het gele zand van de dekzandrug ontstond zo een donkere voedselrijke  bouwvoor. Eerst nog heel dun, maar gedurende de eeuwen natuurlijk steeds dikker. Inmiddels is deze bemeste en vruchtbare toplaag behoorlijk dik. Daaronder ligt nog steeds dat gele dekzand dat in de laatste ijstijd over ons land werd geblazen en in het oosten en midden van ons land dekzandruggen deed ontstaan.

bolvormige es in het Reestdal

 

Geplaatst in Landbouwgewassen in het Reestdal, Vroeger en nu | Een reactie plaatsen

Mei: veenpluis in volle bloei

Veenpluis bloeit bij de Meeuwenplas

Het veenpluis bloeit. Bij de Meeuwenplas aan de Nieuwe Dijk ( gemeente De Wolden) staat de plant massaal te pluizen op plekken waar je niet kunt komen. Daar groeit namelijk  veenmos en dat is verraderlijk spul. Je zakt er makkelijk in weg. Veenpluis wordt vaak in één adem genoemd met wollegras. De planten lijken wel wat op elkaar. Maar als je goed kijkt naar de bloeiwijze is het verschil makkelijk te zien. Veenpluis heeft meerdere

Veenpluis heeft meerdere aren

aren. Wollegras maar één. Een aar bestaat uit tientallen kleine bloemen.

Voedselarm 

Kijk naar de planten en je weet van alles over de bodem. Zo groeit veenpluis het liefst op natte voedselarme en wat zure plekken. Typische planten van het (hoog) veen dus. De plant kan ook goed tegen wisselende waterstanden.

Meer weten over veenpluis ?

Flora van  Nederland

Wilde planten in Nederland en België 

Floron verspreidingsatlas  

Geplaatst in Flora | Getagd | Een reactie plaatsen

De grauwe klauwier is niet grauw: deel 1

De grauwe klauwier is terug

Het woordje grauw  heeft een vrij negatieve lading. In onze taal wordt het in meerdere contexten gebruikt: askleurig, kleurloos, bleek, groezelig, mistroostig, niet goed schoon, enz.  In 2011 verscheen het boek “De grauwe klauwier- ambassadeur voor natuurherstel” .Een schitterend boek over een vrij onbekende maar erg fascinerende vogel. De naam grauwe klauwier  is niet goed gekozen. De vogel is allesbehalve kleurloos, mistroostig en groezelig. En helemaal grijs is ie ook niet ! Sterker nog: de kop van het mannetje heeft een zorro-achtig zwart masker dwars over zijn ogen. Deze zwarte band vormt een mooi contrast met het grijs van zijn kop. De rug is roodbruin. Het is een prachtige vogel om te zien ! De vrouwtjes zijn wat minder opvallend, maar hebben naast hun bruine veren ook hele fijne tekeningen op borst en flanken. Jammer, dat je als vogel zo ondergewaardeerd door het leven moet……

Kenmerken 

De grauwe klauwier is ongeveer 17 cm groot en behoort tot de groep van de klauwieren. In Nederland broedden ooit drie soorten klauwieren: de roodkopklauwier ( al heel lang niet meer), de klapekster ( vroeger broedvogel, nu vooral wintergast) en de grauwe klauwier. Klauwieren hebben een paar specifieke kenmerken. Vanuit een hoog gelegen zitpost (struik,boom, paaltje) hebben ze graag een goed zicht op de nabije omgeving. Ze doen bijvoorbeeld vanaf hun plek uitvallen naar allerlei insecten. Klauwieren staan er om bekend kleine voedselvoorraden aan te leggen door hun prooi aan doorns of prikkeldraad te spietsen. Verder kunnen ze maar één prooidier tegelijk naar hun jongen brengen.

Mannetje op jacht . Vrouwtje kijkt vol bewondering toe.

Biotoop 

Het ideale landschap voor een grauwe klauwier komt in Nederland op niet veel plekken voor. Dat zie je terug in de cijfers, want in ons land komen maar tussen de 300 en 400 broedparen voor. Drenthe en Overijssel zijn vrij populair onder de grauwe klauwieren. Het biotoop bestaat uit halfopen landschap: beekdalen, heidevelden, duinen en kleinschalige agrarisch landschappen hebben de voorkeur. Als er maar mogelijkheden zijn om het landschap te overzien. Grauwe klauwieren zitten graag op solitaire struikjes of in randen met braamstruwelen. Als ze maar een goed uitzicht hebben. In bossen tref je de grauwe klauwier niet aan. In grootschalige agrarische gebieden trouwens ook niet, want in het voorkeursbiotoop moeten vooral veel (grote) insecten voorkomen. Dat is het hoofdvoedsel.

Half open heidelandschap

Laat

De grauwe klauwier is één van de laatste zomergasten die binnen komt zeilen. Je zult tot in de eerste week van mei  moeten wachten om de eerste grauwe klauwier tegen te komen. Ze hebben een lange reis achter de rug. Vanuit zuidelijk Afrika via het Arabische schiereiland vliegen ze naar Europa. Ze zijn ongeveer 60 dagen onderweg. Ringonderzoek heeft aangetoond dat ze erg plaatstrouw zijn. De mannetjes komen het eerst aan, een paar dagen later komen de vrouwtjes. Dan kan het broedseizoen beginnen !

Grauwe klauwier houdt van uitzicht

Vervolg 

In het Reestdal komen grauwe klauwieren voor. Op deze website ga ik een broedpaartje de komende weken volgen en in woord en beeld houd ik je op de hoogte van het reilen en zeilen van deze schitterende vogels.

 

Geplaatst in Fauna | Getagd | Een reactie plaatsen

De meidoorn hoort in het Reestdal

Bloeiende meidoornhaag langs es met winterrogge

Heggen of hagen bestaan in ons land vaak uit struiken als meidoorn, sleedoorn, vlier, Gelderse roos, braam e.d. Vroeger deden ze dienst als perceelscheiding en/of als veekering. In de afgelopen eeuw zijn in ons land en zeker ook in het Reestdal veel hagen verloren gegaan. Gelukkig worden de laatste jaren op veel plaatsen houtwallen, houtsingels en hagen in oude glorie hersteld. Dit gebeurt door de provinciale landschappen, maar ook door particulieren die oog hebben voor het oude cultuurlandschap.

winterkoning houdt van dichte vegetatie

Linten in het landschap

Hagen zijn in het landschap erg waardevol. Natuurlijk zijn ze gewoon mooi om te zien, maar er is meer. Voor vogels en zoogdieren geven ze veel gelegenheid om te schuilen en te nestelen. Er is ook veel voedsel te vinden. Veel zoogdieren, amfibieën en vlinders gebruiken deze “linten in het landschap” als een verbindingsweg. De das doet dat bijvoorbeeld, en voor vleermuizen zijn ze belangrijk voor het ontvangen van de echo’s.

Ondoordringbaar

De meidoorn is erg geschikt voor het vormen van een heg. Hij groeit snel, kan erg goed tegen snoeien, is dicht en is ondoordringbaar vanwege zijn doornen. Juist hierdoor was de boom vroeger geschikt als veekering. De meidoorn kan wel 7 meter hoog worden. De bladeren zijn drielobbig en hebben een gezaagde bladrand. De bloemen ruiken sterk en

Bloemen meidoorn

openen zich in mei. In oktober hangt de boom vol met rode appelvruchten. In het Reestdal kun je op meerdere plekken meidoornhagen vinden. Vaak staan meidoorns met andere struiken zoals sleedoorn en vlier in houtsingels en houtwallen.

Onderhoud is is nodig

Snoeien doet groeien. Voor een meidoornhaag gaat dit gezegde zeker op.  Om een haag mooi dicht te houden moet deze om de vijf, zes jaar worden gesnoeid. En dan bedoelen we ook echt gesnoeid. De struiken worden afgezet tot vlak boven de grond. Het snoeien van meidoorn is soms vervelend werk. De takken zitten vol verraderlijke doorns en zitten vaak in elkaar verward. Bij het snoeien is een beschermende bril en stevige werkhandschoenen absolute noodzaak. Ondanks deze bescherming kom je er niet zonder schrammen van af. Meters lange takken van de braam maken het er ook niet prettiger op. In Drenthe wordt de meidoorn ook wel kribbelhegge genoemd. Ondanks deze schaduwkanten is  het snoeien natuurlijk best leuk werk, je ziet tenminste resultaat. Aan dat resultaat moet je wel wennen, want een gesnoeide haag doet je zeer aan de ogen. Alles is weg! Een complete cultuurshock is het! Jammer voor de heggenmus, merel en kneu die misschien in de haag hadden willen broeden. Of voor de kleine zoogdieren, zoals de bosmuis, de veldmuis en de egel die er hadden willen schuilen. Toch is het snoeien van heggen en hagen noodzakelijk om een oud cultuurlandschap in stand te houden.

Vrijwilligers zetten meidoornhaag af

Vrijwilligers doen nu het werk van de vroegere boeren

Vroeger deden de boeren het, nu zijn het vrijwilligers die deze klussen doen. In het Reestdal wordt de laatste jaren gelukkig steeds vaker meidoorn aangeplant. Het is een struik die in een beekdal thuishoort. Het nut van hagen en heggen is groot:

jonge aanplant goed voor biodiversiteit

- ze bieden nest- en schuilgelegenheid voor vogels en zoogdieren
- het zijn verbindingswegen voor zoogdieren, amfibieën en vlinders
- ze verhogen de aantrekkelijkheid van het landschap
- het zijn cultuurhistorische elementen die we graag willen behouden

Vlechten

Heggenvlechten is een eeuwenoud boerenambacht bedoeld om heggen en houtwallen ondoordringbaar te maken. Ondoordringbaar voor wild en vee om te voorkomen dat ze de akkers niet kaal zouden vreten. Het werd ook, maar pas veel later, gedaan om koeien en schapen in de wei te houden. Bij het vlechten worden stammen en takken ingekapt (soms ook geleid, gebogen of geknikt) en daarna bijna horizontaal neergelegd en door elkaar gevlochten. Meestal deed men dit met doornstruiken. Zo ontstaat er een ondoordringbare

foto : vroege vogels bnn-vara

barrière. Vrijwel overal in Europa werden vroeger heggen en houtwallen gevlochten. Met de introductie van het prikkeldraad 100 jaar geleden, is het heggenvlechten snel de rug toe gekeerd. Maar het heggenvlechten komt terug. Zo worden overal in ons land cursussen gegeven. Heggenvlechten is 2015 op de Nationale Inventaris Immaterieel Erfgoed geplaatst. Daarmee maakt het oude ambacht kans om als UNESCO Werelderfgoed aangemerkt te worden.

Meer lezen over de meidoorn?

Flora van Nederland 

Mens en gezondheid 

Landschap Overijssel 

Geheugen van Drenthe 

Geplaatst in Flora, kleinschalig landschap | Getagd , , , | Een reactie plaatsen

Een gezellige kneuteraar

kneu op de uitkijk

Wel eens een kneu gezien ? Een prachtig vogeltje van het halfopen landschap. Vooral het mannetje is prachtig om te zien: in het broedseizoen heeft ie een rode borst en een rood voorhoofd. Vroeger werd deze vinkachtige ook wel robijntje of vlamsijs genoemd.

In het verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen staat dat het woord kneu is afgeleid van het werkwoord cneuteren, cnueteren of cnoteren dat kwelen, kwinkeleren of stotteren betekent. Het verwijst naar de kwelende en licht stotterende zang van de vogel. De kneu is een echte sociale vogel die vaak in kleine groepen leeft. Een gezellige kneuteraar dus.

De kneu leeft vaak in kleine groepjes

De kneu houdt van landschappen met veel ruigte en dichte struiken. In de duinen bijvoorbeeld broedt de vogel graag in struweel van duindoorn, en in onze omgeving houdt ie van randen met braamstruiken of heggen. Omdat in het agrarische landschap veel ruige overhoekjes zijn verdwenen komt de kneu daar steeds minder voor. Sinds de jaren ’60 uit de vorige eeuw is de stand met 75% teruggelopen. Het aantal broedparen in ons land wordt nu geschat op zo’n 40.000. Genoeg kansen dus om nog eens kneu te zien. ( bron:  Vogel bescherming)

 

 

Geplaatst in Fauna | Getagd | 2 Reacties

De Steenen Pijp of Katingerbrug

Je hebt er vanaf een bankje een prachtig uitzicht over het Reestdal.  De plek staat bekend als de Steenen Pijp. Als je over de Ommerweg van Balkbrug naar Zuidwolde rijdt (andersom mag ook) passeer je een mooie nieuwe (fiets)brug. Het beekje dat je oversteekt is de Reest, de grens tussen Overijssel en Drenthe. Het is ook de grens tussen de gemeentes Hardenberg en De Wolden. Aangezien er behalve een bank ook een infopaneel staat moet het wel een bijzondere plek zijn.

Voorde 

Ooit lag op deze plek een doorwaadbare plek (voorde) waar je de Reest kan oversteken. Dat soort mogelijkheden gaf de Reest bijna niet. Overal was het drassig, je zakte al snel weg in het moeras. In de wintermaanden kon je een oversteek helemaal wel vergeten. Het Reestdal veranderde dan in een grote watervlakte. Om van Overijssel in Drenthe te komen  was nauwelijks mogelijk. Op slechts drie plekken kon je de Reest oversteken : bij Meppel, Dickninge en hier vlak bij Den Kaat.

Katingerbrug of De Steenen Pijp over de Reest

Ommerschans 

De aanleg van de Ommerschans  ( 1622, in de tachtigjarige oorlog) is de aanleiding tot het bouwen van een (houten) brug. De schans wordt gebouwd om het noorden te beschermen tegen oprukkende Spaanse soldaten en ander rondtrekkend tuig. De Schans heeft regelmatig aanvoer van materialen en voedsel nodig en dat moet uit het Drentse Zuidwolde komen.  Een brug over de Reest is dan wel noodzakelijk. Na veel gedoe komt die brug er ook. De weg er naar toe wordt verhoogd. De brug wordt gebouwd op de plek waar het beekdal het smalst is. Het is dan 1628.

augustus 2014 brug De Steenen Pijp wordt gesloopt en vervangen

Van hout naar steen 

De houten brug over de Reest krijgt het gedurende de jaren behoorlijk te verduren. De brug staat dan bekend als de Katingerbrug. Politiek gezien is de 17 eeuw een onrustige periode. In 1672 bijvoorbeeld wordt de Republiek aangevallen door vier mogendheden. Populair  zijn we blijkbaar niet in die tijd. Twee keer moet de brug onklaar gemaakt worden om de vijand tegen te houden. In de 18e eeuw zijn het de Fransen die voor onrust

Kaart Reestdal : alleen op de zandruggen was bewoning mogelijk

zorgen. Over een periode van zo’n 130 jaar weet je als reiziger daar bij Den Kaat nooit goed waar je aan toe bent. Vaak moet je weer door de voorde om aan de overkant te komen, omdat de brug niet bruikbaar is. Uiteindelijk,  rond 1760 komt er een steenen brug. Deze brug is met enige regelmaat herstel en/of vernieuwd. In 2014 wordt het bouwwerk gesloopt en komt er naast een fietsbrug een nieuwe Katingerbrug. Die gaat nog wel wat jaren mee. Uit het verhaal blijkt maar weer dat politieke instabiliteit en het niet functioneren van bruggen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. In de Tweede Wereldoorlog was dat niet anders.

Er zijn twee boeiende artikelen over De Steenen Pijp geschreven. Het ene is geschreven door Werner ten Kate , het andere door Henk Jan Krikke ( Historische Vereniging Avereest) Deels hebben deze ook als bron voor dit verhaal gediend.

 

Geplaatst in Vroeger en nu | Getagd , | Een reactie plaatsen

Speenkruid is rijk aan vitamine C

Daar moesten we dit jaar lang op wachten. De gele sterretjes van het speenkruid. Bloeiend speenkruid geeft het echte voorjaarsgevoel. Net als het geluid van baltsende kieviten of de eerste zonnewarmte op je gezicht. Op zonnige plekken zijn de gele sterretjes van het speenkruid al te zien, maar de bloei is toch laat, omdat we weken lang koud en donker weer hebben gehad. De groene tapijten met blaadjes waren al lang zichtbaar, maar de bloemen hadden er duidelijk nog geen zin in. En nu dan eindelijk straks als de dagen warmer worden een explosie van bloei.

Knolletjes

Speenkruid is familie van de boterbloem. Het plantje voelt zich thuis op vochtige vaak beschaduwde plaatsen, maar het groeit ook langs sloten in open terrein. De knalgele bloemetjes vallen erg op en worden door veel insecten bezocht. Speenkruid is een van de vroegst bloeiende planten die we in ons land hebben, net als het klein en groot hoefblad. Speenkruid dankt zijn naam aan de speenvormige knolletjes, die je kunt zien als je de plant uitgraaft. Na de bloei verdwijnt de plant snel. In de zomer zijn de blaadjes niet meer te zien. Speenkruid overleeft en overwintert door reservevoedsel in de speentjes op te slaan.

Vitaminerijk

Bij hoge temperaturen is speenkruid er  dus als een donderslag bij heldere hemel, maar is het ook weer gauw weg.  Op schaduwrijke plekken komt het later tot bloei en kun je er ook weken van genieten. Het is de moeite waard om eens een polletje uit te graven. Je komt dan kleine wortelknolletjes tegen. Ze lijken op speentjes. Daarmee is ook de naam van het plantje verklaard. In het Duits wordt het plantje Scharbockskraut (scheurbuikkruid). Zeelieden die aan de gebreksziekte scheurbuik (scorbut) leden konden hun vitamine C  tekorten aanvullen door de jonge plantjes van speenkruid te eten. Dat was nog uitkijken, want in oudere planten komen giftige stoffen voor!

De speentjes van het speenkruid

 

 

 

Geplaatst in Flora | Getagd , | Een reactie plaatsen