Grote pimpernel: bloeiend bloedkruid

De rode bloeiende bolletjes van de grote pimpernel

Nou ja, bloedkruid….. De meeste plantenliefhebbers kennen deze plant als grote pimpernel. Als het volop zomert in ons land kun je deze mooie plant vinden in de midden- en benedenloop van de Reest. Je kunt hem ook bijna niet missen. Het is een hoge plant met talloze bloeiende rode bolletjes. Men dicht de grote pimpernel geneeskrachtige eigenschappen toe. In de bladeren zitten stoffen die het stelpen van bloed zouden kunnen bevorderen. Krijg je een bloedneus in het open veld en staat er heel toevallig grote pimpernel in de buurt? Een paar blaadjes in de neus en het bloeden stopt. Zegt men… Er zijn overigens wel meer planten die de bijnaam ‘bloedkruid’ dragen. Om er een paar te noemen:  varkensgras, duizendknoop en zuring. Een propje watten in de neus helpt ook….

Grote pimpernel verspreidingskaart Nederland (bron:

In hooilanden, bermen en ruige randen 

Het Reestdal is de enige plek in Drenthe waar de grote pimpernel is redelijke aantallen voorkomt. Ik heb de plant ook wel eens aangetroffen in het Hunzedal, maar zo massaal bloeiend  als in de bermen en oevers tussen Meppel en De Wijk, ik zag het daar bij die Hunze mooie niet. De beide provinciale landschappen, Landschap Overijssel en Het Drentse Landschap maaien hun hooilanden pas na 15 juni, maar een aantal hectares wordt heel laat gemaaid. Voor de biodiversiteit van het Reestdal is dat een goede zaak. En niet alleen voor de grote pimpernel…….De kwartelkoning bijvoorbeeld broedt laat en alleen in hoog gras. Moerassprinkhanen houden van natte niet gemaaide hooilandjes en het zeldzame pimpernelblauwtje heeft de Grote Pimpernel nodig als waardplant , maar die moet er dan nog wel staan.

Biotoop Grote pimpernel : berm langs de Hoogeveensche vaart bij Meppel

Mis

In Limburg ging het deze maand ( juli 2020) helemaal mis. Het waterschap maaide daar per ongeluk een berm met o.a. grote pimpernel. Nu bleek deze berm het biotoop van het donkere pimpernelblauwtje, een erg zeldzame vlinder, die alleen daar nog voor komt. Dat de fout bij een waterschap ligt verbaast me niets. Waterschappen blinken niet uit in ecologisch beheer, die zijn vaak nog veel te vaak gefocust op ‘reinheid en regelmaat’: schone opgeruimde watergangen en kale bermen.  Nog steeds veel te veel invloeden vanuit de grootschalige agrarische denkwereld.  Als je bijvoorbeeld midden juli de Reest gaat schonen, waar ben  je dan mee bezig ? Dit kan toch ook in september of oktober ? Vorig jaar werd in de buurt van Oud-Avereest het biotoop van de zilveren maan ( ook een zeldzame vlinder) deels vernietigd doordat er plantenresten uit de Reest op de rijk bloeiende oevers werden gegooid.

Rijk aan mineralen 

De Grote Pimpernel heeft voorkeur voor landjes die redelijk voedselrijk zijn.  Het liefst staat de plant op plekken met kwel. De bodem  in de benedenloop van het beekdal is rijker aan mineralen dan in de midden-en bovenloop van de Reest. Dat is altijd zo geweest. Vroeger woonden de rijkste Reestlandboeren tussen De Wijk en Meppel. Dat had alles te maken met inundaties van de Reest waarbij vruchtbare slibdeeltjes op de landerijen achter bleven.

De bloemen in de aar bloeien van boven naar beneden

Bloemen 

De bloemen staan in groepjes en bestaan uit aren.  Ze hebben 4 donkerrode tot bruinrode kelkbladen; kroonbladen ontbreken. Ze leveren veel nectar en lokken daarmee verschillende insecten en vlinders. Onderaan het hoofdje worden de nieuwe bloemen gevormd; de bovenste bloemen zijn het verst uitgebloeid. Pas geopende bloemen hebben nog witte kelkbladen.

Onderzoek 

Peter Venema uit Meppel deed in 2011 onderzoek naar de grote pimpernel in de Oosterboer bij Meppel.  De plant werd in acht biotoopgroepen aangetroffen. Nauwelijks verrassend was dat de grote pimpernel bijna niet te vinden was in agrarisch en stedelijk gebied en juist erg veel in halfnatuurlijke graslanden en rond infrastructuur als

Half natuurlijk grasland wordt laat gemaaid

wegbermen en dijkjes. Half natuurlijke graslanden zijn gras-en hooilanden, meestal aan de Reest gelegen, die op een extensieve manier worden beheerd. Het gaat dan bijvoorbeeld om blauwgraslanden of dotterbloemhooiland, vaak in beheer bij de twee provinciale landschappen. Ze worden laat en vaak maar eenmaal gemaaid. Of er wordt lichte begrazing op toegepast. Voor de grote pimpernel zijn deze graslanden van groot belang. Het onderzoek vermeldt : “Samen met planten op de oever van de Reest groeit ruim 80% van de populatie in dit km-hok dus in terreinen van natuurbeheerders. In de bermen en taluds binnen dit km-hok groeien ook wel een paar honderd exemplaren, maar het aandeel daarvan op het totaal is bescheiden.”  zie nieuwsbrief WFD december 2011 

Met dank aan natuurbeheer

We zijn nu een flink aantal jaren verder en nog steeds blijkt de grote pimpernel in het Reestdal sterk afhankelijk is van de aanwezigheid van natuurorganisaties als Het Drentse Landschap en Landschap Overijssel.

Relatie tussen plant en vlinder

De relatie tussen twee organismen waarbij ze beide voordeel hebben wordt in de biologie mutualisme genoemd. De grote pimpernel is voor twee soorten pimpernelblauwtjes  een belangrijke plant.  Het erg zeldzame donker pimpernelblauwtje en het ‘gewone’ ook al zeldzame pimpernelblauwtje gebruiken de plant om er eitjes af te zetten en natuurlijk om van de nectar te snoepen. Zonder het te weten zullen ze stuifmeel meenemen en verderop andere bloemen bestuiven. Je moet naar het zuiden van ons land en dan heel lang zoeken om een pimpernelblauwtje te vinden. Wij moeten het hier in onze regio met de planten doen. Ook leuk.

Meer informatie over de grote pimpernel:

Floron Nederland  laat zien op welke plaatsen de grote pimpernel voorkomt.

Planten van hier is een prachtige website over de flora van ons land.

Waarneming.nl vermeld alle waarnemingen van de grote pimpernel

Wilde bloemen in Nederland , op deze mooie site vind je allerlei sleutels om makkelijk een plant op naam te brengen.

 

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Flora | Getagd , | Een reactie plaatsen

Het beekdal van de Elperstroom

De Elperstroom

Het Reestdal is prachtig. Maar….. het is niet het enige beekdal in ons land waar je in het landschap van honderd jaar terug mag wegdromen.  Het beekdal van de Elperstroom bijvoorbeeld is ook zo’n paradijsje . Voor velen onbekend terrein.  Misschien moet dat ook maar zo blijven. Toch kan ik het niet nalaten om er wat over te vertellen.

 

Moerassige plekken in het beekdal

Waar ?

Het beekdal van de Elperstroom ligt ten oosten van het Drentse dorpje Elp. Het ligt wat ingeklemd tussen de boswachterijen van Grolloo en Schoonloo. Net zoals de meeste andere Drentse beekdalen ligt het geïsoleerd als een natuurlijk eiland te midden van intensief gebruikte landbouwgronden en productiebossen.  Als je het Drenthepad loopt kom je er langs. Op de website Routeyou.com  kun je een mooie rondwandeling  downloaden. Fietspaden  kruisen het beekdal, of lopen langs de randen.  Veel recreanten laten het beekdal dus ongewild links liggen. En dat is erg jammer, want het is één van de best bewaarde en mooiste beekdallandschappen in Drenthe. Je moet het vooral lopend verkennen.

Netwerken van beekdalen in het Drenthe van rond 1900

Oude kaart van rond 1900 

Het reservaat heeft geen directe verbinding met andere beekdalen. Dat was honderd jaar geleden wel anders. Op de topografische kaart van rond 1900 kun je dat goed zien. Vrijwel alle beekdalen (groen)  zijn met elkaar verbonden. Het landschap bestond verder uit woeste gronden (paars) .Rond de dorpen lagen de bouwgronden die ook wel essen werden genoemd.(wit) Wat moet dit een prachtig en afwisselend landschap zijn geweest  ! Met een beetje fantasie droom je, kijkend naar de kaart, zo weg naar een wereld die we helemaal niet meer kennen. Om een idee te krijgen moeten we het nu doen met hele oude foto’s of schilderijen gemaakt door de schilders van de Haagse School. Dat schilderachtige ( en vaak ook arme) Drentse land is er niet meer. Gelukkig zijn er nog wat plekken waar de sfeer van ooit is blijven hangen en daar is het beekdal van de Elperstroom er één van.

Natte hooilanden met op de voorgrond bloeiende ratelaars

Typische kenmerken van een beekdal 

Tussen bovenloop en benedenloop is het gebied landschappelijk een juweeltje. Je ziet alle karaktereigenschappen van een beekdal om je heen: houtwallen, natte hooilandjes, greppels, elzenhagen, kleine bosjes, een meanderende beek, moerasjes en op de flanken nog bolvormige essen. De hooilandjes zijn allemaal begrensd door elzenhagen of houtwallen. Zo ontstaat een prachtig coulisselandschap. Loslopende galloways begrazen de natte graslanden. De Elperstroom staat voor een netwerk van beekjes en slootjes,die samen het natte ecosysteem in stand houden.

Lees verder

Geplaatst in Beekdalen | Getagd , , , | Een reactie plaatsen

Reestdal bij Drogteropslagen na 3 jaar : natuurenclave in agrarisch landschap

Op vrijdagmiddag 22 september 2017 werd in het veld, buiten het Drentse dorp Drogteropslagen, een klein feestje gevierd. Aanleiding ? De opening van 13 ha nieuwe Reestdal-natuur. Enthousiasme over de  metamorfose van een gekanaliseerde Reest in een beekje aangevuld met nieuwe natuur en waterberging. We zijn nu drie jaar verder. Een goede reden om daar weer eens een kijkje te nemen.

Foto Harald de Graaff

Lepelaars

Een paar weken terug meldde Harald de Graaff, districtsbeheerder van het Drentse Landschap, dat in het Reestdal bij Drogteropslagen regelmatig foeragerende lepelaars werden gezien. Dat had niemand voor 2017 kunnen bedenken.  De Reest was toen niet meer dan een saaie afwateringssloot. Harald maakt een paar mooie foto’s van de slobberende  en met hun snavel maaiende vogels. Als lepelaars het de moeite vinden om in dit gebied te landen, dan moet er wel iets bijzonders  aan de hand zijn. En dat is ook zo.

Nieuwe natuur en waterberging in de bovenloop van de Reest.

Op bovenstaande foto is de natuurontwikkeling in de bovenloop van de Reest goed te zien. De Reest stroomt tussen de N377 ( rechts onder) tot de Braambergersloot ( links boven) Voor 2017 is er van natuur in dit deel van het beekdal geen sprake. Zoals eerder al opgemerkt, de Reest is dan niet meer dan een kaarsrechte sloot met als ( agrarisch) doel om overtollig water zo snel mogelijk af te voeren. Het water komt terecht in de Braambergersloot. Meanderen doet het beekje pas aan de andere kant van Het Bergje. Kronkels krijgt de Reest in het project niet echt, wel natuurvriendelijke oevers en verbinding met een aantal gegraven laagtes . Die plasjes doen dienst als opvang van water bij extreme neerslag. Misschien moet de doelstelling nu tweeledig zijn en is het gebied vooral nodig om bij droogte zoveel mogelijk water vast te houden.

Twee werelden en tegenstellende belangen: landbouw en natuur

Ingeklemd 

De situatie is karakteristiek voor Nederland. Het beekdal ligt namelijk helemaal ingeklemd in het agrarisch landschap. Aan de Overijsselse kant is het alleen maar intensieve landbouw,  aan de Drentse kant tussen het projectgebied en het dorp Drogteropslagen ook.  Een strook natte natuur  als een oase in  de eentonige ecologische groene woestijnen van het  grootschalige agrarische landschap.

Moerasbos 

Tijdens de realisatie van het project zijn op een aantal plekken elzen geplant. Op een klein eilandje bijvoorbeeld ontstaat een elzenbroekbos en ook langs oevers van de plasjes groeien elzen. Samen met rietkragen en wilgenstruweel ontstaat een vogelparadijs.

De rietgors voelt zich in de rietkragen thuis

Soorten als rietgors, rietzanger en blauwborst gaan zich hier thuis voelen. Het water in de waterbergingsplassen is ondiep. Het zijn niet alleen lepelaars die van voedselrijk ondiep water houden. Blauwe reiger, watersnip en zilverreiger en nog veel andere soorten weten deze nieuwe natuur al een poosje te vinden. Op de wand van het vogelkijkscherm hangt een afbeelding met vogelsoorten die je hier zou kunnen aantreffen. Dat belooft nogal wat.

Grasland 

Graslanden overheersen.  Het zal nog wel een poosje duren voordat de plantenwereld hierwat kleurrijker wordt. Midden in het boerenland proberen hooilanden te verschralen lijkt een hele klus. Toch bloeit hier de echte koekoeksbloem, dat is een plant van de matig voedselrijke natte graslanden. Wat ook positief is, is het kwelwater dat je in slootjes aan de oppervlakte ziet komen. Als het lukt om dit voedselarme en mineraalrijke grondwater in het terrein vast te houden, kunnen er nog hele leuke dingen gebeuren.

Wandelnetwerk Drenthe

Wandelen 

Het gebied is voor een deel toegankelijk. Vanaf het Dorpshuis in Drogteropslagen kun je dit rondje Reest maken. Op twee plekken staan leuke picknick banken. Je kunt je hier best een poosje vermaken. Via de knooppunten van Wandelnetwerk Drenthe kom je er ook.  Etappe 6 van de Loop van de Reest passeert dit stukje Reestdal eveneens.

 

Geplaatst in De Reest | Een reactie plaatsen

Kale jonker : de distel van het hooiland

Kale jonkers, distels van de hooilanden

Aandacht voor een distel ?  Dat is toch onkruid, zo’n lastige vervelende prikplant, die je liever niet dan wel hebt ?  Nee, het valt niet mee om als distel door het leven te gaan. Opboksen tegen vooroordelen en aannames, dat moet je. Veel mensen hebben niets  met distels. Net als brandnetels. Prikken doen ze inderdaad, maar je moet eens weten hoeveel insecten er van afhankelijk zijn. Tegenwoordig is het trendy om bijenmengsels te zaaien, bloemrijke akkerranden en natuurakkers aan te leggen. Prima ! Maar de echte insectenvrienden onder de planten zijn de distels.

Hommels op zoek naar nectar en stuifmeel op de bloemen van de kale jonker

Veel soorten insecten 

Henk van Halm ( overleden in 2011) hield voor Trouw meer dan veertig jaar een natuurdagboek bij.  In een van zijn artikelen breekt hij een lans voor de distels :

“Ik ben van de gewone soorten nagegaan welke insecten ik er de laatste tien jaar op heb gezien. Zonder intensief onderzoek te hebben verricht kwam ik op de akkerdistel niet minder dan zeventien dagvlindersoorten en twee overdag vliegende nachtvlinders tegen. Verder zeven opvallende keversoorten, waaronder een aantal boktorren en de zeldzame gouden tor, alle gewone hommelsoorten, een lange reeks zweef- en wapenvliegen en een handvol bijzondere wespvliegen.” 

De stengels van de kale jonker hebben nauwelijks bladeren

De naam kale jonker 

Een van de meest opvallende distels is de kale jonker. Alleen de naam al  is apart.  Het bijvoeglijke naamwoord kaal heeft de plant te danken aan de wat magere  stengel zonder bladeren. Het zelfstandige naamwoord jonker doet denken aan de vroegere betekenis : edelman. Kaal betekent berooid. Dus een armoedig adellijk personage. Keek men in de tijd dat planten hun naam kregen ook al zo neer op de familie van de distels en zag men deze plant met z’n lege stengel als armoezaaier ? Ik kan het nergens vinden. De Latijnse benaming Cirsium Palustre is wel met zekerheid uit te leggen. De website van IVN Oisterwijk zegt het zo:

Cirsium komt van het Griekse kirsos, dat gezwollen ader of spatader betekent.  Vroeger werden distels als remedie daartegen gebruikt, vandaar de naam.Palustre duidt aan dat we met een moerasbewoner hebben te maken.” De Friezen noemen  de plant houtstikel. 

bloemknoppen van de kale jonker

Bloeitijd 

Kale jonkers bloeien al in mei, maar de massale bloei  kun je zien in de periode juni tot september. In de hooilanden langs de Reest vallen ze direct op. Niet alleen door hun lengte ( soms tot een hoogte van wel anderhalve meter), maar ook door hun talloze paarse bloemen. Kale jonkers houden van vochtige plekken en de bodem moet niet te voedselrijk zijn. Erg kieskeurig zijn ze ook weer niet, want behalve in niet bemeste gras-en hooilanden kom je ze ook langs bosranden of op ruige landjes tegen. Als de bodem maar vochtig is.

Ecologische betekenis

Net als andere distels trekken de kale jonkers veel insecten. Voor vlinders als

zilveren maan

koninginnenpage en het bonte dikkopje zijn het waardplanten. Voor de eerste generatie zilveren manen ( we zijn trots op deze populatie in het Reestdal) is de kale jonker  een belangrijke nectarplant. Maar ook ‘gewone’ vlinders als het bruin zandoogje bezoeken vaak kale jonkers.

Veel informatie: 

Mocht je meer willen weten over deze mooie distel, dan zijn deze sites misschien een optie:

Flora van Nederland 

Ecopedia, een mooi Belgische site die veel kennis met je wil delen

Wim van der Neut, een Drentse natuurfotograaf, heeft veel foto’s van de kale jonker op zijn site staan. 

 

 

Geplaatst in Flora | Getagd , , | Een reactie plaatsen

De angstaanjagende schoonheid van een zandloopkever

Zandloopkever

Brandend zand. Daar houden ze van. Net als andere insecten. Het kan ze niet heet genoeg. Op zanderige plekken, denk aan een zandpad, een karrenspoor, een zandbult of een kleine zandverstuiving, gebeurt veel meer dan je denkt. De wereld van de begane grond is veel boeiender dan je denkt.  Als je er iets van wilt ontdekken, moet je wel even door de knieën.

Nieuwsgierige kevers 

Een opvallende verschijning van het mulle en droge zand is de basterdzandloopkever. Om dassen of vossen te zien moet je vaak erg lang posten en bergen geduld hebben . Bij  deze zandloopkevers ( in Nederland  komen vijf soorten voor) is dat helemaal niet nodig. Eerst springen en vliegen ze voor je weg. Maar al gauw komen ze ook weer terug. Zonder angst, zo lijkt het en bovendien ook nog nieuwsgierig. Ga in het zand op de grond liggen  en verbaas je.  Op een afstand van 50 centimeter of minder staan ze je aan te kijken. Vaak krijg je alle tijd om de camera scherp te stellen en op hele korte afstand een paar mooie foto’s te maken.

De kaken van de basterdzandloopkever

Wat een prachtige enge kever ! 

Op het schermpje van de camera is het al goed te zien. Wat is dit een prachtig beest ! Over het donkere dekschild aan de rugzijde lopen grillige witte vlekkerige dwarsstrepen. De zes gelede en behaarde poten zijn zwart, rood en blauw gekleurd. Twee lange voelsprieten sieren de kop. Maar het meest indrukwekkende aan de kever zijn de kaken. Twee witte scherp gerande bladen van een schaar zijn het. Daar wil je niet tussen komen. Gelukkig gaat hier maar over een insect met een lengte van ongeveer 2 centimeter. Een vergrote versie zou het in een sciencefiction film echter fantastisch doen !

biotoop en jachtgebied basterdzandloopkever

Heliotherme dieren 

Zandloopkevers struinen hun woestijnachtige biotoop  als hyena’s af op zoek naar prooi. Het zijn felle rovers. Mieren en andere insecten lusten ze rauw. Ze knippen een gevangen mier makkelijk doormidden. Het zijn snelle lopers. Sprintjes worden vaak afgewisseld met korte vluchten.  Ze zijn actief in de periode maart tot en met oktober en erg afhankelijk van de warmte van de zon. Het zijn heliotherme dieren. Net als veel andere insecten moeten ze  eerst door de zon opgewarmd, voordat ze lekker in hun stugge velletje zitten. Als het echt te warm wordt graven ze een holletje. Op zanderige plekken kan het op zomerse dagen woestijnheet worden.

Op zanderige plekken groeien nu mossen en grassen

Verstoord biotoop

Insecten die afhankelijk zijn van kale minerale bodems hebben het erg moeilijk in het stikstofrijke Nederland.  Open plekken in de heide bijvoorbeeld, horen onbedekt en zanderig te zijn. De praktijk is anders. Stikstof minnende planten en struiken grijpen hun kans. De zandbodem raakt bedekt. Een groep karakteristieke insecten van heideterreinen raakt zo hun biotoop kwijt en verdwijnt.  Ze missen nestgelegenheid en plekken om zich goed op te warmen. Anders gezegd: ze missen zand !

Zandplekken maken op de heide

Kleinschalig heidebeheer 

Ondanks het ernstig verstoorde ecosysteem van de heide is het toch de moeite waard om met wat ‘lapmiddelen’ de biodiversiteit een positieve por te geven. Op de Sallandse Heuvelrug bijvoorbeeld hebben natuurorganisaties steilranden aangelegd. Uit het onderzoek‘ De insectengemeenschap van aangelegde steilranden op de heide ‘ ( 2016 ) blijkt met succes. Ook met de schop zijn er resultaten te boeken.  Vrijwilligers die de heide vrij houden van opslag kunnen ook plagplekken en zandkuilen aanleggen, eventueel met kleine steilrandjes. Op de heide van het Rabbingerveld is dat afgelopen winter gebeurd en daar springen de zandloopkevers voor je uit.  De zandbijen ontbreken(nog), maar andere insecten maken al dankbaar gebruik van het hete zand.

 

 

Geplaatst in Fauna, Geen rubriek | Getagd , , , | Een reactie plaatsen

Een blaffende reegeit

Reegeit

De meidoornhaag is bijna uitgebloeid. Jammer. Waarom gaat alles zo snel voorbij ? De zomer moet nog beginnen en we hebben de bloei van de wilgen , sleedoorn, eik en krent  al weer gehad. De hoogtijdagen van het fluitenkruid hebben we inmiddels ook achter de rug, jonge zangvogels vliegen al uit. Daniel Lohuis zong het vroeger al met zijn band Skik : “Alles gaat voorbij”  Gelukkig hebben we de vlier nog. En de Gelderse roos. Die brengen het wit weer terug in het landschap. Maar toch.. op een heleboel mooie dingen buiten moeten we weer een jaar wachten.

Hagen geven voedsel en dekking aan veel dieren

Belangrijk in het landschap

De meidoorn mag dan aan kleur hebben ingeboet, een mooie haag is het wel. Erg dicht en vooral ruig. Takken met scherpe dorens wringen zich in allerlei bochten. Er is geen doorkomen aan. Kijk eens goed naar zo’n haag en je snapt waarom ze in het landschap zo belangrijk zijn. Niet meer als veekering of erfafscheiding, dat was vroeger, maar om het leven dat er in zit. Hagen zijn voor flora en fauna van groot belang. Ze leveren voedsel en dekking en veel dieren gebruiken ze al verbindingsweg. De Europese Unie wil meer natuur en meer biodiversiteit. Ik zou zeggen, begin met het terugbrengen van al die duizenden kilometers heggen en hagen die uit het landschap verdwenen zijn! Dan sla je al een hele grote slag.  Er zijn duurdere projecten.

Onrustige reegeit maakt blaffend geluid

Schor geluid

Aan de andere kant van de haag is het onrustig. Vanuit de es met winterrogge klinkt een schor blaffend geluid. Dat moet een ree zijn.  Het is bekend, dat reeën  een hees blaffend geluid maken. Dat doen ze om andere soortgenoten te waarschuwen of om indruk te maken of om hun territorium af te zetten. Op de website hetreee.nl  wordt het geluid omschreven ‘bhaw – bhauw – bhuaw’. Uit de dekking van de meidoornhaag komt een reegeit. Ze gaat enorm te keer. Ik maak me klein en ga in het gras in  de schaduw van de haag zitten.

 

De stand van de ogen zorgt voor een groot gezichtsveld

Groot gezichtsveld, maar matig zicht

Mevrouw is nu helemaal de kluts kwijt. Voor de geit is de wind ongunstig, dus van de geur moet ze het niet hebben. Reeën kunnen mensen ruiken op een afstand van 400 meter. Maar nu even niet. Twee noodzakelijke zintuigen moeten het overnemen. Het gehoor en het gezicht. Ik maak geen geluid, dus die prikkels vallen weg. Dan blijven de twee reebruine ogen over. Al gauw blijkt dat scherp zien voor een ree niet mogelijk is. En dat klopt ook wel. De twee ogen staan  aan de zijkant van de kop. Daardoor heeft een ree een

gezichtsveld prooidier (ree) en jager bron-slideplayer.nl

heel groot gezichtsveld van bijna 360 graden. Heel erg geschikt om alle bewegingen om je heen op te merken, maar scherp zien en afstand schatten, ho maar. De reegeit ziet, hoort en ruikt me niet. In het soort halve cirkel loopt het sierlijke dier op een afstand van 30 meter om me heen. Vanwaar die onrust en dat geblaf ? Zou ze een kalf hebben ? Die kans is groot. Dus weg wezen hier. Na een minuut kijk ik achterom. De rust is terug gekeerd.

Hond aan de lijn! 

De media kunnen heel selectief zijn in berichtgeving.  Over een wolf  die schapen afslacht bijvoorbeeld.  Zo’n afschuwelijke gebeurtenis moet ook vermeld. Een moordende wolf in de Betuwe moet je afschieten.  Echter….incidenten met loslopende honden komen zelden in de krant. Hoeveel drama’s spelen zich buiten het het gezichtsveld van de hondeneigenaar af ? Hopelijk schrikken hondenbezitters van dit bericht over een boze en wanhopige boswachter op de Veluwe. Je hond uitlaten in een natuurgebied is prima, maar…..doe je hond aan de lijn !!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!  

Meer weten over reewild ? Twee erg informatieve sites zijn:

Over reeën  ( Kenniscentrum Reeën )

Het ree  ( Vereniging het ree)

 

 

 

Geplaatst in Fauna | Getagd , , , , | Een reactie plaatsen

Fluitenkruid en oude essen sieren sfeervol kerkenpad

Oude essenstoven en fluitenkruid sieren het kerkenpad achter de Reestkerk

Nog niet zo heel lang geleden, in het schermloze tijdperk, wisten veel kinderen dat er buiten ( buiten spelen , ook al zo’n bijna verdwenen cultuurverschijnsel) planten groeiden waar je heel makkelijk een fluitje van kon maken. Een plant met een holle stengel en witte bloemschermen. In de meimaand overal te vinden: het fluitenkruid. Toen nog gespeld als fluitekruid.  Om dit bijna verloren cultureel erfgoed weer nieuw leven in te blazen : op een filmpje van Natuurmonumenten is goed te horen welke tonen je uit zo’n stengel haalt. En op een video van Moedertje Groen wordt voorgedaan hoe je zo fluitje maakt.

Het scherm bestaat uit bloempjes met vijf kroonbladen en twee stempels

Geen kritische plant.

Mensen kunnen heel kritisch zijn. Veeleisend ook. Sommige planten hebben die eigenschap ook.  Of de grond is te zuur, of te voedselrijk. Of te nat, of juist te droog. Dotterbloemen bijvoorbeeld nemen geen genoegen met bemeste bodems. Die staan het liefst met hun voeten in kalk-en ijzerrijk kwelwater. Het fluitenkruid doet niet zo moeilijk. Die voelt zich bijna overal thuis. In bermen, in bossen, in graslanden, langs akkers, in duinen, langs sloten, op dijken en dus ook langs het eeuwenoude kerkenpad achter de Reestkerk van Oud-Avereest. De bodem moet rijk aan voedingsstoffen zijn, maar dat is in ons land geen probleem. Stikstof genoeg. Brandnetels houden ook van voedselrijke grond. Wat dat betreft hebben fluitenkruid en brandnetel dezelfde voorkeur. Bij ecologisch bermbeheer krijg je meer soorten in de berm als je twee keer per jaar maait en het maaisel weghaalt. De bodem verschraalt dan. Fluitenkruid gaat dan langzaam verdwijnen. Dus aan de ene kant is het een prachtig gezicht, al die bloeiende fluitenkruidbermen, maar het zegt wel iets over de bodemgesteldheid. Bermen zijn veel te stikstofrijk.

Fluitenkruid langs het kerkenpad geeft een mooie voorjaarssfeer

Sfeermaker 

De talloze witte schermen van het fluitenkruid combineren prachtig met de frisgroene voorjaarstinten van de struiken en bomen die nog maar kort in blad staan. In bermen vormt de massale bloei van het fluitenkruid lange witte linten door het landschap. Vooral de bloeiende dijken langs de grote rivieren trekken elk voorjaar veel belangstellenden. En dan maar hopen dat het waterschap het talud niet al gemaaid heeft….  Fluitenkruid vind je ook vaak in gezelschap van andere (witbloeiende) planten als witte dovenetel en look zonder look. Allemaal planten die de meimaand zo mooi maken. Schermbloemen zijn tweejarig. In het eerste jaar maken ze een bladrozet, in het tweede jaar komen ze in bloei en zaaien uit. In de winter zie je op veel plekken die groene rozetten van het fluitenkruid al wachten op het voorjaar. Zaailingen van de afgelopen zomer. Bloeien doen ze pas na de winter. Het kerkenpad is het mooist in deze tijd van het jaar als het fluitenkruid bloeit, afgewisseld door de oude verweerde indrukwekkende essenstammen. Als het koud is duurt de bloei wel een paar weken en kun je er lang van genieten.

De stengel van het fluitenkruid is hol, behaard en geribbeld

Meer weten over fluitenkruid? Veel informatie vind je hier:

Info over de plant

Fluitenkruid doet het erg mooi in je tuin

Waterwereld is een leuke informatieve site 

Is fluitenkruid eetbaar ?

 

Geplaatst in Flora | Getagd , | Een reactie plaatsen

De meidoorn bloeit

bloeiende meidoorn op Rabbinge Reestdal

De meidoorn maakt al eeuwen deel uit van ons cultuurlandschap. Het mes snijdt bij deze boom aan twee kanten. Vaak geplant door de mens vanwege zijn stekels en ondoordringbaar netwerk van irritante takken, aan de andere kant is de meidoorn van groot belang in het ecosysteem van het oude boerenland. Vogel bijvoorbeeld zijn er gek op. Tussen al die takken en irritante dorens kan je niets gebeuren !  In ons land zijn veel meidoornhagen verdwenen, maar de laatste tijd lees je steeds vaker over plannen om meidoornhagen en houtwallen terug te brengen in het landschap. 

De puntige doorns houden alles tegen

De meidoorn houdt van alles tegen 

Heggen of hagen bestaan in ons land vaak uit struiken als meidoorn, sleedoorn, vlier, Gelderse roos, braam e.d. Vroeger deden ze dienst als perceelscheiding en/of als veekering. Nu zien we een meidoornhaag als cultureel erfgoed. Zelfs in de tijd van de Romeinen speelde de meidoorn al een belangrijke rol. De Kelten gebruikten de stekelige hagen om de vijandelijke Romeinse legioenen tegen te houden.  Diezelfde Kelten, maar ook de Germanen zagen de meidoorn als een heilige boom.  Meidoorns werden geplant rondom heilige stenen en kapelletjes.

Aanplant haag met sleedoorn en meidoorn

In de afgelopen eeuw zijn in ons land en zeker ook in het Reestdal veel hagen verloren gegaan. Dat heeft alles te maken met de komst van het prikkeldraad. Gelukkig worden de laatste jaren op veel plaatsen houtwallen, houtsingels en hagen in oude glorie hersteld. Dit gebeurt door de provinciale landschappen, maar ook door particulieren die oog hebben voor het oude cultuurlandschap.

winterkoning houdt van dichte vegetatie

Linten in het landschap

Hagen zijn in het landschap erg waardevol. Natuurlijk zijn ze gewoon mooi om te zien, maar er is meer. Voor vogels en zoogdieren geven ze veel gelegenheid om te schuilen en te nestelen. Er is ook veel voedsel te vinden. Veel zoogdieren, amfibieën en vlinders gebruiken deze “linten in het landschap” als een verbindingsweg. De das doet dat bijvoorbeeld, en voor vleermuizen zijn ze belangrijk voor het ontvangen van de echo’s. De bloemen van de meidoorn verspreiden zon´opvallende geur dat je wel heel erg verkouden moet zijn om dat niet waar te nemen. De witte bloesem trekt veel insecten als wespen, bijen en vliegen.  Honderden kilometers hagen zijn in ons land verdwenen. Toen de landbouw in ons land zich explosief ontwikkelde en steeds intensiever en grootschaliger werd, verdwenen de oude kleinschalige landschappen en daarmee de karakteristieke  flora en fauna.  Hagen, houtwallen, ruige hoekjes  werden weggeschoven. Wat terug kwam was een rechtlijnig en op productiegericht landschap. Het was overigens niet alleen de landbouw die in dit proces een rol speelde. Voor de aanleg van woonwijken, bedrijventerreinen en uitbreiding van het wegennet moesten/moeten vaak landschapselementen wijken.

Meidoornhaag in bloei

Gaat de aanleg van hagen de achteruitgang van onze biodiversiteit stoppen ?

In België is de regering van Wallonië bezig met een plan om vierduizend kilometer aan hagen weer terug in het landschap te brengen. “Goed voor het klimaat, de biodiversiteit, tegen stikstof en fijnstof “, zo redeneert men. Het is natuurlijk ook gewoon een mooi gezicht. Veel Waalse boeren en particulieren reageren enthousiast en hebben subsidie aangevraagd om zo snel mogelijk met de aanplant te beginnen. We hebben het hier niet over een strak geschoren meidoornhaagje, maar over hagen die de ruimte krijgen. En Nederland dan ?  Provinciale Landschappen doen al veel op dit gebied en ook andere organisaties zijn goed bezig, maar als het aan Jaap Dirkmaat van de Vereniging Nederlands  Cultuurlandschap ligt moet er veel meer gebeuren. En dat is lastig, want ook hier speelt geld een rol. De VNC kwam twaalf jaar geleden al met een  ambitieus plan om door de aanleg van duizenden kilometers houtwallen en hagen de biodiversiteit in het Nederlandse agrarische landschap te redden met een jaarlijkse subsidie van 600 miljoen euro uit een landschapsfonds. “Boeren willen marktconform voor het onderhoud betaald krijgen en willen de grond die onder een houtwal of haag ligt ook vergoed hebben.”  In de crisisjaren rond 2008 werd het plan door staatssecretaris Henk Bleker de nek omgedraaid. Nu brengt  de vereniging van Jaap Dirkmaat het plan kleinschalig in praktijk in de Ooijpolder bij Nijmegen. Laten we hopen dat dit de opmaat is naar meer……….

In de nazomer hangt de meidoorn vol met vruchten

Ondoordringbaar

De meidoorn is erg geschikt voor het vormen van een heg. Hij groeit snel, kan erg goed tegen snoeien, is dicht en ondoordringbaar vanwege zijn doornen. Juist hierdoor was de boom vroeger geschikt als veekering. De meidoorn kan wel 7 meter hoog worden. De bladeren zijn drielobbig en hebben een gezaagde bladrand. De bloemen openen zich in mei. In oktober hangt de boom vol met rode appelvruchten. Deze ovale bessen zijn rijk aan vitamine C.  Je kunt ze eten, maar of ze lekker zijn…….. In ieder geval lusten de vogels er wel pap van. Vinken, spreeuwen, kramsvogels en koperwieken ze zijn er dol op en zonder het te weten verspreiden ze de zaden.

In het Reestdal kun je op meerdere plekken meidoornhagen vinden. Vaak staan meidoorns met andere struiken zoals sleedoorn en vlier in houtsingels en houtwallen.

De bloem heeft een stamper met één stijl.

Eenstijlige meidoorn 

Vaak lees je over éénstijlige en tweestijlige meidoorns. Wat wil dat zeggen ? Het vrouwelijk deel van een bloem heet de stamper. Dit orgaan bestaat uit een stempel ( de landingsplaats voor de stuifmeelkorrels), een stijl ( soort verbindingsbuisje) en het vruchtbeginsel. ( hierin liggen de eicellen ) De meidoorn die je in het landschap tegenkomt is de éénstijlige. Op de foto is dat goed te zien. De tweestijlige meidoorn komt veel minder voor.

Wel even wennen zo´n afgezette haag

Onderhoud is is nodig

Snoeien doet groeien. Voor een meidoornhaag gaat dit gezegde zeker op.  Om een haag mooi dicht te houden moet deze om de vijf, zes jaar worden gesnoeid. En dan bedoelen we ook echt gesnoeid. De struiken worden afgezet tot vlak boven de grond. Het snoeien van meidoorn is soms vervelend werk. De takken zitten vol verraderlijke doorns en zitten vaak in elkaar verward. Bij het snoeien is een beschermende bril en stevige werkhandschoenen absolute noodzaak. Ondanks deze bescherming kom je er niet zonder schrammen van af. Meters lange takken van de braam maken het er ook niet prettiger op. In Drenthe wordt de meidoorn ook wel kribbelhegge genoemd. Ondanks deze schaduwkanten is  het snoeien natuurlijk best leuk werk, je ziet tenminste resultaat.

Cultuurshock

Aan dat resultaat moet je wel wennen, want een gesnoeide haag doet je zeer aan de ogen. Alles is weg! Een complete cultuurshock is het! Jammer voor de heggenmus, merel en kneu die misschien in de haag hadden willen broeden. Of voor de kleine zoogdieren, zoals de bosmuis, de veldmuis en de egel die er hadden willen schuilen. Toch is het snoeien van heggen en hagen noodzakelijk om een oud cultuurlandschap in stand te houden. De haag komt weer erg mooi terug !

Vrijwilligers zetten meidoornhaag af

Vrijwilligers doen nu het werk van de vroegere boeren

Vroeger deden de boeren het, nu zijn het vrijwilligers die deze klussen doen. In het Reestdal wordt de laatste jaren gelukkig steeds vaker meidoorn aangeplant. Het is een struik die in een beekdal thuishoort. Het nut van hagen en heggen is groot

kneu

- ze bieden nest- en schuilgelegenheid voor vogels en zoogdieren
- het zijn verbindingswegen voor zoogdieren, amfibieën en vlinders
- ze verhogen de aantrekkelijkheid van het landschap
- het zijn cultuurhistorische elementen die we graag willen behouden

Vlechten

Heggenvlechten is een eeuwenoud boerenambacht bedoeld om heggen en houtwallen ondoordringbaar te maken. Ondoordringbaar voor wild en vee om te voorkomen dat ze de akkers niet kaal zouden vreten. Het werd ook, maar pas veel later, gedaan om koeien en schapen in de wei te houden. Bij het vlechten worden stammen en takken ingekapt (soms ook geleid, gebogen of geknikt) en daarna bijna horizontaal neergelegd en door elkaar gevlochten. Meestal deed men dit met doornstruiken. Zo ontstaat er een ondoordringbare

foto : vroege vogels bnn-vara

barrière. Vrijwel overal in Europa werden vroeger heggen en houtwallen gevlochten. Met de introductie van het prikkeldraad 100 jaar geleden, is het heggenvlechten snel de rug toe gekeerd. Maar dit ambachtelijk vlechten  komt terug. Zo worden overal in ons land cursussen gegeven. Heggenvlechten is in 2015 op de Nationale Inventaris Immaterieel Erfgoed  geplaatst.

Meer lezen over de meidoorn?

Plantaardigheden 

Flora van Nederland 

Mens en gezondheid 

Geheugen van Drenthe 

Geplaatst in Flora, kleinschalig landschap | Getagd , , , | Een reactie plaatsen

Wel eens een eik zien bloeien?

Een eik zien bloeien ? Heeft die dan bloemen? De meeste mensen hebben geen flauw idee. Ze lopen en fietsen onder de takken van bloeiende zomereiken door en zien de duizenden mannelijke katjes niet. Hoe dat kan? Kwestie van interesse ? Of ligt het anders? Zou kunnen. Eiken bloeien samen met het uitkomen van de bladeren. En de mannelijke bloemen zijn groen/geel. Ze vallen dus niet op. Als je eenmaal een bloeiende eik hebt gezien, vergeet je het niet weer en kijk je anders naar de boom. Gewoon opletten dus. Eiken zijn er genoeg in dit land. In het Reestdal is de eik een bepalende boom in bossen, houtwallen, hakhoutbosjes, langs paden en wegen. Dus een eik zien bloeien in deze tijd van het jaar moet lukken.

De mannelijke bloemen van de zomereik

Eenhuizig 

Een eik is eenhuizig. Dat betekent dat de boom mannelijke en vrouwelijke bloemen heeft. Een hazelaar bijvoorbeeld is dat ook. Maar een hulst weer niet. Wil je bijvoorbeeld een hulst met mooie rode bessen in je tuin, koop dan wel een vrouwelijke hulst. Vrouwelijke bloemen groeien na de bestuiving uit tot vruchten. Mannetjes bomen produceren alleen maar een poosje stuifmeel en daarna blijft het heel lang stil. Een eik is dus man en vrouw tegelijk.  In april/mei staat de boom in bloei. De mannelijke stuifmeelbloemen hebben de overhand. Tussen de kleine jonge blaadjes hangen er duizenden. Geelgroene sliertjes vol met mini meeldraden die enorme hoeveelheden stuifmeel maken.

De vrouwelijke bloemen van de zomereik

Vrouwelijke bloemen zijn  bijna onzichtbaar

En de vrouwelijke bloemen dan ? Ja, die zijn er ook, maar daar moet je wel naar op zoek. Je vindt ze als kleine rode bolletjes bij de bladknoppen tussen de uitbottende bladeren. Om ze goed te kunnen bekijken heb je een loep nodig. Het is al knap als je ze vindt ! De mini bloemen staan in groepjes op steeltjes. Als de stampers worden bestoven en bevrucht groeit het vruchtbeginsel uit tot een eikel. Als in de herfst de boom vol met eikels hangt,  moet je bedenken dat ze allemaal  gegroeid zijn uit vrouwelijke bloemen , die vrijwel niemand heeft gezien !

Koeien in de schaduw van een houtwal met eiken

 

Geplaatst in Flora | Getagd , , | Een reactie plaatsen

Natuurherstel en de opmars van de roodborsttapuit

Karakteristieke houding van een mannetje roodborsttapuit: op de uitkijk

Nog niet eens zo lang geleden ( eind jaren ’90) ) was het ontdekken van een roodborsttapuit een ornithologisch hoogtepunt. Excursies konden niet meer kapot. De “oh “s ! en  ” en “ah”s ! en opmerkingen als “Wat mooi, die heb ik nog nooit gezien! ” waren dan niet van de lucht. Het klopte ook wel, want deze prachtige vogel heeft een behoorlijke dip gekend en bovendien denken we van hele mooie vogels al gauw dat ze ook zeldzaam zijn. Dat was toen ook zo. Achteruitgang van het biotoop leek de belangrijkste oorzaak .  Maar zie…. na 2005 gebeurt er iets heel bijzonders. De roodborsttapuit maakt een enorme inhaalslag met een verdubbeling (!)  van het aantal broedparen over de laatste 12 jaar. Reacties in het veld zijn nu ook anders. “Kijk, daar zit er ook al weer één!” hoor je vaker dan eerder genoemde kreten.

Roodborsttapuit vrouwtje

Toename ruige vegetatie in bepaalde terreinen

Roodborsttapuiten profiteren van ecologisch bermbeheer, natuurakkers , struweel, begrazing , beekherstel en natuurontwikkelingsprojecten, waarbij landbouwgrond wordt omgezet in natuur. Het landschap verandert dan in een biotoop met veel ruige vegetatie met hier en daar een boom of struik. En dat is nu net wat de roodborsttapuit graag wil: een uitkijkpost over een vlak landschap met veel insecten. Vroeger kwamen de vogels  vooral op de heide voor, maar tegenwoordig vind je ze ook in ruig grasland,  in de duinen en op lege bedrijventerreinen en in het kleinschalig boerenland. Het Reestdal heeft meerdere plekjes waar de roodborsttapuit zich thuis voelt. De struwelen op de heide van Takkenhoogte bijvoorbeeld of langs ruige slootjes van de natte hooilanden. Als er maar uitzicht is. En voedsel natuurlijk.

Biotoop roodborsttapuit: struweel en struikjes met uitzicht over open terrein

Gunstig: van grasland of productiebos naar heide 

In veel natuurgebieden vindt of vond boskap plaats. Dat maakt nogal wat emoties los. Terecht, want in een tijd waarin we de CO2 uitstoot willen verminderen lijkt het kappen van bomen (die juist CO2 opnemen) niet erg logisch. Toch moet je proberen om dit proces te relativeren. Landschap Overijssel bijvoorbeeld kapt op de Lemelerberg 150 hectare monotoon naaldbos om een ( half )open landschap te creëren.  Die 150 hectare, dat is een

Op de Lemelerberg maakt een deel van het bos plaats voor open landschap

enorme oppervlakte, maar het is slechts 10% van het hele bosareaal op de Lemeler- en Archemerberg. Bovendien gaat het hier vaak om aangelegde productiebossen met een lage biodiversiteit. Mensen die over dit natuurbeheer boos worden, maar wel drie keer per jaar voor een vakantie in het vliegtuig stappen, thuis het gazonnetje elektrisch maaien, de bladeren uit de tuin met een bladblazer wegwerken, veel vlees eten,  noem maar op, hebben wel een beetje boter op hun hoofd als we het over CO2 willen hebben.

De biodiversiteit op de Lemelerberg zal er in de komende jaren enorm op vooruitgaan en bijzondere vogels als nachtzwaluw, klapekster en natuurlijk de roodborsttapuit zullen hier van gaan profiteren.

Natuurherstel Rabbingerveld juli 2016. Voedselrijke bovenlaag wordt afgegraven.

Natuurherstel op het Rabbingerveld 2

Nog een voorbeeld van natuurherstel in  het voordeel van de roodborsttapuit. In 2015 en 2016 staat langs de Nieuwe Dijk een groot informatiebord met als titel “Nieuwe  natuur in het Reestdal – inrichting Rabbingerveld , “terug naar de heide”.  Op het bord zie je een foto van de roodborsttapuit. Het gebied moet zich zo gaan ontwikkelen, dat de roodborsttapuit er wil broeden. Weken lang voeren zware vrachtwagen zwarte grond af . Historische laagtes worden weer gegraven en nadat het project ( in beheer bij Het Drentse Landschap)  in 2016 is opgeleverd mag de natuur haar gang gaan. Nou ja, niet helemaal. Vijf Schotse Hooglanders worden ingevlogen en samen met een kleine kudde schapen moet de nieuwe natuur wel openen blijven. We zijn nu vier jaar verder. Het terrein is nog steeds erg open. De roodborsttapuit zul je er nog niet vinden. Dit voorjaar gaat Het Drentse Landschap op een aantal plekken in het gebied struweel van mei-en sleedoorn aanplanten. Prima initiatief

 

Leden werkgroep Rabbingerveld verwijderen deels berkenopslag en leggen takkenrillen aan

Beloning voor kleinschalig heidebeheer op Rabbingerveld 1

In 2005 wordt het eerste deel van het Rabbingerveld omgezet in nieuwe natuur. In het meest zuidelijke deel ( gelegen tegen de bossen van Rabbinge)  ontstaat al snel opslag van berk, wilg en later ook brem.  De heide ontwikkelt zich prima, maar heeft al gauw last van zaailingen van berk. Meerdere malen wordt de opslag verwijderd door vrijwilligers, maar structureel gebeurt het nooit. Met wat hap-snap werk bereik je geen resultaat. In overleg met Het Drentse Landschap wordt dan vanuit de natuurwerkgroep de Reest  in oktober 2019 de werkgroep Rabbingerveld opgericht. Deze vrijwilligersgroep bestaat uit zeven personen en is in de periode oktober tot maart ieder week een middag actief bezig met kleinschalig heidebeheer. Veel opslag uit de heide spitten, bomen zagen, maar kleine bosjes en solitaire boomgroepjes laten staan, op veel plekken takkenrillen aanleggen, zandkuilen graven ( voor insecten en hagedissen) , braamstruweel vrijmaken en nog veel meer. Door dit beheer krijg je meer verruiging en variatie in het heidelandschap. De beloning laat niet lang op zich  wachten. Een paartje roodborsttapuit, dat dit voorjaar gretig gebruik maakt van de takkenhopen, braamstruiken en boomgroepjes ! Zullen ze gaan broeden ? We wachten af. Je krijgt er wel een goed gevoel van .

Roodborsttapuit op takkenril

Roodborsttapuit mannetje

Prachtige vogel 

Een mannetje roodborsttapuit in de verrekijker, zingend bovenin een eenzame struik, je wordt er alleen maar vrolijk van. Wat een schoonheid! Zijn zwarte rug, de roodoranje buik en witte hals, wat een prachtige vogel! Het vrouwtje mag er ook zijn. Iets minder gekleurd, maar opvallend genoeg. Roodborsttapuiten zijn ook erg voorspelbaar in gedrag. Dan weer genietend van het uitzicht vanuit een struik, dan weer verdwijnend op zoek naar voedsel. Maar altijd weer terug naar die uitkijkpost. Neem de tijd (en afstand) en blijf er een poosje naar kijken. Je wordt absoluut beloond. Je kunt ze vooral vanuit de auto goed bekijken. Een betere schuilhut is er niet. Rijdend over de Nieuwe  Dijk tussen de heide van De Wildenberg en Takkenhoogte,  zie je ze vaak al op een struikje zitten. De aanwezigheid van roodborsttapuit ( maar ook grauwe klauwier) in een gebied zegt veel over de goede ecologische kwaliteit van het terrein. Het aantal broedparen in ons land wordt geschat op rond de 16.000 en dat is best veel. De wintermaanden brengen de roodborsttapuiten door in Noord-Afrika, Spanje en Frankrijk. Er zijn ook paartjes die hier blijven, maar dat zijn er veel minder.

 

 

Geplaatst in Bescherming, Fauna | Getagd , , , , , | 1 reactie