De klapekster : slimme slachter op de uitkijk

klapekster op de uitkijk

Dertig jaar geleden begon Koos van Zomeren over de natuur te schrijven. Zijn oeuvre is omvangrijk en in erg veel van zijn boeken staan natuur, landschap, flora en fauna centraal. In 2014 verscheen een opvallend boekje: Het verlangen naar de klapekster. De schrijver woont in Arnhem en wandelt heel vaak met de hond door bos en hei. Al gauw is Koos in de ban van de klapekster. Gedurende vier winters noteert hij alle waarnemingen van klapeksters. En daar blijft het niet bij. Hij zoekt contact met ornithologen en andere vogelaars die allemaal dezelfde passie voor de vogel hebben als hij. Wat maakt een klapekster zo bijzonder ? En hoe komt het dat deze wintergast bij de meeste mensen zo onbekend is ? Een prachtig boekje over deze slimme vogel met een grote persoonlijkheid. Ook ik ben een beetje besmet met het klapekstervirus. Mijn dag is helemaal goed als ik er weer eens één gezien heb. In de omgeving van het Reestdal zijn er kansen genoeg. Je moet een beetje geluk hebben en een goede verrekijker. Van afstand laat de klapekster zich namelijk goed bekijken. Maar de vogels is erg slim en is je altijd te slim af. Zo is ie weg om even later op een andere plek weer op te duiken. In dit artikel vertel ik over één van de meest aansprekende vogels die we in ons  land hebben.

klapekster met lange zwarte staat en grijze rug

Eerste kennismaking

De klapekster is geen ekster, maar een klauwier. Klauwieren zijn zangvogels met de eigenschappen van een roofvogel. Broeden doet de klapekster niet meer in ons land, maar overwinteren wel. Het favoriete biotoop is open landschap als duin en heide met ruigte en open plekken. Zit graag in top van struik, boom of op een draad. Dit gedrag maakt de klapekster op grote afstand al zichtbaar. De klapekster heeft drie belangrijke kleuren: grijs, zwart en wit. Erg mooi is de kop. Over de ogen draagt de vogel een ‘Zorromasker’, een zwarte band over de ogen. De rug is grijs, de borst wit, de staart lang en de vleugels relatief kort. Een klapekster herken je ook aan zijn vlucht: golvend en snelle vleugelslagen die afgewisseld worden door glijvluchten met ingetrokken vleugels. De snavel heeft een kort scherp haakje. De poten zijn fors met scherpe nagels , maar het zijn geen klauwen. Een klapekster kan geen prooi met zijn poten vasthouden. Dat moet ie met zijn snavel doen. Het voedsel bestaat uit muizen, kleine vogels, hagedissen en insecten. Net als zijn neef de grauwe klauwier heeft de klapekster de gewoonte om prooien aan scherpe uitsteeksels ( doorns, prikkeldraad) op te hangen.

Lanius Excubitor : De slager die de wacht houdt

Het is altijd leuk om naar de oorsprong van de vogelnaam te kijken. Het etymologisch woordenboek van de Nederlandse Vogelnamen ( Klaas J. Eigenhuis) geeft hierover veel informatie. Eerst de Nederlandse benaming : klapekster. Het woordenboek zegt hierover : ‘een duidelijk voorbeeld van een verkeerd gekozen Nederlandse naam voor een vogelsoort.’ Een tekst uit de 18eeeuw spreekt over ‘klapekster’ en bedoelt dan een ekster (

Uit etymologisch woordenboek vogelnamen

pica pica) die heeft leren praten. Het werkwoord klappen betekent immers praten. In het gezegde ‘Uit de school klappen’ zie je dit terug. Vroeger gebruikte men het spreekwoord  ‘Hij klapt als een Aekster’. De naam klapekster is in de loop van de tijd overgegaan op een heel andere niet verwante soort. Een beetje verklaarbaar is het wel, want  zowel de ekster als de klapekster zijn bont en hebben een lange staart. Maar daar houdt de gelijkenis dan wel mee op.

De klapekster heeft nog een andere naam : de Wachter. Vroeger werd deze volksnaam gebruikt door valkeniers. De naam moet je zien als ‘hij die de wacht houdt, waakzaam is en scherp waarneemt’. ( etymologisch woordenboek Nederlandse vogelnamen) Valkeniers gebruikten de opmerkzaamheid van een gevangen klapekster om wilde roofvogels te ontdekken. Ook wordt beweerd dat Linnaeus de naam Excubitor ( wachter) gebruikte omdat de klapekster andere vogels waarschuwt bij het zien van roofvogels door dan luid te gaan krijsen. Toch wel vreemd, want klapeksters zijn nogal zwijgzaam. Bovendien vangt de klapekster zelf ook andere vogels.

Koos Dijksterhuis in dagblad Trouw over de klapekster

Dan nog even het Latijnse woord Lanius. Dat betekent slager of slachter. Dat is een negatief geladen woord voor zo’n mooie vogel. Heb je wel eens een klapekster in je verrekijker gehad ? Daar kun je alleen maar van genieten. Dan wil je het woord slachter niet horen. Toch moeten we wel realistisch blijven. Hoe mooi de vogel ook is, het is een rover. Kleine vogels, muizen, reptielen en insecten, met een Lanius Excubitor op de uitkijk ben je als heidebewoner je leven niet zeker. En half dood opgeprikt worden in een meidoorn, braam ,of nog erger in het prikkeldraad,  is ook geen lolletje.

Wintergast

De klapekster wil niet meer in ons land broeden. Sinds een jaar of twintig moeten we hem in de zomerperiode missen. Het Hulshorsterzand op de Veluwe wordt genoemd als laatste plek waar een broedsel (van drie jongen) uitvloog. Ooit broedden er honderden paren klapeksters in ons land, maar het landschap zag er toen heel anders uit: veel woeste gronden van heide en venen, kleinschalig landschap met veel ruigte en onbenutte hoekjes, veel stille natuur, niet dat nette aangeharkte landschap met hier en daar nog wat natuur, zoals het Nederland van de 21e eeuw. Om zich voort te planten zoeken de klapeksters het liever hoger op, in Zweden, Finland of Polen. In de winter wordt het vinden van prooidieren daar een lastig verhaal en besluiten ze om wat naar het zuiden af te zakken. Gemiddeld blijven zo’n 300 tot 400 klapeksters bij ons in de periode november tot en met maart.  Er zijn goede ( 400-600) en slechte ( 150-300) klapeksterjaren. Dit heeft waarschijnlijk  te maken met broedresultaten in het noorden. Klapeksters hebben voorkeur voor natuurlijke landschappen als heidevelden, hoogvenen, moerasgebieden, kapvlaktes, zandverstuivingen, duinen en kleinschalig cultuurland.

Klapekster in winterzonnetje

Winterterritorium

De klapekster heeft een eigen territorium.  Je ziet de vogels dus vaak in zijn eentje. Soortgenoten jaagt ie weg. Die moeten maar een ander gebied zoeken. In de 1000 ha grote Engbertsdijksvenen ( hoogveengebied bij Kloosterhaar) komen meestal maximaal 5 klapeksters voor.(Twentse Vogelwerkgroep) Onderzoek toonde aan, dat het territorium van een klapekster heel groot is. Het kan variëren van 50 tot 250 ha, soms zelfs nog groter. Binnen dit gebied heeft de klapekster dan een aantal kleinere kernen waar hij actief is en op zoek gaat naar voedsel. Dat verklaart ook het onvoorspelbare gedrag van de vogel. Zie je bijvoorbeeld drie dagen achter elkaar een klapekster op hetzelfde heideterrein, kijk dan niet vreemd op dat hij daarna spoorloos verdwenen is. De klapekster op Takkenhoogte bijvoorbeeld zit een dag later misschien een week op het Nolderveld om daarna de heide van de Wildenberg te bezoeken. En wie weet waar hij allemaal nog zit. Dat wispelturige en geheimzinnige gedrag  maakt het moment dat je hem weer ziet altijd bijzonder !

klapekster met prooi

Voedsel

De klapekster is een opportunist en eet prooidieren die het meest in zijn biotoop voorkomen. Op droge heiden en stuifzanden worden vaak mestkevers gevangen, in nattere gebieden zoals hoogvenen zijn dat vooral muizen. In het vroege voorjaar, de meeste klapeksters vertrekken pas in april, staan veel levendbarende hagedissen op het menu. In hoogvenen, zoals de Engbertsdijksvenen worden ook heikikkers gegeten.  Kleine zangvogels zoals mezen en vinken worden ook gegeten. Zoals eerder vermeld is een klapekster niet goed in staat om prooi in zijn poten mee te nemen. Dat moet ie met zijn snavel doen. Het haakje aan zijn snavel zal hem daarbij helpen. Meestal wordt een prooi snel op gegeten. Op koude winterdagen heeft de vogel veel energie nodig. Men heeft ontdekt dat in de namiddag, vlak voor de avond valt,  grotere prooien (muizen) worden gegeten. Zo’n lekker hapje kan dan ook uit de ‘voorraadkast’ komen. Net als neefje grauwe klauwier legt de klapekster vaak een voorraadje aan van prooien die hij op scherpe takken of doorns spietst.

Archemermaten: in de winter de klapekster ,in de zomer de grauwe klauwier

Om een idee te geven wat een klapekster zoal naar binnen werkt volgt hier een fragment uit het boekje ‘Het verlangen naar klapekster’ Koos van Zomeren. Het gaat over het gedrag van één klapekster in het Gooi waargenomen op 28 maart in 2012 : ….’de van der Poels ( onderzoekers) hebben van de ochtend tot de avond hun klapekster in de gaten gehouden, speciaal om wat hij teweeg bracht in de plaatselijke populatie levendbarende hagedissen. Hij bleek de dag te beginnen met het verorberen van twee gehangen hagedissen van de vorige dag. In vervolg daarop werden er die dag in totaal 18 gevangen, waarvan er 13 direct of na kortere tijd werden opgegeten. Vijf beesten bleven

Een klapekster pakt ook nogal eens een winterkoning

dus hangen voor later.’  In het tijdschrift Ravon plaatsten Paul en Loes van der Poel een artikel over het foerageergedrag van klapeksters. In de winter van 2009/2010 werden de gespietste of geklemde prooien van één klapekster geteld. De oogst was erg indrukwekkend: 35 insecten ( veel kevers), 26 zoogdieren ( muizensoorten), 40 vogels ( winterkoning, mees en roodborst), 38 reptielen ( levendbarende hagedissen). Doorgaans worden de prooien op een vaste plek verwerkt :  laten we het maar de slachtplaats van Lanius Excubitor noemen. We weten precies wat  klapeksters eten dankzij braakbalonderzoek. Braakballen worden gevonden onder slaapbomen.

Klapeksterbiotoop in Engbertsdijksvenen

Biotoop

Eerst maar even een paar voorbeelden landschappen waar je de klapekster niet gauw zult aantreffen : in bossen en het agrarische landschap. Een klapekster die in ons land de winter doorbrengt heeft namelijk  een paar noten op zijn zang. Het landschap moet open

klapeksters houden niet van heide die vergrast

zijn, liefst een beetje glooiend met hier en daar een boom of struik. ( als uitkijkpost en slaapboom) De vegetatie moet kort zijn met open plekken. Heide bijvoorbeeld moet niet te nat en zeker niet te hoog. Heide die sterk aan het vergassen is of bedekt met hoge en dichte planten van struikheide is bij klapeksters niet populair. Net als geplagde heide. Daar is ook niets eetbaars te vinden. Voor het vangen van kevers, muizen en hagedissen heb je open ruimtes nodig. Een onderzoek op de Veluwe kwam met een verrassende conclusie. Klapeksters houden ook van ruige akkers. Ze vangen er veel muizen.

Is er nog toekomst voor de klapekster in ons drukke landje ?

Ja, er zijn positieve ontwikkelingen. Ook negatieve trouwens. Eerst naar de goede kant van de zaak. Om het klapeksters naar de zin te maken is het herstellen van grotere heide- en hoogvenen nodig. Landschap Overijssel bijvoorbeeld is momenteel  op de Lemelerberg en bij Beerze bezig  grote oppervlakten aan bos om te zetten naar heide. Dat betekent dat er

bos maakt plaats voor heide op de Lemelerberg

meer leefruimte voor de klapekster komt. Het zal nog wel wat jaren duren voordat deze gebieden zo verruigd en gevarieerd zijn dat er genoeg voedselaanbod is, maar het zijn stappen op de goede weg. Grote grazers op de heide, zoals koeien en schapen, zorgen voor meer mestkevers . Bovendien komt er meer variatie in het landschap en neemt de biodiversiteit (lees : meer voedselaanbod zoals muizen en kleine zangvogels ) toe. De aanleg van natuur- en wildakkers en bloemrijke akkerranden is ook gunstig. De akkers worden niet geoogst en trekken in de winter veel muizen en vogels aan. Kan gunstig

grote grazers zorgen voor meer mestkevers

uitpakken voor overwinterende klapeksters, zeker als deze akkers aan de randen van heidevelden liggen. Nadelig voor klapeksters is de toename van onrust in overwinteringsgebieden. In sommige terreinen is de recreatiedruk groot en wordt de klapekster gedwongen om zich te verplaatsen. Het kan meevallen, want klapeksters laten zich ook regelmatig goed bekijken. Meestal gaan ze toch gauw op de vlucht. De achteruitgang van insecten kan ook negatief uitpakken. We weten dat de vogels veel kevers eten. Wat voor invloed dit heeft op het menu van de klapekster moeten we nog maar afwachten.

Struin met je verrekijker de vlakte af en let op de toppen van bomen en struiken

Hoe ontdek je een klapekster ?

Weet wel waar je aan begint als je op zoek gaat naar je eerste klapekster. De kans bestaat dat je bij het ontdekken van je eerste exemplaar voorgoed ‘verloren’ bent. Titels van verslagen en boeken als ‘In de ban van de klapekster’ of ‘Het verlangen naar klapekster’ zeggen genoeg. Er zijn vogelaars die niet meer normaal  een heide kunnen bezoeken. Ze móeten met de kijker de vlakte afturen op zoek naar de ene vogel in de top van een boom of struik.  Als je eenmaal door hebt hoe een typisch klapekstergebied er uit ziet, wordt de kans op een ontmoeting groter. In het Reestdal kun je een klapekster tegen komen op de heide van Takkenhoogte, Meeuwenveen en De Wildenberg. Waarschijnlijk ook in de Vledders, maar daar mag je niet komen. Net als de Archemermaten langs de Regge bij de stuw van Archem. Ook niet toegankelijk, maar wel een mooi klapeksterbiotooop.  Gelukkig kun je vanaf de randen vaak de terreinen goed overzien. Ik heb deze winter klapeksters waargenomen in de Engbertsdijksvenen, op het Dwingelderveld en op Takkenhoogte. Vorig jaar zat er ook ééntje in de Junner Koelanden. Kijk op de website vogelkijkhut.nl . Daar vind je actuele waarnemingen van klapeksters.

Neef grauwe klauwier broedt wel in ons land

Waarom broedt ie hier niet meer ?

Het antwoord op deze vraag is lastig te geven. De grauwe klauwier, qua gedrag en voedselkeuze lijkend op zijn neef klapekster, broedt wel in ons land. Sterker nog, het gaat steeds beter met deze vogel. Hij voelt zich thuis in typische klapeksterbiotopen, houdt ook van open terrein met veel variatie en struwelen. Eet ook insecten, muizen, reptielen, vogels, dus klapekster : wat let je ? In 1999 de laatste klapekster broedende klapekster in ons land , een come-back van deze prachtige vogel zou erg mooi zijn.

Gebruikte bronnen :

Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen – Klaas J.Eigenhuis

Vogels van Europa- Lars Jonsson

Het verlangen naar klapekster- Koos van Zomeren

Vogelatlas van Nederland -Sovon uitgave 2018

Kwartaalblad 67 Het Drentse Landschap

Sovon

Eigen waarnemingen

Informatieve links :

- Over het onderzoek van Paul  van der Poel in de winter van 2010/2011

- Over Groningse klapeksters in 2016 

- Over de conditie,dieet en plaatstrouw van klapeksters op de Veluwe en de         Engbertsdijksvenen

- Over aantallen en verspreiding in Nederland

- Algemene informatie over de klapekster van Vogelbescherming 

- Mooi filmpje op  YouTube

- Youri in de ban van de klapekster op YouTube

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Fauna | Getagd , , , , , | Een reactie plaatsen

Wintertelling ooievaars : rondje Reestdal

Dagblad Trouw opende maandagmorgen 14 januari 2019 een column met ´Is er sprake van winter met 108 ooievaars in het Reestdal?´ Het was niet alleen deze krant. De

ooievaarstelling dagblad trouw 14 januari 2019

jaarlijkse wintertelling van onze Nederlandse ooievaarspopulatie krijgt ieder jaar veel aandacht in de media. Zelfs het NOS- journaal besteedde er zondagavond  aandacht aan. De telling wordt door vrijwilligers gedaan. De organisatie is in handen van STORK. Dit is een organisatie bestaande uit vrijwilligers die zich belangeloos inzetten voor de ooievaars in ons land.

Eerst aan de Overijsselse kant

Zondagmiddag rijden we in een kalm tempo het hele Reestdal door. Verrekijkers en camera met telelens aan boord. Eerst via de Overijsselse kant, van Noord Stegeren richting De Paardelanden en Schrapveen. Dan naar Balkbrug en Oud- Avereest. Via Groot Oever naar IJhorst en Halfweg. Geen ooievaar te zien. Was ook wel te verwachten. Het ooievaarsparadijs moet dan immers nog komen: de natte hooilanden achter ooievaarsstation De Lokkerij. Daar staan altijd groepen ooievaars. Soms heel dicht bij de

Ooievaars eten veel regenwormen

Lankhorsterweg, vaak veel verder het land in. Zoals nu. Twee groepen zien we. Ze staan in Drenthe op een afstand van een paar honderd meter. Een aantal erg dicht bij elkaar. Erg gezellig, maar moeilijk te tellen! Door de kijker, nauwelijks stil te houden door de straffe wind, lukt het redelijk. Een groep van 18 en meer naar rechts staan er ongeveer 75. Een wilgenbosje staat in de weg. Staan er nog ooievaars achter ? Iets verder door rijden. Ik maak een paar foto´s.  Maar hebben we ze allemaal ? Verderop, in de graslanden achter het ziekenhuis van Meppel is het leeg.

Achter De Lokkerij 

We slaan rechtsaf  de Reestweg in. De hooilanden zijn hier nat. Hopelijk herstelt de grondwaterstand zich in de komende maanden. Geen grote zwartwitte vogels met een rode snavel in zicht. Weer terug naar de Lankhorsterweg en kijken of er achter het ziekenhuis van Meppel nog wat te tellen is. Nee dus. We passeren de witte brug over de Reest en rijden Drenthe in.  Langs de A28 richting Rogat.  Na de Hessenweg slaan we de Schiphorsterweg in.  Ook hier geen ooievaars. Ook niet bovenop een lantarenpaal. Dat doen ze blijkbaar het liefst in de mooie maanden van het jaar. Toch nog even bij De Lokkerij kijken. Het is er heel stil en verlaten.  De groepen  die we vanaf de Lankhorsterweg hebben gezien staan hier vlakbij. Misschien dat ze vanaf deze locatie beter te tellen zijn. In de grijze lucht vliegt een tiental ooievaars aan. Achter het reigersbosje komen ze aan de grond. Voorzichtig loop ik naar achteren, langs het bosje. In het hooiland staat een hele grote groep ooievaars. En een aantal blauwe reigers. Het lijkt erop of ze nu allemaal bij elkaar staan. En ook nog in een lang lint, niet te dicht bij elkaar. Door de verrekijker tel ik er snel iets meer dan 100. Ik maak vier foto´s die ik thuis op de computer kan combineren tot een soort panoramafoto.  Dan weer snel terug naar de auto.

Reestdal is een geschikt ooievaarsbiotoop

Klapekster ?

Via De Wijk richting De Stapel. Rechtsaf over de Stapelerweg richting de Bloemberg. Daar slaan we links af richting De Pieperij. Nergens een ooievaar te bekennen. Een mooi ritje is het wel. Het landschap rond de Reest verveelt nooit. Ook zo´n mooi weggetje: de Nieuwe Dijk. We passeren de heidevelden van Takkenhoogte en Wildenberg. Even stoppen en met de kijker turen over de de vlakke heide . Ooievaars op de heide ? Nee, ik kijk even of ie er zit: de klapekster. Vanmiddag niet. Maar vorige week wel ! Een klapekster zien is voor een vogelaar een ´wauw-moment´. Via Den Oosterhuis en De Mulderij komen we weer in Dedemsvaart.

Panoramafoto 

Thuis kijk ik naar de panoramafoto van de groep ooievaars. In alle rust kan ik ze goed tellen. Het zijn er 108. Opvallend is het vrij grote aantal niet geringde exemplaren die er tussen staan. Ik geef de telling door aan STORK en mail een paar foto´s. Wim van Nee is er blij mee. De groep in het Reestdal blijkt de grootste groep te zijn in deze wintertelling. Voor ons is dat geen verrassing. Dat is namelijk al jaren zo. De media pakken de eerste uitslagen direct op. Het getal van 108 kom ik later in kranten en op websites overal tegen. Toch leuk.

Een deel van de panoramafoto

Meer info 

Wil je meer weten over ooievaars die hier ´s winters blijven, kijk dan op de volgende websites. Die geven veel info over ooievaars die niet naar het zuiden trekken.

STORK,  de organisator van de wintertelling. 

Interview met Els en Frits Koopman, oprichters van de Lokkerij 

SOVON : over overwinterende ooievaars 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Fauna | Getagd , | Een reactie plaatsen

Is er nog toekomst voor de gewone es ?

Essen langs het kerkenpad

De es voelt zich thuis in het Reestdal. Veel wandelaars kennen de indrukwekkende essenstoven langs het kerkenpad achter de Reestkerk van Oud-Avereest. Met hun knoestige wortels, je kunt je nek er wel over breken, schreeuwen ze om aandacht. En dat mag ook wel, want het gaat niet goed met de essen in ons land. Een schimmel bedreigt hun bestaan. Gelukkig is er hoop…….

Essen aan de rand van het hooiland

Favoriete plekken

De gewone es is een heel kritische boom. Het liefst staat ie op zuurstofrijke vochtige plekken met een vruchtbare kalkrijke bodem. Het grondwater moet in beweging zijn. De boom is nogal gevoelig voor droogte en luchtvervuiling.

Langs wegen en lanen

Essen vind je langs wegen, lanen, in houtwallen en (beekbegeleidende) bossen. Vroeger werden essen ook als grensbomen geplant op de hoeken van erven en langs sloten en singels. In de provincie Flevoland komen de meeste (nog jonge) essenbossen voor.

Tak es met karakteristieke zwarte knoppen

Zwarte knoppen

In de wintermaanden kun je essen gemakkelijk herkennen aan de takken. Die staan vaak schuin omhoog gekruld. Er is geen enkele andere boom in ons land met zulke opvallende knoppen. Die zijn namelijk dofzwart en staan altijd tegenover elkaar. De eindknop is groter dan de zijknoppen. Pas laat in het voorjaar komen ze uit. De bladeren vallen al vroeg in de herfst en het duurt in het voorjaar ook nog wel even voordat de boom volledig in blad staat. Een es is dus het grootste deel van het jaar kaal. De boom kan erg hoog worden, maar de kruin blijft altijd erg open. Essen laten daardoor veel licht door.

Bloei

De bloei is opmerkelijk. Voordat de knoppen uitkomen ontwikkelen zich de bloemen.

bloeiwijze es

Eerst ontstaan rode fluwelen knoppen waaruit de pluimvormige bloemen komen. Meestal hebben de bloemen een stamper en twee meeldraden, maar ze kunnen ook alleen meeldraden hebben, of alleen een stamper. Bloemen met een stamper veranderen na bestuiving en bevruchting in bossen langwerpige vruchtjes ( een soort nootjes) met vleugeltjes. Vaak hangen deze trossen de hele winter in de boom, ook al zo´n typisch essen-kenmerk.

Geriefhout

Essen werden vroeger net als eiken gebruikt als geriefhout. Een afgezette es loopt namelijk erg mooi uit en krijgt dan veel kaarsrechte takken. Na een jaar of vijf kun je hier mooie gereedschapsstelen van maken. Essenhout blijft lang goed en het is hard, taai en een beetje buigzaam. Houten onderdelen van gymnastiektoestellen, zoals de leggers van de brug zijn ook vaak van essenhout gemaakt. In de huishouding werd het hout ook gebruikt, er werden schotels en borden van gedraaid.

Essenstoven

Essenstoven

Een es die vlak boven de grond is afgezet loopt in meerdere stammen weer uit. Jaren later geven die dikke stammen de boom een grillig karakter. Deze speciale vorm wordt een essenstoof genoemd. Er zijn meer boomsoorten die tot stoven kunnen uitgroeien. Elzen en eiken doen dit ook. In het Reest-  en Vechtdal kom je vaak hakhoutbosjes tegen. Je herkent ze aan de bomen. Die zijn vroeger regelmatig afgezet kregen daardoor een grillige vorm. Oude en verwaarloosde hakhoutbosjes zijn natuurreservaatjes op zich. De liefhebber van schimmels, mossen en korstmossen zal zich hier niet vervelen

De monumentale es van Dwarsgracht

De es van Dwarsgracht

De oudste en dikste es van Overijssel kom je tegen als je een wandeling door het mooie en vaak stille Dwarsgracht (De Wieden) maakt. Waarschijnlijk is de boom geplant rond 1820. Vanaf dat moment heeft de boom op een relatief klein oppervlak groeiruimte moeten maken, het water van Dwarsgracht staat namelijk niet ver onder het maaiveld. Om ruimte te creëren heeft de boom de grond omhoog geduwd, waardoor het nu lijkt alsof de boom op een heuvel staat. De woning die er achter staat kreeg een toepasselijke naam: Essenbelt. (Bron: website Bomenbieb)

levensboom in het bovenlicht

De es als levensboom

In het bovenlicht (raam boven de deur) van oude boerderijen valt de levensboom op. Een machtige boom reikt met zijn takken naar de hemel, stevig geworteld in de aarde met de stam als verbinding. Veel culturen kennen deze levensboom. Bij de Germanen heette de boom Yggdrasil en stelt het de es voor, hoewel er ook mensen zijn die beweren dat het een taxus is. De boom is pure symboliek. De wortels hebben contact met de onderwereld. De takken reiken naar de hemel. De boom is de bemiddelaar tussen goden en mensen. Maar het is meer dan dat. Voor de boeren die het land bewerkten is de boom ook het symbool voor de kringloop van de seizoenen. Het nieuwe leven in de lente, de oogsten in de zomer, vruchten en verval in de herfst en de rust tijdens de winter.

artikel Trouw 21 december 2018

Essentaksterfte

Langs wegen zijn de laatste paar jaar veel essen weggehaald. Net als in de bossen van Flevoland, de provincie met de grootste essenpopulatie van ons land. Oorzaak ? Het essenvlieskelkje, een schimmel die op dode gevallen takken groeit. De sporen van het zwammetje worden met de wind verspreid en infecteren de boom. Bladeren en takken sterven dan af. Als dat ook met de stam gebeurt is het einde verhaal. Er zijn essen die de ziekte zouden kunnen overleven, maar uit voorzorg toch worden gekapt. Veel gemeenten gaan serieus om met hun zorgplicht en nemen geen risico. Tegen de essentaksterfte is niets te doen, maar onderzoek van de Wageningen Universiteit biedt wel hoop.

Voor nog meer info over essentakziekte  klik je hier

Onderzoek naar resistentie

Een proef met 1100 geënte bomen ( onderstammetjes) op een veldje in het Drentse Peize maakte duidelijk dat er altijd bomen zijn die meer weerstand hebben. In het artikel ´Redding voor de es is nabij´ in dagblad Trouw van 21 december 2018 vertelt onderzoeker Jelle Hiemstra: ´We lieten stukjes hout infecteren met de schimmel. Vervolgens sneden we de bast open, staken er een besmet stukje hout tussen en draaiden er tape omheen. Zo wisten we zeker dat de proefbomen besmet raakten.´ En wat gebeurde er? Veel van de besmette essen werden ziek, maar er waren ook exemplaren die minder gevoelig bleken voor de schimmel. Bosbeheerders willen echter geen cultivars, maar de inheemse gewone es. En dan liefs een resistente boom. Een andere onderzoeker, Paul Copini van het CGN- WUR schakelde het publiek in. Sinds 2017 konden mensen die tussen aangetaste essen ook gezonde bomen zagen staan dit op een website melden. Medewerkers gingen dan kijken, sneden gezonde takken af en zetten die dan op onderstammen van de gewone es. Zo kreeg Copini 200 sterke varianten van de gewone es als basis voor verder onderzoek. Op een aantal proefveldjes zijn gezonde essen geplant om te kijken wat er in de komende jaren gebeurt.

Gelderingensteeg is een oud kerkenpad

Gelderingensteeg

Op een aantal locaties in ons land komen heel oude hakhoutbomen voor. Bijzonder oud essenhakhout is te vinden vlak bij Steenwijkerwold. Daar loopt een oud zandpad met de

informatiepaneel over historie Gelderingensteeg

naam Gelderingensteeg. Langs dit eeuwenoude pad vind je essenstoven van meer dan 500 jaar oud!  Zo mooi en zo oud zijn de essen langs het kerkenpad van Oud-Avereest niet. Om de grilligheid en mystiek te krijgen van eeuwenoud hakhout zul je de bomen regelmatig moeten afzetten en vooral veel geduld hebben. “Boompje groot, plantertje dood “ gaat voor deze bomen zeker op.

Geplaatst in Flora, Natuur | Getagd , , , , , | Een reactie plaatsen

Wees zuinig op het netwerk van houtwallen en houtsingels

Een goed onderhouden houtwal heeft veel ondergroei en is uitgerasterd

´Het gaat sluipenderwijs. Een eeuwenoude houtwal wordt smaller en smaller en is ineens niet meer dan een boomsingel. En een poos later zijn er van die singel nog maar een paar bomen over. Ze staan als stoere, solitaire bomen in een grote grasvlakte. Maar weer een paar jaar later zijn ook die knoesten verdwenen. Een leeg, stil landschap is wat er achter blijft.´  (bron: De Groene Verdieping, bijlage van het winternummer 2018 van Natuurlijk Overijssel, het kwartaalblad van Landschap Overijssel)

Kwartaalblad Natuurlijk Overijssel december 2018

Oude landschapselementen verdwijnen

Met een heleboel landschapselementen, zoals houtwallen, houtsingels, hagen, hakhoutbosjes, greppels e.d. gaat het niet goed. Ze verdwijnen uit het oude cultuurlandschap en we krijgen er een eenvormig uitgestrekt productieland voor weer terug. In 2013 publiceerde Landschap Overijssel de eerste editie van ´De staat van ons landschap´. Dat was geen vrolijk verhaal. Nu zijn we vijf jaar later en is het tijd voor een tussenrapportage.

Hakhoutbosje bij Arriën Vechtdal

Inventarisatie: start in 2013

Steeds meer mensen maken zich zorgen over het verdwijnen van het oude landschap. In de Achterhoek, in Twente, in de gemeente De Wolden, op veel plekken klinkt protest. Straks actievoerders in groene hesjes? Zal niet gebeuren, maar onderhuids broeit wel de onvrede en de zorg. Sinds een aantal jaren inventariseert Landschap Overijssel hoeveel landschapselementen verdwijnen. Binnen de methode die men hanteert kijken de onderzoekers naar twee zaken :

  • hoe groot is de oppervlakte van de groene landschapselementen in de provincie  Overijssel ?
  • wat is er nog en hoe staat het met de kwaliteit van het landschapselement?

Netwerk van houtwallen,bosjes en singels Schiphorst bij De Wijk

Om een antwoord op het eerste deel van het onderzoek te krijgen worden topografische kaarten van 2003 met de situatie van nu vergeleken. In samenwerking  met Landschappen.nl maakt Landschap Overijssel gebruik van het Meetnet Agrarisch Cultuurlandschap. Houtwallen, heggen e.d. worden beoordeeld op vitaliteit, staat van

greppels zijn onderdeel van het blauwe netwerk

onderhoud en bedreigingen. In de provincie wordt in 17 meetgebieden in kaart gebracht hoe het met het oude cultuurlandschap voor staat. In 2013 was de eerste ronde klaar. De conclusie was toen: de staat van het landschap is onvoldoende en het groenblauwe netwerk neemt af. Onder het groenblauwe netwerk verstaat men ecologische verbindingszones ( greppels, sloten, houtsingels, hagen, bosjes e.d.) die voor flora en fauna belangrijk zijn. Veel dieren verplaatsen zich via dit netwerk en komen in de problemen als dit fijnmazige landschap wordt aangetast.

En nu ?

Eerst het ´goede ´ nieuws. Sinds 2012 is de totale oppervlakte groen in Overijssel niet verder afgenomen. Maar kijk je wat verder naar het begrip ´blauw´ en ´groen´, dan wordt het verhaal al weer anders. Veel sloten en greppels verdwijnen. Een afname van 8% sinds 2003. De kwaliteit van de lijnvormige elementen als houtwallen en houtsingels staat onder druk. Meer dan 60% moeten op korte termijn onder handen worden genomen, een kwart zelfs heel gauw. Gebeurt dit niet, dan gaat dat ten koste van de biodiversiteit en verschraalt het landschap.

Niet onderhouden doorgegroeide houtwal

Wie heeft er nog verstand van het beheer van een houtwal ?

Veel houtwallen en houtsingels zijn verwaarloosd en in slechte staat. Oorzaak ? Vroeger hadden ze een belangrijke functie. Ze leverden brandhout en hout voor gereedschap,

De winterkoning voelt zich thuis in de ondergroei van een houtwal

paaltjes en hekken e.d. Ze hadden een functie in het boerenbedrijf. Om de 15 jaar werd de wal tot op de grond toe afgezet. Dat leverde veel hout op. De bomen en struiken liepen daarna weer breed uit. Een houtwal of singel kreeg dan veel ondergroei, de flora en fauna profiteerden hiervan, de biodiversiteit in een houtwal was groot. Houtwallen hebben nu in de agrarische bedrijfsvoering geen nut meer, sterker nog, ze staan vaak in de weg. De agrariërs van nu hebben geen tijd of zin om ze te onderhouden en de kennis over het beheer is ook verdwenen.

Vrijwilligers

Rijdend door het Reestdal zie je nog wel houtsingels en houtwallen in goede staat, maar deze staan vooral in reservaatsgebieden van Landschap Overijssel en Het Drentse Landschap. Buiten deze terreinen vind je de meeste niet onderhouden houtwallen en singels. Of ze zijn helemaal verdwenen. Het onderhoud van een houtwal of singel wordt nu vaak door vrijwilligers gedaan. De werkgroep landschapsbeheer van de natuurwerkgroep de Reest bijvoorbeeld is regelmatig actief in terreinen van Landschap Overijssel.

vrijwilligers nwg de Reest aan het werk in een houtwal

 Meer lezen over houtwallen en houtsingels ?

 Lees dan

Houtwallen en houtsingels : boerengeriefhout 

Geplaatst in Bescherming, kleinschalig landschap, landschapselementen | Getagd , | 2 Reacties

Landschapsschilders : landschapsfotografen met penseel

Landschapsfotografie : Beekdal met uitzicht op Anloo ( Drenthe)

De foto hierboven heb ik gemaakt in een prachtig Drents beekdal. Je kunt het beekje niet tussen de hooilanden zien stromen, het is niet meer dan een klein diepje. Aan de horizon zie je het dorp Anloo, met de toren van de Magnuskerk, de oudste kerk van Drenthe.  De foto is een beetje bewerkt en lijkt zo op een schilderij. Het schilderen van landschappen was jarenlang niet populair. In de gouden eeuw veranderde dat.

Knotwilgen bij Den Kaat / bewerkte foto

Het oude landschap vind je ook in het Reestdal

Het bijzondere van het Reestdal is de kleinschaligheid, een landschap met hakhoutbosjes, hooilandjes, een meanderend beekje, houtwallen, landgoederen met oude karakteristieke bomen, kleine akkertjes (essen) , kikkerpoelen, monumentale boerderijen en nog veel meer. Tijdens een wandeling zie je het landschap voortdurend veranderen. Na elke bocht is het weer verrassend anders.  Wandelen in een eeuwenoud landschap, het kan bijna niet meer in dit land. Wegdromen bij een schilderij van een Hollands landschap uit de 19e eeuw is het enige wat ons rest. Wat was Nederland vroeger mooi en wat hebben we in de afgelopen vijftig jaar veel verpest ! En daar gaan we vrolijk mee door.

Jacob Kremer : Wodanseiken bij Wolfheze 19 eeuw

Landschapsschilders

Veel fotografen houden zich bezig met landschapsfotografie. Dat is ook een boeiende bezigheid. Nederland kent meer dan tien verschillende landschapstypen, dus genoeg mogelijkheden om je eens lekker uit te leven. De landschapsfotografen van vroeger hanteerden het penseel. Zwervend door ons land legden deze landschapsschilders de mooiste delen van ons land vast. Vanaf de 17 eeuw kregen steeds meer schilders aandacht voor het vastleggen van het landschap. Natuurlijk werd het werk vaak geromantiseerd en wat zwaarder opgezet, maar al die schilderijen leveren wel een kijkje op het Nederlandse landschap van de 17e tot en met de 19e eeuw op. In veel musea hangen werken van bekende en minder bekende landschapsschilders.  Een expositie over landschapsschilderkunst is nog leuker, dan valt de diversiteit van het Nederlandse landschap van vroeger nog meer op. Een erg mooie expositie van veertig werken vind je momenteel in Harlingen.

Julius Jacobus van de Sande Bakhuyzen : landschap in Drenthe 1882

Expositie ´Lage Landen´ in Harlingen 

Van 14 oktober 2018 tot 4 februari 2019 presenteert Gemeentemuseum het Hannemahuis in Harlingen de reizende tentoonstelling Lage Landen. Een prachtige reis door de geschiedenis van de Nederlandse landschapsschilderkunst aan de hand van veertig parels uit de collectie van het Rijksmuseum, aangevuld met enkele schilderijen uit de eigen collectie.

Een paar voorbeelden 

Onze omgeving ( Drenthe en Overijssel) werd ook door landschapsschilders bezocht. Het woeste en vaak lege landschap bleek inspirerend te werken, want er zijn voorbeelden genoeg van heide, moeras, beken en het boerenland met hier en daar een oude boerderij. Hieronder een paar voorbeelden.

Anton Mauve : herderin met kudde schapen ca. 1886

Aan het eind van de 19e eeuw verdwenen geleidelijk de schaapskuddes uit het landschap. Door het gebruik van kunstmest was de schapenmest uit de potstal niet meer nodig om de grond vruchtbaar te maken.

Folkert Post : Heidelandschap rond 1900

Schilderijen van heidelandschappen komen niet veel voor. Grote delen van Drenthe en Overijssel bestonden ,voordat de ontginningen begonnen, uit dit landschap. Door de heide stroomt een beekje. Van dit soort landschap is weinig meer over.

Anton Mauve: huisje aan de zandweg ca. 1885

Waarschijnlijk worden in de kar heideplaggen vervoerd. De uitgestoken plaggen worden in de potstal op de bodem gelegd. Vermengd met de schapenmest en ander organisch afval wordt deze ´compost´ later uitgereden op de akker om deze vruchtbaar te maken.

Jacob Isaacksz.van Ruisdael: de voorde ( 17 eeuw)

Een beek kun je op doorwaadbare plaatsen oversteken. Zo´n plek wordt een voorde genoemd. De naam ´voorde´komt in veel plaatsnamen voor. De figuren in het schilderij zijn door een andere schilder in het landschap gezet ( Philips Wouwerman). Blijkbaar zag Ruisdael dat zelf niet zo zitten.

Harlingen is een bezoek meer dan waard

Meer schilderijen van oude Hollandse landschappen zien ? Breng een bezoek aan de oude en historische binnenstad van Harlingen. In de Voorstraat op nummer 56 vind je museum Hannema. Het pand zelf is al een bezoekje waard.

Deze reizende expositie gaat in 2019 nog naar:

Bergen op Zoom: 16 februari 2019 t/m 9 juni 2019
Gouda: 23 juni t/m 13 oktober 2019

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in kleinschalig landschap, Vroeger en nu | Getagd , , | Een reactie plaatsen

Wandelparadijs Reestdal deel 1

Graspad tussen Den Westerhuis en De Wildenberg

Zondagmiddag. Een blik op de parkeerplaats achter informatiecentrum De Wheem in Oud-Avereest is genoeg. Vol! Vanwaar die enorme belangstelling ? Een bijzonder concert in de Reestkerk ?  Een feestje in De Wheem? Geen van beiden.  De publiekstrekker heet ´een  landschap uit grootmoeders tijd´. Anders gezegd : een kleinschalig

Langs de beuken van Den Westerhuis

beekdallandschap dat niet ten prooi viel aan grootschalige projecten als ruilverkavelingen en het rechttrekken van beken. Dat mooi bewaarde landschap trekt wandelaars. Erg veel wandelaars. Vooral op zondag. Door de week is het veel rustiger, dan kun je in het Reestdal uren dwalen zonder veel mensen tegen te komen. Het Reestdal is een wandelparadijs met groot aanbod van wandelroutes.

Vanuit meerdere locaties kun je wandelen 

Het meest populaire deel van het Reestdal is de middenloop, zeg maar het gebied tussen Balkbrug en De Wijk. Hier zijn ook de meeste wandelmogelijkheden.  In het Reestdal kun

Winters landschap Den Westerhuis

je vanaf meerdere plekken een mooie wandeling maken: in Oud-Avereest bijvoorbeeld is dat mogelijk vanuit het informatiecentrum “De Wheem”van Landschap Overijssel. Bij De Wijk ligt Landgoed Dickninge. De tuin trekt in april veel wandelaars als de holwortel bloeit. Tussen de Bloemberg en De Stapel begint vanuit informatiecentrum ‘t Ende van het Drentse Landschap een korte maar prachtige wandelroute, waar je zelfs langs de Reest kunt lopen.  Vanaf de parkeerplaats bij de oude havezate Havixhorst tussen De Wijk en Meppel is er een uitgezette wandelroute die achter het landgoed een mooi uitzicht biedt op de natte hooilanden van de Reest en die ook langs het

Beukenlaan Landgoed De Havixhorst

ooievaarsbuitenstation “De Lokkerij” loopt. Rondom IJhorst zijn verschillende wandelingen uitgezet, waaronder een route die veel informatie geeft over de geschiedenis van dit deel van het Reestdal. Bij de ingang van reservaat Meeuwenveen-Takkenhoogte kun je ook beginnen met een prachtige tocht.

Wandelmogelijkheden

Hier volgt een overzicht van de meest populaire wandelroutes. Je kunt ze downloaden vanaf de website van Landschap Overijssel.

Wandeling Wat weet jij van boerderijen ? 

( Landschap Overijssel)

route boerderijenwandeling

Route van 5 kilometer. Je passeert een aantal mooie monumentale boerderijen en loopt door een heel afwisselend landschap. Een meanderende beek die je twee keer oversteekt, bos, hooiland en op meerdere plekken kleine akkertjes (essen) ingezaaid met winterrogge. ´s Zomers passeer je de locatie van het project Oude Landbouwgewassen in het Reestdal,

boerderij De Wildenberg in de herfst

opgezet door natuurwerkgroep de Reest en Landschap Overijssel. Startpunt is De Wheem in Oud-Avereest. De route eindigt hier ook.

 

 

Wandelroute Beleef Haardennen

(Landschap Overijssel)

Route van 5 kilometer. Leuk om met je kinderen te

wandelroute Haardennen

doen. Bosgebied De Haardennen bestaat uit gemengd bos en heideveldjes. Vanuit Balkbrug loop je eerst door het Heuveltjesbos. Je passeert de restanten van een oude trambaan. Het Heuveltjesbosbad is misschien wel het mooiste openluchtbad van Nederland. Op de twee campings langs de route is van alles te beleven.

heideveldje in de Haardennen

Startpunt en eindpunt : parkeerplaats supermarkt in Balkbrug.

 

Gluur´n b´j de buur´n 

Route van 14 kilometer. Mooie route als je van open landschappen houdt. De route passeert een aantal buurtschappen in het noordelijke deel van het Reestdal.  Vroeger is de heide hier in cultuur gebracht en veranderde het landschap in boerenland. Toch lijkt de tijd nog op veel plekken te hebben stil gestaan. Je steekt de Reest twee keer over. Pareltjes van deze route: Schrapveen, Landgoed Linde ( vooral in het voorjaar) en Nolde. Startpunt is het restaurant op de splitsing Linderweg/Ommerweg. Hier eindigt de route ook. Genoeg parkeerruimte.

bloeiende boomgaard op Landgoed Linde

 Op en Top Reestdal 

Route voor de meer getrainde wandelaar, want de wandeling is  18 km lang. Het is niet alleen het mooie kleinschalige Reestdal dat deze tocht aan doet. De naam Op en Top Reestdal  doet nogal overdreven aan, want een behoorlijk aantal kilometers loop je door het Westerhuizingerveld, een grootschalig landbouwgebied op de flanken van het Reestdal. Het is besliste geen saaie route, er zijn ´attracties´ genoeg onderweg, maar de mooiste plekjes in het Reestdal doet deze route niet aan. Wel een mooie wandeling als je van open landschappen houdt. De wandeling start op camping Si-Es-An, De Haar 7707 PK Balkbrug.

Nieuwe natuur in het Westerhuizingerveld

 

 

Geplaatst in wandelen | Getagd , | Een reactie plaatsen

Multifunctionele winterrogge: groenbemester, vanggewas, veevoer en onderdeel van de kringloop

In november ontkiemt de winterrogge. Locatie : Rabbinge Reestdal

Maak een mooie wandeling door het Reestdal en je komt ´s zomers op veel plekken kleine essen ( akkertjes) tegen waarop winterrogge wordt verbouwd. Tussen de goudgele halmen bloeien akkerkruiden als korenbloem, kamille en klaproos. Winterrogge, de naam zegt het al, is een wintergraan. Het gewas wordt in oktober gezaaid en in juli geoogst. De rogge  komt in rood/groene sprietjes  boven de grond uit.

legering winterrogge in juli ) (platgeslagen)

 

Geen roggebrood

Van rogge worden allerlei producten gemaakt, zoals muesli, volkorenbrood, crackers en natuurlijk roggebrood. De rogge die je in het Reestdal tegenkomt is op veel plekken ingezaaid door de twee grote herenboeren die het beekdal rijk is : Het Drentse Landschap en Landschap Overijssel. Landschap Overijssel heeft maar liefst 50 hectare akkerland in beheer. Echter, de oogst verdwijnt niet in allerlei gezonde producten, maar dient vooral als veevoer. Dat is niet vreemd, want in de Europese Unie wordt meer dan 60 % van de granen verwerkt tot krachtvoer. Rogge heeft ook  de hoogste bijdrage (9%) in het maken van biobrandstof. De Reestdal-rogge komt niet op de grote wereldmarkt terecht, maar is onderdeel van een systeem waar landbouw minister Carola Schouten haar vingers bij af zal likken: de kringloop.

Kringlooplandbouw

De landbouw in ons land moet op de schop. Daar is zo langzamerhand iedereen het wel over eens. De overheid wil toe naar  een ´kringlooplandbouw´ De minister: ““Kringlooplandbouw gaat uit van zo efficiënt mogelijk gebruik van grondstoffen, en niet van zo efficiënt mogelijk produceren tegen zo laag mogelijke kosten.”  Kort samengevat : Kringlooplandbouw draait op het principe dat er geen afvalstromen meer zijn. Alle producten die het landbouwbedrijf verlaten worden gebruikt als eindproduct of als grondstof voor een van de andere schakels in de kringloop, als veevoer bijvoorbeeld. Om en beetje idee te krijgen wat men met kringlooplandbouw voor ogen heeft, moet je de volgende links eens bekijken.

Universiteit Wageningen : Kringlooplandbouw 

De Gelderlander : Kringlooplandbouw, goed idee of niet ?

Potstal

In het verleden was die kringloop er al. De schapen gingen ’s nachts de potstal in en met de

schapen in de potstal

mest werd de es vruchtbaar gemaakt. Veeteelt in dienst van de akkerbouw. Het voedsel dat de schapen nodig hadden vonden ze op de hei.

Kringlooplandbouw in het Reestdal 

Landschap Overijssel en Het Drentse Landschap hebben in het Reestdal hun eigen landbouwkringloop waarin graan een belangrijke rol speelt. Op de essen

mest uit de potstal

groeien granen als winterrogge en wintergerst. In de zomer volgt de oogst. De opbrengst gaat niet naar de molenaar, maar wordt gebruikt als veevoer. ’s Winters staan de runderen ( Limousin of Maine Anjou ) op stal. De mest wordt uitgereden en twee keer in een cyclus van zes jaar over de essen gestrooid. Kruidenrijk gras uit de hooilanden langs de Reest wordt ook aan de runderen gevoerd. Indirect produceert het rund dus via de mest en het graan weer zijn eigen voedsel. Opgemerkt moet worden, dat beide landschappen geen ondernemers zijn die van hun oogsten moeten leven. De opbrengst in dit systeem is het vlees dat de runderen leveren. Het Drents Landschap bijvoorbeeld verkoopt vlees van schaap, Limousin- rund en Schotse Hooglander.

Limousin runderen zijn deel van de kringloop

Winterrogge als groenbemester

 Rogge is zeer geschikt als groenbemester na de late oogst. Als de rogge op tijd wordt gezaaid ( oktober) vormen de planten een mooi groen dicht tapijt. Onkruiden krijgen niet veel kans. Rogge houdt de grond goed vast. De droge oostenwind heeft in de winter geen

winterrogge als groenbemester in de groententuin

vat op de bouwvoor. De plant wortelt bovendien goed en legt stikstof vast. Als het gewas in het voorjaar wordt ondergeploegd verrijkt dit de humus in de bodem. Allemaal voordelen dus. In de groententuin kun je ook heel goed winterrogge zaaien. Nadeeltje: wacht je in maart/april te lang met spitten ? Winterrogge groeit in die periode als kool en voordat je het weet is het te hoog om het makkelijk onder te werken.

Winterrogge als vanggewas

Vanggewas ? Tja, niet iedereen kent deze term. Het zijn planten (groenbemesters) die worden gezaaid om een overschot aan mineralen in de bodem op te vangen en vast te leggen. Agrariërs die op zandgrond maïs hebben verbouwd zijn verplicht om direct na de oogst een vanggewas te zaaien. Het gewas moet uitspoeling van stikstof naar de bodem en het grondwater tegen gaan. Winterrogge wordt door de overheid gezien als geschikt, net als bijvoorbeeld wintergerst, Japanse haver, gras, bladrammenas en wintertarwe.

Afrikaantjes ( Tagetes) als bestrijders van aaltjes

Kleurrijke groenbemesters

In het agrarisch landschap kom je steeds vaker percelen tegen die ingezaaid zijn met kleurrijke gewassen als gele mosterd, bladrammenas en afrikaantje (beter bekend als tagetes) Vooral de oranje gekleurde afrikaantjes vallen op. Deze hoge soort Afrikaan wordt vaak gezaaid als ontsmetter van de bodem. Tagetes is namelijk een goede bestrijder van aaltjes. Het zorgt ook nog voor een goede bodemstructuur en waterdoorlaatbaarheid. Het is ook bekend dat de plant een goed vanggewas is voor stikstof.

 

Geplaatst in Akkerbouw, Landbouwgewassen in het Reestdal | Getagd , , , | Een reactie plaatsen

Help, de heide vergrast.

De kleine schaapskudde van De Wildenberg

De Wildenberg is een restant van een enorm groot nat heideveld dat zich zo’n honderd jaar geleden uitstrekte ten noorden van het beekdal van de Reest. Deze woeste gronden hadden namen als het Nolderveld, Veld van De Pieperij en Bazuinerveld. Het moet er prachtig geweest zijn, gezien vanuit de natuurbeleving van nu. De lokale bevolking van toen had er waarschijnlijk heel andere gedachten bij: gevaarlijk, eng, moeras en witte wieven.Daar moest je na zonsondergang niet meer zijn!

Nolderveld, ook zo´n versnipperd heideterrein

Nog twee stukjes over 

Nu is er nog een stukje van dat heideveld over. Nou ja, twee stukjes dan. Aan de Meeuwenweg richting Fort ligt het kleine reservaat Nolderveld en aan de Nieuwe Dijk dus de heide van De Wildenberg. Beide gebieden zijn in beheer bij Het Drentse Landschap.

 

 

Grote goudgele graspollen 

Lopend over De Wildenberg valt iets op. Op een aantal plekken is de heide verdwenen en groeit een goudgele grassoort in grote stugge pollen. Het zijn de pampa’s van het pijpenstrootje. Als de zon schijnt is het een prachtig gezicht. De kleurloze heide krijgt dan een geweldige opkikker. Maar moeten we wel zo blij zijn met deze mooie grassoort?

Grassen domineren de heide van De Wildenberg

Onderdeel boerenbedrijf

Vroeger werd de heide door de boeren “bewerkt”. Heidegronden werden niet gezien als nutteloze vlaktes, nee ze waren een belangrijk onderdeel van het boerenbedrijf. De schapen vraten zich er de hele dag vol en zorgden ‘s nachts voor mest in de potstal. Heideplaggen werden voor allerlei doeleinden gebruikt. De heide bleef een open vlakte en door regelmatig de bovenlaag te verwijderen (plaggen) bleef de grond voedselarm.

schapen in de potstal

Heideplanten houden van vochtige schrale grond. Deze situatie duurde tot in de 20ste eeuw. Het gebruik van kunstmest maakte de potstal (en dus ook de schaapskudde) overbodig. De woeste gronden werden in cultuur gebracht. Lees: er werd landbouwgrond van gemaakt. Ga op de uitkijkbult van Takkenhoogte staan en je ziet de grens tussen de heide van toen en het agrarisch landschap van nu.

Heide beheren is lastig

De heide die we nog hebben in ons land willen we graag houden. Dat kost veel bloed, zweet en tranen (en geld), want de natuur heeft helemaal geen zin om die heide zo open en vlak te houden. Natuur houdt niet van stilstand. Natuur houdt van ontwikkeling. Stilstand is

Vrijwilligers van de natuurwerkgroep de Reest houden het Rabbingerveld open

achteruitgang ! Het lijkt de mensenwereld wel. De grote natuurlijke aanjager heet successie. Dat is een proces dat pas stopt als het eindstadium bos is bereikt. Heide gaat dus veranderen in bos als je niet ingrijpt. Dat ingrijpen heet heidebeheer. Dus wat zie je de grote natuurorganisaties  (Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer,e.d) doen? De heide wordt machinaal geplagd, grote grazers worden ingezet( waaronder de Schotse hooglanders), schaapskuddes (met of zonder herder) dwalen over de vlakte, vrijwilligers steken opslag uit de hei, alles wordt uit de kast gehaald om de heide in ons land te behouden. Vaak met succes. Alleen……. er is een grassoort die dit feestje bederft.

Pijpenstrootje 

De grote gele pollen van het pijpenstrootje doen de heide vergrassen  en op den duur verdwijnen. Oorzaken? De belangrijkste oorzaak lijkt het neerdwarrelen van stikstof en andere stoffen die de bodem verrijken. Verkeer, landbouw en industrie stoten stikstofoxiden, zwaveloxide en ammoniak uit. Ook vanuit het buitenland worden deze stoffen met de wind meegevoerd. Het neerslaan van stikstof verrijkt de bodem en geeft grassen mooie kansen zich te profileren ten koste van de oorspronkelijke vegetatie. Dit proces lijkt niet te stoppen. Een oplevende economie en een landbouw die steeds intensiever en grootschaliger wordt, de toename van het verkeer, het is om moedeloos van te worden. En we doen er allemaal aan mee. Misschien moeten we er helemaal geen drama van maken en ons erbij neerleggen dat dit de biologische tol is die we voor onze leefwijze betalen.

diagram stikstof uitstoot

Het is niet alleen de landbouw 

Het diagram ( uit dagblad Trouw van 9 november 2018) laat de bronnen van stikstofuitstoot zien. De landbouw speelt hier een belangrijke rol. Het is onjuist om steeds maar naar de agrarische sector te wijzen als bedreigers van onze biodiversiteit. We krijgen veel stikstof over ons heen vanuit het buitenland.  Het verkeer bijvoorbeeld en het huishouden zijn bronnen die ook een behoorlijke bijdrage leveren.

 

 

Geplaatst in Flora, Vroeger en nu | Getagd , | Een reactie plaatsen

´Tsjak,tsjak,tsjak´ klinkt het boven Takkenhoogte.

kramsvogels op de uitkijk

Vanaf de bult op Takkenhoogte heb je een prachtig uitzicht over de heide. In de verte zie je de Meeuwenplas en als je naar het westen kijkt ligt daar het open landschap van De Wildenberg. De bult zelf is begroeid met braam en omringd door een rand van struiken zoals vlier en meidoorn. De meidoorns zitten vol rode bessen. Daar zijn kramsvogels dol op. Een uurtje posten op de uitkijkbult en je ziet de mooiste dingen.

Kramsvogels zijn dol op de bessen van de meidoorn

Uit het noorden 

Kramsvogels zijn wintergasten. Ze komen uit het noorden en oosten van Europa deze kant op. Vooral in grote groepen. Het zijn prachtige vogels om te zien, maar het zijn ook zenuwenlijders.  Luid ´tsjakkend´ verdwijnen ze uit beeld om een poosje later weer terug te komen. Voorzichtig vanuit een hoge boom speuren ze de omgeving af naar gevaar. En dan de aanval op de bessen ! Een kleine beweging van mij en de groep gaat er al weer vandoor. Maar steeds komen ze ook terug. Je hoort ze tsjakken : ´Is ie nou nog niet weg?´

Gelukkig staan er veel meidoorns in ons land. Voedsel genoeg. Ook vlierbessen, hulst, lijsterbes, rozenbottels, het gaat er in als koek.

Kramsvogels zie je vaak in groepen

Naar de tuin 

Kramsvogels zie je ook vaak in grasland. Dan zijn ze op zoek naar wormen en insecten. Rottend fruit laten ze ook niet liggen. Ze zijn er dol op. Als het heel erg koud wordt verliezen ze hun angst wat en komen naar de huizen. Een groep kramsvogels , die een vuurdoorn plundert? Komt vaak voor. Al die mooie oranje bessen ineens weg. Ondanks deze plunderingen zijn het prachtige vogels. Als een groep op de wieken gaat steken de witte ondervleugels  in het zonlicht mooi af tegen een donkere lucht. Laat ze de hele winter hier maar lekker blijven.

Weet je waar het woord kramsvogel vandaan komt ? Lees het hier.

Uitzicht op Takkenhoogte.

 

Geplaatst in Fauna | Getagd , | Een reactie plaatsen

Monumentale bomen

De eik van Dickninge in de winter

Vanaf 1 september kon je stemmen op de boom van het jaar. De keuzelijst bestond uit 12 genomineerde bomen, uit elke provincie een.  Allemaal zware en karakteristieke deelnemers. De meeste stemmen waren voor de troeteleik van Ulvenhout, een oude eik in de middenberm van de A58. Bij deze jaarlijkse verkiezing gaat het vooral om het verhaal achter de boom. Het belang van de boom voor zijn omgeving, de maatschappij en zijn geschiedenis. Dat zijn de elementen die belangrijk zijn voor de beoordeling. De verkiezing wordt ieder jaar georganiseerd door het SBNL natuurfonds.

Oude beukenrij bij Den Westerhuis

Monumentale bomen in het  Reestdal

Een vraag die natuurlijk al gauw opborrelt is dan ´Heeft het Reestdal ook zo´n karakteristieke boom, zo´n monument dat met die verkiezing mee zou kunnen doen? Een boom die voor iedereen zo bij het landschap hoort, een boom die zoveel  gezien en gehoord, heeft, meer dan in een mensenleven mogelijk is?´ Om die vraag te beantwoorden moet je vooral gaan kijken in de midden- en benedenloop van de Reest. Daar vind je de landgoederen en de grotere monumentale boerderijen. Zeg maar, het Reestdal tussen De Stapel en Meppel. Daar staan de oudste bomen. Indrukwekkende beuken en kastanjes in de voortuin van boerderijen,  geplant als teken van welvaart. Of een solitaire eik in een weiland. Geplant om het vee op

Twee beuken in de voortuin

een loeihete zomerdag schaduw te geven .Wel eens van een eikengaard gehoord ? Een groep eiken keurig in het gelid, naast de boerderij geplant om heel veel later hout te leveren. Ook oud.  De kastanje langs de Reest achter de tuin van Dickninge, al weer zo´n karakteristieke boom. Iedereen die wel eens op Dickninge wandelt kent dit knoestige exemplaar.

Lees ook : De eik als  ziel van het landschap 

Wandelaars passeren de eik van Dickninge ( rechts)

De eik van Dickninge

Voor mij persoonlijk is er een boom die er toch een beetje uitspringt. Het is zijn vorm, de grillige takken en de locatie die ik zo bijzonder vind.  Om welke boom het gaat ? Ik noem hem altijd ´De eik van Dickninge´. Je vindt hem aan de rand van de es op landgoed  Dickninge. Er zijn er meer , maar deze boom staat wat meer in de ruimte en valt daardoor direct op. De eik ziet uit over de Reest en heeft naar het zuiden toe een prachtig uitzicht op

Zware boomstam

Overijssel. En als de eik schuin links over zijn schouder kijkt ligt daar huize Dickninge.  Zijn blik over de es moet prachtig zijn.  Hoe oud zou hij zijn ? Tweehonderd jaar ? Ik weet het niet. Op een oude kaart van rond 1850 staan stippen getekend langs de es. Dat moeten toen al wel grote bomen geweest zijn.  We moeten er maar van uit gaan dat de boom geplant is toen het landgoed nog eigendom was van de familie de Vos van Steenwijk. Het herenhuis dat er nu staat werd gebouwd in 1813. De kans is groot dat er toen in die periode lanen en bomenrijen werden aangeplant.

De eik in het voorjaar

De eik vertelt 

Op deze website geef ik de eik het woord. Dat vindt ie leuk. Hij vertelt graag over allerlei processen die in zijn lijf plaatsvinden. Maar hij kijkt ook goed om zich heen en heeft over een aantal zaken een duidelijke mening. Mag ook wel als je zoveel levenservaring hebt…

 

De eik in oktober 

De eik in december 

De eik in januari 

De eik in maart 

De eik in april

De eik in juni  

 

 

 

 

Geplaatst in Flora, kleinschalig landschap, landschapselementen | Getagd , | 1 reactie