De meidoorn hoort in het Reestdal

Bloeiende meidoornhaag langs es met winterrogge

Heggen of hagen bestaan in ons land vaak uit struiken als meidoorn, sleedoorn, vlier, Gelderse roos, braam e.d. Vroeger deden ze dienst als perceelscheiding en/of als veekering. In de afgelopen eeuw zijn in ons land en zeker ook in het Reestdal veel hagen verloren gegaan. Gelukkig worden de laatste jaren op veel plaatsen houtwallen, houtsingels en hagen in oude glorie hersteld. Dit gebeurt door de provinciale landschappen, maar ook door particulieren die oog hebben voor het oude cultuurlandschap.

winterkoning houdt van dichte vegetatie

Linten in het landschap

Hagen zijn in het landschap erg waardevol. Natuurlijk zijn ze gewoon mooi om te zien, maar er is meer. Voor vogels en zoogdieren geven ze veel gelegenheid om te schuilen en te nestelen. Er is ook veel voedsel te vinden. Veel zoogdieren, amfibieën en vlinders gebruiken deze “linten in het landschap” als een verbindingsweg. De das doet dat bijvoorbeeld, en voor vleermuizen zijn ze belangrijk voor het ontvangen van de echo’s.

Ondoordringbaar

De meidoorn is erg geschikt voor het vormen van een heg. Hij groeit snel, kan erg goed tegen snoeien, is dicht en is ondoordringbaar vanwege zijn doornen. Juist hierdoor was de boom vroeger geschikt als veekering. De meidoorn kan wel 7 meter hoog worden. De bladeren zijn drielobbig en hebben een gezaagde bladrand. De bloemen ruiken sterk en

Bloemen meidoorn

openen zich in mei. In oktober hangt de boom vol met rode appelvruchten. In het Reestdal kun je op meerdere plekken meidoornhagen vinden. Vaak staan meidoorns met andere struiken zoals sleedoorn en vlier in houtsingels en houtwallen.

Onderhoud is is nodig

Snoeien doet groeien. Voor een meidoornhaag gaat dit gezegde zeker op.  Om een haag mooi dicht te houden moet deze om de vijf, zes jaar worden gesnoeid. En dan bedoelen we ook echt gesnoeid. De struiken worden afgezet tot vlak boven de grond. Het snoeien van meidoorn is soms vervelend werk. De takken zitten vol verraderlijke doorns en zitten vaak in elkaar verward. Bij het snoeien is een beschermende bril en stevige werkhandschoenen absolute noodzaak. Ondanks deze bescherming kom je er niet zonder schrammen van af. Meters lange takken van de braam maken het er ook niet prettiger op. In Drenthe wordt de meidoorn ook wel kribbelhegge genoemd. Ondanks deze schaduwkanten is  het snoeien natuurlijk best leuk werk, je ziet tenminste resultaat. Aan dat resultaat moet je wel wennen, want een gesnoeide haag doet je zeer aan de ogen. Alles is weg! Een complete cultuurshock is het! Jammer voor de heggenmus, merel en kneu die misschien in de haag hadden willen broeden. Of voor de kleine zoogdieren, zoals de bosmuis, de veldmuis en de egel die er hadden willen schuilen. Toch is het snoeien van heggen en hagen noodzakelijk om een oud cultuurlandschap in stand te houden.

Vrijwilligers zetten meidoornhaag af

Vrijwilligers doen nu het werk van de vroegere boeren

Vroeger deden de boeren het, nu zijn het vrijwilligers die deze klussen doen. In het Reestdal wordt de laatste jaren gelukkig steeds vaker meidoorn aangeplant. Het is een struik die in een beekdal thuishoort. Het nut van hagen en heggen is groot:

jonge aanplant goed voor biodiversiteit

- ze bieden nest- en schuilgelegenheid voor vogels en zoogdieren
- het zijn verbindingswegen voor zoogdieren, amfibieën en vlinders
- ze verhogen de aantrekkelijkheid van het landschap
- het zijn cultuurhistorische elementen die we graag willen behouden

Vlechten

Heggenvlechten is een eeuwenoud boerenambacht bedoeld om heggen en houtwallen ondoordringbaar te maken. Ondoordringbaar voor wild en vee om te voorkomen dat ze de akkers niet kaal zouden vreten. Het werd ook, maar pas veel later, gedaan om koeien en schapen in de wei te houden. Bij het vlechten worden stammen en takken ingekapt (soms ook geleid, gebogen of geknikt) en daarna bijna horizontaal neergelegd en door elkaar gevlochten. Meestal deed men dit met doornstruiken. Zo ontstaat er een ondoordringbare

foto : vroege vogels bnn-vara

barrière. Vrijwel overal in Europa werden vroeger heggen en houtwallen gevlochten. Met de introductie van het prikkeldraad 100 jaar geleden, is het heggenvlechten snel de rug toe gekeerd. Maar het heggenvlechten komt terug. Zo worden overal in ons land cursussen gegeven. Heggenvlechten is 2015 op de Nationale Inventaris Immaterieel Erfgoed geplaatst. Daarmee maakt het oude ambacht kans om als UNESCO Werelderfgoed aangemerkt te worden.

Meer lezen over de meidoorn?

Flora van Nederland 

Mens en gezondheid 

Landschap Overijssel 

Geheugen van Drenthe 

Geplaatst in Flora, kleinschalig landschap | Getagd , , , | Een reactie plaatsen

Een gezellige kneuteraar

kneu op de uitkijk

Wel eens een kneu gezien ? Een prachtig vogeltje van het halfopen landschap. Vooral het mannetje is prachtig om te zien: in het broedseizoen heeft ie een rode borst en een rood voorhoofd. Vroeger werd deze vinkachtige ook wel robijntje of vlamsijs genoemd.

In het verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen staat dat het woord kneu is afgeleid van het werkwoord cneuteren, cnueteren of cnoteren dat kwelen, kwinkeleren of stotteren betekent. Het verwijst naar de kwelende en licht stotterende zang van de vogel. De kneu is een echte sociale vogel die vaak in kleine groepen leeft. Een gezellige kneuteraar dus.

De kneu leeft vaak in kleine groepjes

De kneu houdt van landschappen met veel ruigte en dichte struiken. In de duinen bijvoorbeeld broedt de vogel graag in struweel van duindoorn, en in onze omgeving houdt ie van randen met braamstruiken of heggen. Omdat in het agrarische landschap veel ruige overhoekjes zijn verdwenen komt de kneu daar steeds minder voor. Sinds de jaren ’60 uit de vorige eeuw is de stand met 75% teruggelopen. Het aantal broedparen in ons land wordt nu geschat op zo’n 40.000. Genoeg kansen dus om nog eens kneu te zien. ( bron:  Vogel bescherming)

 

 

Geplaatst in Fauna | Getagd | 2 Reacties

De Steenen Pijp of Katingerbrug

Je hebt er vanaf een bankje een prachtig uitzicht over het Reestdal.  De plek staat bekend als de Steenen Pijp. Als je over de Ommerweg van Balkbrug naar Zuidwolde rijdt (andersom mag ook) passeer je een mooie nieuwe (fiets)brug. Het beekje dat je oversteekt is de Reest, de grens tussen Overijssel en Drenthe. Het is ook de grens tussen de gemeentes Hardenberg en De Wolden. Aangezien er behalve een bank ook een infopaneel staat moet het wel een bijzondere plek zijn.

Voorde 

Ooit lag op deze plek een doorwaadbare plek (voorde) waar je de Reest kan oversteken. Dat soort mogelijkheden gaf de Reest bijna niet. Overal was het drassig, je zakte al snel weg in het moeras. In de wintermaanden kon je een oversteek helemaal wel vergeten. Het Reestdal veranderde dan in een grote watervlakte. Om van Overijssel in Drenthe te komen  was nauwelijks mogelijk. Op slechts drie plekken kon je de Reest oversteken : bij Meppel, Dickninge en hier vlak bij Den Kaat.

Katingerbrug of De Steenen Pijp over de Reest

Ommerschans 

De aanleg van de Ommerschans  ( 1622, in de tachtigjarige oorlog) is de aanleiding tot het bouwen van een (houten) brug. De schans wordt gebouwd om het noorden te beschermen tegen oprukkende Spaanse soldaten en ander rondtrekkend tuig. De Schans heeft regelmatig aanvoer van materialen en voedsel nodig en dat moet uit het Drentse Zuidwolde komen.  Een brug over de Reest is dan wel noodzakelijk. Na veel gedoe komt die brug er ook. De weg er naar toe wordt verhoogd. De brug wordt gebouwd op de plek waar het beekdal het smalst is. Het is dan 1628.

augustus 2014 brug De Steenen Pijp wordt gesloopt en vervangen

Van hout naar steen 

De houten brug over de Reest krijgt het gedurende de jaren behoorlijk te verduren. De brug staat dan bekend als de Katingerbrug. Politiek gezien is de 17 eeuw een onrustige periode. In 1672 bijvoorbeeld wordt de Republiek aangevallen door vier mogendheden. Populair  zijn we blijkbaar niet in die tijd. Twee keer moet de brug onklaar gemaakt worden om de vijand tegen te houden. In de 18e eeuw zijn het de Fransen die voor onrust

Kaart Reestdal : alleen op de zandruggen was bewoning mogelijk

zorgen. Over een periode van zo’n 130 jaar weet je als reiziger daar bij Den Kaat nooit goed waar je aan toe bent. Vaak moet je weer door de voorde om aan de overkant te komen, omdat de brug niet bruikbaar is. Uiteindelijk,  rond 1760 komt er een steenen brug. Deze brug is met enige regelmaat herstel en/of vernieuwd. In 2014 wordt het bouwwerk gesloopt en komt er naast een fietsbrug een nieuwe Katingerbrug. Die gaat nog wel wat jaren mee. Uit het verhaal blijkt maar weer dat politieke instabiliteit en het niet functioneren van bruggen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. In de Tweede Wereldoorlog was dat niet anders.

Er zijn twee boeiende artikelen over De Steenen Pijp geschreven. Het ene is geschreven door Werner ten Kate , het andere door Henk Jan Krikke ( Historische Vereniging Avereest) Deels hebben deze ook als bron voor dit verhaal gediend.

 

Geplaatst in Vroeger en nu | Getagd , | Een reactie plaatsen

Speenkruid is rijk aan vitamine C

Daar moesten we dit jaar lang op wachten. De gele sterretjes van het speenkruid. Bloeiend speenkruid geeft het echte voorjaarsgevoel. Net als het geluid van baltsende kieviten of de eerste zonnewarmte op je gezicht. Op zonnige plekken zijn de gele sterretjes van het speenkruid al te zien, maar de bloei is toch laat, omdat we weken lang koud en donker weer hebben gehad. De groene tapijten met blaadjes waren al lang zichtbaar, maar de bloemen hadden er duidelijk nog geen zin in. En nu dan eindelijk straks als de dagen warmer worden een explosie van bloei.

Knolletjes

Speenkruid is familie van de boterbloem. Het plantje voelt zich thuis op vochtige vaak beschaduwde plaatsen, maar het groeit ook langs sloten in open terrein. De knalgele bloemetjes vallen erg op en worden door veel insecten bezocht. Speenkruid is een van de vroegst bloeiende planten die we in ons land hebben, net als het klein en groot hoefblad. Speenkruid dankt zijn naam aan de speenvormige knolletjes, die je kunt zien als je de plant uitgraaft. Na de bloei verdwijnt de plant snel. In de zomer zijn de blaadjes niet meer te zien. Speenkruid overleeft en overwintert door reservevoedsel in de speentjes op te slaan.

Vitaminerijk

Bij hoge temperaturen is speenkruid er  dus als een donderslag bij heldere hemel, maar is het ook weer gauw weg.  Op schaduwrijke plekken komt het later tot bloei en kun je er ook weken van genieten. Het is de moeite waard om eens een polletje uit te graven. Je komt dan kleine wortelknolletjes tegen. Ze lijken op speentjes. Daarmee is ook de naam van het plantje verklaard. In het Duits wordt het plantje Scharbockskraut (scheurbuikkruid). Zeelieden die aan de gebreksziekte scheurbuik (scorbut) leden konden hun vitamine C  tekorten aanvullen door de jonge plantjes van speenkruid te eten. Dat was nog uitkijken, want in oudere planten komen giftige stoffen voor!

De speentjes van het speenkruid

 

 

 

Geplaatst in Flora | Getagd , | Een reactie plaatsen

Nog even en de sleedoorn bloeit

Na de hazelaar gaan sleedoorn,els, wilg, es en populier bloeien. De sleedoorn spant hier de kroon, want die bloeit erg opvallend. Honderden kleine witte bloemen vind je aan deze struik ( of is het een boom? ).De sleedoorn bloeit voordat de bladeren verschijnen. Wandelen of fietsend door het kleinschalig landschap vallen de sleedoorns direct op.

Sleedoorn heeft puntige doorns

Haag

Net als de meidoorn werd deze struik vroeger geplant in hagen, die moesten dienen als veekering of om een eigen stukje grond af te palen. In boerenhagen werden ook soorten als hazelaar en hondsroos geplant. Zo’n gemengde haag werd dan ondoordringbaar. Daar zorgden de lastige doornachtige takken van meidoorn en sleedoorn wel voor. De komst van prikkeldraad maakte deze groene afrasteringen overbodig. Honderden kilometers aan sleedoorn- en meidoornhagen verdwenen. Zoals zoveel……

UiItbundige bloei van de sleedoorn

Opnieuw aangeplant

Voor vogels is een haag met een grote variatie aan struiken belangrijk.

sleedoorn bloesem in de knop

Er kan veilig in worden genesteld. In de nazomer barst het er van allerlei eetbare vruchten en zaden. Tegenwoordig planten organisaties als Landschap Overijssel en Het Drents Landschap houtsingels op plekken waar ze ooit hebben gestaan. Het plantgoed bestaat dan uit typische inheemse bomen en struiken als bijvoorbeeld  Gelderse roos, hondsroos, hazelaar, eik, meidoorn,sleedoorn en vogelkers.De sleedoorn bloeit in maart/april. De witte bloemen staan vaak in groepjes bij elkaar.Ze hebben vijf kroonbladen. De sleedoorn laat zich mooi fotograferen tegen een strak blauwe lucht. Het contrast tussen de witte bloemen en de blauwe lucht is dan een lust voor het oog. In het vroege voorjaar valt de sleedoorn gauw op. Er is geen inheemse boom, die op hetzelfde moment net zo mooi bloeit als de sleedoorn. De meidoorn bloeit later. Bloeiende krentenbomen zijn ook wit, maar het wit van de sleedoorn is intenser.

sleedoorn in houtwal

 

 

 

Geplaatst in Flora | Getagd , | 1 reactie

Boek over Ruilverkavelen rond Zuidwolde : “De Reest overleefde zes aanvallen”

Bij Prolander kun je kosteloos een interessant boekwerkje aanschaffen waarin het grensriviertje de Reest een belangrijke rol speelt. De uitgave heet “Ruilverkavelen rond Zuidwolde ” en biedt een historisch overzicht van de ruilverkavelingen rond dit mooie Drentse dorp vanaf de jaren veertig tot 2017. Omdat de Reest een spelbepalende rol bij deze ontwikkelingen is geweest is er een speciaal hoofdstuk ( Het verhaal van de Reest) gewijd aan de geschiedenis van het Reestdal. Opmerkelijk in het verhaal is de lijst van zes (!) plannen om de Reest te normaliseren met als doel het waterpeil in de hand te houden. Steeds ging zo’n Reestplan niet door en kroop het beekje door het oog van de naald.

Op deze website later meer over deze bijzondere ontwikkelingen.

Het boek is te bestellen bij info@prolander.nl onder vermelding van naam en adres.

Geplaatst in Geen rubriek | Een reactie plaatsen

Eerst de hazelaar, straks de zwarte els

Hazelaar in bloei

Pollenallergie ?  Dan kun je in zachte wintermaanden je lol wel op.  Windbloeiers als hazelaar en els produceren dan miljarden en miljarden stuifmeelkorrels en dat ga je merken. De hazelaar is de eerste boom die in bloei komt. In een zachte winter bungelen in december al ontelbare meeldraadkatjes in de wind. In kale houtsingels vallen die geelgekleurde “snottebellen” op.  Minder zichtbaar is de vrouwelijke bloeiwijze.

Hazelaar mannelijke en vrouwelijke bloeiwijze

De website Flora van Nederland zegt er dit over: De vrouwelijke bloemen zitten met drie tot vier stuks in een klein knopjes bij elkaar in de oksels van bladeren. Tijdens de bloei zijn de rode stijlen met de stempels te zien; ze vallen dan pas echt op. Na bevruchting groeien de vruchtbeginsels uit tot een noot. Deze is aanvankelijk omgeven door een klokvormige gesloten krans van ingesneden schutblaadjes, die niet veel groter zijn dan de vrucht of noot zelf. De Hazelaar is pas na 10 jaar volwassen en gaat dan vrucht dragen. 

Eénhuizig en tweehuizig 

De zwarte els bloeit later. Ook deze boom hangt dan vol meeldraadkatjes. Net als

De bessen zitten aan de vrouwelijke hulst

de hazelaar heeft de boom mannelijk en vrouwelijke bloemen. Dat wordt éénhuizig genoemd. Beide geslachten onder hetzelfde dak. Niet alle bomen zijn eenhuizig. De hulst bijvoorbeeld is tweehuizig. Je hebt mannelijke en vrouwelijke hulstbomen. Alleen uit de vrouwelijke bloemen groeien na bestuiving vruchten.  Een vrouwelijk bloem heeft namelijk een vruchtbeginsel. Wil je een hulst met rood/oranje bessen in de tuin ? Koop dan geen mannelijke hulst !

Hazelnoot en kegel

Bij de hazelaar en de els springen de mannelijke bloemen (de gele katjes) het meest in het oog. Om aan de boom de vrouwelijke bloemen te bekijken moet je wat dichter bij de boom gaan staan.  De vrouwtjes zijn veel kleiner en rood van

zwarte els : mannelijke en vrouwelijke bloeiwijze en proppen

kleur. Ze spelen tijdens de bestuiving een bescheiden en onopvallende rol. Maar als ze bestoven zijn verandert dat. De mannetjes verpieteren en vallen af, maar de vrouwelijke bloemetjes ontwikkelen zich  tot vrucht. Hun glorietijd komt dan nog ! Bij de hazelaar is de vrucht een hazelnoot en bij de els een groene kegel. In het najaar vallend de hazelnoten af en worden bijna allemaal door muizen opgegeten. De groene kegel bij de els wordt donkerder en tussen de schubben groeien zaden. Als de vrucht rijp is en zaadjes kan produceren weten vogels als putter, groenling en sijs deze donkerbruine kegels wel te vinden.

Zwarte els in bloei

 

Geplaatst in Flora | Getagd | Een reactie plaatsen

De wintersprong

Sprong reeën op zoek naar kruiden in grasland

Roedel (edelherten), zwerm (bijen), school (haringen) ,kudde (schapen)  meute (jachthonden) :  bekende woorden die een groep aanduiden. Weinig mensen kennen het woord sprong als benaming voor een groep. Een sprong is een groep reeën.  De meeste jagers kennen het woord wel. De jacht heeft een eigen jargon. Een paar voorbeelden over reewild ? Schort ( wit/geel haartoefje onder aan de spiegel van de geit), windvang (neus) ,spiegel ( wit haarveld aan de achterkant van een ree) en laveien (eten).

Bescherming zoek je bij elkaar.

Kruiden in het grasland 

Het gebied waar een ree zich in de winter ophoudt is aanmerkelijk groter dan het terrein in de zomer. Dat heeft alles met het aanbod van voedsel te maken. Reewild houdt heel erg van jong blad. Meer dan 60% van het voedsel bestaat uit bladeren en knoppen van bomen en struiken. Daarnaast eet een ree veel kruiden. Gras wordt wel gegeten, maar is vaak moeilijk verteerbaar. In de wintermaanden is er weinig blad. Misschien hier en daar  een braamstruik die nog wat lekker blaadjes te bieden heeft, maar veel is het niet. Om toch aan de kost te komen verlaten reeën vaak de dekking en zoeken de vlakte op. In grasland, vooral als het niet te intensief wordt gebruikt, groeien kruiden (madelief, klaver, leeuwentand, weegbree e.d) en daar zijn reeën ‘s winters dol op. Nadeel: op de vlakte val je op en ben je kwetsbaar. Reeën lossen dit probleem op door op veilige afstand van wegen te foerageren. De hele tijd houden ze de omgeving in de gaten. Uit ervaring weten ze wanneer auto’s, fietsers en wandelaars gevaar kunnen opleveren. De sprong van acht reeën die ik in De Paardenlanden fotografeerde stonden ongeveer 100 meter van de weg af. Ze maakten een erg relaxte indruk. “Alles onder controle, hier kan ons niets gebeuren”, leken ze te zeggen. Je zag ze ook echt in het gras zoeken. Dan weer een stukje naar links, dan weer naar rechts, maar nooit (helaas) iets dichter naar de weg toe. Gelukkig kan een telelens van 500 mm veel.

Reegeit met twee kalveren van afgelopen zomer

Samenstelling van de wintersprong 

In de  herfst wordt de zomersprong (reegeit met haar kalveren) uitgebreid met een smalree, dat is een vrouwelijk kalf van het jaar ervoor. Ook een volwassen reebok sluit zich aan. Reebokken hebben in de winter nog geen ontwikkeld gewei. Op afstand is aan de kop moeilijk te zien of je een bok of een geit in de kijker hebt. Het is beter om dan naar de spiegel (achterste) te kijken. Geiten dragen voor hun geslachtsopening een schortje (toefje) Reebokken missen zo’n staartje. Een grote sprong reeën ontstaat doordat meerdere wintersprongen elkaar op zoeken. De sprong op de foto’s bestond uit twee gezinssprongen, waarschijnlijk één van drie en één van vijf. Soms worden er wel eens wintersprongen van meer dan twintig reeën gezien.

De dames hebben de leiding

Een sprong is geen mannenzaak. Meestal maakt een bok wel onderdeel uit van de sprong,

Even kijken of de kust nog veilig is

maar veel in de melk te brokkelen heeft ie niet. Dat komt waarschijnlijk door zijn lage testosteronspiegel en de ontwikkeling van zijn gewei, want dat kosten bergen energie. Nee, de leiding in een sprong berust bij een oudere sterke reegeit. Zij bepaalt de strategie. Ze waarschuwt bij gevaar, beslist over de vluchtrichting e.d. De leden van een sprong houden haar voortdurend in de gaten en kijken goed wat ze doet.

Informatieve websites over reewild:

-Vereniging het reewild 

-Zoogdiervereniging 

-Kenniscentrum- reeën 

Geplaatst in Fauna | Getagd , | Een reactie plaatsen

Oud-IJhorst

Oud-IJhorst aan de Reest

Om een prachtig uitzicht over het beekdal van de Reest te hebben moet je achter het kerkje van Oud-IJhorst zijn. Daar is behalve dit “hemels uitzicht” nog meer te zien. De plek staat bol van historie. Als je het maar wilt zien : een monumentaal kerkgebouw uit 1823, een oude klokkenstoel , graven van adellijke families ,een pastorie uit 1841 en natuurlijk de Reest die hier al eeuwen door het landschap kronkelt. 

De kerk van Oud-IJhorst

De kerk van IJhorst 

Het gehucht IJhorst stelde eeuwenlang niet zo erg veel voor, zo’n 16 boerderijen. Er was een schooltje en men kon naar de kerk, want die stond er al in de 13de eeuw. Vanuit het klooster Zwarte Water bij Hasselt werd dit kerkje gesticht. De kerkgangers kwamen niet alleen uit IJhorst, maar ook uit De Wijk  en Schiphorst. Ook de bewoners van de havezate Havixhorst en het klooster van Dickninge beleefden er hun geloof. Tot 1611 werd in het kerkgebouw de katholieke mis gevierd, daarna waren het de protestantse gelovigen die er ter kerke gingen.  Het gebouw is regelmatig opgeknapt, maar is zowel aan de binnen- als buitenkant vrijwel in oorspronkelijke staat. Vele kerkenpaden leiden naar dit mooie kerkje van IJhorst.

Kerkenpad 't Allee

Gelukkig zijn die niet allemaal verloren gegaan. Een bekend kerkenpad is ‘t Allee. De bewoners van de Schiphorst, de Havixhorst en Dickninge maakten er gebruik van. ‘t Allee is een van de oudste en mooiste lanen/paden in het Reestdal. De oude eiken langs het pad zorgen voor een bijzondere sfeer.

Reestbruggetje achter pastorie : poort naar Drenthe

Unieke plek

Het kerkje dat er nu staat dateert uit het jaar 1823. De omgeving is uniek. Het kerkhof grenst aan de hooilanden van de Reest en achter de kerk heb je een prachtig uitzicht over het Reestdal. Landschap Overijssel plaatste er drie infopanelen. Je leest er info over de oude pastorie, de aalstal en de  geschiedenis van dit stukje Reestdal. Staande achter de kerk (die wat hoger ligt ) heb je een prachtig uitzicht over de Reest die hier nog heerlijk door het beekdal meandert. Landschap Overijssel promoveerde deze locatie als een plek met een “hemels uitzicht “. Overdreven is het niet, maar er zijn wel meer plekken in het Reestdal met een bijzondere kijk over het beekdal.

Klokkenstoel

Opvallend is de klokkenstoel. In Overijssel komt je vrijwel nergens klokkenstoelen tegen.

De klokkenstoel van IJhorst

Deze stoel staat met zijn poten op grote zwerfkeien. Dat zie je ook niet overal. Een klokkenstoel werd gebouwd als de kerkelijke gemeente de bouw van een toren niet kon betalen. Een noodoplossing dus. In 1403 stond er naast het (houten) kerkje al een klokkenstoel. Op de klok stond:

MARIA BEN IK GHEHETEN 

DE KARSPEL VAN DEN IJHORST HEEFT MIJ DOEN GHETEN

MCCCCIII 

In de 18e eeuw (1780) kwam er een andere klok, gegoten in Amsterdam. Omstreeks 1822 werden afspraken over het luiden van de klok gemaakt.  De klok mocht  worden gebruikt bij brand, om de tijd aan te geven en natuurlijk bij kerkdiensten en overlijden. Alleen de klokkenluider mocht dit doen. Op overtredingen stond een boete. Deze traditie werd tot in de 20e eeuw voortgezet. In de tweede wereldoorlog hoorde  de Duitse bezetter niet alleen de klok van IJhorst luiden, maar wist helaas ook waar de klepel hing. De klok werd gejat. In 1946 werd duidelijk dat de klok was omgesmolten en niet weer terugkeerde. In Heiligerlee werd een nieuwe klok met een waarde van ongeveer 3000 gulden besteld. (bron : Webring Reestdal) De huidige klokkenstoel is in 1823 naast het kerkgebouw neergezet en in 1989 gerestaureerd en staat op de Rijksmonumentenlijst.

Klokkenstoel IJhorst is rijksmonument

Graven met een verhaal 

Op het kerkhof zijn de familiegraven van twee families te vinden. Op het oude deel aan de noord west zijde van de kerk ligt het graf van de familie de Vos van Steenwijk.
In 1823 legde de vier jaar oude Jan Arend Godard de Vos van Steenwijk tot Dikninge de eerste steen. Dit staat vermeld in de voorgevel van de kerk. Aan de andere kant liggen de graven van de familie van Pallandt. In 1994 werd hier Frederik van Pallandt begraven. Frederik genoot meer bekendheid als zanger dan als baron. Hij vormde in de jaren 60 met de Deense Nina Mőller het duo Nina en Frederik. In 1976 gingen ze uit elkaar en Frederik hertrouwde.  In 1994 werd hij op de Filipijnen vermoord en later op het kerkhof van IJhorst aan de grond toevertrouwd.

Een opvallende grafsteen op het familiegraf van de familie De vos van Steenwijk is die van Carel de Vos van Steenwijk. Het is mei 1940 als deze bijna 22 jarige zoon van de toenmalige Drentse Commissaris van de Koningin actief is als officier in opleiding. Locatie:  het voorterrein van de Grebbelinie, bij Wekerom. Hij behoort tot een onderdeel huzaren, dat de opdracht heeft de Duitse opmars naar de Grebbelinie op de Veluwe te verkennen en zo mogelijk te vertragen. Als een partij springstof bij een wegversperring niet tot ontploffing komt, probeert De Vos van Steenwijk dat op de vroege ochtend van 10 mei – met de Duitsers in aantocht – alsnog voor elkaar te krijgen. De springstof ontploft te snel en pelotonscommandant Carel de Vos van Steenwijk raakt zwaar gewond. Hij overlijdt in een hospitaal in Driebergen en wordt daar op 11 mei ook begraven. Op 28 juni 1964 is hij in IJhorst herbegraven, (bron: www.drentheindeoorlog.nl )

Het beschermd dorpsgezicht IJhorst is een bezoekje meer dan waard.

Nat Reestdal met op de achtergrond kerkje IJhorst

 

 

Geplaatst in De mooiste plekjes | Getagd , , , | 1 reactie

De eik als ziel van het landschap

De eik van Dickninge

Op de tentoonstelling in het Groninger Museum  “De romantiek in het noorden –van Friedrich tot Turner ” hangt een schilderij van een solitaire oude eik in een winters landschap. Het is in 1827 gemaakt door Caspar David Friedrich (1774-1840). Deze Duitse landschapsschilder is bekend geworden door zijn landschappen, vaak weergegeven vol drama en symboliek. Naast het schilderij hangt een opmerkelijke tekst : “Tijdens de Romantiek werden bomen beschouwd als de ziel van het landschap. Voor veel romantische schilders was de eik de meest geliefde boom, die onder andere werd geassocieerd met eigenschappen als standvastigheid en trouw “. Karakteristieke bomen als ziel van het landschap. Herkenbaar. Het kappen van een jarenoude boom doet veel mensen pijn. Is de boom eenmaal weg, dan is het net alsof het plaatje niet meer klopt. De lege plek brengt je uit je evenwicht. De boom was zo bepalend….

Karakter

In het Reestdal staan meerder oude en vaak alleenstaande eikenbomen. Ze vallen erg op. Vooral ’s winters als de boom zijn grillig uitgegroeide takken laat zien. Een boom is ‘s winters veel mooier dan in de zomer. De boom laat dan veel meer van zijn karakter zien. Iedere soort heeft zijn eigen silhouet. De kleur van de schors en takken valt meer op. En kijk eens  naar de knoppen. Ook aan een knop herken je de boom.

Eik op de Wildenberg

Opvallende eiken in het Reestdal

Indrukwekkende eiken vind je bijvoorbeeld aan de rand van de es op Landgoed Dickninge.

Een eik heeft karakter

Deze website volgde “de eik van Dickninge” gedurende vier seizoenen. Ook op de heide van De Wildenberg staan prachtige oude eiken. En hier en daar staan nog grote schaduwgevende eikenbomen in weilanden. Bovendien vind je in de benedenloop van het Reestdal naast grote boerderijen vaak nog  indrukwekkende eikengaarden.

Geplaatst in Eik van Dickninge, landschapselementen | Een reactie plaatsen