Een beetje winter

Op 1 december begint de meteorologische winter. Gisteren en vandaag deed koning Thialf wat er van hem verwacht wordt. Temperaturen onder nul en mist. Die combinatie levert meestal waterkou op. Gisteren nog een mooie zonnige dag, maar vandaag was het grijs en kil. Bevroren mist levert vaak een berijpt landschap op. Dan moet je niet binnen blijven, maar juist gaan wandelen. Het landschap ziet er dan prachtig uit. Juist door het wegblijven van het winterzonnetje krijg je mooie zachte kleuren. Dat levert dan sfeervolle foto’s op.

Meer foto’s kun je bekijken op de Facebookpagina van deze website.

Geplaatst in Algemeen | Een reactie plaatsen

Kramsvogels houden (ook) van bessen

Kramsvogel houdt van de bessen van de meidoorn

Het zijn mooie lijsters al laten ze zich niet altijd goed zien.  In onrustige groepen struinen ze, vaak met koperwieken, struwelen en houtsingels af op zoek naar bessen. Meidoorn- en vlierbessen, ze lusten er wel pap van. De felrode vruchten van de Gelderse Roos ? Daar halen ze hun snavel voor op. Die lusten ze (nog ) niet. Daar moeten eerst maar een paar

Vanuit een es: kramsvogels op de uitkijk

nachten vorst over heen.  Ze komen van ver. Typische wintergasten zijn het, helemaal uit Oost en Noord-Europa.  En wat zijn ze mooi! Het verenkleed kent een grote variatie aan kleuren: grijs op de kop en rug, bruin op de rug, zwart in de staart, een vaalwitte buik met streepjes, een oranje-gele borst en een gele snavel met een zwart puntje. Wat wil je als vogelaar nog meer ?

Krams

Het woord kramsvogel zet je aan het denken. Krams ? Gelukkig hebben we het Verklarend en Etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen (2004) nog. Het woordje krams, zo vermeldt het woordenboek, is te herleiden uit het oudhoogduitse woord kranawitu dat jeneverbes betekent. De relatie tussen de jeneverbes en kramsvogel is niet helemaal duidelijk. Het is mogelijk dat men zag dat kramsvogels vaak jeneverbessen aten of de dichte struiken gebruikten als nestplaats. . De Duitsers noemen de kramsvogel Wacholderdrossel. Vrij vertaald betekent dit jeneverbeslijster.

Voor meer info over de kramsvogel:

Vogelbescherming

Sovon

Natuurmonumenten

Jeneverbessen op De Lemelerberg

 

Geplaatst in Flora | Getagd | Een reactie plaatsen

Versnipperde heide

In het begin van de vorige eeuw kon je nog echt spreken van “de grote stille heide”. Grote delen van het oosten van ons land bestonden uit uitgestrekte heidevelden. De heide was

Rabbingerveld rond 1900

belangrijk voor de boeren. De schapen hielden de heide kort en gingen ‘s avonds gezellig de potstal in. In deze stal werd de mest vermengd met heideplaggen en ander organisch materiaal. De stalmest werd over de essen (akkers) gegooid. Schapen in dienst van de landbouw. Door de uitvinding van kunstmest was de schapenmest niet meer zo noodzakelijk om arme grond vruchtbaar te maken. Duizenden hectares heide werden omgezet in landbouwgrond.

Schotse Hooglanders op Takkenhoogte

Wel heide, nog geen eenheid

Ten noorden van de Reest liggen nog wat heideveldjes die de dans zijn ontsprongen. Door aankoop door Het Drentse Landschap kon de heide van De Wildenberg, De Meeuwenplas en Het Nolderveld worden gered. Eind vorige eeuw werd op het huidige Takkenhoogte de heide weer hersteld. In 2005 gebeurde dit op Het Rabbingerveld. In 2016 werd hier een aantal hectares aan toegevoegd. De bovengenoemd heideterreinen vormen geen eenheid. Het Nolderveld en Het Rabbingerveld liggen er wat verloren bij. Er zijn wel verbindingszones, maar het ideaal beeld is natuurlijk een groot aaneengesloten heide met laagtes en vennetjes. Misschien droomt Het Drentse Landschap daar wel van. Nu liggen de heidevelden er wat versnipperd bij. Kenmerkend voor een groot deel van de Nederlandse natuur. Dit is ook één van de oorzaken van de achteruitgang van onze biodiversiteit.

Rabbingerveld

Kroonjuwelen 

Er mag dan veel heide verloren zijn gegaan, maar wat er nog van over is mag je zien als pareltjes van het Reestdal. Op Takkenhoogte en De Meeuwenplas ontwikkelt zich een unieke flora en fauna. De Wildenberg is op zich al bijzonder, want vrijwel nergens in ons land loopt de heide zo prachtig over in natte hooilanden. Over Het Nolderveld lopen geen paden. Het terrein grenst nu aan een nieuw landgoed.

Meeuwenplas in winterse sferen

Natte heide op het Nolderveld

De struikheide bloeit op De wildenberg

Geplaatst in Bescherming, Vroeger en nu | Een reactie plaatsen

Ooit lag het beekdal van de Reest onder dikke lagen veenmos

Veenmossen aan de rand van de Meeuwenplas

De Meeuwenplas, ook wel Meeuwenveen genoemd, ligt er verlaten bij. Sinds eind jaren ’70 van de vorige eeuw wordt hier geen kokmeeuw meer gezien of gehoord. Daarvoor was het hier in het voorjaar een gekrijs van jewelste. Paniekerige kokmeeuwen scheerden rakelings over je hoofd als je te dicht bij de nesten kwam. Tijd voor een naamsverandering, of blijven we nostalgisch de naam vasthouden ? Nu, op deze oktobermorgen, heerst vooral de stilte

Veenmos houdt veel water vast

soms afgewisseld door het donkere gakken van een groep grauwe ganzen. Ze relaxen op één van de vennetjes op de heide van het aangrenzende Takkenhoogte. Op één van de plassen ( het zijn er drie) van het Meeuwenveen zwemmen tientallen wilde eenden, maar die maken nauwelijks geluid. Op een paar plekken kun je wat dichter bij het water komen, maar zonder laarzen gaat dat niet lukken. Bovendien is het erg link, want de veenrijke bodem is verraderlijk drassig en voordat je het weet zuigt de bodem je vast. Op heel veel plekken groeit hier veenmos. Deze sporenplant heeft een belangrijke rol gespeeld in het ontstaan van het Reestdal. Daar gaat dit artikel over.

Het Holoceen

Na de laatste ijstijd, het Weichselien, wordt het rond 9.000 jaar voor Chr. langzaam warmer op aarde. De ijskappen gaan smelten en de zeespiegel stijgt. De vorst verdwijnt uit de bodem en het grondwaterpeil stijgt. De periode waarin dit gebeurt heet Holoceen en duurt nu ongeveer 11.000 jaar. De opwarming van de aarde was voor de mens erg gunstig. De levensomstandigheden werden steeds beter. Zodoende kon de mensheid zijn stempel op de aarde drukken en de planeet overnemen en naar zijn hand zetten. In feite doen we dat nog steeds. Heel veel landschappen werden in cultuur gebracht. In ons land verdwenen bossen en moerassen en ontstonden landschappen volledig door mensenhanden ingericht. Het Reestdal is er ook een voorbeeld van. Pas laat, in de Middeleeuwen, werd het grote Reestdalmoeras in cultuur gebracht.

Honinggele mosklokje groeit tussen de veenmosplantjes

Moerassen

Rond 6000 jaar voor Chr. is het Reestdal bedekt met uitgestrekte wilgenstuwelen, zeggenmoerassen en moerasbossen. Wat moet dat een prachtig landschap geweest zijn. We kennen het in ons land niet meer, misschien doen de ooibossen langs de grote rivieren er nog een beetje aan denken. Later, rond 3000 voor Chr. zijn de zeggenmoerassen veranderd in elzenbroekbossen. De begroeiing van het Reestdal neemt toe en de afbraak van dood hout en bladeren ook. Op heel veel plekken begint onder het water (laag)veen te groeien. Deze ontwikkeling zet door. Het veen gaat boven het waterpeil uit groeien. Laagveen wordt hoogveen. Het moet dan ongeveer tussen 2000 en 1000 jaar voor Chr. zijn. Het hoogveen bestaat vooral uit veenmossen en houdt als een spons veel water vast. Grote delen van ons land verdwijnen onder een dik veenpakket. De Reest en andere veenbeekjes krijgen steeds meer moeite om water af te voeren. Hierdoor wordt niet alleen het brongebied steeds natter, maar ook de midden- en benedenloop. De Reest gaat steeds minder stromen en veel broekbossen verdrinken en sterven af. Grote zeggenmoerassen ontstaan.

Moerasbossen in het Holoceen

Veenmos

Veenmos is een kleine, primitieve sporenplant die in natte omstandigheden leeft en dikke kussens vormt. Veenmos groeit aan de bovenkant aan, terwijl het aan de onderkant afsterft. Zo ontstaat er een dikke laag dood plantmateriaal dat veen wordt genoemd. Door speciale wateropnemende cellen werkt veenmos als een soort spons die het water meters

Veenmos groeit met een gemiddelde van 1 mm per jaar

boven het grondwaterpeil van de omgeving kan uittillen en regenwater kan vasthouden. Veenmos kan ook met gemak tien keer het eigen gewicht aan (regen)water opnemen. Door deze eigenschappen is veenmos niet strikt gebonden aan natte leefgebieden, maar kan het ook in drogere omstandigheden groeien: door water op te slaan creëert veenmos immers zijn eigen natte milieu. Zo is veenmos in staat geweest om grote delen van ons land te koloniseren. Voordat er op grote schaal veen werd afgegraven, bestonden Noord- en Zuid-Holland, Groningen, Drenthe en delen van Noord-Brabant vrijwel geheel uit door veenmos gevormd hoog- en laagveen. Veenmos heeft nog een andere eigenschap: het verstikt alle planten en bomen in de buurt en is in staat om uit het beekdal te klimmen. In het Reestdal ontstaan uiteindelijk veenlagen met een dikte van 0,5 tot 2,5 meter. Rond 800 voor Chr. breiden de hoogvenen zich explosief uit. Op grote schaal annexeert het veenmos rivier- en beekdalen. De Reest is dan een echte veenbeek, die vaak moeite heeft om water af te voeren. Het Reestdal is kletsnat en een verraderlijk moeras waar je niets te zoeken had. Deze situatie zal tot aan de Middeleeuwen ( 500-1500) duren.

 

Geplaatst in Algemeen, Vroeger en nu | Getagd , , , | Een reactie plaatsen

Meer natuur en waterberging in bovenloop Reest

Op vrijdagmiddag 22 september 2017 was het even feest bij de Reest. Locatie: buiten het Drentse dorp Drogteropslagen in de bovenloop van het beekdal. Reden van het feestje ? Een saai stukje Reestdal is door Het Drentse Landschap omgezet in nieuwe natuur en waterberging. Over een oppervlakte van 13 hectare heeft de Reest hier een klein beetje elan van vroeger teruggekregen. Samen met de bewoners van Drogteropslagen werd het project geopend.  Voor de inwoners van het dorp is een ommetje langs de Reest gerealiseerd. En dat was best een feestje waard.

Waterberging bovenloop Reest bij Drogteropslagen

Brongebied

Op deze plek, ruwweg ten noorden van  Dedemsvaart en Lutten lag het brongebied van de Reest. Een uitgestrekt kletsnat en gevaarlijk veenmoeras met waterstroompjes, meerstallen (veenplassen) en moerasbossen. Niets is er meer van over. De Reest begint nu bij De Tippe en stroomt onder de N377 door.  Als een min of meer rechte afwateringssloot loopt de beek dwars door een grootschalig landbouwgebied en ontmoet even later de Braambergersloot. Achter een ingewikkelde constructie van stuwen en duikers mag de Reest als klein slootje opnieuw een poging doen om als volwaardige beek Meppel te bereiken. Wat overigens lukt. Het is mooi dat de Reest juist in dit weinig interessante deel van het Reestdal een up-date heeft gekregen.

Graspad vanuit Drogteropslagen naar de Reest

Wandeling 

Vanuit Drogteropslagen kun je  nu een leuk ommetje  naar de Reest maken. Op zich al bijzonder, want er zijn maar weinig plekken in het Reestdal waar je langs de Reest mag lopen. De beek oversteken kan op heel veel plekken, maar wandelen of fietsen langs de Reest, net zoals bijvoorbeeld bij de Regge, is vaak niet mogelijk. Hier dus wel. Een deel  van de nieuwe natuur is  toegankelijk. Een graspad vanuit het dorp brengt je bij de Reest met een prachtig uitzicht op gegraven laagtes die als waterberging dienen. Lopend langs graslanden kun je via het schouwpad langs de Braambergersloot weer terug naar het dorp. Het landschap is weids, de luchten zijn hier vaak prachtig. Een sympathiek initiatief. “Drogteropslagen versterkt de band met het Reestdal” schreef het Dagblad van het Noorden terecht. Het natuurgebied ligt aan de Drentse kant van de Reest. De overkant, het Overijsselse deel is in gebruik als boerenland. Het Drents Landschap heeft hier in het verleden langs de Reest gronden aangekocht, Landschap Overijssel heeft aan de overkant geen bezittingen.

Uitzicht vanaf het nieuwe kijkscherm

De natuur is er al 

Struinend door het nieuwe natuurgebied merk je hoe snel de natuur zich in een nieuw

Kwelwater in slootje herken je aan het blauwachtige vlies

landschap thuis voelt. De langzaam oplopende oevers zijn nu al voor een groot deel begroeid met allerlei soorten oeverplanten, als lisdodde, kattenstaart, tandzaad en waterweegbree. De grasland zijn erg rijk aan kruiden. Nu meestal uitgebloeid, maar hier en daar profileert zich nog echte koekoeksbloem, toch een typische plant van de natte Reestlanden. In kleine slootjes die afwateren op de Reest komt kwelwater omhoog. Het water is bruin van het ijzer en op het water ligt het bekende bruin/blauwe vlies van ijzerbacteriën. Voor de vegetatie in nat hooiland is kwelwater erg belangrijk. Twee witgatjes zoeken voedsel in het zachte slib van de nieuwe oevers, kleine kikkertjes zoeken het veilige water op en uit het hoge gras vliegen graspiepers omhoog.

Tandzaad vind je veel langs de nieuwe oevers

 Ga eens kijken 

Het is de moeite waard om een kijkje in dit deel van het Reestdal te nemen. Het beekdal heeft hier niet of nauwelijks reliëf, hakhoutbosjes, heideveldjes en andere kleinschalige

Ingang terrein bij stuw Braambergersloot/Reest

landschapselementen ontbreken, maar de uitgestrektheid van dit vlakke landschap heeft ook een bepaalde schoonheid. Achter het nieuwe kijkscherm kun je genieten van de vogels in het gebied en vanaf twee bankjes heb je alle tijd en rust om te genieten van de natuur om je heen. Vanuit Drogteropslagen is het gebied makkelijk te bereiken, maar je kunt vanaf het Bergje ook langs de Braambergersloot lopen richting de stuw. Daar loop je zo het gebied in.

Klik voor meer foto’s op de Facebookpagina van deze website.

 

Lees ook:

- Up-date Reest in bovenloop bij Drogteropslgen bijna klaar 

- Drogteropslagen krijgt ommetje langs de Reest 

-Brongebied Reest vroeger en nu 

 

 

Geplaatst in De Reest | Getagd , | Een reactie plaatsen

Meander

Zie hoe de Rieste hier meandert 

heur lief delend met twei walegies

die ze beiden wil smokken

met heur zute mond

Fragment uit gedicht van Ria Westerhuis

 

 

Geplaatst in De Reest | Een reactie plaatsen

De knobbelzwaan is kampioen grondelen en slobberen

Paartje knobbelzwanen op zoek naar voedsel

Grondelen ? Niet bepaald een werkwoord dat je veel gebruikt. Logisch ook, want mensen grondelen niet. Dat doen eenden en zwanen. De knobbelzwaan is er erg goed in. Wat grondelen is?  Op de kop in het water gaan staan om voedsel onder water te zoeken .De kop en de borst steken hierbij onder water, terwijl het achterste boven water steekt. Op de foto’s grondelen de zwanen niet. Dat hoeft ook niet, want het water is op deze plek ( Reestvervangende Leiding achter de Meeuwenplas) te ondiep. De kont hoeft dus niet omhoog.

Lekker slobberen, er is voedsel genoeg

Planteneters 

Knobbelzwanen eten vooral waterplanten. Ze zijn dol op waterpest, maar eten ook graag fonteinkruid,kranswieren, vederkruid en hoornblad. Als dit voedsel niet aanwezig is, gaan ze het land op en eten gras. Als de waterplanten aan de oppervlakte van het water groeien

knobbelzwaan

slobberen de zwanen ze met liefde naar binnen. Je ziet veel vaker dat knobbelzwanen de planten van de bodem halen. Ze steken dan hun kop onder water en bijten of breken de planten dan af. Is het water dieper, dan gaat de zwaan grondelen. Dat is een mooi gezicht. Als een zeilschip steekt het achterste deel van de zwaan dan uit het water omhoog. Soms zie je ze watertrappelen. Zo wordt modder en zand van wortels en wortelstokken afgespoeld. Meerkoeten blijven graag in de buurt van knobbelzwanen. Ze profiteren van plantendelen die ronddrijven op plekken waar zwanen foerageren.

Energie

Voedsel levert energie. Een knobbelzwaan van ongeveer tien kilo heeft veel voedsel nodig om warm te blijven. Vliegen kost veel meer energie. Elke dag moet een knobbelzwaan vier tot vijf kilo aan plantaardig materiaal naar binnen werken. Het grootste deel van dit voedsel bestaat uit water, dus veel energie haalt de vogel er niet uit.Het lange darmkanaal van de knobbelzwaan heeft veel moeite om de stevige celwanden van de planten te verteren. In de uitwerpselen kun je vaak nog zien welke planten de zwaan gegeten heeft. Er moet de hele dag dus gegeten worden om aan de benodigde energie te komen. Dit is een probleem voor vrijwel alle herbivoren. (planteneters)

Knobbelzwanen zijn o.a. te zien op Takkenhoogte/Meeuwenveen

 

 

 

 

Geplaatst in Fauna | Getagd , | Een reactie plaatsen

De moeraswolfsklauw is geen blijvertje

moeraswolfsklauw komt vaak in groepen voor

De familie van de wolfsklauwen zit qua bouw een beetje simpel in elkaar. Bloemen hebben ze niet en zullen ze ook nooit krijgen. Het zijn namelijk sporenplanten, net als

liggende stengels moeraswolfsklauw

paardenstaarten, mossen en varens. Die bloeien nooit, ze verspreiden geen zaden, maar sporen. De blaadjes van wolfsklauwen zijn eenvoudig gebouwd: klein, smal en ze hebben slechts één nerf. De stengel is niet zoals bij paardenstaarten gedeeld, maar bestaat uit één geheel. Ondanks deze niet al te ingewikkelde bouw is het een erg interessante groep. Zo’n duizend soorten telt de familie, in Nederland vinden we hooguit vijf soorten. De moeraswolfsklauw is hier de meest algemene.

Kenmerken van wolfsklauwen

De soorten die we in Nederland vinden , op Takkenhoogte komt naast de moeraswolfsklauw ook de grote wolfsklauw voor, voelen zich erg thuis op zure,  vochtige kalkarme, licht humusrijke zandgrond. De hoofdstengel kruipt over de grond en vormt dan wortels. De zijstengels richten zich op. De blaadjes zijn naaldvormig, hebben een gave

In de herfst verspreidt de moeraswolfsklauw sporen

rand en staan in dichte rijen aan de stengel. Als dakpannetjes bedekken ze elkaar. In de nazomer gaat de moeraswolfsklauw sporen maken. Dat gebeurt boven in de stengel, daar worden sporendoosjes gevormd. Je kunt ze herkennen aan de lichtere kleur.De sporen worden met de wind meegenomen. Komt een spore op een gunstige plek, dan kan het nog wel een poosje duren voordat er een prothallium uit groeit. Dit is een (ondergronds en nagenoeg onvindbaar) voorstadium van de volwassen plant. Het prothallium vormt mannelijke en vrouwelijke orgaantjes en pas na de bevruchting ontstaat de volwassen plant die wij als wolfsklauw herkennen. Simpele familie ? Ja, wat bouw betreft wel, maar de voortplanting gaat op een hele moeilijke manier.

Bloem zonnedauw tussen stengels van de moeraswolfsklauw

Pionier

De moeraswolfsklauw is een pioniersplant. Juist bij deze wolfsklauw ontkiemt een spore snel, tenminste als de plek geschikt is. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van nieuwe natuur. Als landbouwgrond wordt omgezet in toekomstig heide ( Rabbingerveld bijvoorbeeld) ontstaan op het afgeschraapte gele zand kansen voor deze sporen. Al binnen een jaar zijn de eerste wolfsklauwtjes te zien. Als een volwassen plant in de nazomer/herfst sporen heeft gevormd sterft ie bijna helemaal af. Aan de voet van de rechtopstaande stengel vormen zich overwinterende knoppen die in het volgend jaar tot nieuwe planten uitgroeien. Zo kunnen moeraswolfsklauwen groene tapijten vormen en zijn ze makkelijk te vinden.

groene tapijten van moeraswolfsklauw: hoe lang nog ?

Slachtoffer van successie 

Zo’n frisgroene mat van moeraswolfklauw is een prachtig gezicht. Geniet er maar van, want de kans is groot dat ze er na een paar jaar niet meer staan. De boosdoener is een natuurlijk proces dat successie heet. Successie is een opeenvolging van plantengemeenschappen met als eind stadium het bos. Anders gezegd, je ziet eerst een kale vlakte en als je er jaren later weer komt is de vlakte bezig in een bos te veranderen. De planten die je als eerste op de kale zandvlakte tegenkomt zijn de pioniers. Deze verkenners blijven niet lang, want ze worden vrij snel verdrogen door andere vegetaties, zoals heide. De moeraswolfsklauw is daardoor geen blijvertje.

De klauw van de wolf ?

 

 

Geplaatst in Flora | Getagd , | Een reactie plaatsen

Hopman en hopvrouw bloeien apart

De hop bloeit

De hop bloeit. Dat doe ie altijd vrij laat in de zomer. Nee, geen hopbellen, die komen later. Eerst moeten de hop bloeien en pas daarna kunnen de vrouwelijke bloemen uitgroeien tot de overbekende hopbellen. Hoe zit dat eigenlijk met de bloeiwijze van de hop ?

De hop is een erg goede klimplant

Eenslachtig en tweehuizig

De bloemen van de hop zijn mannelijk of vrouwelijk. De mannelijke bloemen hebben alleen meeldraden, de vrouwelijke een stamper. Veel bloemen hebben zowel mannelijke als vrouwelijke organen (tweeslachtig) maar dat geldt dus niet voor de bloemen van de hop. Die zijn eenslachtig. Je hebt mannelijke hoppen en vrouwelijke hoppen. De hopmannen hangen nu vol met geel/groene pluimen van honderden bloemetjes. De hopvrouwen bloeien wat minder opvallend, maar ook op deze plant komen erg veel bloemetjes voor, vaak wat hoger aan de plant. De hop is een tweehuizige plant, omdat de mannelijke en vrouwelijk bloemen op verschillende planten voorkomen. Tweehuizig komt veel vaker voor. De hulst is dat bijvoorbeeld ook. Er komen alleen rode bessen aan vrouwelijke hulsten. Het is mogelijk dat je tijdens een wandeling erg veel hop ziet groeien en dat dit allemaal mannetjes  zijn. Andersom kan ook. Wil je straks hopbellen plukken, dan moet je op zoek naar vrouwtjes hoppen. De hopbel groeit namelijk uit de vrouwelijke bloem.

De bloemen van de mannetjes hop

Mannelijke bloemen

De stuifmeelkorrels van de mannelijke bloemen worden door de wind verspreid. In grote groen/gele pluimen zie je op een afstand al dat de hop in bloei staat. Honderden bloemetjes zitten in zo’n pluim. Als je ze wat beter gaat bekijken zie je dat ze vijf kroonbladen en vijf meeldraden hebben. Ze bloeien ook niet allemaal tegelijk. In september zul je hier geen hopbellen aantreffen.

vrouwelijke bloem van de hop

Vrouwelijke bloemen

Ook deze bloemen hangen in pluimen aan de hop, maar ze vallen wat minder op. Vaak vind je ze ook wat hoger aan de plant. De bloemetjes lijken op bolletjes en zijn ook onopvallend lichtgroen. Uit deze bloemen ontstaan de hopbellen. Bestuiving en bevruchting is niet nodig om uit te groeien tot hopbellen. De bierindustrie gebruikt alleen vrouwelijke hopplanten die niet bestoven zijn.

Geplaatst in Flora | Getagd , , | Een reactie plaatsen

Op Takkenhoogte is altijd wat te zien: visarend op jacht

biddende visarend

Een torenvalk bidt. Dat is de meeste mensen wel bekend. Een beetje gebruik maken van tegenwind en dan met gespreide staart en klapwiekend omlaag turen op zoek naar een

De visarend heeft geknikte vleugels

smakelijk hapje. Een visarend kan het ook. Je ziet het niet vaak, want een visarend is geen alledaagse verschijning.  De vogel  ‘bidt’ met zware vleugelslagen en duikt vanaf grote hoogte met vooruitgestoken poten in het water om vis te vangen. Visarenden zijn trekvogels en overwinteren in (tropisch) Afrika. Sinds 2016 broedt de visarend in Nederland, in de Biesbosch. Dit jaar kwam er een tweede broedpaar bij.

Vliegshow

Het natte deel van reservaat Takkenhoogte mag zich verheugen op de aanwezigheid van bijzondere vogels. Lepelaars laten zich regelmatig zien, aalscholvers en zilverreigers kom je er vaak tegen en heel soms een… visarend ! Vanmorgen was het genieten van een visarend die een complete vliegshow opvoerde. De vogel stond boven het water te bidden, dook twee keer met een grote plons het water in en zweefde na een poosje westwaarts weg. De meeste visarenden die je ziet zijn doortrekkende exemplaren. In augustus/september trekken Scandinavische exemplaren door ons land. Soms blijven ze een poosje op dezelfde plek.

Duikvlucht

Biodiversiteit neem toe

Dat het reservaat Meeuwenveen/Takkenhoogte zich ontwikkelt tot een bijzondere gebied met een boeiende flora en fauna is inmiddels wel bekend. De biodiversiteit is verrassend en zal in de komende jaren alleen maar toenemen.

Meer foto’s op de Facebookpagina van deze website

visrijke water van Takkenhoogte

Geplaatst in Fauna | Getagd , | Een reactie plaatsen