Heide is lastige natuur

Natte heide op het Nolderveld

Heide: Lust of last ?

Deel 1 

In Nederland komt niet veel heide meer voor. Slechts 2% van het oppervlak van ons land is nog bedekt met heide. Dat is wel eens anders geweest. Rond 1830 bestond 20% van het Nederlandse landschap uit heide. Na 1900 verdween er steeds meer ‘woeste natuur’. Nu is er nog maar heel weinig van over.

Zonder beheer neemt het bos de heide over

Lastige klus

De paarse vlaktes die we nog hebben moeten we behouden en koesteren. Net als de kleine heideveldjes, je zou ze bijna over het hoofd zien. Dat beschermen is makkelijker gezegd dan gedaan, want heide beheren is een lastige klus. Klaar ben je nooit. Heide mag je nooit met rust laten, in een paar jaar tijd nemen zaailingen van bomen en struiken de macht over en verandert het open landschap in een bos. Dat zou erg jammer zijn, want het ecosysteem van de heide kent een unieke flora en fauna. Heidebeheer gebeurt vaak grootschalig, met machines die plaggen, voedselrijke bodemlagen verwijderen, of vennetjes herstellen. Heide wordt ook kort gehouden met een kudde schapen. Het is vechten tegen successie. ( opeenvolging van plantengemeenschappen met bos als eindresultaat.) Een poosje niets doen en je komt jezelf tegen. Heide moet je voortdurend in de gaten houden, de natuur mag je hier slechts een beperkte vrijheid geven. Geef heide een vinger en het systeem pakt je hele hand. Of alle twee !

Heidebeheer met hulp van de schaapskudde met herder

Van bos weer terug naar heide

Natuurbeschermingsorganisaties zijn dol op deze moeilijke natuur. De laatste jaren is op veel plekken een groot aantal hectares bos gekapt. Doel van deze projecten: terugbrengen van het (half) open heidelandschap en het creëren van natuur met een grotere biodiversiteit dan de gekapte jonge en monotone bossen. Het eindstadium van successie

Ook op de Lemelerberg maakt een deel van het bos plaats voor heide

wordt de nek omgedraaid en het proces mag weer helemaal opnieuw beginnen, maar wordt wel in de kiem gesmoord. Bos worden mag niet meer. Het publiek ( wandelen op zondagmiddag) heeft het moeilijk met deze transitie. Waarom moeten al die bomen gekapt ? Een begrijpelijke reactie, maar toch is het goed dat natuurbeschermingsorganisaties hun oren niet laten hangen naar het geklaag op sociale media. De overgang naar een half open landschap met heide, boomgroepen en struweel  brengt veel meer diversiteit aan flora en fauna dan een saai relatief jong dennenbos . Over een paar jaar hoor je niemand meer.

Waarom heidebeheer ?

Heide is geen natuurlijk landschap. Natuurlijk in de zin van door de natuur ontstaan zonder invloed van de mens. Het heidelandschap is namelijk een product van menselijk handelen. Hoewel, ook niet helemaal. In de laatste ijstijd werden grote delen van ons land bedekt met een deken van dekzand. Toen de aarde opwarmde raakten de zandrijke vlaktes

Pioniersplanten op het kale dekzand

bedekt met pioniersplanten zoals heide. Later veranderde het landschap en ontstonden er bossen. In de prehistorie al, werden bossen gekapt omdat er behoefte was aan landbouwgrond. Akkertjes werden aangelegd, maar de grond raakte al gauw uitgeput. Om aan mest te komen werd vee ( vooral schapen) naar de woeste gronden geleid om daar te grazen. Aan het eind van de dag ging de kudde naar de potstal. Daar werden plaggen en organisch afval met de mest vermengd. Voordat het groeiseizoen begon, werd de mest uitgereden en over de akkers gestrooid. Dat gebeurde eeuwen achter elkaar. De akkers, ( ook wel essen genoemd) werden langzaam hoger en kregen een bolle vorm.

Oude schaapskooi Reestdal

Intensieve landbouw

In dit potstalsysteem stond vee ( runderen en schapen) in dienst van de landbouw. Mest was essentieel. Bij het vergroten van de landbouwgronden ( bevolkingsgroei) werd de behoefte aan mest ook groter en werden de schaapskuddes uitgebreid. Elke dag weer gingen de schapen de woeste natuur in om te grazen. Op veel plekken was door begrazing en plaggen de druk op het ecosysteem zo groot, dat de begroeiing verarmde en uiteindelijk verdween. Het (dek)zand werd niet meer door wortels vastgehouden en begon zich bij harde wind te verplaatsen. Stuifzanden ontstonden. Op andere arme en uitgemergelde grond kwam de heide als pionier juist weer terug.

Struweel en boomgroepen zorgen voor gevarieerd landschap

Gevarieerd landschap

Denk nou niet dat het ‘ ledige’ landschap  alleen maar uit heide bestond. Stel, je wordt als wandelaar zo’n tweehonderd jaar terug geflitst in de tijd en je belandt in de woeste gronden van de 19e eeuw. Als natuurliefhebber loop je dan te kwijlen van genot. Naast heide, kom je ook vochtige laagtes tegen, kleine vennetjes en veenmoerasjes, boekweitakkertjes ook ,struwelen, stuifzanden en bosjes. In de verte lonkt de rand van een beekdal met houtwallen, hooilandjes, boerderijen en schaapkooien. Wat een variatie in het landschap !

Heide werd ontgonnen en omgezet in landbouwgrond en staatsbossen

Kunstmest

Het potstalsysteem heeft heel lang geduurd. Pas aan het eind van de 19e eeuw, als kunstmest de mest uit de potstal overbodig maakt en goedkopere wol uit het buitenland komt, verdwijnen de schaapskuddes. Net als de heide, want die wordt omgezet in landbouwgrond of gebruikt voor de aanleg van bossen. Staatboswachterijen, keurig ingedeeld in vakken. Behalve de heide worden ook aangrenzende prachtige beekdalen ontgonnen. Deze karaktermoord op talloze beken en andere kleine loopjes zou nu half Nederland op de barricades doen belanden. Toen maakte bijna niemand zich er druk over. De tranen springen je in de ogen als je leest wat er toen allemaal weggeschoven is. Er bleven weinig beekdalsystemen ongeschonden. Het Reestdal is er een voorbeeld van.

Uit dagblad Trouw

Je moet veel moeite doen om heide in stand te houden

Was vroeger de heide onderdeel van het agrarisch systeem, nu heeft de paarse pracht een heel andere betekenis. Vereniging Natuurmonumenten bijvoorbeeld beheert in het Nationale Park Dwingelderveld het grootste natte heideterrein van West-Europa en heeft het daar behoorlijk druk mee. Om de heide vitaal te houden wordt heide die aan het vergrassen is machinaal geplagd .Plaggen deden de boeren vroeger ook,  al was dat wel handwerk. Op geplagde grond groeide al snel nieuwe heide. Niks bijzonders, want de bodem zat vol zaden. Natuurmonumenten ziet na het plaggen van verruigde heide hetzelfde gebeuren. Struik- en dopheide komen terug, samen met een aantal andere soorten zoals klokjesgentiaan, moeraswolfsklauw en zonnedauw.

Bezoekers bij de nieuwe schaapskooi van Ruinen

Dan zijn we meteen beland bij de eerste en belangrijkste functie van heidebeheer : het beschermen en vergroten van de biodiversiteit. Heide heeft een karakteristieke flora en fauna en die mag niet verdwijnen. Een tweede doel van het in stand houden van heidebiotopen is recreatie en beleving. Heide is onder wandelaars, fietsers, gezinnen, natuurfotografen e.d. erg populair. “Een toeristische knaller van de eerste orde” (Het Oerboek blz 70/71 – Axel Wiewel).  Niet alleen als in augustus de heide paars kleurt, maar als aan het eind van de middag de schaapskudde terug komt bij de schaapskooi wordt massaal genoten van al die thuis komende blatende grazers.  Heide mag dan moeilijke natuur zijn, we willen het kleine beetje aan paarse pracht niet kwijt.

Dit is het eerste deel uit de serie : Heide: lust of last ? 

Meer weten over de heide van vroeger ?

Albert Dragt uit Meppel overleed in 2012 op 82 jarige leeftijd was . Hij wist heel erg veel over de geschiedenis van het Reestdal. In dit interview vertelt hij over het belang van heidevelden voor de boeren in vroegere tijden.

Geplaatst in Bescherming | Getagd , , , , , , | 1 reactie

De bosanemoon houdt van licht en niet van donkere dagen

Bosanemonen in de tuin van Dickninge Dat scherpe licht, dat typische voorjaarslicht, dat het bloed wat sneller doet stromen, dat licht……. daar houdt de bosanemoon van. Net als het speenkruid, de krokus, de voorjaarshelmbloem en de holwortel. En nog een heleboel andere voorjaarsbloeiers. Het zijn planten die snel komen, vol overgave kort bloeien om daarna weer te verdwijnen. Het zijn de herauten die met kleurrijk getrompetter de lente aankondigen. Zijn ze daardoor zo populair? Omdat we met z’n allen zoveel zin in het voorjaar hebben ?

Massale bloei van bosanemonen in de Kleibosch

Voordat de bomen in blad komen

Van bosanemonen kun je genieten in de maanden maart en april. Net als alle andere voorjaarsbloeiers moeten ze groeien en bloeien voordat de bladeren aan de bomen komen. Een klein beetje een race tegen de klok. Het voordeel van zo’n vroege bloei is dat je nog weinig concurrentie hebt van andere planten. Op sommige plekken is het dan alleen maar de bosanemoon die de dienst uit maakt. Een aantal andere soorten is nog in winterrust of net bezig wakker te worden. Hele grote oppervlakten kunnen dan bezet worden door bosanemonen. Ze vormen prachtige witte tapijten duizenden kleine witte sterretjes.

Tapijt van bosanemoon in de tuin van Dickninge

Waar vind je ze ?

In het Reestdal komen bosanemonen op meerdere plekken voor, maar het meest talrijk zijn ze op de landgoederen Dickninge en De Havixhorst. Daar bloeit de anemoon in grote witte tapijten. Na een koude nacht laten ze zich nog niet van hun beste kant zien, want de witte bloemen hebben wat warmte en zonlicht nodig om open te gaan. Even geduld dus, maar dan heb je ook wat. Wil je echte enorme oppervlakten aan bloeiende bosanemonen zien, breng dan een bezoek aan Zuid-Limburg. Of veel dichterbij: de Kleibosch ( in beheer bij Het Drentse Landschap) in Noord Drenthe.

De witte bloem van de bosanemoon heeft zes kroonbladen

Fotogeniek

Bosanemonen zijn erg fotogeniek. Niet alleen de massale bloei ook de plant zelf is erg mooi. Ze staan vaak in oude sfeervolle loofbossen en op mooie plekjes als houtwallen, beekoevers en natuurlijk in tuinen van oude historische gebouwen als herenhuizen en pastorieën. Een belangrijke tip: ga eens op de grond liggen en maak een foto met de planten op ooghoogte. Dat levert mooie plaatjes op. De meeste mensen maken snel even een plaatje met hun telefoon. Even het sfeertje vastleggen. Ook leuk, maar als je echt een poosje de tijd neemt  ben je niet meer aan het vastleggen, maar aan het fotograferen. Dat is een andere tak van sport. Je zult versteld staan van je eigen opnames. Wil je meer tips ? Lees dan dit artikel over het fotograferen van bosanemonen.

De dotterbloem is familie van de bosanemoon

Ranonkelfamilie

De bosanemoon hoort bij de familie van de ranonkelachtigen, net als de dotterbloem, de winterakoniet, speenkruid en boterbloem. Voortplanting gaat vooral door middel van wortelstokken, die vlak onder de oppervlakte van de bodem te vinden zijn. Koop een polletje bosanemonen voor in je tuin en de rest gaat vanzelf. Via nieuw gevormde ondergrondse wortelstokken ‘wandelt ‘de bosanemoon door de tuin. Van arme grond houden de anemonen niet. Ze verlangen een bodem die rijk is aan humus. Nat of droog maakt niet zo veel uit. Wat opvalt is de lange bloemsteel, vaak wel een derde van de totale plant. Het zal ongetwijfeld te maken hebben met de drang om veel licht op te vangen. De bloemsteel draag vrijwel altijd maar één bloem. Na de bloei sterft de plant vrij snel af, maar de resten zijn langer terug te vinden dan die van het speenkruid. Onder de grond wacht de plant het volgende voorjaar af om weer massaal te laten zien dat ie er nog is.

De wortelstokken van de bosanemoon. Bron: Ecologische flora

Niet eetbaar, wel geneeskrachtig

 Nee, geen blaadjes van de bosanemoon in de dressing. Doe maar niet en laat de bloemen ook maar zitten. Eeuwen geleden al hebben mensen bij planten gekeken naar het nut van hun bestaan. In de Chinese geneeskunde werden de wortelstokken en bloemen van de bosanemoon gezien als geneesmiddel tegen allerlei kwalen. Van de wortelstok wordt tegenwoordig een preparaat gemaakt en gebruikt tegen aandoeningen van het zenuwstelsel. Zalf, gemaakt van de bladeren schijnt gewrichtspijnen te verminderen.

Mooie naam

Margriet, Madelief, Roos, Iris en Marjolein. Prachtige meisjesnamen, ze worden in ons land vaak gehoord. Met de naam Anemoon wil het niet zo lukken. Het aantal keren dat een pasgeboren meisje de naam Anemoon krijgt is jaarlijks op de vingers van een hand te tellen. Veel interessanter is het om je af te vragen waar de naam Anemoon vandaan komt. Er zijn meerdere theorieën. Een hele leuk is het verhaal uit de Griekse mythologie, waarin de God van de westenwind Zephyrus verliefd wordt op nimf Anemone. Als je dit verhaal leest, snap je ook waarom de anemoon bloem van de wind wordt genoemd.

Bosanemonen in de Kleibosch, Roderwolde in Noord-Drenthe

Lees ook :

De holwortel is een stinzenplant

Stinzenflora.

Artikel gaat over  de mooie voorjaarsbloeiers in de tuinen van pastorieën, kastelen, landhuizen en andere plekken waar ze ooit werden geplant.

 

Geplaatst in Flora | Getagd , , , | Een reactie plaatsen

Voor hommels en bijen zijn wilgenkatjes van levensbelang.

De mannelijke katjes van de wilg leveren veel stuifmeel

Als hongerige wolven zie je ze de bloeiende takken van de wilg afstruinen. Het zijn vooral honingbijen en hommels die van bloem naar bloem dansen op zoek naar stuifmeel en nectar. Uitgehongerd zijn ze. Een wilde bij of een hommel die in maart uit de overwinteringsplek komt, heeft nectar en stuifmeel nodig om aan te sterken. Wilgenkatjes

Steenhommel op zoek naar stuifmeel en nectar

zijn dan een ideale  voedselbron. Maar dan moeten ze er natuurlijk wel zijn. Het gaat in delen van ons land niet zo goed met de wilg. In het agrarisch landschap verdwijnen ze ongemerkt, net als veel andere boomsoorten. Bij de aanleg van plantsoen kiezen gemeentes vaak voor makkelijke uitheemse struiken of groenblijvers. Juist nu insecten het erg moeilijk hebben is er alles voor te zeggen om te kiezen voor bomen en struiken die in het voorjaar veel nectar leveren. Elzen en hazelaars bloeien in het vroege voorjaar ook, maar dat zijn windbestuivers. Insecten hebben er nauwelijks belangstelling voor. Nectar maken deze bomen niet of nauwelijks. Beter kun je in je tuin kiezen voor struiken als sleedoorn, meidoorn en vuilboom. Dat zijn echte nectarleveranciers.

aardhommel voedt zich met stuifmeel

Meer weten over hommels ? Lees hier dan de boswachtersblog van Pauline Arends. Hier vertelt ze ( Pauline is bekend van het natuurprogramma Roeg, dat wekelijks verschijnt op RTVDrenthe) over het bijzonder leven van een hommelkoningin.

 

 

 

 

Laurierwilg groeit o.a. op Landgoed de Havixhorst

Tien soorten

In Drenthe en Overijssel komen zo´n tien soorten wilgen voor. Boswilgen bloeien al heel vroeg in het voorjaar, laurierwilgen bijvoorbeeld pas in juni. Wilgen zijn tweehuizig.  Dit wil zeggen, dat je mannelijke en vrouwelijke wilgen hebt. De mannelijke wilgen met hun gele meeldraadkatjes vallen vaak op afstand al op. De bloemen ( nou ja, bloemen) hebben honingkliertjes en maken veel stuifmeel.

 

 

Geen wilgen, geen bijen

De gele mannelijke katjes leveren veel stuifmeel en weinig nectar en de groene vrouwelijke katjes leveren veel nectar en geen stuifmeel. Stuifmeel is een bron van eiwit nodig voor de ontwikkeling van gezonde jonge bijen. De suikerhoudende nectar is een bron van energie voor de volwassen bijen. Sommige wilde bijen halen het voedsel voor hun larven zelfs uitsluitend van wilgen, zodat voor deze soorten geldt: geen wilgen, geen bijen. (bron:  artikel over relatie tussen wilgen en bijen van nmf Groningen )

Lees ook:

De grauwe wilg is een insectenbloeier 

De knotwilg als ecosysteem 

Knotbomen

 

 

 

Geplaatst in Flora | Getagd , | Een reactie plaatsen

Je weet nooit hoe de hazen lopen

Hazen in de rammeltijd

Eindelijk een mooie zonnige morgen ! In een graslandje langs de Nieuwe Dijk, grenzend aan de vlakte van het Rabbingerveld, zitten vijf hazen. Vier vlak bij elkaar, een vijfde wat meer bescheiden op een afstandje.  Sommigen hebben de ogen half dicht, een beetje soezend in de voorjaarszon. Of is dit een hazenslaapje ? Het lijkt een vredig tafereel. Er gebeurt namelijk helemaal niets.  Of je moet het poetsen van de vacht een belevenis vinden. Je zou er zelfs bijna bij in slaap vallen.

Hazen maken gekke capriolen in de rammeltijd

In beweging

Deze vreedzame sessie in het gras is slechts schijn. Onder de oppervlakte klopt de onrust. Bij de vijf hazen gieren de hormonen namelijk door het lijf. Al weken. En  dat gaat ook nog wel een poosje door. Het is rammeltijd. De oorspronkelijke betekenis van rammelen is geluid maken. Zijn hazen dan zo luidruchtig bij het in stand houden van de soort ? Ik weet  het niet. Wel is bekend, dat hazen in de rammeltijd alle schroom van zich af gooien en helemaal kierewiet in de kop zijn. Ze verliezen hun voorzichtigheid en doen de gekste dingen. De mannetjes gaan helemaal los. Ze springen in de lucht, trappen en bijten elkaar, staan soms op de achterpoten, maken buitelingen in het gras. Het doel van dit alles ? Een snelle wip met de begeerde moerhaas. En daarna snel weg. Op weg naar een ander liefje.

Groepsdruk

Konijnen sociale dieren. Ze leven in groepen. Daar doet een haas niet aan. Een haas is een eenzelvig dier, die is gelukkig in zijn eentje. Die moet van dat drukke sociale gedoe niets hebben. Behalve in het voorjaar. Dan zoekt de rammelaar vruchtbare moerhazen. En dan blijkt dat ie niet de enige is. Op sommige plekken barst het van de macho’s. Allemaal van die mannetjes, die zich enorm uitsloven om indruk op het vrouwtje te maken. Niets nieuws onder  de zon ! Komt in de beste kringen voor. Alleen wel erg lastig. Met een wat verlegen en bescheiden karakter ben je kansloos. Je moet er vol in !  Soms kom je in een groep van tien,twaalf mannetjes terecht. Probeer je dan maar eens te handhaven. Dat het er ruig aan toe gaat laat dit filmpje van het Brabants Landschap  zien.

Machogedrag in de hazenwereld

Neem de tijd

In de periode februari /maart is de kans op het zien rammelende hazen het grootst. Kom je dit verschijnsel tegen, neem de tijd en blijf er een poosje naar kijken. Het is een prachtig gezicht.

Meer weten over de haas ?

Veel informatie geeft de Zoogdiervereniging

Spreekwoord en uitdrukkingen met als kernwoord haas

Geplaatst in Flora | Getagd | Een reactie plaatsen

Er staan weer ooievaars op het nest

Het nest op Oud-IJhorst is al weer bezet

Ooievaars zijn echte cultuurvolgers. Van oorsprong weliswaar boombroeders, maar  een nest maken  op een schoorsteen, mestsilo, hoogspanningsmast of paal met wagenwiel vinden ze ook prima. In het Reestdal kom je ze overal tegen. Dat is wel eens anders geweest, in de jaren ’70 haalde een ooievaar in een weiland nog de krant.

Met een beetje hulp 

Eind jaar ’60, begin jaren ’70 was de ooievaar bijna uit het Nederlandse landschap verdwenen.  Minder dan tien broedparen werden nog geteld. Nog even en de statige langpoot zou je nergens meer tegen komen. Om dit rampscenario te voorkomen startte Vogelbescherming Nederland een uniek project. Op een aantal locaties werden (12 )ooievaarsstations ( buitenstations genoemd ) gesticht,  allemaal met hetzelfde doel : de  herintroductie van de ooievaar. En met succes. Op de website van ooievaarsbuitenstation De Lokkerij lees je meer over de geschiedenis van dit project. De ooievaar is overigens niet de enige vogel die dankzij hulp terug is gekomen. Er zijn er meer. Wat dacht je van de kerkuil ? Midden jaren ’60 zo goed als verdwenen. Het massaal plaatsen van nestkasten in (boeren)schuren  gecombineerd met biotoopverbetering gaf deze uil een enorme boost. Inmiddels broeden ongeveer 2600 paartjes in ons land. En wat moeten onze oeverzwaluwen zonder zandafgravingen en oeverzwaluwwanden ?  En bonte vliegenvangers zonder nestkasten ? Zo kunnen we nog wel een poosje door gaan. Veel vogels helpen we met een steuntje in de rug.

Kleumend in de waterkou van eind februari

Op het nest

Eind februari, begin maart  zie je op steeds meer plekken bezette nesten. Vaak met een kleumend mannetje, nog niet vrolijk klepperende naar zijn vrouwtje, eerder bibberend en klapperend met zijn snavel. Het zijn de kerels die alvast het nest verdedigen. De vrouwtjes komen  meestal later. Ooievaars die in de winter zijn gebleven ( wintertelling 2020) hebben de eerste keus.  Woningnood kennen de ooievaars niet. Er is voldoende plek.

 

Veel informatie 

Er is veel info bekend over de ooievaar. Stichting STORK Stichting Ooievaars Research & Knowhow spant op dit gebied de kroon. Maar ook  op andere sites kun je veel over ooievaars vinden.

STORK: www.ooievaars.eu 

Vogelbescherming Nederland

ooievaarsbuitenstation De Lokkerij 

Het nest moet weer opgebouwd

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Fauna | Een reactie plaatsen

Barbizon van het noorden :verlangen naar een verdwenen landschap

Een doordeweekse dag in het Drents Museum. Het is er druk. Oorzaak ? De expositie “Barbizon van het noorden”. Opvallend veel jongeren. Nu eens niet alleen maar “Boomers” die langs schilderijen schuifelen, maar ook bezoekers die nog lang niet aan hun oude dag toe zijn. Vanwaar deze interesse ? Wat is het bijzondere aan deze expositie ?

Fascinatie voor het Drenthe landschap

De provincie Drenthe heeft kunstenaars altijd wel gefascineerd, maar nooit zoveel als in de periode tussen 1850 en 1950. Volgens Annemiek Rens, hoofdconservator van het museum, is nu de tijd rijp voor een tentoonstelling die laat zien hoe Drenthe er in die periode uitzag. Het blijkt een schot in de roos. De expositie loopt als een trein. Zwervend door de museumzalen ontdek je allerlei bijzondere plekken in Drenthe: heidevelden, akkers, schilderachtige dorpen, slingerende beekjes, veel woeste natuur en stille verlaten landschappen.

Barbizon

Het is een verrassende titel : “Barbizon van het noorden”. Barbizon was in de 19e eeuw een dorp in de buurt van Parijs. De omgeving trok kunstenaars die op zoek waren naar ongerepte landschappen en het eenvoudige boerenleven. Het was de tijd van de opkomende industrialisatie en verstedelijking. Kwam de wil om dat mooie landschap vast te leggen voort uit de angst dat het voorgoed zou verdwijnen? Ook Nederlandse schilders trokken naar Barbizon en kwamen geïnspireerd terug. Frankrijk was  prachtig, maar Nederland had toch ook nog woeste natuur en boerenlandschappen ? Samen met andere mooie plekken in ons land ging Drenthe dezelfde rol spelen als Barbizon. Dus trokken kunstenaars als Jozef Israëls, Hendrik Willem Mesdag, Georg Hendrik Breitner, Max Lieberman en Julius van de Sande Bakhuyzen naar de idyllische en pittoreske plekken. Dat mooie romantische Drentse landschap verkocht goed in die tijd. Het was een beetje van “U vraagt, wij draaien”.Kunstenaars moesten tenslotte ook eten.

Vincent van Gogh

Je hebt het ‘Zand-Drenthe’ en het ‘Veen-Drenthe’ . De kunstenaars waren vooral te vinden in het Drenthe van de zandgronden. Daar liep je door het oude sfeervolle cultuurlandschap met rietgedekte boerderijtjes, oude kerken, schaapskuddes,  hooilandjes en bebouwde akkers. Echt ongerept was het niet, maar omdat er zoveel natuur te vinden was, voelde het als ongerept. Je zou kunnen zeggen, dat de schilders de zonnige kant van Drenthe opzochten. Er was namelijk ook nog een schaduwzijde: Drenthe van de veengronden. Geen rietgedekte boerderijtjes langs mooie slingerende lommerrijke weggetjes, maar donkere hutten met armoedige veenarbeiders levend in armoede. In 1833 verbleef Vincent van Gogh bijna drie maanden in het arme deel van Drenthe en was diep onder de indruk van de sfeer van de veengronden en de uitgestrekte woeste gronden. Hij schilderde meerdere landschappen in donkere kleuren, soms met werkende mensen erop. Hij maakte zo’n 18 werken, die bijna allemaal verloren zijn gegaan. Vijf schilderen uit de Drentse periode zijn bewaard gebleven. Het Drentse museum heeft er twee: De Turfschuit en sinds kort ook de Onkruid verbrandende boer.

Mien Plekkie

In de hal van het museum, vlak bij de ingang naar de expositiezalen vind je een groot tv-scherm. Het is de plek voor een fotografische ode aan het mooie Drenthe. Onafgebroken zie je het unieke Drentse landschap voorbij komen. Foto’s genomen op de mooiste locaties. Iedereen die een eigen ‘plekkie’ in de Drentse natuur heeft mag een foto insturen. Dit onderdeel van de expositie is een groot succes. Veel bezoekers blijven lang staan en je ziet ze denken “Ik wist niet dat Drenthe zo mooi was “ 

Reestdal

Naast de vele schilderijen vind je ook leuke achtergrondinformatie. Een video over kringlooplandbouw bijvoorbeeld. Hierin vertelt Gerrit Schuurhuis, natuurboer en medewerker bij Het Drentse Landschap over zijn werk in het Reestdal. Gerrit woont in de beheersboerderij ‘De Uilenburcht’ op Rabbinge. Het Landschap boert al jarenlang op een duurzame manier. In de winter staan de runderen in de potstal. De mest wordt uitgereden over de essen (akkers) waarop graan wordt verbouwd. De oogst dient weer als veevoer. Hoe simpel kan het zijn.

Het Drentse Landschap

Dit jaar viert de stichting Het Drentse Landschap een bijzondere verjaardag. Het is namelijk 85 jaar geleden dat de stichting werd opgericht. Een mooie aanleiding om dat samen met het Drents Museum te vieren. Directeur van het Landschap Sonja van der Meer vertelt met trots:” De expositie laat heel mooi zien hoe wij als het Drentse Landschap en het Drents Museum twee werelden met elkaar verbinden. Die van dat prachtige landschap en wij mogen laten zien hoe belangrijk het is om het te behouden”

energielandschap

Zorgen om het landschap van de toekomst

De komende jaren worden cruciaal voor het Nederlandse landschap dat we nog hebben. Niet alleen de bestaande natuur, maar vooral het open nog niet bebouwde landschap. We hebben te maken met gevolgen van klimaatverandering. Nederland heeft gekozen voor een grote energietransitie, intensieve landbouw heeft geresulteerd in ecologische woestijnen, de overheid wil jaarlijks 75.000 woningen bouwen, oerlelijke bedrijventerreinen ( Nederland is aan het ‘verdozen’) slokken duizenden hectares groen op, we blijven maar nieuwe wegen aanleggen, enz. Welk Nederland laten we onze kinderen en kleinkinderen na? Is het dan toch de weemoed, het verlangen naar een woest en ledig landschap, dat deze expositie zoveel mensen doet trekken ? Waardoor zijn kleinschalige beekdallandschappen als Reestdal en de Drentsche Aa zo geliefd ? Is het omdat we zo graag dát vast willen houden, wat bijna overal verdwenen is ? Het wordt heel lastig om karakteristieke landschappen en natuur te beschermen en te behouden. Misschien is het bezoeken van ‘Barbizon van het noorden’ zo iets als plaats nemen in een tijdmachine en teruggeflitst worden naar een tijd en een landschap die we steeds vaker missen.

 

Geplaatst in Vroeger en nu | Getagd , , | Een reactie plaatsen

Bijna duizend ooievaars vinden het deze winter prima in Nederland

januari 2020 : ooievaars in het Reestdal

Zo, de ooievaarswintertelling is weer achter de rug. Nog nooit werden zoveel ooievaars in een winter waargenomen. Stichting STORK, die de telling elk jaar organiseert meldt op haar website dat in het weekend van 18 en 19 januari 2020 921 ooievaars geteld werden door 550 waarnemers. Er werden meerdere groepen waargenomen. De groep Reestdal-ooievaars was 138 exemplaren groot. ( geteld op zaterdag 18 januari). Zoals altijd verblijven de ooievaars in de natte hooilanden  achter ooievaarsstation De Lokkerij ( De Schiphorst) en kun je ze goed zien en tellen vanaf de Lankhorsterweg. Sinds een paar weken hebben de ooievaars gezelschap van een roze pelikaan.

Wintertelling 2020 : 138 getelde ooievaars in het Reestdal

Waarom een telling in de winter ? 

We denken heel vaak nog dat de ooievaar een zomergast is, een trekvogel die aan het eind van de zomer naar het zuiden trekt en in het voorjaar weer terug komt. Die gedachte klopt niet helemaal. Vroeger bleven ooievaars ook nog wel eens in de winter hangen, maar ze werden nooit geteld. Nu doen we dat wel, over een periode van twintig jaar zelfs.  We weten dat jonge ooievaars wel allemaal naar het zuiden trekken, die hebben dus een duidelijke trekdrang. De ooievaars die in ons land de winter doorbrengen zijn vrijwel allemaal volwassen vogels. Vaak zie je ze op plekken waar veel voedsel te vinden is, zoals milieustraten met organisch afval of bij ooievaarsstations waar nog gevoerd wordt.

De roze pelikaan voelt zich thuis tussen de ooievaars

Zachte winters

In zachte winters blijven de volwassen ooievaars vaak in de buurt van hun broedplek. Ze kennen de omgeving en weten precies waar wat te halen valt. Ooievaars zijn opportunisten, ze pakken wat ze voor de snavel komt. Veel energie steken in voedsel zoeken doen ze niet. Het zijn consumenten van de makkelijke en snelle hap: regenwormen, insecten, muizen, mollen gaan er in als koek. Momenteel hebben veel gebieden last van muizenplagen, dus er is voedsel genoeg. Ook al  is het winter. Het lijkt erop, dat de winters steeds zachter worden. De kans dat steeds meer ooievaars in ons land blijven is dan ook groot.

Stichting STORK geeft veel informatie over ooievaars in het algemeen en de ooievaar in Nederland in het bijzonder.

Ooievaars langs de Lankhorsterweg

 

 

Geplaatst in Fauna | Getagd , , | Een reactie plaatsen

Een sprong reeën : stresskippen of alles onder controle ?

Roedel (edelherten), zwerm (bijen), school (haringen) ,kudde (schapen)  meute (jachthonden) :  bekende woorden die een groep aanduiden. Weinig mensen kennen het woord sprong als benaming voor een groep. Een sprong is een groep reeën.  De meeste jagers kennen het woord wel. De jacht heeft een eigen jargon. Een paar voorbeelden over reewild ? Schort ( wit/geel haartoefje onder aan de spiegel van de geit), windvang (neus) ,spiegel ( wit haarveld aan de achterkant van een ree) en laveien (eten).

Bescherming zoek je bij elkaar.

Kruiden in het grasland 

Het gebied waar een ree zich in de winter ophoudt is aanmerkelijk groter dan het terrein in de zomer. Dat heeft alles met het aanbod van voedsel te maken. Reewild houdt heel erg van jong blad. Meer dan 60% van het voedsel bestaat uit bladeren en knoppen van bomen en struiken. Daarnaast eet een ree veel kruiden. Gras wordt wel gegeten, maar is vaak moeilijk verteerbaar. In de wintermaanden is er weinig blad. Misschien hier en daar  een braamstruik die nog wat lekker blaadjes te bieden heeft, maar veel is het niet. Om toch aan de kost te komen verlaten reeën vaak de dekking en zoeken de vlakte op. In grasland, vooral als het niet te intensief wordt gebruikt, groeien kruiden (madelief, klaver, leeuwentand, weegbree e.d) en daar zijn reeën ‘s winters dol op.

Stresskippen of de rust zelve ?

Op de vlakte val je op en ben je kwetsbaar. Reeën lossen dit probleem op door op veilige afstand van wegen te foerageren. De hele tijd houden ze de omgeving in de gaten. Uit ervaring weten ze wanneer auto’s, fietsers en wandelaars gevaar kunnen opleveren. Een sprong van acht reeën die ik in De Paardenlanden fotografeerde stonden ongeveer 100 meter van de weg af. Ze maakten een erg relaxte indruk. “Alles onder controle, hier kan ons niets gebeuren”, leken ze te zeggen. Je zag ze ook echt in het gras zoeken. Dan weer een stukje naar links, dan weer naar rechts, maar nooit (helaas) iets dichter naar de weg toe. Gelukkig kan een telelens van 500 mm veel. De groep op de bovenste foto stond in de hooilanden van Rabbinge, heel ver van de weg. Het waren er maar liefst elf.  De sprong was te uitgerekt om ze allemaal op de foto te krijgen. Maar met negen neem ik ook genoegen. Toch lijkt de rust niet op wat het is . Echt op hun gemak zijn reeën nooit. Voortdurend gaan de koppies omhoog en draaien de grote oorschelpen alle kanten op. Ze doen zelfs aan schijngrazen ! Net doen alsof je eet, maar ondertussen alles om je heen checken. Stresskippen zijn het !

Reegeit met twee kalveren van afgelopen zomer

Samenstelling van de wintersprong 

In de  herfst wordt de zomersprong (reegeit met haar kalveren) uitgebreid met een smalree, dat is een vrouwelijk kalf van het jaar ervoor. Ook een volwassen reebok sluit zich aan. Reebokken hebben in de winter nog geen ontwikkeld gewei. Op afstand is aan de kop moeilijk te zien of je een bok of een geit in de kijker hebt. Het is beter om dan naar de spiegel (achterste) te kijken. Geiten dragen voor hun geslachtsopening een schortje (toefje) Reebokken missen zo’n staartje. Een grote sprong reeën ontstaat doordat meerdere wintersprongen elkaar op zoeken. Soms worden er wel eens wintersprongen van meer dan twintig reeën gezien.

 

De dames hebben de leiding

Een sprong is geen mannenzaak. Meestal maakt een bok wel onderdeel uit van de sprong,maar veel in de melk te brokkelen heeft ie niet. Dat komt waarschijnlijk door zijn lage testosteronspiegel en de ontwikkeling van zijn gewei, want dat laatste kost bergen energie. Nee, de leiding in een sprong berust bij een oudere sterke reegeit. Zij bepaalt de strategie. Ze waarschuwt bij gevaar, beslist over de vluchtrichting e.d. De leden van een sprong houden haar voortdurend in de gaten en kijken goed wat ze doet.

Benaderen van reewild 

Kijken naar reeën is erg leuk. Het zijn prachtige en sierlijke dieren om te zien. Hoe dichter je bij een ree komt, des te meer kom je onder de indruk van de schoonheid van dit dier. Een nadeeltje is echter, dat een ree jou eerder waarneemt dan andersom. Reewild heeft zulke scherpe zintuigen, daarmee vergeleken zijn wij stumperds ! Natuurlijk benaderen je reewild met de windrichting naar jezelf toe, maar hoe zit het met je kleding ? Lang werd gedacht dat reeën weinig tot geen kleuren zien.  Maar deze veronderstelling bleek onjuist. Onderzoek wees uit dat in het blauwe deel van het kleurenspectrum een ree wel degelijk kleur zien. Dat is de reden dat in sommige provincies de witte reflectoren langs de weg steeds vaker worden vervangen door blauwe. Mensen die dus in een blauwe jas en spijkerbroek reeën gaan spotten, hebben grote kans zelf eerder te worden gezien dan dat zij de reeën zien. Dus niet in spijkerbroek op zoek naar reewild !

 

Informatieve websites over reewild:

-Vereniging het reewild 

-Zoogdiervereniging 

-Kenniscentrum- reeën 

Geplaatst in Fauna | Getagd , | Een reactie plaatsen

De knotwilg in de kunst

Vincent van Gogh - Landschap met knotwilgen

Een knotwilg is deels mensenwerk. Vaak is het een schietwilg die een paar meter boven de grond wordt teruggesnoeid. Lang geleden al ontdekte men dat je met de buigzame takken (tenen) hele mooie dingen kon doen: boerengeriefhout om te gebruiken bij het vlechten van manden, of het maken van fuiken. Men denkt dat het knotten van bomen voor onze jaartelling al in gebruik was. De grillige vorm van een rij knotwilgen in een winters landschap heeft kunstenaars altijd aangesproken.  Vroeger en nu nog steeds. In dit artikel een greep uit de knotwilg in de kunst.

Dit is het eerste  artikel uit een driedelige serie over de  knotwilg. 

Afbeeldingen uit het boek van Drago Pecenica

Drago Pecenica

“Die bomen lijken op mij. In 1992 ben ik naar Nederland gevlucht met mijn vrouw en dochter toen het oorlog was in Bosnië. In Oosterbeek zaten we in een asielzoekerscentrum. Daar zag ik voor het eerst knotwilgen. Ik voelde verwantschap met deze bomen, zo kaal geknot en teruggebracht tot de kern. Bij mij was alles weggevallen, ik had niks meer en wist niet wat er van het leven moest worden. Maar ik probeerde positief te zijn, misschien moest ik door deze loutering heen. Net als die bomen kan ik weer gaan bloeien. Mijn uitgangspunt is: zoals je denkt, zo is je leven.’  Drago Pecenica, kunstenaar uit Nijkerk, is helemaal gek van knotwilgen. Talloze schilderijtjes maakte hij van de boom, die zo symbool staat voor zijn leven,  bijeengebracht in het prachtige boek Boom van het leven.  “Ik laat me vooral inspireren door de natuur met karakteristieke bomen als hoofdobjecten”.

Aquarel De Knotwilg van Vincent van Gogh

Vincent van Gogh

Drago Pecenica is niet de enige kunstenaar die inspiratie haalt uit een grillige knotwilg. Wat te denken van Vincent van Gogh ? In 2012 koopt het Van Gogh Museum voor 1,5 miljoen euro de ‘Knotwilg’. Het is een aquarel, die de kunstenaar maakte in Den Haag in juli 1882.Het werk toont een weggetje langs een sloot waaraan een knotwilg staat. Op de achtergrond zijn de remisegebouwen van het Haagse station Rijnspoor zichtbaar. Van Gogh kwam deze plek tegen op een van zijn vele tochten in de omgeving van zijn huis. De waterverftekening van de knotwilg wordt gezien als een belangrijk werk in de ontwikkeling van de schilder. De conservator van het museum vertelt:“Tot die tijd

Vincent van Gogh - Knotwilgen bij zonsondergang 1888

maakte hij vooral figuurstudies en werken in zwart-wit. Toen schakelde hij opeens over naar landschappen en stadsgezichten en werken in kleur.” In de zomermaanden van 1882 had de arme Van Gogh ineens wat geld, maar geen modellen voor handen. Met het geld kocht hij water- en olieverf, en begon hij bij wijze van experiment landschappen te schilderen in de directe omgeving van zijn woonplaats. Van Gogh had een zwak voor knotwilgen. In het begin zag Vincent knotwilgen als dankbare onderwerpen om zijn techniek van figuurtekenen te verbeteren. Naarmate hij ouder werd schilderde Vincent vaak verweerde of eenzame bomen in een stil en verlaten landschap. Misschien was de knotwilg ook voor hem de metafoor voor het weerbarstige, door tegenslagen geplaagde leven.

Anton Mauve Haagse School -Vee aan de waterkant

Gerard Bilders - Haagse School- Koeien bij een plas

De Haagse School

In de tijd van Vincent van Gogh ( 2e helft 19e eeuw) trokken schilders van de Haagse School veel aandacht. Deze kunstenaars werden vooral geïnspireerd door de School van Barbizon. De schilders van deze Franse kunststroming brachten in het buiten Parijs landelijk gelegen dorp Barbizon de zomer door. Ze trokken met hun schildersmaterialen de bossen in om in de buitenlucht te schilderen. Ze gaven de schoonheid van het landschap weer zonder het te verfraaien. De geschilderde landschappen, vaak met ingetogen kleuren,  geven een beeld van het Nederland voor de industriële samenleving. Het is goed mogelijk, dat schilders als Jozef Israëls, Anton Mauve en Willem Mesdag vol weemoed aan het werk waren in de wetenschap dat die mooie landschappen zouden verdwijnen.

Ets Rembrandt

Rembrandt 

Bekendheid als landschapsschilder kreeg Rembrandt niet. Zijn specialiteit lag op andere terreinen.  Naast schilderijen maakte Rembrandt honderden etsen.Daar zit ook een knotwilg bij: de heilige Hieronymus bij een knotwilg.

Geplaatst in Algemeen, Flora | Een reactie plaatsen

Roodborst: mooie vogel met een kort lontje

De oranje-rode borst van de roodborst heeft een signaalfunctie

 “ Voor de roodborst stap ik af”, schrijft Nico de Haan in een januarinummer van het blad Vogels. En gelijk heeft ie, want een roodborst brengt een beetje vrolijkheid en opwinding in de vaak saaie en stille winterperiode. Zelfs op koude dagen zijn de korte concertjes van dit mooie vogeltje te horen. “Alsof je wordt toegezongen, een serenade krijgt, het voelt bijna onbeleefd om verder te fietsen”.

In opengewerkte tuingrond op zoek naar voedsel

Niets is wat het lijkt

Het lijkt zo’n leuk vriendelijk niet al te bang vogeltje. Een rood/oranje bolletje op twee hele dunne pootjes en kraaloogjes die je een beetje brutaal aankijken. Vergis je niet ! De roodborst is misschien wel het meest intolerante vogeltje dat in ons land rondvliegt. Dat heeft te maken met de manier van voedsel zoeken. Daar willen ze geen andere soortgenoten bij hebben. Om goed te zien hoe een roodborst aan zijn voedsel komt, moet je in de tuin aan het werk. Het meeste succes heb je als je een stukje grond omspit. Hoe meer je harkt, schoffelt of spit, des te meer kans op een roodborst die je volgt. En dan zie je het: ze hippen niet over de grond als een mus of andere zangvogel, nee ze jagen meer als een roofvogel. Even stilzitten, een korte duik en de prooi is gepakt. Die prooi bestaat uit wormen, spinnen, insecten als langpootmuggen, rupsen, vliegen en andere geleedpotigen. Een concurrent dulden ze niet. Of het een mannetje is of een vrouwtje, het maakt niet uit. Weg jij ! De rode borst dient als signaalfunctie om de boodschap nog wat duidelijker over te laten komen. Krengen zijn het !

Vogelvriendelijke tuin met klimop, groenblijvende struiken, niet gesnoeide border, rommelige hoekjes, drinkschaal en voederplaats

Een rommelige tuin

In betegelde tuinen met een gazon van kunstgras zul je roodborsten niet gauw tegen komen. In hele nette aangeharkte tuinen ook niet. Net als veel andere vogels houdt de roodborst van rommelige hoekjes. Struiken, stapels hout, schuttingen met klimop, plantenborders die niet gesnoeid zijn, een stapel stenen, een hoop gevallen bladeren, enz. Dat zijn de plekken waar voedsel te vinden is. Als het zoeken naar al dat lekkers moeilijk wordt ( bevroren grond of laagje sneeuw), dan zijn bessen en zaden ook prima. Een voedertafel met een schoteltje meelwormen, daar doet de roodborst een moord voor.

Soms broeden roodborsten in een nestkast

Bosvogels die ook van tuinen houden

Net als de merel was de roodborst vroeger vooral bosvogel. Overal waar herten en zwijnen de bodem los woelden waren ze van de partij. In de 16e eeuw al werd de roodborst in Engeland (‘Robin’) beschreven als een bosvogeltje, dat in de wintermaanden graag de mensen opzoekt om daarna in de zomer weer in de bossen te verdwijnen. Inmiddels broeden roodborsten ook in Engelse tuinen. In Nederland hebben we jaarlijks tussen de 250.000 en 350.000 broedparen. De winteraantallen zijn veel groter, tussen de 500.000 en 1.000.000 roodborsten brengen hier de koude wintermaanden door. Roodborsten ontbreken alleen

Lekker in het najaarzonnetje

in boomarme landschappen. De hoogste dichtheden vind je in bossen met goed ontwikkelde struik- en kruidlagen. Veel minder zie je ze in agrarisch en stedelijk gebied. Hoewel je nog steeds kunt zeggen ‘Hoe meer bos, hoe meer roodborsten’, zien we ook dat ze veel voorkomen in groenvoorzieningen, nieuwe natuur, begraafplaatsen, bungalowparken e.d.

Lichaamstemperatuur

Vogels zijn net als zoogdieren warmbloedige dieren. Ze hebben een constante lichaamstemperatuur, alleen bij vogels ligt die een paar graden hoger dan bij zoogdieren. Bij vogels staat de thermostaat 24 uur per etmaal op 41 graden Celcius. En dat is hoog ! Wel eens een levende vogel in de hand gehad? Die voelt heel erg warm aan, net alsof het beestje gloeit. Maar ja, het verschil tussen de warmte van onze handen en die van een

In de winter zoeken roodborsten vaak rommelige tuinen op

vogellijfje is al gauw vier, vijf graden. Als het buiten erg koud is, is het lastig om op temperatuur te blijven. Gelukkig hebben vogels donsveren die heel goed isolerend werken, maar toch. De behoefte aan brandstoffen is dan ook groot bij onze gevederde vrienden. Kijk op koude dagen maar eens naar de voedertafel in de tuin. Ze weten de vetbollen, pinda’s en stukje brood en aardappelen wel te vinden. Allemaal vet, zetmeel en eiwitten. En daar zit veel energie in!

Strenge winters zijn voor roodborstjes een ramp

Zwaarder vlak voor de winter

Kleine vogels verliezen relatief meer warmte dan grotere collega’s. In verhouding tot hun volume hebben ze een groter huidoppervlak. En die huid straalt altijd warmte uit, of je nu veren hebt of niet. Soorten als winterkoning, goudhaantje en roodborstjes kunnen het in winterse periodes behoorlijk moeilijk krijgen. Bovendien eten ze insecten. En die zijn er ’s winters niet of nauwelijks. Je moet in ieder geval erg veel moeite doen om ze te vinden. En dat kost energie. In het boekje “De roodborst, dichtbij en ver weg” van Jenny de Laet wordt beschreven hoe roodborstje proberen koude winters te overleven. Roodborsten slaan in de herfst een vetvoorraad op. Een roodborst met een zomergewicht van 18 gram (!) heeft vlak voor de winter vaak een lichaamsgewicht van 20 gram. Dat is een toename van 11%. Als koude periodes lang duren moeten de reservevoorraden worden aangesproken. Insecten kruipen weg in spleten en gaten en zijn met het kleine pincetsnaveltje niet meer te bereiken. Hongerige roodborsten worden ook minder schuw en lopen eerder kans te worden gepakt door sperwers of andere rovers.

Het aantal broedparen in ons land kan oplopen tot 350.000

Vogelvriendelijke tuin

Roodborsten komen naar de bewoonde wereld als het erg koud is en genieten van onze voedertafels. Molshopen zijn ook erg populair. Daar is altijd wel wat te vinden. Als de grond maar niet bevroren is. Dichte groenblijvende struiken in de tuin bieden de vogel bescherming en een goede slaapplaats. De meeste roodborsten slapen alleen. Lege nestkasten worden ook gebruikt als slaapplaats, net als oude halfopen schuren. Met een paar simpele maatregelen kun je dus je tuin roodborstvriendelijk maken.

Bronnen:

De roodborst dichtbij en ver weg. Het 112 blz. tellende boekje komt uit de Belgische serie Vogels rondom huis. 

Vogelatlas van Nederland- uitgegeven door Sovon

Eigen waarnemingen

 

Roodborst met voer voor de jongen

Meer weten over de roodborst ? Misschien zit hier wat voor je bij:

De Vogelbescherming over de roodborst 

Artikel Vogelbescherming over de wintertrek van de roodborst

Leuke weetjes van het tijdschrift Roots

Sovon over de verspreiding, aantallen e.d. van de roodborst

 

 

 

 

Geplaatst in Fauna | Getagd , , | Een reactie plaatsen